Renew the dream of united Europe

images brexit

It happened after all. A deeply divided United Kingdom is leaving the European Union. As Rafael Behr in The Guardian so poignantly writes, “There is a difference between measuring the height of a drop and the sensation of falling; between the sight of a wave and hearing it crash on the shore; between the knowledge of what fire can do and feeling the heat as the flames catch.” The choice for Brexit is one thing. But living through the far reaching consequence will be something else entirely.

The consequences have already begun. The UK remains divided and could break up if Scotland demands a new independence referendum. The pound sterling and the British economy are in a free fall. Prime Minister David Cameron is bowing out — history will judge him harshly. In various other European countries populist parties are using Brexit to stir up anti-European sentiment.

Brexit is not only an expression of the rejection of Europe but also an expression of insecurity about the future. An insecurity experienced predominantly by people who feel marginalized, who have lost their faith in politics and in the established order. ‘No’ to the EU of Brussels is also ‘no’ to the London establishment. Those who voted to leave the EU do not know what the future will bring. But they do know that they expect something different from their political leaders.

Brexit is bad news particularly at this moment, when Europe needs to speak with one voice. Europe needs to come together to solve the refugee question, which is far from over. Europe needs to come together to find political solutions to violence, repression and instability at Europe’s borders. Europe needs to come together to breath new life into the ideal of a united Europe.

Brexit represents a formidable challenge for European politics. Political leaders are facing three tasks which they have to handle simultaneously. Firstly, they have to take seriously the discontent many people feel, not through political rhetoric but through concrete plans to tackle growing inequality. Secondly, they have to repel populist parties’ attacks on Europe, not by co-opting the populist narrative but through inspiring people with the ideal of a just society. Thirdly, they have to promote the dream of a united and peaceful Europe and make it concrete so that people start to believe in it again.

The ravage from Brexit is enormous. But today’s result masks a deeper tragedy. The very people who hoped to improve their lives by voting against Europe will be the ones to pay the highest price for Brexit.

Blaas de droom van een verenigd Europa nieuw leven in

images brexit

Het is dan toch gebeurd. Het Verenigd Koninkrijk verlaat diep verdeeld de Unie van Europa. De Guardian beschreef het gevoel treffend. “Er is een verschil tussen het peilen van de diepte en de sensatie van de val, tussen het zien van een golf en het geluid waarmee deze op de kust breekt, tussen het besef wat brand kan aanrichten en de hitte van het vuur.” De keuze voor Brexit is iets anders dan het ervaren van de verstrekkende gevolgen ervan.

En de eerste gevolgen tekenen zich al af. Het Verenigd Koninkrijk blijft verdeeld achter en kan uiteenvallen als de Schotten een nieuw referendum eisen over hun onafhankelijkheid. De Britse pond en economie bevinden zich in een vrije val. Premier Cameron verlaat het toneel, de geschiedenis zal hard over hem oordelen. En in diverse andere Europese landen grijpen populistische partijen Brexit aan voor het aanwakkeren van anti-Europese sentimenten.

Brexit is niet enkel een uitdrukking van weerzin tegen Europa maar ook een uitdrukking van onzekerheid over de toekomst. Een onzekerheid die vooral leeft onder mensen die zich niet gehoord en gemarginaliseerd voelen, die het vertrouwen in de politiek en de gevestigde orde hebben verloren. Het nee tegen het Europese Brussel is ook een nee tegen Londense establishment. Veel stemmers voor Brexit zullen niet weten wat de toekomst zal brengen. Maar wat zij wel zeker weten is dat zij iets anders verwachten van hun politieke leiders.

Brexit is slecht nieuws juist nu Europa eensgezind moet optreden. Om samen een faire bijdrage te leveren aan het oplossen van het vluchtelingenvraagstuk dat nog lang niet voorbij is. Om samen op te trekken bij het zoeken naar politieke oplossingen voor geweld, repressie en instabiliteit aan de randen van Europa. Om het ideaal van een verenigd Europa nieuw leven in te blazen.

