Vrijheid spreek je af

Iraqis-African7Deze dagen staan we stil bij hen die hun leven gaven voor vrijheid. Zij brachten het hoogste offer voor de vrijheid. Zo spreken wij daarover tijdens herdenkingen. Zo’n formulering roept diep respect op. Maar onvermijdelijk ook vragen.

Het hoogste offer brengen voor vrijheid. Een offer brengen betekent iets aanbieden in de verwachting dat er iets voor terugkomt. Brengen mensen het offer van hun leven of wordt het leven hen met geweld ontnomen? En is dat hoogste offer enkel zinvol als er iets, als er vrijheid en vrede voor terugkomt?

Deze dagen moet ik denken aan Jalal Dhiab. Hij was directeur van de Beweging van Vrije Irakezen, een mensenrechtenorganisatie en een partner van IKV Pax Christi. Hij zette zich in voor de rechten van minderheden in Irak. Twee jaar geleden nog kreeg hij daarvoor uit handen van de VN-vertegenwoordiger in Irak een prijs voor mensenrechtenverdedigers.

“Jullie voorbeeld, jullie moed, jullie overtuiging leert ons hoe ook wij mensenrechtenverdedigers kunnen worden” zei de VN-vertegenwoordiger toen tegen Jalal. “Jullie laten ons zien hoe er in ons dagelijkse leven vele manieren zijn waarop ieder van ons in actie kan komen tegen discriminatie in al zijn vormen en daardoor kunnen bijdragen aan het respecteren en beschermen van mensenrechten (…) en daarmee een vreedzame toekomst voor onszelf en voor onze kinderen kunnen veiligstellen.”

Afgelopen vrijdag 28 april verliet Jalal zijn kantoor. In zijn auto werd hij door gewapende mannen doodgeschoten, geliquideerd vanwege zijn inzet voor recht en vrede. “Een schaamteloze en verachtelijke moord” volgens dezelfde VN-vertegenwoordiger. Ook Ministers Timmermans en Ploumen spraken hun afschuw uit over de moord op de voorvechter van mensenrechten en riepen de Irakese autoriteiten op een onderzoek in te stellen.

Jalal Dhiab bracht het hoogste offer voor vrijheid. Maar hij gaf zijn leven niet. Het werd hem met geweld ontnomen. En of zijn offer zal bijdragen aan vrijheid en vrede staat lang niet vast. De moord op Jalal past in de patroon van vele straffeloze moorden in een steeds gewelddadiger Irak. Heeft het kwaad dan toch het laatste woord? Is het genomen offer daarmee zinloos?

Dat kan ik niet geloven. De keuze van Jalal om zich in te zetten voor recht, vrijheid en vrede is zinvol afgezien van de afloop of het resultaat. Zijn dood herinnert ons bovendien aan een waarheid waarvan wij ons niet altijd bewust zijn. Wij hebben altijd een keuze. In tijden van oorlog en terreur hebben wij niet elke keus, maar zelfs onder die omstandigheid kunnen mensen, zoals Jalal ons leert, de menselijke waardigheid redden door compassie en lotsverbondenheid.

Jalal bracht het hoogste offer voor vrijheid. Wij hebben de keuze om zijn offer en dat van vele anderen in oorlogsgebieden betekenis te geven. Door ons te laten raken, door compassie te tonen, door af te spreken dat wij waar mogelijk ook zelf een bijdrage zullen leveren aan vrijheid. Want vrijheid en vrede is ooit afgesproken maar vergt nog steeds onze inzet.

De dood uit de lucht

SyAAF MIG-23BNIn een burgeroorlog vallen burgerslachtoffers. Dat is de onverdraaglijke tragiek, de onvermijdelijke realiteit van burgeroorlogen. Burgers zijn altijd de eerste en voornaamste slachtoffers.

