F-16’s in een militaire actie met open-einde en onduidelijke bewegende doelen

images-3Nederland zal met F-16’s bijdragen aan de ‘uitroeiing’ van ISIS. Dat zal het kabinet besluiten. Zo’n besluit kan rekenen op steun in de Tweede Kamer. Veel Kamerleden toonden zich al geschokt bij de gedachte dat Nederland niet zou deelnemen aan de bombardementsvluchten op ISIS. Het meedogenloos geweld van ISIS is afschuwwekkend. Morele verontwaardiging is op zijn plaats maar geen voldoende onderbouwing van een nieuwe militaire interventie. De wens om ISIS ‘uit te roeien’ met bombardementen en het ongefundeerde geloof dat dit kan is frappant, zo niet roekeloos.

ISIS is niet de oorzaak van de crisis in Irak en Syrië maar het resultaat daarvan. ISIS floreert op eerdere militaire mislukkingen en politieke nalatigheid. ISIS kon het machtsvacuüm in Syrië vullen mede dankzij het falen van de internationale gemeenschap. ISIS kon profiteren van het sektarische beleid van de regering in Bagdad die ondanks geweld tegenover de soennitische minderheid steeds voldoende steun kreeg van het westen. ISIS kon rekenen op financiële steun uit ondermeer Saoedi-Arabië waarmee het westen ondanks publieke onthoofdingen politiek en economisch samenwerkt.

De VS heeft sinds 11 september 2001 ruim 94.000 luchtaanvallen uitgevoerd in Afghanistan en Irak maar ook in Libië, Pakistan, Jemen en Somalië. Hebben deze luchtacties een politieke oplossing in deze landen dichterbij gebracht? Wie vandaag naar Bagdad, Kabul of Tripoli kijkt weet het antwoord. De bombardementen hebben wel duizenden burgerslachtoffers veroorzaakt en mede daardoor het geweld aangewakkerd en nieuwe rekruten opgeleverd voor extremistische groeperingen.

Wie aarzelt over de wijsheid van de door Obama aangekondigde militaire campagne die IS moet vernietigen is naïef en plaatst zich buiten de politieke realiteit, zo lijkt het. Maar dat is de omgekeerde wereld. De pleitbezorgers van ongeconditioneerde steun voor het wegbombarderen van ISIS hebben iets uit te leggen. Uit alle interventies komt een les keer op keer naar voren: militaire acties met een open-einde en onduidelijke en bewegende doelen leiden tot escalatie van geweld terwijl een overwinning een illusie blijft.

PAX vindt dat militaire interventies in Irak en Syrië alleen in uiterste omstandigheden en onder strikte voorwaarden zijn te verantwoorden om burgers te beschermen tegen een directe en acute dreiging van genocide of grootschalige schendingen tegen de menselijkheid of oorlogsmisdaden. Militair geweld kan noodzakelijk zijn om deze dreiging te stoppen en in te dammen. Toen Mosul onder voeten werd gelopen en Yazidi’s en andere minderheden door genocide bedreigd werden was militaire geweld tegen ISIS noodzakelijk en gerechtvaardigd. Maar het is een illusie te denken dat we met bombardementen een einde kunnen maken aan ISIS.

De bestrijding van ISIS vergt vooral een politieke strategie. De noodzakelijke ingrediënten daarvan zijn duidelijk: een regionale aanpak waaraan ook Iran meewerkt; een politieke oplossing voor Syrië zonder Assad; steun aan de Syrische oppositie; investeringen in de weerbaarheid van lokale gemeenschappen in Irak en Syrië; druk om te komen tot een responsieve regering in Bagdad die het vertrouwen van soennitische gemeenschappen herwint en stopt met het bombarderen van burgers; voorzorgsmaatregelen die moeten voorkomen dat geleverde wapens misbruikt of in verkeerde handen vallen. Daarover moet het politieke debat in het Tweede Kamer gaan.

Zonder een gemeenschappelijke, lang vol te houden en samenhangende politieke strategie stevenen we af op een nieuw debacle. Wie voor dat risico de ogen sluit is niet alleen naïef maar ook roekeloos.