Brexit vormt een formidabele uitdaging voor de politiek. Politieke leiders staan voor drie opdrachten die zij tegelijkertijd moeten aanpakken. In de eerste plaats zullen zij de onvrede die onder veel mensen leeft serieus moeten nemen, niet met politieke retoriek maar met concrete plannen die de groeiende ongelijkheid in samenlevingen aanpakken. In de tweede plaats moeten zij de aanval op Europa door populistische partijen afslaan, niet door hun narratief over te nemen maar door mensen te verbinden aan het politieke ideaal van een meer rechtvaardige samenleving. En in de derde plaats moeten zij de droom van een verenigd en vreedzaam Europa uitdragen en zo vorm geven dat mensen daarin opnieuw vertrouwen krijgen.

De ravage van Brexit is enorm. En de diepere tragiek van vandaag is misschien wel dat juist de mensen die met hun proteststem tegen Europa op verbetering van hun bestaanszekerheid hoopten de hoogste prijs voor Brexit zullen betalen.

Bevrijding Fallujah: groundhog day?

A still image from video released June 6, 2016 shows Iraqi families attempting to escape the besieged city of Falluja, Iraq, by crossing the Euphrates river, June 3, 2016. via REUTERS TV   - RTSG96W

Iraqi families attempting to escape the besieged city of Falluja, Iraq, by crossing the Euphrates river, June 3, 2016. via REUTERS TV

ISIS verliest terrein. Stadjes in de omgeving van Falluja zijn al bevrijd. Het Irakese leger en Sjiitische paramilitaire eenheden drijven de laatste ISIS strijders uit Fallujah. Ze kregen daarbij luchtsteun van de internationale coalitie waaronder ook Nederlandse F16’s. Is de bevrijding van Fallujah een keerpunt in de strijd tegen ISIS? Of kijken we naar een Grondhog Day scenario?

Fallujah vormt al sinds de Amerikaanse inval in Irak in 2003 een brandpunt van de oorlog in Irak. Amerikaanse mariniers vochten er intensief. Zij patrouilleerden er in de nacht en trapten er vele huisdeuren in op zoek naar extremisten. Zij betaalden daarvoor een hoge prijs, net als de stad en zijn inwoners. Fallujah is in 2004 door Al Qaida veroverd, in 2007 weer bevrijd en in 2014 weer door ISIS ingenomen.

Fallujah is een strategisch stad. Het ligt in een overwegend soennitische regio die al lange tijd gemarginaliseerd wordt. De inwoners staan wantrouwend, zo niet vijandig tegenover de Sjiitische regering van Bagdad. Onder Saddam Hoessein woonden er veel aanhangers van de door de Amerikanen verboden soennitische Baath partij. De stad ligt dichtbij Bagdad, waar ISIS de laatste maanden veel zelfmoordaanslagen pleegde, en nabij belangrijke en symbolische Siitische plaatsten als Karbala. Dat verklaart waarom de Irakese regering nu alle kaarten zet op de bevrijding van Fallujah.

Op Vice News is een documentaire te zien over de verovering van dorpen en steden in de omgeving van Fallujah. Vice News reisde embedded mee met de Irakese elitetroepen van de Gouden Divisie. Je ziet hoe de Irakese troepen zich richting Fallujah vechten en onderweg op hinderlagen en boobytraps stuiten. De grootste uitdaging vormt echter het scheiden van aanhangers van ISIS van de onschuldige burgers. Naarmate de elitetroepen dichterbij Fallujah komen stuiten ze een op groeiend wantrouwen van de bevrijde bevolking.

De Irakese commandant doet werkelijk zijn best om de harten en hoofden van de soennitische bevolking te winnen. Maar hij maakt zich zorgen over de toekomst. Want sjiitische paramilitairen gaan de orde handhaven in de door zijn elitetroepen bevrijde gebieden. Zij vechten niet voor de eenheid van Irak maar voor de macht van hun shiitische gemeenschap. En zij maken zich daarbij schuldig aan machtsmisbruik en mensenrechtenschendingen. Zij arresteren, molesteren en vermoorden onschuldige burgers.