In Syrië is er echter geen sprake van een burgeroorlog maar van een oorlog tegen burgers. De Syrische luchtmacht maakt zich schuldig aan oorlogsmisdaden door dichtbevolkte gebieden te bombarderen zonder enig militair belang. Erger nog. De luchtmacht richt zijn bombardementen niet per ongeluk maar doelbewust op burgers. Burgerslachtoffers zijn geen onvermijdelijke bijkomende schade, burgers zijn het gezochte doelwit.

Elke dag wachten lange rijen mensen bij bakkerijen voor hun dagelijks brood. Elke dag verdringen mensen zich bij overbelaste ziekenhuizen voor verzorging van hun gewonden. Elke dag voert de Syrische luchtmacht zijn bombardementen uit. Uit onderzoek blijkt dat de luchtmacht  juist deze bakkerijen en ziekenhuizen aanvalt. Een ziekenhuis in door de oppositie gecontroleerd gebied  is al acht keer door de Syrische luchtmacht aangevallen.  Dit is geen incident, dit is een patroon. De luchtmacht richt zijn aanvallen op doelen waar zich burgers bevinden. De luchtmacht is een serial killer.

Hoe lang kan de internationale gemeenschap hiernaar kijken zonder zijn geloofwaardigheid te verliezen? Hoe lang kan de internationale gemeenschap nalaten burgers in nood te beschermen voordat er sprake is van schuldig hulpverzuim, van grove nalatigheid? Die vraag knaagt aan het geweten van de internationale politiek.

Militair interveniëren in landen is risicovol, biedt zelden garanties op succes en schept verplichtingen. Bovendien, ook bij militaire interventies vallen er burgerslachtoffers.Toch zijn er militaire analisten die stellen dat beperkt militair ingrijpen in Syrië mogelijk is. Het gericht bombarderen van Syrische vliegvelden kan de capaciteit van de Syrische regering voor het bombarderen van zijn burgers sterk beperken. Als de VN-Veiligheidsraad daar door gebrek aan consensus geen machtiging voor geeft dan kan de Algemene Vergadering zich daarover uitspreken. Dat zou een actie niet legitimeren maar wel meer rechtvaardiging geven.

Hoe lang kan de internationale gemeenschap de politieke, economische en humanitaire schade in Syrië nog verder laten oplopen? Ernstige schendingen van het oorlogsrecht en misdaden tegen de menselijkheid appelleren aan de verantwoordelijkheid om burgers te beschermen. Het met militaire middelen beëindigen van ernstige misdrijven tegen de menselijke waardigheid is een laatste redmiddel. Dat wil niet zeggen dat we dat redmiddel altijd moeten inzetten maar ook niet dat we daar eeuwig mee kunnen wachten.  We zullen de militaire mogelijkheden om burgers te beschermen tegen bombardementen serieus moeten onderzoeken. En we kunnen het politieke debat hierover niet langer ontlopen.

Wat de wereld verdient

imagesMinister Ploumen moet ontwikkelingssamenwerking vernieuwen, verdedigen en verbreden, en dat met 1 miljard minder geld. Dat lijkt een mission impossible. Vandaag  presenteerde zij met de beleidsnota “Wat de wereld verdient: een nieuwe agenda voor hulp, handel en investeringen” op hoofdlijnen haar visie op internationale samenwerking. Verdient die visie onze steun?

De minister staat voor drie formidabele uitdagingen. In de eerste plaats moet zij een relevante en toekomstgerichte agenda voor internationale samenwerking ontwikkelen en daarvoor aanvullende innovatieve financiering door de private sector realiseren. In de tweede plaats moet zij de ontwikkelingsrelevantie van haar budget garanderen tegenover een gretig bedrijfsleven en een armlastige krijgsmacht. In de derde plaats moet zij politieke vooruitgang boeken op gebied van coherentie. De uitdaging is om er voor te zorgen dat andere beleidsterreinen de doelstellingen van ontwikkelingssamenwerking niet ondergraven maar juist versterken. De winst op de coherentieagenda moet de bezuiniging op het ontwikkelingsbudget goedmaken.

