‘Paspoorten afnemen is kortzichtig’

ni_201403171423090_m-4“Het jihadisme vormt een substantiële bedreiging voor de nationale veiligheid van Nederland en voor de internationale rechtsorde.” De ministers Opstelten en Asscher zijn daarvan heilig overtuigd. Dat blijkt uit hun brief aan de Tweede Kamer, die komende week debatteert over het actieplan tegen jihadisme. Markant is dat Richard Barrett in de Guardian juist waarschuwt voor het opgeven van fundamentele rechtsprincipes in reactie op een “onbewezen dreiging”.

Dat is markant want Barrett was werkzaam bij de Britse veiligheidsdiensten MI5 en MI6 en was als directeur verantwoordelijk voor wereldwijde terrorismebestrijding. Hij zegt: “Zeker, mensen die naar Syrië gaan vormen een probleem en ze hebben mogelijk de wet overtreden als zij zich hebben aangesloten bij organisaties als de Islamitische Staat en het al-Nusra Front. Maar het vergt een inspanning om dat te bewijzen in plaats van een aanname dat zij dat hebben gedaan.” Barrett stelt verder dat veel meer diepgaand onderzoek nodig is naar de binnenlandse dreiging die uitgaat van ‘jihadgangers’ of ‘ISIS-verheerlijkers’.

Het kan natuurlijk zijn dat de ministers over meer informatie beschikken dan wij als argeloze burgers. En natuurlijk moeten we niet te lichtvaardig, laat staan naïef denken over de risico’s van extremisme in eigen samenleving. Maar het is frappant dat de “substantiële bedreiging” nergens substantieel onderbouwd wordt.

Die onderbouwing ontbreekt ook bij de maatregelen die bepleit of aangekondigd worden. Sinds 2001 hebben opeenvolgende regeringen zich ingespannen om radicalisering tegen te gaan. Kennelijk hebben al deze maatregelen weinig geholpen. Waarom zouden de nieuwe, overwegend repressieve maatregelen nu wel helpen?

De ministers verwijzen in hun actieprogramma ‘Integrale Aanpak Jihadisme’ naar het Duitse de-radicaliseringsprogramma Hayat. Daniel Köhler is betrokken bij dit succesvolle programma. Hij stelt dat “de denkbeelden van jonge Europeanen die overwegen om zich bij de jihad in Syrië of Irak aan te sluiten niet veranderd kunnen worden door dreigingen van politici of wethandhavers maar enkel door hun meest nabije familieleden.” Familieleden vormen de meest nabije sociale gemeenschap. Zij zijn “het perfecte contra-narratief” tegen de radicale Islam. Repressieve maatregelen maken de familieleden juist argwanend tegenover de autoriteiten, zo blijkt uit onderzoek.

“Maatregelen als het afnemen van paspoorten zijn kortzichtig en spelen terroristische groepen in de kaart”, aldus Köhler. “Criminalisering van iedereen die naar Syrië reist bevestigt enkel de radicale ideologie die het westen kritiseert voor zijn discriminatie van alle moslims.” Zou Opstelten zich hiervan bewust zijn?

IS wil met zijn meedogenloze geweld angst aanjagen. Die angst wordt door het verspreiden van afschrikwekkende beelden steeds verder uitgezaaid en door de politiek bevestigd. Zo nestelt de angst zich in onze samenleving en tussen bevolkingsgroepen. Het was Benjamin Barber die in zijn boek Het rijk van de angst waarschuwde voor politiek die de veiligheid wil beschermen maar daarmee juist de angst oproept die het belangrijkste wapen van terroristen is.

Als we niet in het rijk van de angst willen wonen dan zal de integrale aanpak van radicalisering zich vooral en veel meer moeten richten op het versterken van de verbindende krachten. Op het verkleinen van de voedingsbodem en het weerbaar maken van jongeren. Een integrale benadering stelt bovendien eisen aan het buitenlandbeleid. De voortdurende internationale onverschilligheid tegenover Syrië, de grootste humanitaire ramp van onze tijd, geeft niet alleen voeding aan extremisme in het Midden-Oosten maar ook aan radicalisering in Europa.

