Ideologie van ISIS laat zich niet wegbombarderen

1447653716899.cached-2

Parijs ontwaakt uit een nachtmerrie? Was dat maar waar. Want na Beiroet, na Parijs zal er nieuw geweld volgen. We zijn wakker geworden in een nachtmerrie. Wat te doen?

Politieke leiders hebben hun eerste reacties op de aanslagen gegeven. Ze betuigen medeleven met nabestaanden, staan vastberaden voor de waarden die ons dierbaar zijn en tonen zich strijdvaardig. We zijn “in oorlog met ISIS”. Ons antwoord zal “genadeloos” zijn.

Het geweld in Parijs confronteert ons met drie kernvragen. En het risico om daarop het verkeerde antwoord te geven, is reëel.

De eerste vraag is hoe we de strijd tegen ISIS moeten voortzetten. De verleiding om militair te escaleren is groot, maar de ideologie van ISIS laat zich niet wegbombarderen. Zeker, de luchtoperaties hebben ISIS pijn gedaan. Maar ondanks of misschien wel juist dankzij de bombardementen is ISIS uitgegroeid tot een internationale en minder grijpbare bedreiging. Een beweging die kan rekenen op steun van 35 geaffilieerde groepen in het Midden-Oosten, Afrika en Centraal-Azië en van Syrië-gangers uit Europa. Met een militaire escalatie volgen we een script dat door ISIS zelf is geschreven en waarvan de uitkomst ongewis is. Zie Irak.

Juist nu is het belangrijk te beseffen dat ISIS niet de oorzaak van de crisis in het Midden-Oosten is maar het gevolg daarvan. Symptoombestrijding is soms nodig. Maar de echte oplossing ligt in het beëindigen van de humanitaire catastrofe in Syrië. Die oorlog kan niet op het slagveld, maar moet met een diplomatiek offensief worden beslecht. Want een vreedzame en inclusieve samenleving voor alle Syriërs is het nachtmerriescenario voor ISIS. We kunnen ISIS alleen “wegvagen” als we er in slagen het vertrouwen te herwinnen van de Soennitische gemeenschappen. Zij zijn op zoek naar veiligheidsgaranties en menen die bij gebrek aan beter nu bij ISIS gevonden te hebben.

De tweede vraag is hoe we moeten omgaan met de vluchtelingen uit Syrië. Populisten zullen het geweld in Parijs aangrijpen om angst voor vluchtelingen aan te wakkeren. Meer vreemdelingenhaat, meer anti-Islam retoriek, meer polarisatie: dat is precies wat de aanslagplegers beogen. Dat bevestigt hun wereldbeeld waarin het Westen moslims als tweederangs burgers marginaliseren.

Wij kunnen dat wereldbeeld van ISIS verpulveren door vluchtelingen humaan op te vangen. De aanslagplegers in Parijs willen een wig drijven tussen het Westen en de Islam, tussen Europa en de vluchtelingen. Parijs kan de angst tussen mensen vergroten. Maar Parijs kan ook de lotsverbondenheid tussen mensen versterken. Natuurlijk moeten we vluchtelingen screenen op veiligheidsrisico’s. Maar het sluiten van de grenzen voor vluchtelingen versterkt de propaganda van ISIS. Dat maakt ons niet veiliger. Integendeel.

De derde vraag is hoe we radicalisering en extremisme effectief kunnen bestrijden. Politieke leiders staan onze zware druk om onze veiligheid te bewaken. Maar met een genadeloze jacht op mogelijke daders riskeren we bovendien de waarden te ondermijnen die we juist willen beschermen en de mensen van ons te vervreemden die we juist moeten vasthouden. Parijs dwingt ons om de modus operandi van de strijd tegen terreur kritisch tegen het licht te houden. Repressie blijft onvermijdelijk maar preventie is veel belangrijker. Er is meer aandacht voor de grondoorzaken van radicalisering nodig.,De sympathie waarop ISIS kan rekenen onder werkloze en kansarme jonge moslims in de Franse banlieus en elders dwingt ons daartoe.

De aanslagen in Parijs kunnen politieke leiders verleiden tot militaire escalatie en genadeloze repressie. Maar het zou verstandiger zijn die verleiding juist te weerstaan.

