JSF: too big to fail?

De JSF is een overgekwalificeerde straaljager waarvan de kostbare voordelen steeds duurder uitvallen en snel achterhaald zullen zijn. De JSF is vooral geschikt voor een categorie gewapende conflicten waarin Nederland geen hoofdrol zal spelen. Nieuwe radarsystemen zullen de JSF snel zichtbaar maken ondanks de peperdure stealth-technologie. En onbemande drones zullen in de zeer nabije toekomst kostbare straaljagers overbodig maken.

Omdat de productie steeds langer duurt en de kosten de pan uit rijzen kan Nederland minder toestellen kopen en daarmee minder vliegen. Bovendien kanabaliseert de JSF op de gehele krijgsmacht. “De JSF is zo duur dat kerntaken van de gehele Nederlandse krijgsmacht in het gedrang komen”, meldt de NRC. Toch gaat Nederland rustig verder met de JSF. Want stoppen is duurder dan verder de fuik inzwemmen, meldt de Algemene Rekenkamer in de laatste week van de formatie. Met de planning van dit rapport van de Algemene Rekenkamer is in elk geval niets mis. De kosten van instandhouding van een krijgsmacht die tot weinig in staat is zijn uiteraard niet meegerekend door de Rekenkamer.

Hoe kan het zover komen? Geen idee eigenlijk. Stork begrijpt het gelukkig wel. “Als je logisch redeneert, ga je door” zegt Sjoerd Vollebregt, CEO van het bedrijf dat het meest van de aanschaf profiteert. Het Nederlandse bedrijfsleven gaat de komende 60 jaar (!) 24-38 miljard omzet aan de JSF overhouden. Dat meldt tenminste Maxime Verhagen op basis van weer een ander onderzoeksrapport dat ook al deze week verscheen. Wie dergelijke voorspellingen met een onzekerheidspercentage van ruim 50% gelooft “ziet ze vliegen” stelt Roel Janssen.

Intussen dringen zich drie fundamentele vragen op. Waarom is er toch gekozen voor een breed inzetbare, multifunctionele krijgsmacht in een tijd dat Nederland dat evident niet kan of niet wil betalen? Waarom laat de politiek de toekomst van de krijgsmacht bepalen door militair materieel in plaats van politieke visie. En waarom bepalen belangen van het bedrijfsleven het materieelbeleid van Defensie?

In het recente verleden heeft een hele schare politici verklaard dat snijden in de krijgsmacht in een onzekere wereld kortzichtig is. Het is echter ook kortzichtig de keuze voor taakspecialisatie van de Nederlandse krijgsmacht nog langer uit te stellen. De nieuwe regering moet kiezen voor een krijgsmacht die zich specialiseert in het beschermen van burgers.

En de JSF? Daar gaat de Nederlandse krijgsmacht nog lang plezier aan beleven. Want je bent gek als je hem koopt en, volgens de rekensom van de Rekenkamer, ook gek als je hem afbestelt.

Smerige vrede

In Syrië zijn de strijdende partijen te zwak om te winnen en te sterk om te verliezen. Dat is slecht nieuws voor de burgers. Want in Syrië is er geen burgeroorlog gaande maar een oorlog tegen burgers.

Voor een militaire interventie die burgers beschermt ontbreekt het vooralsnog aan alles dat daarvoor noodzakelijk is. Geen politieke consensus, geen VN-machtiging, geen haalbaar plan en geen militairen. Dan resten er nog twee opties. Doormodderen of politieke diplomatie.

Doormodderen is wat er nu gebeurd. En dat is geen goed plan. Doormodderen is humanitair onverdraaglijk. Het laten voortduren van ernstige misdrijven, waaronder oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid, is moreel laakbaar. Het tast de geloofwaardigheid van internationale politiek aan.

Doormodderen  is ook politiek onverstandig. Het leidt onvermijdelijk tot verdere destabilisering van de regio en internationalisering van het conflict. Wij zien dat nu al gebeuren aan de Turkse grens, in Libanon.

Doormodderen is bovendien gevaarlijk omdat voortdurende chaos militante islamisten in de kaart speelt. Nu al vrezen de Verenigde Staten dat wapens die via enkele Golfstaten Syrië bereiken vooral in handen komen van extremisten. Doormodderen leidt tot een oorlog bij volmacht, tot schimmige wapendeals en smerige interventies die doen denken aan de Koude Oorlog.

