Groteske oorlogsmisdaden in Syrië

4899

In een exclusief interview met Time maakte de premier Medvedev de Russische intenties in Syrië pijnlijk duidelijk. Rusland zal elke rebel “die met automatische wapens rondloopt” bombarderen. Rusland belaagt niet alleen ISIS maar ook de gewapende oppositie. “Het zijn allemaal bandieten en terroristen”, aldus Medvedev. De bombardementen gaan voorlopig gewoon door en richten zich op het vernietigen van de machtsbasis van de gewapende oppositie. Hoe meer burgerslachtoffers daarbij vallen hoe beter. Zo lijkt het. Is er iemand die Rusland ter verantwoording roept?

Aanvankelijk had de Russische luchtsteun voor Assad weinig resultaat. Tot de Russische generaals ontdekten wat daar de oorzaak van was. De gewapende oppositie maakte effectief gebruik van een geheim wapen. Het verzet kon rekenen op steun vanuit de bevolking.

Dat inzicht leidde tot een dramatische verharding van de Russische strategie. De ijzeren vuist ging uit de handschoen. De Russische luchtmacht bestookt nu burgers, ziekenhuizen en scholen met zware (cluster)bommen. De bombardementen maken geen onderscheid tussen burgers en combattanten. Het Syrische leger richt zich intussen met steun van gewapende Iraanse en Libanese Hezbollah milities op de belegering en uithongering van de bevolking.

Door de genadeloze bombardementen vluchten steeds meer burgers en leden van de gewapende oppositie richting de Turkse grens. Voor de in Syrië achtergebleven burgers resten er enkel slechte opties: de dood door honger en bommen of een overgave waarna executie ter plekke mogelijk is.

Het Syrian Network for Human Rights documenteerde alleen al in de afgelopen maand januari 679 burgerdoden door Russische luchtaanvallen. En in de maand februari zijn de bombardementen alleen maar verder geïntensiveerd.

De internationale reactie op deze Russische oorlogsmisdaden is tot op heden vooral vocaal geweest. Minister Koenders liet de Tweede Kamer weten vooralsnog geen voorstander te zijn van nieuwe sancties; maar een “glasharde” veroordeling door de EU moest er wel komen. Tijdens de veiligheidsconferentie in München kreeg de Russische delegatie de wind van voren. En President Obama telefoneerde geagiteerd met zijn ambtgenoot in Moskou. Zonder enig resultaat.

Rusland maakt zich weinig zorgen over de kritiek. Medvedev verwees in zijn interview met Times naar de klassieke Russische roman ‘De meester en Margarita’ van Michail Boelgakov. Daarin brengt de ‘duivel’ een bezoek aan Moskou. Zijn door Medvedev geciteerde advies: “Vraag nooit en niemand iets. Nooit en niemand, speciaal niet wie sterker is dan jij. Zij zullen zelf komen en je alles geven.” Medvedev maakt zich geen zorgen over westerse sancties, want het westen zal vroeg of laat zelf vragen ze op te heffen”.

Kan Rusland dan helemaal niet ter verantwoording worden geroepen voor zijn oorlogsmisdaden? Jawel. Rusland is nog altijd lid van de Raad van Europa en daarmee automatisch partij bij het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens. Daarbij doet het er niet toe of de rechten wel of niet op het grondgebied van Raad worden geschonden. Leden van de Raad van Europa kunnen een statenklacht tegen Rusland indienen bij de Raad van Europa.

Bovendien kunnen lidstaten van de Geneefse Conventie de International Humanitarian Fact-finding Commission verzoeken onderzoek te doen naar vermeende schendingen van het Internationaal Humanitair Recht in Syrië.

Rusland zal er lak aan hebben. Maar een internationale veroordeling van de groteske oorlogsmisdaden is wel het minste dat de internationale gemeenschap aan de slachtoffers is verschuldigd. Al was het maar om enig zelfrespect te behouden. Al was het maar als gebaar aan de Syrische bevolking die elk respect voor de internationale gemeenschap dreigt te verliezen. Als dat al niet gebeurd is.

Voedseldroppings: een brug te ver?

airdrop

Vandaag besluiten ouders in belegerde gebieden in Syrië welk kind zij te eten kunnen geven. Vandaag sterven daar kinderen van de honger en jongeren en ouderen aan ziekten die eenvoudig zijn te genezen. Vandaag opereren dokters met de meest primitieve instrumenten in het licht van fakkels. Vandaag sneuvelen activisten die zakken met bloed naar ziekenhuizen brengen door de kogels van scherpschutters.

Dat schrijven burgeractivisten over de uithongering in de 52 belegerde steden en gebieden in Syrië. Zij vragen de internationale gemeenschap burgers te beschermen tegen deze oorlogsmisdaden. “Dwing de VN om de belegering te doorbreken. En als voedselkonvooien niet door mogen, drop dan voedsel in de stervende steden.”