De bevrijding van Fallujah brengt daarom grote risico’s met zich mee. Luitenant Kolonel Scott Mann vocht zelf in Irak. Hij is ervan overtuigd dat de bevrijding van Fallujah “op korte termijn verlichting van het ISIS-geweld maar op lange termijn een ramp” zal veroorzaken. Een ramp omdat het geweld van het Irakese leger en de Sjiitische paramilitairen de soennitische bevolking enkel meer in de armen van ISIS zal drijven, niet alleen in Irak maar ook in Syrië. Het verdrijven van ISIS uit Fallujah zonder vredesopbouwplan zal ISIS in de kaart spelen. “Zij hebben een plan – wij niet.”

Fallujah bevrijden vergt meer dan het verslaan van ISIS. Het is niet de eerste keer dat Fallujah bevrijd wordt. En het zal niet de eerste keer zijn dat de bevrijders er niet in slagen de stad te besturen en het vertrouwen van zijn inwoners te winnen. Daarom spreekt Michael Knights van het Washington Institute of Near East Policy van een Groundhog Day scenario. Hij verwijst daarbij naar de Amerikaanse filmkomedie waarin de hoofdpersoon elke dag exact hetzelfde opnieuw beleefd.

De inwoners van Fallujah hebben terechte grieven. Het adresseren daarvan vergt geen militaire middelen maar een post-ISIS plan. Een plan dat hen uitzicht biedt op een volwaardige plaats in de Irakese samenleving, waar plaats is voor alle Irakezen en waar sprake is van een inclusief bestuur. En dat plan ontbreekt.

Als de bevrijding van Fallujah het scenario van Groundhog Day volgt dan zou dat inderdaad een ramp zijn. In de eerste plaats voor de soennitische inwoners van Irak en Syrië. Maar daarmee ook voor de strijd tegen ISIS. Dat besef klinkt nog niet door in de berichtgeving over de betrokkenheid van onze F16’s bij de bevrijding van Fallujah.

Eerder gepubliceerd door One World

De vrijheid van maatschappelijke organisaties opgeofferd

Schermafbeelding 2016-06-17 om 09.00.41

De Tweede Kamer heeft deze week de principiële vrijheid van het maatschappelijk middenveld opgeofferd. De overheid mag geen maatschappelijke organisaties meer financieren die sancties bepleiten vanwege de illegale nederzettingenpolitiek van Israël. Een motie van SGP, Christen Unie en VVD behaalde een meerderheid. Niet in de laatste plaats dankzij de steun van het CDA.

Dat de SGP en de Christen Unie geen enkele kritiek op het nederzettingenbeleid van Israël dulden is natuurlijk al langer bekend. Het ook voor Israël zo desastreuze nederzettingenbeleid lijkt hen niet te deren. Maar bij een ongewijzigde politiek zal het niet lang meer duren dat Israël vanwege de Palestijnse bevolkingsgroei moet kiezen tussen zijn Joodse identiteit of zijn democratische traditie. Dat zou toch ook bij vrienden van Israël zorgen moeten baren?

Ook de steun van de VVD bevreemdt niet echt. Alleen al van de gedachte dat de PVV de VVD op dit dossier rechts zou passeren kan men bij de VVD wakker liggen. Het is natuurlijk wel ironisch dat woordvoerder Ten Broeke juist deze week als pleitbezorger van realpolitik in het nieuws kwam. Ten Broeke waarschuwt voor de opgeheven vinger en de getuigenispolitiek. Voor de “bizarre wensen en verlanglijstjes” die de Tweede Kamer aan de regering pleegt mee te geven. Maar als het om Israël gaat schroomt ook de VVD de getuigenispolitiek niet. Naar de anti-Israël clubs gaat “geen Nederlandse belastinggeld” meer twitterde Ten Broeke enthousiast. Minister Koenders had echter al lang aangegeven dat het kabinet geen Boycot Desinvestering Sanctie-activiteiten tegen Israël financiert. Met een realistische buitenlandpolitiek heeft de motie natuurlijk weinig te maken. Dat zal ook Ten Broeke wel beseffen.

