Bombarderen van bermbommen: verkeerde prioriteit

ap_madaya_06_jc_160121

“Landen die niet in staat zijn een zak brood of een blik melk te droppen voor de kinderen in Syrië die dood gaan in de belegerde gebieden, zijn niet in staat om vrede te stichten voor een volk in pijn.” Veel Syriërs herkennen zich in de bittere woorden van Mouaz al-Khateeb, de oud-voorzitter van de Syrische oppositie. Zij begrijpen ab-so-luut niet dat de internationale coalitie voorrang geeft aan het bombarderen van ISIS terwijl het massieve bombarderen en uithongeren van burgers door Assad ongehinderd doorgaat.

De Nederlandse regering wil ISIS niet in stedelijke gebieden bombarderen. Dat is maar goed ook want Raqqa wordt al meer dan genoeg gebombardeerd. Maar ook het bombarderen van de bermbom- en boobytrapfabrieken van ISIS gaat voorbij aan het sentiment dat Mouaz al-Khateeb zo wrang onder woorden brengt.

Het onbegrip over de verkeerde prioriteit van de internationale coalitie vormt voor de Syrische oppositie een enorm obstakel. Zij kunnen in Genève moeilijk deelnemen aan onderhandelingen en compromissen sluiten terwijl hun kinderen dood gaan in belegerde en gebombardeerde steden. Het onbegrip onder de Syrische bevolking ondermijnt het vertrouwen in de onderhandelingen. Dat verlamt niet alleen de Syrische oppositie. Het wakkert ook de radicalisering aan. En het versterkt de rekrutering van ISIS.

Zeker, de bombardementen doen ISIS pijn. Maar ze hebben geen doorslaggevend effect op de krachtsverhoudingen. Als we ISIS effectief willen bestrijden zullen we het vertrouwen van soennitische gemeenschappen moeten winnen. Gemeenschappen die, bij gebrek aan beter, hun toevlucht zochten bij ISIS. Dat vertrouwen is alleen te winnen met een geloofwaardig toekomstperspectief: een Syrië waar plaats is voor alle Syriërs. Daar moet het over gaan in Genève. Zodra soennitische gemeenschappen beseffen dat hun veiligheid en hun belangen beter verzekerd zijn bij een toekomstige regering zullen zij ISIS de rug toekeren. En dat zal een implosie van ISIS tot gevolg hebben.

In sommige gebieden slagen lokale gewapende groepen er met luchtsteun van de internationale coalitie in om ISIS terug te dringen. Maar de vreugde over deze bevrijding is van korte duur. Steeds blijkt dat er in de op ISIS veroverde gebieden nieuw sektarische geweld oplaait tussen Arabische bevolkingsgroepen en Koerdische strijders. Onder de bevrijde bevolking heerst er angst voor nieuw geweld en gedwongen verhuizing. De internationale coalitie beschikt over een overmacht aan militaire middelen, maar een robuust plan voor lokaal bestuur en vredesopbouw ontbreekt tot nu toe pijnlijk. En van monitoring van mensenrechten in bevrijde gebieden is ook geen sprake.

Er is inmiddels geen militair meer te vinden die gelooft dat ISIS alleen met bombardementen is te verslaan. Er is geen enkel alternatief voor de nog zo broze onderhandelingen in Genève, die nog voordat ze zijn begonnen al dreigen te stagneren. De allereerste prioriteit in Syrië is daarom niet het bestrijden van ISIS maar het de-escaleren van het oorlogsgeweld en het brengen van die zak brood en dat blik melk in belegerde steden. Dat is urgent noodzakelijk om een einde te maken aan het humanitair lijden, om te voorkomen dat nog meer mensen vluchten, om de onderhandelingen te laten slagen. Maar het is ook nodig voor een effectieve bestrijding van ISIS. Alleen als er een staakt-het-vuren komt kunnen alle partijen, die elkaar nu bevechten, zich richten op de bestrijding van ISIS.

Het besluit van de Nederlandse regering zal gelardeerd zijn met goede voornemens. Het bevat een steunpakket dat ten goede moet komen van de Syrische oppositie en de Syrische bevolking. En ja, natuurlijk is het belangrijk om te voorkomen dat door bermbommen en boobytraps nieuwe burgerslachtoffers vallen. Maar toch gaat ook het besluit van de Nederlandse regering voorbij aan de grootste nood en voornaamste prioriteit binnen Syrië. Het besluit draagt daarmee niet bij aan de start en het succes van de onderhandelingen in Genève, en het laat bovendien de bredere dynamiek die ISIS versterkt ongemoeid.

Het zou zeer welkom zijn als de Nederlandse regering als Europees voorzitter alles op alles zou zetten om die zak brood en dat blik melk in de belegerde steden te krijgen. Wat zou dat een krachtig signaal zijn aan al die Syrische burgers die zich aan hun lot overgelaten voelen. Het kan een eerste begin van vertrouwen wekken dat de internationale gemeenschap in Genève vrede kan stichten voor een volk in pijn.