Uit de Siege Watch van PAX en het Syria Institute blijkt dat meer dan 1 miljoen mensen uitgehongerd worden. Resoluties van de VN Veiligheidsraad die oproepen tot onmiddellijke, veilige en ongehinderde toegang tot humanitaire hulp hebben geen effect. Onderhandelingen over de toegang van humanitaire hulp zijn de afgelopen vier jaar mislukt. De VN maakt geen gebruik van het mandaat om hulp over de linies heen naar belegerde gebieden te brengen.

Daarom groeit de kritiek. “De VN-hulp aan slachtoffers van hongerbelegeringen loopt aan de leiband van de hoofdverantwoordelijke van de nood: Assad.” Voor Syrische hulpverleners is de VN “van een symbool van hoop verworden tot een symbool van medeplichtigheid.” VN onder-Secretaris-Generaal voor Humanitaire Hulp Stephen O’Brien stelt dat we alle opties moeten overwegen. We moeten de impasse rond de belegerde gebieden doorbreken.

Tegen deze achtergrond is er debat op gang gekomen over de mogelijkheid van voedseldroppingen. De aarzelingen binnen de humanitaire gemeenschap zijn begrijpelijk. Voedseldroppingen zijn kostbaar, minder effectief in vergelijking met distributie over land en geen duurzame oplossing. Droppingen veronderstellen veilige gemarkeerde droppingzones en lokaal personeel dat een ordelijke distributie waarborgt.

Ook regeringen reageren tot nu toe terughoudend. Zij vinden droppingen vooral gevaarlijk. Wie zou er willen vliegen? Zo valt te beluisteren. En het is waar. Er zijn risico’s verbonden aan het droppen van voedsel in een ‘contested airspace’.

Maar daarmee is niet alles gezegd. In de belegerde gebieden zijn lokale raden en medische comités aanwezig. Zij vragen de VN voedsel te droppen. Zij moeten ook in staat geacht worden om droppingzones en distributie te organiseren.

En wat betreft de veiligheid. Gelden de risico’s die zijn verbonden aan het droppen van voedsel niet ook voor het bevoorraden van gewapende oppositietroepen vanuit de lucht? Bovendien, een vlucht naar het belegerde Madaya duurt niet langer dan 40 seconden boven Syrisch gebied. Dat verklaart misschien de nuchtere reactie van de Amerikaanse Air Force Secretary: “If we’re asked to do it, we have the access, we have the people, we know how to do air drops.” Dat geldt ook voor diverse Europese luchtmachten die hiervoor regelmatig trainen. De VN heeft landen intussen toestemming gegeven voedseldroppingen uit te voeren, ook zonder instemming van Assad.

Een besluit over voedseldropping als laatste redmiddel is vooral een politiek besluit. De argumenten voor zijn eerst en vooral humanitair van aard. Maar droppingen kunnen ook een ongekend krachtig politiek signaal afgeven. Een signaal dat de VN bevrijdt van zijn rol als burgemeester in oorlogstijd. Een signaal dat de Syrische bevolking niet aan hun lot overlaten wordt. Een signaal dat de Syrische oppositie Genève niet de rug moet toe keren, dat zij op steun van de internationale gemeenschap kan rekenen.

De komende dagen spreekt de Tweede Kamer over F16’s die ISIS in Syrië gaan bombarderen. Maar zou het debat niet ook moeten gaan over de humanitaire en politieke noodzaak van voedseldroppings?

Marcel Kurpershoek wees op de pijnlijke vergelijking die mensen in Syrië maken tussen collectieve falen in Syrië en in Srebrenica. Een bescheiden vergelijking gezien de omvang van het Syrische drama. Maar zou juist die vergelijking Nederland niet moeten aansporen om met gelijkgezinde landen binnen de VN een operationeel plan op te stellen voor het droppen van voedsel? Nu ook Aleppo een belegerde stad dreigt te worden is de urgentie alleen maar groter.

Kan je de politiek uit het leger halen?

cms_retina.full_cover 

In politiek Den Haag voltrekt zich een stille revolutie. Een meerderheid in de Tweede Kamer wil op initiatief van de PvdA de mogelijkheden van een meerjarige defensieovereenkomst verkennen. Dat kan alleen als partijen de politieke waan van de dag overstijgen. Het credo van de stille revolutie is daarom: ‘Haal de politiek uit het leger’. Maar is het depolitiseren van het defensiebeleid wel zo’n goed idee?

Defensie was vaak het kind van de rekening. Opeenvolgende kabinetten hebben op de krijgsmacht bezuinigd. Net als ontwikkelingshulp en buitenlandse zaken heeft defensie weinig supporters. Anders dan bij zorg of onderwijs behoeven politici niet te vrezen voor veel protesten tegen bezuinigingen op de buitenlanddriehoek. De effecten van deze bezuinigingen hebben immers nauwelijks merkbare gevolgen voor het electoraat in Nederland.