[Ook gepubliceerd in Trouw 19 november 2015]

“C’est une horreur”

1411ihn%20kama

Parijs is ontwaakt uit een vreselijke nacht. Wat iedereen vreesde is nu toch gebeurd. Opnieuw sloegen terroristen toe in de Franse hoofdstad. De trieste balans tot nu toe: ten minste 120 doden, honderden gewonden en een getraumatiseerde stad.

Gisteravond kwam op twitter een citaat van De Gaulle voorbij, uitgesproken in 1944 bij zijn intocht na de bevrijding van de Franse hoofdstad: “Parijs is verontwaardigd, Parijs is gebroken, Parijs is gemarteld, maar Parijs is vrij!.”

We moeten dit geweld krachtig veroordelen. We moeten opnieuw onze vastberadenheid en verbondenheid tonen. En ons niet laten leiden door de angst die terreur juist wil zaaien.

Het geweld in Parijs zal aangegrepen worden door populistische partijen die floreren op de angst van mensen. Maar het slechtste dat ons nu kan overkomen is groeiende vreemdelingenhaat, meer geweld tegen vluchtelingen, meer anti-Islam retoriek. Want dat is precies wat de aanslagplegers met hun geweld beogen.

Eén van de schutters in Parijs zou bij het doden van zijn slachtoffers “C’est pour la Syrie” hebben geroepen. Het is vanwege Syrië. Daarmee krijgt het geweld het karakter van een wraakoefening. Wraak voor wat? Voor het doden van het Britse boegbeeld van ISIS Jihadi John door Amerikaanse drones? Voor het heroveren van de door ISIS verlaten stad Sinjar? Voor de Franse bombardementen op ISIS in Syrië?

Er zijn de afgelopen jaren zo’n 1.000 Fransen naar Syrië vertrokken om zich aan te sluiten bij ISIS. We weten nog te weinig over de achtergronden van de aanslagplegers. Maar er bestaat een reële mogelijkheid dat zij handelden op instructies vanuit Syrië. Dat bleek ook uit het onderzoek naar één van de daders van de voorlaatste aanslag op de Joodse supermarkt in Parijs.

Frankrijk heeft lang geaarzeld over het besluit om deel te nemen aan de bombardementen van ISIS in Syrië. Ruim een maand geleden viel in Parijs het besluit. Het argument daarvoor: omdat het in het belang is voor de binnenlandse veiligheid.

Regeringen zullen krachtdadige maatregelen nemen om onze veiligheid te garanderen en onze angsten te bezweren. Dat is onvermijdelijk. De veiligheid van burgers staat immers voorop. En het is verstandig dat in Nederland asielcentra extra bewaakt worden.

Maar misschien moet er meer gebeuren dan dat. Als de golf van aanslagen inderdaad vanwege Syrië is, worden we dan niet gedwongen de modus operandi van de strijd tegen terrorisme en de oorlog tegen ISIS ernstig te heroverwegen?

Killer robots: derde revolutie na uitvinding van buskruit en kernwapen

1845

Killer Robots, ze zijn er nog niet maar ze komen er aan. Killer robots identificeren doelen en schakelen die uit zonder betekenisvolle tussenkomst van mensen. Dat is geen kwestie van decennia maar van jaren. Daarvoor waarschuwen 3.000 gezaghebbende wetenschappers op gebied van kunstmatige intelligentie, robotica en technologie in een open brief.

Killer robots vormen volgens deze wetenschappers de derde revolutie op gebied van wapentechnologie, na de uitvinding van het buskruit en het kernwapen. Er dreigt een nieuwe wapenrace waarbij killer robots zich zullen verspreiden als “de kalasjnikovs van morgen.”

Hoogtijd voor een verbod, nu het nog kan. Want, zo besefte ook de voormalige minister van Buitenlandse Zaken Timmermans, “het is altijd zo, in de hele militaire geschiedenis, dat de regelgeving achter de feiten aanloopt.” Verstandig dus dat de ministers Koenders en Hennis bijtijds advies vroegen aan de AIV en de CAVV.