Ronduit zorgelijk is de positie van het CDA. De steun voor de motie is een zoenoffer aan het adres van de gedreven Christenen voor Israël. Op verzoek van deze pro-Israël organisatie werd het CDA de afgelopen dagen met emails bestookt. Wie de mail van Christenen voor Israël leest krijgt even de indruk dat het CDA op het punt stond discriminerende maatregelen tegen de Joodse staat te ondersteunen. Daar was natuurlijk geen sprake van. Het CDA had eerder enkel steun gegeven aan een motie die mogelijk zou kunnen leiden tot opheffing van samenwerkingsovereenkomsten met alle conflictpartijen (Israël èn de Palestijnse Autoriteit) als die afzien van constructieve medewerking aan het vredesproces en ondermijnend beleid uitvoeren. Maar de paniek sloeg toch toe. Om de onrust te bezweren steunde het CDA de muilkorfmotie van SGP, Christen Unie en de VVD, die daarmee een meerderheid kreeg.

De SGP toonde zich blij dat de financiering van “dubieuze clubs” die Israël “boycotten en beschadigen” nu wordt stopgezet. De indiener van de motie wil kennelijk voorkomen dat Israël beschadigd wordt. Maar wat nou als maatschappelijke organisaties zich keren tegen het toekennen van preferentiële tarieven voor producten uit de illegale nederzettingen? Wat als maatschappelijke organisaties zich keren tegen economische relaties met bedrijven in de nederzettingen omdat je niet mag verdienen aan de illegale bezetting? Dat zijn toch sancties en oproepen tot desinvestering? Willen de partijen die de motie ondersteunen het voor maatschappelijke organisaties (financieel) onmogelijk maken zich tegen schendingen van het internationaal recht te keren? Dat zou wat zijn. Al was het maar omdat zij zich daarmee tegen het internationale recht en het staande regeringsbeleid zouden ingaan.

En hoe zit het eigenlijk met de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van beweging voor maatschappelijke organisaties? Deze vrijheden zijn verankerd in de Nederlandse Grondwet en het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Minister Koenders had vooraf aangegeven dat de regering niet kan afzien van de financiering van maatschappelijke organisaties enkel omdat zij zich kritisch inzetten tegen de illegale nederzettingenpolitiek. Daarmee zou hij immers de elementaire vrijheden van maatschappelijke organisaties schenden.

Het mocht allemaal niet baten. De Tweede Kamer offerde zonder enige reserve de principiële vrijheid van maatschappelijke organisaties op. Het wachten is nu op nieuwe vergelijkbare moties. Wat kunnen we nog meer verwachten nu de Tweede Kamer zich op het hellend vlak waagt? Geen geld meer voor maatschappelijke organisaties die de reputatie van bedrijven of het beleid van Erdogan beschadigen? Geen geld meer voor maatschappelijke organisaties die in verkiezingstijd kritiek uiten op politieke partijen?

Gaat de Tweede Kamer niet te slordig om met rechtstatelijke principes? Als de vrijheid van maatschappelijke organisaties niet meer veilig is hoe zit het dan straks met de vrijheid van onderwijs? Of met de vrijheid van godsdienst? Van die vragen zou vooral het CDA wakker moeten liggen.

En Han ten Broeke had nog zo gewaarschuwd. “Voor realisme heb je ruggegraat nodig. Je moet de waan van de dag durven weerstaan.” Tja….

Gaat de overheid ons hacken?

Hack

Ironisch is het wel. Het nieuwe wetsvoorstel voor de inlichtingen- en veiligheidsdiensten is onlangs uitgelekt. Het wetsvoorstel maakt het ongericht aftappen van informatie mogelijk. Critici van het ongerichte sleepnetkarakter van de wet spreken over het ‘stalken van burgers’. Hoofdredacteuren slaan alarm over bedreiging van de persvrijheid. En NGO’s vrezen voor de veiligheid van hun partners. Of het aftappen Nederland veiliger maakt moet nog blijken. Zeker is dat de nieuwe wet tot onaanvaardbare risico’s leidt.

Voor NGO’s die zich inzetten voor vrede, mensenrechten en vrije media is de nieuwe wet voor de inlichtingen- en veiligheidsdiensten ronduit gevaarlijk. Zij onderhouden contacten met activisten en onderzoekers die in repressieve staten risico’s lopen. Zij spreken met gewapende groeperingen die verboden zijn. Zij ontmoeten oppositieleden die in eigen land te boek staan als vijanden van de staat.