Maar die tijd lijkt voorbij. De intimidatiepolitiek van Poetin, het neerschieten van de MH17, het oorlogsgeweld aan de randen van Europa, de dreiging van extremistisch geweld, de komst van vele vluchtelingen: de traditionele scheiding tussen externe en interne veiligheid is niet meer van deze tijd. Het belang van beschermen en voorkomen groeit, en dat maakt dat bezuinigingen op de buitenlanddriehoek niet langer vanzelfsprekend zijn. Daarmee lijkt de tijd rijp voor meerjarige defensieafspraken.

In Zweden en Denemarken is hier al ervaring mee opgedaan. Daar bereiken politieke partijen achter de schermen overeenstemming over meerjarige plannen en budgetten voor de krijgsmacht. Dat komt de voorspelbaarheid van beleid en de stabiliteit van budget ten goede. Voor een krijgsmacht die langjarige investeringen in wapensystemen moet inplannen, is dat van belang.

Toch kleven er ook risico’s aan een meerjarige defensieovereenkomst.

  1. Defensie is kwetsbaar voor de politieke waan van de dag vanwege een wankel draagvlak binnen de Nederlandse samenleving. Het achter de schermen aftikken van een meerjarige defensieovereenkomst vergroot het draagvlak niet. Integendeel. Om te voorkomen dat Tweede Kamerleden de defensieovereenkomst in ‘splendid isolation’ bezegelen, moeten zij ook maatschappelijke organisaties en de samenleving bij dit proces betrekken.
  1. De besluitvorming over defensiebeleid en mega-investeringen in wapensystemen is complex. Het zijn hoofdpijndossiers waarbij het gaat om veel geld. De industriële belangen zijn groot. En ook de krijgsmachtsonderdelen hebben zo hun belangen.In Denemarken bindt de meerjarige overeenkomst de parlementariërs maar wordt deze niet in het parlement besproken en vastgesteld. De parlementariërs vergaderen op het ministerie van Defensie over voorstellen die door ambtenaren zijn voorbereid. De afhankelijkheid is groot. Parlementariërs missen eigen onderzoekscapaciteit en stafkracht. In Zweden is dit overigens niet het geval. Een defensieovereenkomst moet de controlerende macht van de Tweede Kamer niet verkleinen maar juist vergroten. Daarom moeten Kamerleden zelf de pen kunnen vasthouden, zelf onderzoek kunnen doen. En parlementariërs moeten het resultaat publiek verantwoorden in de Tweede Kamer.
  1. Een meerjarige defensieovereenkomst biedt voorspelbaarheid en stabiliteit. Maar de wereld is voorspelbaar noch stabiel. Een defensieovereenkomst legt niet enkel het budget maar ook toekomst, strategie en ambitieniveau van de krijgsmacht vast. Meerjarige afspraken mogen niet ten koste gaan van de politieke wendbaarheid die nodig is om adequaat te reageren op nieuwe bedreigingen. Dat vergt regelmatig politiek debat over de krijgsmacht en de doeltreffendheid en doelmatigheid waarmee deze opereert.
  1. De krijgsmachten in Europa kenmerken zich door gebrek aan efficiëntie. Een betere Europese afstemming en integratie zou miljarden besparen. Eén certificatiesysteem voor munitie zou jaarlijks €500 miljoen schelen. Het delen van infanterievoertuigen €600 miljoen. Een meerjarige defensieovereenkomst kan de belangen van nationale defensie-industrieën dienen. Maar de Tweede Kamer moet een eventuele defensieovereenkomst juist inzetten voor het afdwingen van een grotere Europese defensiesamenwerking.
  1. Nederland profileert zich met een integrale benadering. ‘Diplomacy, defence and development’ kunnen elkaar versterken. Het zou ongeloofwaardig zijn indien de Tweede Kamer wel de stabiliteit en groei van defensie maar niet van buitenlandse zaken en ontwikkelingssamenwerking onderkent. Zou het niet logisch zijn indien de Tweede Kamer ook buitenlandse zaken en ontwikkelingssamenwerking beschermt voor de politieke waan van de dag.

De verkenning van de mogelijkheden voor een meerjarige defensieovereenkomst is zeker de moeite waard. Maar alleen als betrokken partijen een adequaat antwoord formuleren op de risico’s die aan deze stille revolutie verbonden zijn. Je kan misschien wel de politiek uit de krijgsmacht halen maar niet de krijgsmacht uit de politiek. De krijgsmacht is juist gediend met politiek debat, parlementaire controle en betrokkenheid van de samenleving.

Ook als column gepubliceerd bij One World