Nieuwe agenda: eerste aanzetten

De contouren van de nieuwe agenda voor internationale samenwerking tekenen zich af. Er blijft aandacht voor vrede en veiligheid in fragiele en conflictlanden waar geen enkel ontwikkelingsdoel is gerealiseerd. Er is meer oog voor het feit dat het armoedevraagstuk in middeninkomenlanden een herverdelingsvraagstuk is. De aandacht voor de publieke goederen wordt voortgezet en blijft gefocust op de bekende vier speerpunten: water, voedselzekerheid, seksuele en reproductieve gezondheid en rechten en veiligheid en rechtsorde.

De politieke ambitie van de minister is hoog: “het uitbannen van extreme armoede binnen één generatie”. De intenties zijn nobel: Nederland “blijft solidair met de allerarmsten.” Tegelijkertijd is enig realisme aanwezig: “de invloed van ons land neemt af.”

Ontwikkelingsrelevantie: beter verzekeren

Nederland gaat met ontwikkelingsgeld ondernemers in ontwikkelingslanden en in Nederland ondersteunen. Het Dutch Good Growth Fund moet de risico’s verbonden aan investeringen in en handel met ontwikkelingslanden afdekken. Dat kan ontwikkelingsrelevant zijn indien deze bijdragen aan werkgelegenheid, kennisoverdracht, en productiecapaciteit in ontwikkelingslanden, stelt de minister. Ondernemingen moeten wel voldoen aan eisen op gebied van maatschappelijk verantwoord ondernemen.

Jammer dat het fonds zich niet exclusief of in belangrijke mate richt op fragiele landen. Juist daar zijn banen essentieel voor het doorbreken van de vicieuze cirkel van geweld en armoede, juist daar zijn de risico’s voor investeerders groot. Minister Ploumen laat in het midden of het fonds nu vooral ten goede komt van Nederlandse ondernemingen of van ondernemingen gevestigd en actief in ontwikkelingslanden. Uit internationaal onderzoek blijkt dat private sector steun maar voor 25% terecht komt bij ondernemingen in lage inkomenlanden en voor 50% bij ondernemingen gevestigd in OESO-landen en belastingparadijzen. Waarom verzekert de minister niet dat 50% van het Dutch Good Growth Fund terecht komt bij ondernemingen in ontwikkelingslanden en dat het fonds enkel wordt ingezet voor ontwikkelingsrelevante sectoren en ondernemingen die geen toegang hebben tot de private kapitaalmarkt.

Het Budget Internationale Veiligheid dient ten goede te komen van de veiligheid van burgers in fragiele staten. Dat blijkt uit het feit dat human security en de New Deal for Engagement in Fragile States richtinggevend zijn voor de aanwending van het BIV. De minister wil de ontwikkelingsrelevantie van het BIV steeds toetsen. Het BIV moet o.a. bijdragen aan de bescherming van burgers, waarmee de minister aansluiting zoekt bij het VN programma Protection of Civilians.

De toets op ontwikkelingsrelevantie en de gerichtheid van het BIV op human security moeten er voor zorgen dat de aanwending niet plaatsvindt voor het veiligstellen van Nederlandse veiligheids- en handelsbelangen. Een nadere uitwerking van deze toets op ontwikkelingsrelevantie luistert nauw, ook omdat er op het budget veiligheid en rechtsorde sterk wordt bezuinigd.

De aanwending van het BIV vergt steeds een geïntegreerde benadering. Kenmerk van deze benadering is dat veiligheidsvraagstukken niet enkel met militaire middelen zijn op te lossen maar ook een politieke inzet vergen. Dat zal ook eisen stellen aan de inzet van het BIV.

Het is positief dat er meer aandacht zal zijn voor conflictpreventie. Dat biedt kansen voor nieuwe initiatieven waarbij de veiligheid van burgers in fragiele staten leidend is.

Coherentieagenda: ambitieus maar afhankelijk van politieke wil

De notitie Wat de wereld verdient bevat ook eerste aanzetten voor een ambitieuze coherentieagenda. Coherent beleid op gebied van belastingverdragen, belastingontduiking, landbouwbeleid, klimaat, transparantie, maatschappelijk verantwoord ondernemen is zondermeer politiek relevant.