Maar het deze week verschenen adviesrapport over autonome wapensystemen komt tot een opmerkelijke conclusie. Er is helemaal geen extra regelgeving nodig. En de Nederlandse krijgsmacht kan, nee moet zelfs, wil ze hoogwaardig blijven, killer robots aanschaffen. Waar gerenommeerde wetenschappers de alarmklok luiden, sust het adviesrapport de gemoederen. Zo’n vaart loopt het allemaal niet. Gelukkig komt het adviesrapport wel tot de conclusie dat inzet van autonome wapens altijd een betekenisvolle menselijke controle vereist.

De adviseurs schreven een doorwrocht rapport. Daarover kan geen twijfel bestaan. Maar zij volgden een logica die onvermijdelijk tot de conclusie leidt dat we ons over killer robots vooral niet druk hoeven te maken. Hoe werkt die logica? De adviseurs hanteren een definitie waarmee ze killer robots gemakkelijk naar het fantasierijk van de science fiction kunnen verbannen. Het lijkt wel of de adviseurs de problemen wegdefiniëren. Ze stellen daarna simpelweg vast dat een verbod onnodig en bovendien onmogelijk is. En het sluitstuk van de logica is de aanname dat autonome wapens altijd zullen worden ingezet op basis van weloverwogen besluiten die rekening houden met de context en het internationaal humanitair recht. Deze logica illustreert nou precies waarom de regelgeving in de hele militaire geschiedenis achter de feiten aanloopt.

Waar wringt het rapport? Het mist urgentiebesef. De adviseurs menen dat autonome wapens gewoonweg passen in dit tijdperk van verandering. De wetenschappers die zelf betrokken zijn bij de ontwikkeling van robots zien dat anders. De killer robots passen niet in het tijdperk van verandering maar zullen leiden tot een verandering van het tijdperk. Met killer robots openen we een nieuwe doos van Pandora. En eenmaal geopend zullen de autonome wapens zich razend snel verspreiden. Het risico dat niet-statelijke partijen deze wapens in handen krijgen is helaas niet denkbeeldig. Geen woord daarover in het adviesrapport.

Maar het rapport wringt misschien wel het meest door de toch wat gemankeerde ethische afweging. De adviseurs stellen dat een discussie “over de ethische aspecten van autonomie” hoogst noodzakelijk is maar dat de ontwikkeling van killer robots geen ethische vragen oproept omdat altijd nog sprake is van betekenisvolle menselijke controle.

Maar daarmee gaan de adviseurs wel heel snel voorbij aan de ethische implicaties van een vergaande delegatie van het besluit om te doden aan een machine. Terecht wijzen de diplomaten van de Heilige Stoel in het debat over autonome wapens naar de filosoof Levinas. Die spreekt over de fundamentele ervaring van de ontmoeting met het gelaat van de ander. Een ervaring die moreel bewustzijn en verantwoordelijkheid oproept. En die ervaring blijft ook in een oorlog essentieel.

De inzet van killer robots leidt onvermijdelijk tot een verdere de-personificatie en dehumanisering van oorlogsvoering. Ja, die weg zijn we al heel lang geleden ingeslagen, maar de ontwikkeling van killer robots tilt de oorlogsvoering naar een ander en onomkeerbaar level.

De inzet van dodelijk militair geweld moet voldoen aan ethische normen en principes. De toepassing daarvan in specifieke contexten veronderstelt een vermogen tot interpretatie en appreciatie dat niet in algoritmes is te programmeren. Het veronderstelt prudentie, een deugd die eigen is aan mensen en niet aan machines.

Het gebrek aan urgentiebesef en ethische doordenking verzwakt de zeggingskracht van het rapport. De adviseurs stellen dat het noodzakelijk is om na vijf jaar hun advies opnieuw tegen het licht te houden. Ze onderkennen daarmee dat snelle technologische ontwikkelingen nieuwe en waarschijnlijk verstrekkende juridische, ethische en beleidsmatige vragen zullen oproepen. Juist dat inzicht zou meer bepalend hebben moeten zijn voor de inhoud van het nu uitgebrachte advies.

Nu bestaat er een reëel risico dat het advies er aan bijdraagt dat de regelgeving achter de feiten blijft aanlopen. Daarom valt te hopen dat Minister Koenders zich laat leiden door het inzicht van zijn voorganger.