Deze contacten lopen gevaar. Want de Nederlandse inlichten- en veiligheidsdiensten krijgen met de nieuwe wetgeving de bevoegdheid om in te breken in de systemen van NGO’s. Bovendien kunnen de diensten afgetapte informatie delen met buitenlandse veiligheidsdiensten.

De nieuwe wet stelt wel voorwaarden aan het hacken en delen van informatie met andere veiligheidsdiensten. Er moet toestemming voor zijn. Bovendien moeten de buitenlandse diensten een “democratische inbedding” hebben terwijl het betrokken land de mensenrechten moet eerbiedigen. Maar deze randvoorwaarden zijn boterzacht. En niemand weet of buitenlandse veiligheidsdiensten de informatie van hun Nederlandse collega’s op hun beurt weer delen met andere veiligheidsdiensten.

In een rapport stelt onderzoeksinstituut TNO dat de nieuwe wet er toe kan leiden dat onschuldige burgers “op no-fly-lijsten terechtkomen, langdurig opgehouden worden op vliegvelden, of zelfs (…) doelwit [kunnen] worden van drone-aanvallen.” Het delen van gehackte informatie over kritische journalisten en vredes- en mensenrechtenactivisten kan natuurlijk ook leiden tot hun arrestatie of veel erger.

De wetenschap dat veiligheidsdiensten computers en communicatieapparatuur kunnen aftappen zet bovendien een rem op de vrijheid van meningsuiting en andere grondrechten. Het effect dat mensen uit angst voor de consequenties niet meer vrij voor hun mening kunnen uitkomen of informatie kunnen delen staat bekend als het chilling effect.

De CTIVD is de onafhankelijke waakhond die toezicht houdt op de veiligheidsdiensten. De CTIVD vreest dat de “ongerechtvaardigde inbreuken op het recht op privacy (met als onderdeel daarvan het recht op vertrouwelijke communicatie) ”leidt tot een “chilling effect op de uitoefening van de vrijheid van meningsuiting  en andere grondrechten”. Deze kritiek wordt ondersteund met uitspraken van de speciale VN-rapporteur voor de vrijheid van meningsuiting, de Raad van Europa en het Hof van Justitie van de Europese Unie.

Reden genoeg om voortaan gebruik te maken van versleutelde berichten, zou je zeggen. Maar daar heeft de nieuwe wet ook een draconische oplossing voor. De overheid kan personen verplichten om mee te werken aan de ontsleuteling van informatie. Wie niet meewerkt kan rekenen op een straf van maximaal 2 jaar gevangenisstraf.

In de nieuwe wetgeving is in reactie op eerdere kritiek meer aandacht voor onafhankelijk toezicht. Maar dat neemt de gevaarlijke risico’s en de zorgen over het chilling effect niet weg. NGO’s zoals PAX bevinden zich in een vrij bizarre situatie. Als strategische partner van het Ministerie van Buitenlandse Zaken werken deze organisaties samen met mensen die zich inzetten voor vrede en mensenrechten, niet zelden met gevaar voor eigen leven. Nu dreigen de inlichten- en veiligheidsdiensten van dezelfde overheid bevoegdheden te krijgen die ronduit bedreigend kunnen zijn voor deze strategische partners en hun contacten.

De Raad van State toetst momenteel het wetsvoorstel. Het valt te hopen dat deze toetsing een rem zet op de uitbreiding van bevoegdheden van inlichtingen en veiligheidsdiensten. Na het kabinetsbesluit over de nieuwe wet is de Tweede Kamer aan zet. Het parlement moet de nieuwe wet kritisch toetsen aan de grondrechten van onze samenleving. Het is niet te rechtvaardigen dat de overheid inbreekt in de computers van NGO’s en burgers als zij zelf geen veiligheidsrisico vormen. En voor het delen van inlichtingen met buitenlandse veiligheidsdiensten moeten er spijkerharde garanties komen. Garantie die voorkomen dat deze informatie bijdraagt aan de schending van mensenrechten en internationaal recht. Die harde garanties ontbreken nu.

Dealen met despoten in Afrika

 

3500-2

De Europese Unie dealt met despoten in Afrika om vluchtelingen en migranten tegen te houden. De verdrinking van 359 mensen bij Lampedusa in oktober 2013 vormde hiervoor de directe aanleiding. De EU wil samen met landen in de Hoorn van Afrika mensensmokkel en migratie aanpakken. Landen als Eritrea, Soedan, Ethiopië en Somalië moeten voorkomen dat vluchtelingen en migranten met bootjes de Middellandse Zee oversteken en sneller asielzoekers terugnemen. Dit programma is bekend als het Khartoum Proces.