Het zou onverstandig zijn de risico’s van radicalisering in Nederland te onderschatten. Maar de reacties in de media en van de regering lijken elkaar te willen overtreffen in daadkracht. Overtrokken daadkracht kan de rechtsstaat die het wil beschermen juist ondermijnen en de radicalisering die het wil bestrijden juist aanwakkeren.

Zonder politieke strategie volgen we het script van IS

 imagesStrategie zonder tactiek is de langste weg naar victorie, tactiek zonder strategie is de kortste weg naar verlies. Beschikken we eigenlijk over een politieke strategie tegen het meedogenloze geweld van de Islamitische Staat?

Het politieke debat over de opmars van IS kenmerkt zich door afschuw maar verraadt ook radeloosheid. Die radeloosheid klinkt door in pleidooien om defensiebudgetten te verhogen en IS met militair geweld uit te roeien. Het groeiende geloof in militaire oplossingen van buitenaf is frappant omdat het sektarisme en extremisme groeiden op de puinhopen van eerdere militaire fiasco’s. Een pleidooi voor oorlog past perfect in het script van IS.

Beperkte luchtaanvallen kunnen op korte termijn de opmars van IS indammen. Dat is gerechtvaardigd als daarmee grootschalige mensenrechtenschendingen voorkomen worden. Het kan verstandig zijn omdat een nederlaag van de Koerden rampzalig zou zijn voor de toekomst van burgers in het noorden Irak.

Maar militaire analisten wijzen er op dat IS genoeg manoeuvreerruimte heeft om zich te hergroeperen en op andere fronten te richten. Er lijken drie militaire opties te zijn. 1: De VS beschermen zolang het nodig is de Koerdische regio en minderheden, en daarmee tevens hun eigen belangen in Noord-Irak. 2: De VS bevechten IS in een veel groter gebied en vernietigen hun offensieve capaciteiten. 3: De VS bevechten IS indirect, via de Koerden en/of de regering in Bagdad.

Al deze opties hebben grote risico’s en beperkingen. Optie 1 betekent dat IS blijft bestaan en zijn aanvallen elders, in Syrië, Irak en daarbuiten zal voortzetten. Optie 2 brengt grote risico’s met zich mee. De huidige problemen wijzen op het echec van eerdere militaire interventies. Optie 3 heeft ook beperkingen. De Koerden zullen nooit ver buiten hun autonome regio vechten. Militaire steun voor Bagdad ondergraaft ook de druk op de toekomstige regering om met inclusieve politiek de “hearts and minds” van soennieten te heroveren.

De huidige militaire operaties zijn tactische reacties die het initiatief bij IS laten. Maar wil Obama met militaire interventies in Irak en Syrië het script van IS volgen? Wil hij opnieuw in de tredmolen lopen van historische tekortkomingen en tragische fouten in het Midden Oosten?

Zonder politieke strategie is de militaire indamming van IS gedoemd te mislukken. Nederland zal zich vooral sterk moeten maken voor regionale samenwerking voor collectieve veiligheid in het Midden-Oosten, waarbij de eerste verantwoordelijkheid ligt bij regeringen en burgers in de regio zelf. Voor een politieke en rechtvaardige oplossing voor Syrië. Voor de ondersteuning van een groeiende nieuwe generatie activisten die het sektarisme beu zijn. Voor humanitaire nood en het beschermen van burgers tegen oorlogsgeweld. Nederland kan in uiterste omstandigheden en onder strikte voorwaarden bijdragen aan het met militaire middelen beschermen van burgers tegen grootschalige mensenrechtenschendingen. Maar alleen als dat is ingebed in een politieke strategie.