Als een militaire interventie die burgers beschermt, als doormodderen geen opties zijn, wat dan? Dan is het de hoogste tijd een beroep te doen op de diplomatie. Dat is geen rustiek tijdverdrijf maar hoogste noodzaak. Er kan alleen een politieke oplossing voor Syrië komen als we bereid zijn ons in te zetten voor een smerige vrede. Smerig omdat Assad voorlopig een goed heenkomen moet krijgen. Smerig omdat de belangen van Rusland veilig gesteld moeten worden. Smerig omdat de Syrische oppositie gedwongen moet worden compromissen te sluiten. Maar smerige vrede is nog altijd beter dan voortzetting van een smerige oorlog zonder einde.

Het is de hoogste tijd voor een Europees diplomatiek offensief dat VN-gezant Lakhdar Brahimi ondersteunt. Want het volstaat niet langer Assad te veroordelen, sancties af te kondigen en te preluderen op erkenning van het Syrische verzet. Een Nobelprijswinnaar voor de vrede moet beseffen dat het nu tijd is voor het bouwen van bruggen. Niet in Syrië, maar eerst in Moskou en Ankara. Alleen met hun steun komt er uitzicht op een eerste stap: een staakt het vuren. Dat biedt ook het geweldloos verzet in Syrië ruimte om zicht opnieuw te manifesteren.

En Nederland? Minister Rosenthal kan één van zijn topdiplomaten benoemen als ambassadeur in bijzondere dienst. Volgend jaar vieren we 400 jaar diplomatieke relaties tussen Nederland en Rusland. Een mooie aanleiding om Rusland te engageren voor een smerige vrede in Syrië.

Winnaar Nobelprijs voor de Vrede is geen heilige

Vredestichters zijn geen heiligen. Dat geldt ook voor winnaars van de Nobelprijs voor de Vrede. De casting voor de meest prestigieuze vredesprijs heeft de laatste jaren echter te veel controverse opgeroepen.

In 2009 won de Amerikaanse president Obama de vredesprijs “omdat zijn diplomatie gebaseerd is op het principe dat wie de wereld leidt dat moet doen op basis van normen en waarden die door het merendeel van de wereldbevolking gedeeld worden”. De naam van Obama is inmiddels verbonden aan het gericht doden met drones. De speciale VN-rapporteur voor buitengerechtelijke en arbitraire executies ziet de drone aanvallen als “een bedreiging van 50 jaar internationaal recht”.

In 2011 won de Liberiaanse president Ellen Johnson Sirleaf de vredesprijs voor haar “geweldloze inzet ten behoeve van de rechten en veiligheid van vrouwen om volwaardig mee te doen in het bereiken van vrede.” Intussen blijkt dat zij veel nauwer verbonden was met de gruwelijke oorlog in Liberia. Ook blijkt zij achter de schermen te hebben samengewerkt met Charles Taylor die voor het Internationaal Strafhof veroordeeld is voor de meest ernstige misdaden. Volgens Liberia-kenner Stephen Ellis komt Sirleaf “niet echt in aanmerking voor de vredesprijs”.

In 2012 dus de Europese Unie. Ook deze prijswinnaar is geen heilige. Ook deze keuze zal discussie oproepen. Met de toekenning van de vredesprijs aan de EU beklemtoont het Nobelcomité vooral en terecht dat Europa in oorsprong een vredesproject is en moet zijn. Europa is veel meer dan een vrije markt, het is vooral een waardengemeenschap die zich moet laten leiden door internationale solidariteit. Door het ideaal ‘nooit meer oorlog’, dat zoveel mensen deelden na het einde van de Tweede Wereldoorlog.

Het belang van Europese samenwerking voor vrede in Europa kan niet overschat worden. In de actuele politieke praktijk van de EU staat internationale solidariteit echter onder grote druk. En op het wereldtoneel kan de EU een veel actievere rol spelen op het gebied van vrede. De toekenning van de Nobelprijs voor de Vrede is daarom naast een waardering van Europese samenwerking ook een oproep. Adel verplicht, de EU zal ook in de toekomst zijn vredesprijs moeten verdienen en blijven waarmaken. Dat zal extra inspanningen vergen.

De winnaar van de Nobelprijs voor de vrede had wat mij betreft ook aan iemand uitgereikt kunnen worden die zich tegen de stroom in, gewetensvol, moedig en onbaatzuchtigheid inzet voor een vreedzame wereld. Er mag best een smetje kleven aan een winnaar. Maar de winnaar moet wel een rolmodel zijn. Een teken van hoop, een bron van inspiratie, een idealist om na te volgen.