Het Duitse tv-programma Monitor kreeg onlangs vertrouwelijke documenten over het Khartoum Proces in handen. Uit notulen blijkt dat met EU-ambassadeurs is gesproken over het sneller terugnemen van asielzoekers in ruil voor economische steun en versoepeling van de visumplicht voor diplomaten uit de regio. Veelzeggend is dat uit de notulen blijkt dat gemaakte afspraken “in geen geval naar het publiek” mogen gaan.

Dat de Europese Commissie deze samenwerking met despoten niet aan de grote klok wil hangen is begrijpelijk. De Europese diplomaten weten dat de mensenrechtensituatie in betrokken landen ronduit dramatisch is. Zij omschrijven zelf de humanitaire situatie in Ethiopië als “catastrofaal”. En zij beseffen dat de beoogde samenwerking met de veiligheidsdiensten en de uitwisseling van informatie met de politie van landen als Eritrea en Soedan netelige vragen gaan oproepen. Soedan staat nota bene op de terreurlijst terwijl tegen president Al-Bashir door het Internationaal Strafhof een arrestatiebevel is uitgevaardigd vanwege genocide en misdaden tegen de menselijkheid.

Het dealen met despoten dreigt de toch al beschadigde reputatie van Europa verder te ruïneren. Het terugsturen van vluchtelingen naar landen die evident onveilig zijn zou een flagrante schending van het internationaal vluchtelingenverdrag zijn. Het ‘tegen betaling’ laten tegenhouden van vluchtelingen door landen die zelf door repressie en geweld mensen op de vlucht jagen en volgens de VN tot op hoog niveau betrokken zijn bij mensensmokkel is ronduit cynisch.

Maar daarmee is nog niet alles gezegd. De sinistere samenwerking met despoten bij het tegenhouden en terugsturen van vluchtelingen is niet alleen moreel verwerpelijk, juridisch illegaal en politiek onverantwoord. Het Khartoum Proces is ook politiek naïef en gedoemd te falen.

Naïef omdat de EU “een belofte van verandering” voldoende acht om de samenwerking met notoire schenders van mensenrechten te hervatten en te intensiveren. Voor zover bekend bevatten de afspraken met de landen in de Hoorn van Afrika wel beloningen maar geen effectieve sancties. Het Khartoum Proces dreigt bedenkelijke regimes alleen maar sterker te maken. De EU zou de repressieve regeringen ter verantwoording moeten roepen voor hun mensenrechtenschendingen. Voor hun falende bestuur, corruptie en economisch wanbeleid dat mensen in de armen van mensensmokkelaars drijft. Maar in plaats daarvan ontvangen de despoten een beloning.

Het Khartoum Proces is tot mislukken gedoemd. Op papier bewijst het Khartoum Proces lippendienst aan het bestrijden van de oorzaken van migratie. Maar in werkelijkheid is de EU volkomen gefixeerd op snelle resultaten. Het Khartoum Proces richt zich niet op de problemen van maar op de problemen met vluchtelingen en migranten. Door alle nadruk te leggen op wie mensen op gammele bootjes zetten ontloopt men de vraag waarom mensen op deze bootjes stappen.

Dat komt de dictatoriale regimes in de regio overigens goed uit. Met het criminaliseren van de mensensmokkelaars hebben de EU en de landen in de regio een gemeenschappelijke vijand. Dat levert de despoten in een ideale onderhandelingspositie op waarbij zij kunnen rekenen op financiering van hun veiligheidssector en politieke legitimering van hun dubieuze bewind.

Met het Khartoum Proces dreigt de Europese politieke crisis over vluchtelingen een nieuw dieptepunt te bereiken. Symptoombestrijding zal op termijn een heilloze weg blijken. Hoe lang zal het duren voordat Europese landen beseffen dat zij samen meer politieke verantwoordelijkheid moeten nemen? Toegegeven, een sluitende oplossing voor vluchtelingen en migratie is niet voor handen. Maar de oplossingsrichting is duidelijk. Investeer langdurig in de veiligheid en ontwikkeling van gemarginaliseerde en uitgesloten burgers in Noord-Afrika. En neem intussen een groter aandeel in de hervestiging van vluchtelingen in Europa.