Komt er dan nooit een einde aan deze zomer vol oorlog?

c Breitbart

c Breitbart

President Obama overwon zijn weerzin tegen nieuwe militaire interventies in het Midden-Oosten. Amerikaanse toestellen bombarderen militaire posities en mobiele artillerie van jihadisten van de Islamitische Staat (IS). De militaire opmars van IS bedreigt Erbil, de hoofdstad van de autonome Koerdische regio in Irak. Duizenden burgers van de Yezidi minderheid vrezen voor hun leven. Zij dreigen het slachtoffer te worden van het meedogenloze sektarische geweld waarvoor ook andere minderheden zoals de Shabak, Shia en christenen op de vlucht zijn.

Wie de smeekbede van een Yezidi’s lid van het Iraakse parlement heeft gezien kan zich moeilijk verzetten tegen het besluit van Obama om de opmars van IS te stuiten. Waar genocide of etnische zuivering dreigt heeft de internationale gemeenschap een verantwoordelijkheid om burgers te beschermen. In uiterste omstandigheden en onder restrictieve voorwaarden kan militair geweld daarbij noodzakelijk en gerechtvaardigd zijn.

De militaire betrokkenheid van de Verenigde Staten is echter niet zonder risico’s. Op korte termijn kan Amerikaanse tussenkomst uitkomst bieden maar op de lange termijn kan Obama’s besluit ook nadelig uitwerken. De luchtsteun kan gezien worden als steun aan de Iraakse premier Al-Maliki. Zijn desastreuse sektarische politiek tegen de Iraakse soenitische gemeenschap heeft bijgedragen aan de huidige crisis. Bovendien zal IS de Amerikaanse aanval in hun propaganda maximaal uitbuiten, aan nieuwe rekruten en nieuwe sponsoren zal men geen gebrek hebben.

De militaire opmars van IS is met militaire middelen te stuiten. De steun voor IS kan enkel met politieke middelen worden beëindigd. Een politieke strategie tegen IS moet uit tenminste drie essentiële elementen bestaan. In de eerste zal de nieuwe Iraakse regering zich moeten richten op het herwinnen van vertrouwen van de soenitische bevolking. IS kan alleen verslagen worden als zij niet langer kan rekenen op steun vanuit soenitische gemeenschappen in Irak en daarbuiten. In de tweede plaats is het van belang de internationale steun aan IS te beëindigen. IS krijgt financiële steun uit de Golfstaten en verdient aan de verkoop van Iraakse en Syrische olie op de zwarte markt. Dat moet stoppen. In de derde plaats moeten we het sektarische narratief niet versterken door enkel aandacht te hebben voor religieuze minderheden. Het gaat in Irak om de menselijke waardigheid van alle Iraakse burgers ongeacht hun religieuze of sektarische achtergrond.

De Amerikaanse interventie kan de val van Erbil voorkomen en de gevluchte Yezidi’s het leven redden. Maar het langetermijnsucces van de interventie vergt een politieke strategie die even omvattend als complex is. Omvattend omdat de opkomst van IS in Irak nauw verbonden is met de oorlog in Syrië. Dat roept een klemmende vraag op: Wanneer zullen de kosten van niet-inmenging in Syrië de kosten van inmenging overstijgen? Die vraag zal nog klemmender worden als Libanon betrokken raakt bij deze regionale oorlog. Complex omdat een oplossing in Irak en Syrië niet eenvoudig zal zijn zonder betrokkenheid van Turkije, Golfstaten, Iran en Rusland, landen die concurrerende en elkaar uitsluitende belangen hebben.

De zomer van 2014 is een zomer vol oorlogsgeweld. Het einde van de zomer is in zicht maar de oorlog zal voortduren. Burgers in Oekraïne, in Syrië, Irak en Gaza zullen daarvoor de prijs betalen. Wie meent dat deze prijs onacceptabel en onaanvaardbaar is zal zich moeten blijven engageren met het lot van deze burgers, ongeacht hun afkomst en religie. Zij hebben recht op een menswaardig bestaan.

De kosten van oorlog

Flanders-Fields-100-Years-012

Regeringsleiders stonden deze week stil bij het begin van de Eerste Wereldoorlog op 4 augustus 1914. De vijanden van toen kwamen een eeuw later in vrede bijeen om de kosten van oorlog te herdenken. Er was niet enkel aandacht voor de moed en waardigheid van de soldaten maar ook voor de gruwelijkheid en barbarij van de oorlog.