Samenwerken met dictators: een heilloze weg

 

Tunisian girls attend a rally to mark the fifth anniversary of the Arab Spring, Thursday, Jan.14, 2016 in Tunis. Tunisian teachers, activists and political parties have joined to celebrate five years since protesters drove out their autocratic president and ushered in a democratic era. The crowd at Thursday’s rally included families of those killed in weeks of protests against President Zine el Abidine Ben Ali, who fled on Jan. 14, 2011. (AP Photo/Riadh Dridi)

Tunisian girls attend a rally to mark the fifth anniversary of the Arab Spring, (AP Photo/Riadh Dridi)

Het is alweer vijf jaar geleden dat de Arabische Lente in Tunesië zijn eerste overwinning boekte. President Ben Ali vluchtte ijlings naar Saoedi-Arabië vanwege snel in omvang groeiende demonstraties tegen zijn regime.

De opstand in Tunesië ontketende een revolutie tegen autoritaire regimes in Noord-Afrika en het Midden-Oosten. De dramatische afloop van deze Arabische Lente is intussen bekend. Alleen in Tunesië heeft de volksopstand een nieuwe grondwet gebracht. Freedom House beschouwt het land nu als vrij. Mede dankzij vier Tunesische maatschappelijke organisaties die daarvoor de Nobelprijs voor de Vrede ontvingen. Tijdens de prijsuitreiking klonk het lied dat bij de demonstraties in Tunis zo vaak was gezongen. “Ik ben de vrije mens, zonder angst. Ik ben het geheim dat nooit sterft. Ik ben de stem van hen die niet zullen buigen.”

In andere landen is de stem van hen die niet willen buigen weer gesmoord. Libië verkeert na de verdrijving van Gaddafi nog altijd in een diepe crisis. Egypte zucht onder een militair bewind dat wat betreft repressie niet onder doet voor Mubarak. In Bahrein zitten activisten achter de tralies. Jemen is het toneel van ongekende oorlogsmisdaden. En de in aanvang geweldloze opstand in Syrië is ontspoord in een alles vernietigende oorlog.

De Arabische Lente is mislukt. Weliswaar is de vanzelfsprekendheid van de dictatuur ondermijnd en de mythe van stabiliteit ontmaskerd. De dictaturen in Noord-Afrika en het Midden-Oosten blijken kwetsbaar en minder stabiel dan lang aangenomen. Een volk in opstand kan zijn dictator verdrijven. Maar het is duidelijk dat voor een vreedzame overgang van autocratie naar democratie meer nodig is dan een volksopstand.

Nu, vijf jaar na de Arabische Lente, floreert het terrorisme op de ruïnes van verloren hoop en de puinhopen van oorlogsgeweld. Dat maakt de zo noodzakelijke politieke hervormingen en economische vooruitgang zo mogelijk nog moeilijker te realiseren. Dat verklaart ook waarom vijf jaar na de vlucht van Ben Ali andere dictators de teugels nog steeds in handen hebben. Intussen blijven mensen in de Arabische en Noord-Afrikaanse straten verlangen naar een baan, een betaalbaar brood en een waardig bestaan.

Dat confronteert ons met een lastig dilemma. Hoe moeten Europese landen omgaan met de dictators in hun achtertuin? Dat dilemma klemt eens te meer nu Europese politici worstelen met de komst van vele vluchtelingen en het gevaar van terroristische aanslagen. Het is o zo verleidelijk om zaken te doen met regimes die beloven vluchtelingen tegen te houden, terroristen te bestrijden en stabiliteit te bewerkstelligen.

Toch is samenwerking met “ongemakkelijke partners” omwille van eigen nationale veiligheid een heilloze weg. Dit beleid heeft de afgelopen zestig jaar opzichtig gefaald. De samenwerking met regimes heeft noch stabiliteit noch democratie gebracht.

Het is zeker verstandig om diplomatieke contacten te onderhouden, ook met verwerpelijke regimes. Maar moeten Europese landen politiek, financieel en economisch samenwerken met regimes die zich schuldig maken aan politieke vervolging, standrechtelijke executies en martelingen? Moeten Europese landen militair samenwerken met en wapens leveren aan regimes die zich schuldig maken aan ernstige oorlogsmisdaden? Natuurlijk niet!

Toch hebben Europese landen die conclusie vijf jaar na de Arabische Lente nog altijd niet getrokken. Dat is moreel onverdraaglijk maar ook niet in ons belang. Dictators onderdrukken de vrije mens en smoren de stem van hen die niet willen buigen. En het gebrek aan toekomstperspectief in Arabische en Noord-Afrikaanse straten dat daarvan het gevolg is drijft mensen in de richting van Europa of in de armen van radicale bewegingen.