Nee is cynische beloning voor woordbreuk en landroof

 

Euromaidan_01

“Referenda zijn een instrument voor dictators en demagogen.” Het citaat is onmiskenbaar van de ijzeren dame Margaret Thatcher. Zij citeerde echter op haar beurt Clement Attlee. Attlee was de eerste naoorlogse premier van Labour en een verklaard tegenstander van het fascisme en de ‘appeasement’ politiek van Chamberlain.

Thatcher’s visie op referenda is natuurlijk te kort door de bocht. Al valt niet te ontkennen dat het raadgevend referendum over de Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en Oekraïne omgeven is met bedenkelijke demagogie.

Natuurlijk moet de EU haar belofte tot samenwerking met Oekraïne nakomen. De samenwerking met Oekraïne kan immers bijdragen aan veiligheid en stabiliteit aan de oostgrens van Europa. Bovendien kan de overeenkomst als hefboom fungeren bij de strijd tegen corruptie en voor mensenrechten in Oekraïne.

Dat verklaart waarom mensenrechtenactivisten rekenen op onze steun. Zo is Alexandra Romantsova van het Center for Civil Liberties ervan overtuigd dat “steun van het Westen – met de Associatieovereenkomst als voornaamste drukmiddel – van groot belang is” bij het doorvoeren van ingrijpende en pijnlijke hervormingen. En ook Natalia Savranska, hoogleraar filosofie in Kiev, stelt dat “steun van buitenaf helpt om extra druk op de regering te zetten.” En die steun is hard nodig omdat er ook tegenkrachten zijn die democratisering en mensenrechten vooral als een risico voor hun machtspositie zien.

Activisten die zich inzetten voor politieke hervormingen en mensenrechten in Oekraïne zullen een tegenstem ervaren als verraad. En Oekraïne is al zo vaak verraden. Niet alleen door het Westen maar ook door Rusland.

Zo deed Oekraïne in 1994 als vierde kernmacht van de wereld afstand van 1.800 kernwapens. In ruil daarvoor ontving Oekraïne een soevereiniteitsgarantie door de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en Rusland. Met de annexatie van de Krim heeft Rusland zijn woord gebroken. Elke stem tegen de associatieovereenkomst vormt een cynische beloning voor de woordbreuk en landroof door Poetin.

De uitkomst van het referendum wordt niet enkel bepaald door een afweging van redelijke argumenten. Dat zou een misvatting van de politiek zijn. Politiek appelleert immers niet alleen aan rationele argumenten maar ook aan moraal en emotie. De vraag is welke emotie op 6 april de overhand zal hebben. Zal dat het diffuse wantrouwen tegen de politiek, tegen Den Haag en Europa zijn? Of het fundamentele gevoel dat we moedige mensen die vechten voor meer vrijheid en rechtvaardigheid niet in de steek mogen laten?

Mocht het referendum uitmonden in steun voor de associatieovereenkomst dan is daarmee de kous niet af. Dan hebben alle voorstemmende politieke partijen de plicht er voor te zorgen dat de associatieovereenkomst daadwerkelijk gaat bijdragen aan vrede en mensenrechten. Want dat gaat niet vanzelf. Het vergt een effectieve monitoring van de hervormingen in Oekraïne. Een monitoring met tanden, die vooruitgang beloont maar stagnatie en verslechtering bestraft. Dus niet alleen meer voor meer maar ook minder voor minder. Daar kunnen wij als Nederlandse burgers onze regering ook om vragen.

Als het referendum onverhoopt uitdraait op verwerping van de samenwerking tussen de EU en Oekraïne dan krijgt Thatcher alsnog gelijk. En ook Attlee met zijn weerzin tegen fascisme en concessies aan dictators. Want een Nederlands nee komt vooral de demagogen en de dictators goed uit. De Oekraïense burgers, activisten en hervormers die proberen hun land uit het slop te trekken zijn er zeker niet mee geholpen.