In Londen wees de vredesbeweging er tijdens een herdenking op dat “de route naar oorlog vooraf niet vastlag, steeds waren er keuzes en verschillende mogelijke opties om de oorlog te beëindigen.”

Een eeuw na het begin van de Eerste Wereldoorlog kwam er eindelijk een (tijdelijk) einde aan het gruwelijke en barbaarse geweld in Gaza. Er is echter nog geen enkel uitzicht dat de vijanden ooit bijeenkomen zullen komen om de kosten van de oorlog te herdenken. Vooralsnog prijzen politieke leiders in Israël en Gaza hun soldaten en strijders. Maar de kosten van de oorlog zijn onverdraaglijk hoog. Ruim 1.800 slachtoffers, waarvan het merendeel burgers. En verder: 9.000 gewonden, 10.000 huizen verwoest, één op de vier Gazanen ontheemd. Internationaal onderzoek naar oorlogsmisdaden door Hamas en door het Israëlisch leger is nu onvermijdelijk. De daders mogen niet ongestraft blijven en de slachtoffers hebben recht op genoegdoening.

Ook deze oorlog was niet onvermijdelijk, de route naar geweld in Gaza lag niet vast. Er zijn verkeerde keuzes gemaakt. En opties om deze oorlog te voorkomen en te beëindigen zijn gesaboteerd.

De Israëlisch regering is deze oorlog gestart en heeft daarmee opnieuw zijn politieke kortzichtigheid bewezen. Want Israël heeft deze oorlog op alle fronten verloren. Israël heeft zich de woede van de Secretaris-Generaal van de VN op de hals gehaald door flagrante en onaanvaardbare schendingen van het internationaal humanitair recht. Israël heeft zich politiek verder geïsoleerd, zoals bleek uit de ongekend felle kritiek door de Amerikaanse president en zijn door Israel afgeluisterde minister van Buitenlandse Zaken. De kritiek op de Israëlische regering manifesteert zich helaas ook in uitingen van verwerpelijk anti-semitisme.

Het is lang geleden dat zoveel Israëlische militairen zijn omgekomen. Dat wijst op een pijnlijke onderschatting. De Israëlische geheime dienst heeft bovendien opzichtig gefaald door miskenning van het gevaar van de tunnels. En de oorlog heeft Hamas een unieke kans gegeven zijn blazoen weer wat op te poetsen.

Natuurlijk heeft de Israëlische regering het recht en de plicht zijn burgers te beschermen. Maar het beroep op zelfverdediging overtuigt niet zolang dezelfde Israëlische regering elke politieke oplossing die Israël duurzame veiligheid biedt, doelbewust saboteert. Israël wilde met deze oorlog de raketten en tunnels uit Gaza stoppen. Maar het wilde vooral de Palestijnse eenheidsregering ondermijnen en een politieke oplossing van het conflict blokkeren. Het geweld is niet bedoeld om het conflict op te lossen maar om het in stand te houden.

En precies daar zit de kapitale denkfout in Jeruzalem. Voortzetting van het conflict zal op den duur het voortbestaan van Israël als joodse democratische staat ondermijnen. De morele grondslagen van deze staat zullen door de voortdurende bezetting en het disproportionele en non-discriminatoire geweld worden aangetast. Extremistische tendensen zullen meer en meer invloed krijgen en de weg naar vrede definitief afsluiten.

De kans dat politieke leiders in 2048, een eeuw na de start van het Israëlisch-Palestijnse conflict, bijeen komen om de kosten van de oorlog te herdenken wordt kleiner en kleiner. De kosten van de oorlog zijn hoog. De humanitaire kosten zijn nu vooral zichtbaar in Gaza. Maar de politieke kosten voor Israël lopen gestaag op en zullen op den duur even ondraaglijk als onhoudbaar zijn.

De volgende oorlog in Gaza lijkt onvermijdelijk maar de route naar die oorlog ligt niet vast. Er zijn keuzes mogelijk en een oplossing is beschikbaar.