Opvallend is dat de coherentieagenda geen initiatieven bevat op gebied van defensie en wapenhandel. Kan de minister die via het BIV bijdraagt aan de inzet van de krijgsmacht voor ontwikkelingsdoelen ook eisen stellen aan de inzet en inrichting van de krijgsmacht? Waarom eist de minister niet dat Protection of Civilians wordt verankerd in het Toetsingskader dat wordt gebruikt bij de inzet van Nederlandse militairen? Waarom neemt de minister geen voorhoederol bij het ratificeren en implementeren van het Arms Trade Treaty door Nederland?

De coherentie agenda is ambitieus maar voor het realiseren van de doelstellingen is de minister afhankelijk van haar collega’s in de ministerraad en in Europa. Daarom is het belangrijk dat de coherentieagenda wordt geoperationaliseerd in resultaatverplichtingen. Het parlement dient de voortgang van de coherentieagenda jaarlijks te monitoren op basis van een voortgangsverslag van de minister.

Maatschappelijke organisaties: politieke steun en financiële aderlating 

De minister is positief over maatschappelijke organisaties. Zij waardeert de politieke en dienstverlenende rol die deze organisaties spelen, zowel in lage- en middeninkomenlanden als in Nederland. Zij wil zich bovendien inspannen om de politieke ruimte voor en de vrijheid van maatschappelijke organisaties  te vergroten en hen te vrijwaren van onnodige regeldruk. Een volmondige erkenning van de publieke functie en de principiële vrijheid van maatschappelijke organisaties. Maar hoewel de minister de huidige financiering (t/m 2015) ongemoeid laat, wordt de financiering van deze publieke functies onder invloed van de bezuinigingen na 2015 ondermijnd. De voorziene bezuiniging van 230 miljoen is disproportioneel en komt bovenop eerdere disproportionele bezuinigingen in de afgelopen jaren. Daar stelt de minister weliswaar tegenover dat er ruimte is voor financiering van maatschappelijke organisaties binnen haar speerpunten, maar ze laat in het midden welke bedragen ze daarvoor wil reserveren.

De minister wil solidair zijn met de allerarmsten en geschiedenis schrijven door het vergroten van de coherentie van internationaal beleid. Dat vergt politieke strijd waarbij zij de steun van het maatschappelijk middenveld nodig heeft en verdient. Het bedrijfsleven, dat ondanks bezuinigingen meer geld krijgt, kan wel bijdragen aan economische groei maar niet aan politieke veranderingen. Die zijn noodzakelijk want “de markt is niet perfect”. De minister moet er voor waken dat zij met disproportionele bezuinigingen op maatschappelijke organisaties de zo noodzakelijke “stem van burgers” smoort. Dat kan niet de bedoeling zijn.

Banken investeren 1,5 miljard in kernwapenproducenten

banken-578Nederlandse banken verdienen geld aan producenten van kernwapens. Dat blijkt uit onderzoek van de Eerlijke Bankwijzer, waar IKV Pax Christi deel van uit maakt. Geen wonder dat de reputatie van banken steeds verder daalt.

Elke bankier moet tegenwoordig een moreel-ethische verklaring ondertekenen. Daarin verklaart de bankier plechtig dat “het belang van de klant centraal staat” en hij zijn “verantwoordelijkheid voor de samenleving kent.” Die moreel-ethische-verklaring is ingevoerd om het vertrouwen tussen banken, politiek en burgers te herstellen. Dat is hard nodig.

Banken zijn heus niet waardevrij of normloos. Sterker nog, uit het rapport blijkt dat 9 van de 10 banken in hun beleid de problematiek rondom kernwapens expliciet benoemen. Nummer 10, Delta Lloyd, kwam vlak na het afronden van het rapport met het goede nieuws dat ook zij haar beleid gaat wijzigen. Kennelijk  beseffen banken dus dat geld verdienen aan kernwapens simpelweg niet ok is. Maar de praktische naleving van principes laat echt te wensen over. Door uitzonderingen die banken maken op hun beleid, investeren zeven Nederlandse banken in totaal €1,5 miljard in kernwapenproducenten.