 

 

NAVO tussen retoriek en realiteit

images-2De eindverklaring van de NAVO-top in Wales zal eensgezindheid en daadkracht uitstralen. In reactie op het gevaar aan de oostelijke flank van het NAVO-grondgebied komt er een snelle reactiemacht. Ter geruststelling van de Oost-Europese en Baltische bondgenoten opent de NAVO vijf nieuwe militaire bases. In 2015 komt er een nieuwe NAVO-trainingsmissie in Afghanistan. En er zal opnieuw een hartstochtelijk pleidooi klinken om de defensie-uitgaven in Europa op te krikken.

Deze voornemens moeten vooral de eensgezindheid, capaciteit en wil van het militaire bondgenootschap onderstrepen. Maar achter de retoriek gaat een andere realiteit schuil. De NAVO worstelt met zijn toekomstige rol.

Het zal niemand ontgaan zijn. De NAVO speelt geen enkele rol van betekenis bij het bezweren van de oorlog in het Midden-Oosten. De reactie van de NAVO op de annexatie van de Krim en het escalerende conflict tussen Oekraïne en Rusland beperkte zich tot verbaal geweld en symbolische acties. De missie in Afghanistan kan nauwelijks als een onomkeerbaar succes gekwalificeerd worden. De verkiezingsfraude en voortdurende ruzie tussen de presidentskandidaten over een eenheidsregering in Kabul beloven weinig goeds voor de nieuwe missie. En binnen de Europese landen bestaat er vooralsnog een beperkt animo om conform afspraak 2% van de onder druk staande overheidsbudgetten te besteden aan defensie.

Maar dit zijn niet de voornaamste problemen voor de NAVO. De ervaringen in Irak, Afghanistan en Libië illustreren dat militair geweldgebruik geen “silver bullet” is voor problemen die in de kern politiek van aard zijn. Binnen het bondgenootschap tekent zich een diepe kloof af. Er zijn bondgenoten, vooral in Oost- Europa, die menen dat zonder militaire slagkracht en bereidheid deze in te zetten, politieke en diplomatieke instrumenten geen kans van slagen hebben. Het gebrek aan hard power verraadt zwakte en zwakte ondergraaft de invloed van soft power, meent dit kamp. Het andere kamp meent dat de inzet van soft power voldoende is. Dit kamp benadrukt vooral het belang van crisis-management en wil veiligheid door samenwerking realiseren in het besef dat militaire confrontatie de slechtst denkbare optie is voor economisch met elkaar verweven landen. Landen als VS en Duitsland hebben een structureel uiteenlopende strategische visie.

Deze politieke kloof binnen de NAVO maakt het moeilijk, om niet te zeggen onmogelijk, overeenstemming te bereiken over de strategische rol van het bondgenootschap in de zo onzekere toekomst. Zonder politieke consensus over een strategische toekomstvisie is het onmogelijk overeenstemming te bereiken over de benodigde militaire middelen, de toetreding van nieuwe leden, de houding tegenover Rusland. Naast dit gebrek aan gemeenschappelijke toekomstvisie tekenen zich bovendien twee, voor de NAVO zorgelijke trends af. De Amerikaanse interesse in de NAVO is gedaald en de onder de Europese publieke opinie is er weinig steun voor NAVO-operaties buiten het bondgenootschappelijk grondgebied en verhoging van de defensie-uitgaven.

De NAVO-top in Wales zal voor deze dieperliggende problemen geen oplossing vinden. De retoriek in Wales kan politiek van belang zijn, vooral als herbevestiging van veiligheidsgaranties voor de NAVO-leden die het meest vrezen voor Russische ambities. Maar retoriek vormt geen antwoord op de existentiële vraag naar de toekomstige rol van de NAVO. In 2010 stelde de NAVO een ‘strategisch concept’ vast voor de komende tien jaar. Het lijkt onontkoombaar dit strategisch concept voortijdig te vernieuwen. Een politiek en maatschappelijk debat over de toekomstige missie, rol, capaciteiten en samenstelling van de NAVO is hoogst noodzakelijk.