Richard Holbrooke in Genève

Chappatte

Chappatte

Richard Holbrooke beschrijft in To end a war hoe moeizaam de onderhandelingen over beëindiging van de oorlog in Bosnië op gang komen. Het begint met de napkin shuttle, diplomatie op servet. Zes keer pendelt Holbrooke op en neer tussen de Servische en Bosnische president. Ze zitten aan aparte tafels in hetzelfde restaurant. Dat is al heel wat. Uiteindelijke komen ze een op een servet getekende corridor overeen tussen Sarajevo en het belegerde Gorazde.

In Genève zijn de onderhandelingen tussen de regering van Assad en de Syrische oppositie gestart. De vooruitzichten zijn weinig hoopgevend. Op een spotprent over de onderhandelingen in Genève meldt een vredesduif zich bij de vredesconferentie. Bij de ingang zien we de ruziënde  deelnemers, een radeloze John Kerry en een woedende Iraanse diplomaat. “Ik zie u niet op de gastenlijst staan” krijgt de vredesduif te horen.

Na de Koude Oorlog eindigen steeds meer oorlogen niet op het slagveld maar aan de onderhandelingstafel. Door het wegvallen van de steun van de twee supermachten blijken conflictpartijen te zwak voor het behalen van een overwinning op het slagveld. Tijdens de Koude Oorlog eindigden nog 75-100% van de oorlogen door een militaire overwinning. Na de Koude Oorlog eindigt 41% van de gewapende conflicten door onderhandelingen en 20% door een staakt het vuren.

Hoe zal dat met Syrië gaan? In Syrië bestrijden Assad en een verdeelde oppositie elkaar met steun van Amerika en Rusland en vele andere landen, zoals ten tijde van de Koude Oorlog. Maar alle conflictpartijen lijken te zwak voor een militaire overwinning, te sterk voor een militaire nederlaag en te verdeeld voor een onderhandelingsresultaat.

De internationale gemeenschap heeft drie mogelijkheden. Onderhandelen totdat er een vrede bereikt wordt die niet rechtvaardig is maar meer gerechtvaardigd dan voortzetting van de oorlog. Interveniëren met het doel burgers enigszins te beschermen tegen de meest ernstige internationale misdrijven. Of met een mengeling van onmacht en onverschilligheid handenwringend afwachten hoe de strijd verder zal verlopen.

Jammer dat Holbrooke inmiddels is overleden. Misschien had deze bulldozer iets kunnen bereiken. Een humanitaire corridor zou een hoopgevend eerste resultaat zijn. Holbrooke zou met zijn vuist op tafel slaan. “Waarom is er wel een corridor voor de afvoer van chemische wapens en geen corridor voor de aanvoer van humanitaire hulp!”

Hell on earth: hoe zal de geschiedenis over ons oordelen?

Afbeelding

Newsweek1994_Detail_jpg_940x2000_q85

Alfredo Jaar is een kunstenaar van Chileense komaf. Hij verwierf bekendheid door zijn Rwanda-project naar aanleiding van de genocide in 1994. Ik zag recent één van de onderdelen van dit project in het FoMu in Antwerpen.

Untitled toont zeventien covers van Newsweek zoals gepubliceerd tijdens de genocide in Rwanda.

Terzijde van elke Newsweek voorpagina laat Alfredo Jaar zien wat er intussen in Rwanda plaatsvindt. Korte zakelijke berichten die wijzen op een ongekend menselijk drama van steeds grotere omvang.

Het begint op 6 april met het neerhalen van het vliegtuig met daarin de presidenten van Rwanda en Burundi.

In de daarop volgende week vallen er al 25.000 slachtoffers in Kigali. Een week later reduceert de VN zijn vredesmacht en loopt het dodental op tot 50.000. Weer een week later zijn er al 1,3 miljoen Rwandezen op de vlucht terwijl het dodental verder oploopt tot 100.000. In de daarop volgende week vluchten honderdduizenden naar buurlanden en stijgt het aantal doden verder tot 200.000. Weer een week later neemt de VN een resolutie aan die interventie autoriseert. Intussen drijven meer dan 30.000 lichamen in de Kagera, de rivier die de grens tussen Rwanda en Tanzania vormt.

En zo gaat het week na week door. Schrijnend zijn de meningsverschillen binnen de VN over de vraag wie het militair materieel moet leveren. Over wie de kosten van de zwaar bewapende voertuigen moet dragen. En elke week stijgt het dodental verder, totdat er zeventien weken later 1 miljoen doden zijn gevallen.

De covers van Newsweek gaan intussen over “een magische pil die beter is dan vitamine”. Over “mannen, vrouwen en computers” en de “kruistocht tegen het morele verval van Amerika”. En niet te vergeten over voetbal, over de planeet Mars, over de markt en natuurlijk over O.J. Simpson en nog veel meer. Maar niet over Rwanda. Zeventien weken lang negeert de Newsweek op zijn cover de genocide. Tot op 1 augustus Newsweek zijn cover eindelijk aan Rwanda wijdt: “Hell on earth”.

Het is een pijnlijk actuele confrontatie met onmacht en onverschilligheid. Het aantal vluchtelingen in en buiten Syrië is het hoogste sinds Rwanda. En het aantal doden loopt gestaag verder op, elke maand komen er 7.000 bij. Een einde van het escalerende conflict is niet in zicht. De VN is niet meer in staat het aantal doden te tellen.

Hell on earth. Syrië haalt nog af en toe de covers van kranten en opiniebladen. De politiek werkt aan een vredesconferentie. Maar onmacht en onverschilligheid voeren de boventoon. Hoe zal de geschiedenis daarover oordelen?