Banken onderkennen steeds meer hun verantwoordelijkheid voor de samenleving. Maar dat veronderstelt wel dat banken principes niet alleen huldigen maar ook naleven. Dat bankiers geld kunnen verdienen aan investeringen in kernwapenproducenten is duidelijk. Maar willen zij dit ook? De Algemene Vergadering van de VN heeft verklaard dat het gebruik van kernwapens een misdaad tegen de menselijkheid vormt. Als het gebruik van kernwapens misdadig is, hoe kwalificeren we dan het investeren in kernwapens? Dat is een onontkoombare moreel-ethische vraag waarop klanten en samenleving een ondubbelzinnig antwoord verwachten.

Kernwapens zijn uniek in hun vernietigende kracht, in het onmenselijk lijden dat zij veroorzaken. Dat vergt een unieke stap van bankiers. Waarom reageren de banken niet eensgezind, vastberaden en ondubbelzinnig. Als de bankiers het vertrouwen van hun klanten en de samenleving willen terugwinnen moeten zij nu een moedige stap zetten. Door samen één lijn te trekken. Geen geld verdienen aan investeringen in kernwapenproducenten en daarover zonder reserves transparant zijn. Geen investeringen betekent geen investeringen. Van welke aard ook, hoe klein ook, ongeacht wanneer aangegaan. Dat zou nou echt een moreel-ethisch statement zijn waarmee bankiers hun beroep weer meer in ere houden!

“Medeplichtig aan moord”???

Noor Khan met een foto van zijn vader

Noor Khan (l) met een foto van zijn vader

Stel. Stel je werkt bij de veiligheidsdienst. Op een dag vang je een verdacht telefoontje op. Iemand belt met iemand in Pakistan. Zou hier sprake zijn van een link met terrorisme? Het zou best kunnen. Je deelt de informatie met je Amerikaanse collega bij de CIA. Want zo is dat nu eenmaal afgesproken.

De  Amerikaanse collega vertrouwt het niet en geeft de informatie door aan zijn superieuren. Zij lokaliseren de telefoon in Pakistan. Een drone-operator krijgt de coördinaten. En de verdachte telefooneigenaar wordt door een drone geëlimineerd.

Tot zover niets nieuws onder de zon. Zo zou het kunnen gebeuren. Maar het verhaal gaat verder. De gedode telefooneigenaar heeft een zoon. En die zoon klaagt jou aan omdat je medeplichtig bent aan moord. Je hebt immers door het delen van inlichtingen met de CIA meegewerkt aan het doden van zijn vader.

Dit is geen verzonnen verhaal. De zoon bestaat en heet Noor Khan. Hij is een naar het Verenigd Koninkrijk geëmigreerde Pakistaan die inmiddels een Britse nationaliteit heeft. Een drone-aanval doodde zijn vader Malik Daud Khan, een Pakistaanse tribale leider, samen met meer dan een dozijn anderen tijdens een vergadering van tribale leiders in Pakistan.

Een hoger beroep is onder de Britse rechter die binnenkort bepaalt of de aanklacht in behandeling wordt genomen. Eerder weigerde the High Court de aanklacht te behandelen “omdat het de (Britse) regering niet kan dwingen haar beleid te onthullen.

Zou Nederland ook intelligence met de Verenigde Staten delen? De New York Times stelt dat onderschepte communicatie in Afghanistan en de regio breed met de Verenigde Staten wordt gedeeld. De krant verwijst daarbij expliciet naar Duitsland en Nederland. Deze landen voeren volgens de New York Times “agressieve elektronische afluisteroperaties” uit omdat zij, in vergelijking met de Verenigde Staten, makkelijker met lokale vertalers kunnen samenwerken.

Als dat waar is, zouden dan ook Nederlanders in dienst van de Nederlandse veiligheidsdiensten het risico lopen dat zij beschuldigd worden van medeplichtigheid aan moord? Zouden veiligheidsdiensten door dit risico minder informatie met elkaar gaan delen? En wat zouden daarvan de gevolgen zijn voor de veiligheid?

Minister Timmermans heeft recent juridisch advies gevraagd over de inzet van drones. De aanklacht tegen de Britse veiligheidsdienstmedewerkers maakt duidelijk dat er in theorie nu al sprake zou kunnen zijn van Nederlandse betrokkenheid. Dat onderstreept de urgentie en de complexiteit van het advies.

Timmermans worstelt met drones

Predator Drone

Predator Drone

Frans Timmermans worstelt met drones. Dat is goed nieuws want een worstelende minister is beter dan een onverschillige. De minister zal zich laten adviseren en daarna met de Tweede Kamer debatteren. Welke vragen moet de minister zichzelf zo al stellen?

Oorlog per joystick heeft gevolgen voor militairen. De praktijk laat zien dat militairen ondanks de grote afstand tot het slagveld lijden onder posttraumatische stressstoornissen. Zal het gebruik van drones leiden tot morele onthechting bij militairen die in hun controlekamers geen besef meer hebben van de menselijke gevolgen van militair geweld? Naarmate de afstand tussen opponenten groeit wordt doden makkelijker.

Oorlog per joystick heeft ook gevolgen voor burgers. Volgens President Obama vallen er door drones nauwelijks onschuldige slachtoffers. Maar de werkelijkheid is dat wij dat niet weten. Volgens onderzoek van de New America Foundation zijn er bij drone aanvallen door de CIA in Pakistan sinds 2004 tussen de 1.953 en 3.297 doden gevallen, 18-23% daarvan was geen militant. Drones vergroten de veiligheid van militairen maar vergroten ze ook de veiligheid van burgers? Gebrek aan transparantie maakt het onmogelijk deze cruciale vraag te beantwoorden.

Oorlog per joystick roept ook juridische zorgen op. Christof Heyns, de speciale VN-rapporteur voor buitengerechtelijke en arbitraire executies, ziet drones als een bedreiging van 50 jaar internationaal recht. Amerika gebruikt drones in de juridische mist tussen oorlog en vrede. Onder de regels van het oorlogsrecht zijn burgerslachtoffers enkel aanvaardbaar indien het geweld onderscheid maakt tussen burgers en combattanten en proportioneel is. Het toepassen van dodelijk geweld in vredestijd is enkel in zeer uitzonderlijke en onder strikte voorwaarden mogelijk. Welke regels zijn er nu van toepassing in Afghanistan en Pakistan en welke in Somalië en Jemen?

De moderne oorlog roept ook angstige technische vragen op. Zo bleek vorig jaar uit een experiment van de Universiteit van Texas dat de besturing van drones eenvoudig is over te nemen door hackers. Drones zijn ook door terroristen te hijacken.

Tenslotte roept de oorlog per joystick ook politieke vragen op. Wie is verantwoordelijk voor en legt publieke verantwoording af over de inzet van drones? De politieke filosoof Michael Walzer stelt “Mensen worden gedood en over het algemeen eisen we  een publieke rechtvaardiging als we overgaan tot het doden van mensen”. En wat zijn de gevolgen voor de internationale vrede en veiligheid als naast Amerika ook andere landen gewapende drones gaan inzetten?

Deze vragen klemmen eens te meer omdat waar Timmermans worstelt met drones Obama deze juist omarmt. Dat blijkt ook uit de aanstaande benoeming van de architect van het Amerikaanse counter-terrorisme John Brennan als directeur van de CIA. De Guardian typeerde Brennan – verklaarde in 2011 dat er geen Pakistaanse burgers door drones waren gedood – als “drone kampioen”.

Zal de worsteling van Timmermans leiden tot een botsing met de drone kampioen? Timmermans kan er in elk geval voor zorgen dat Nederlandse drones in de toekomst onbemand èn onbewapend blijven.