Nee is cynische beloning voor woordbreuk en landroof

 

Euromaidan_01

“Referenda zijn een instrument voor dictators en demagogen.” Het citaat is onmiskenbaar van de ijzeren dame Margaret Thatcher. Zij citeerde echter op haar beurt Clement Attlee. Attlee was de eerste naoorlogse premier van Labour en een verklaard tegenstander van het fascisme en de ‘appeasement’ politiek van Chamberlain.

Thatcher’s visie op referenda is natuurlijk te kort door de bocht. Al valt niet te ontkennen dat het raadgevend referendum over de Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en Oekraïne omgeven is met bedenkelijke demagogie.

Natuurlijk moet de EU haar belofte tot samenwerking met Oekraïne nakomen. De samenwerking met Oekraïne kan immers bijdragen aan veiligheid en stabiliteit aan de oostgrens van Europa. Bovendien kan de overeenkomst als hefboom fungeren bij de strijd tegen corruptie en voor mensenrechten in Oekraïne.

Dat verklaart waarom mensenrechtenactivisten rekenen op onze steun. Zo is Alexandra Romantsova van het Center for Civil Liberties ervan overtuigd dat “steun van het Westen – met de Associatieovereenkomst als voornaamste drukmiddel – van groot belang is” bij het doorvoeren van ingrijpende en pijnlijke hervormingen. En ook Natalia Savranska, hoogleraar filosofie in Kiev, stelt dat “steun van buitenaf helpt om extra druk op de regering te zetten.” En die steun is hard nodig omdat er ook tegenkrachten zijn die democratisering en mensenrechten vooral als een risico voor hun machtspositie zien.

Activisten die zich inzetten voor politieke hervormingen en mensenrechten in Oekraïne zullen een tegenstem ervaren als verraad. En Oekraïne is al zo vaak verraden. Niet alleen door het Westen maar ook door Rusland.

Zo deed Oekraïne in 1994 als vierde kernmacht van de wereld afstand van 1.800 kernwapens. In ruil daarvoor ontving Oekraïne een soevereiniteitsgarantie door de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en Rusland. Met de annexatie van de Krim heeft Rusland zijn woord gebroken. Elke stem tegen de associatieovereenkomst vormt een cynische beloning voor de woordbreuk en landroof door Poetin.

De uitkomst van het referendum wordt niet enkel bepaald door een afweging van redelijke argumenten. Dat zou een misvatting van de politiek zijn. Politiek appelleert immers niet alleen aan rationele argumenten maar ook aan moraal en emotie. De vraag is welke emotie op 6 april de overhand zal hebben. Zal dat het diffuse wantrouwen tegen de politiek, tegen Den Haag en Europa zijn? Of het fundamentele gevoel dat we moedige mensen die vechten voor meer vrijheid en rechtvaardigheid niet in de steek mogen laten?

Mocht het referendum uitmonden in steun voor de associatieovereenkomst dan is daarmee de kous niet af. Dan hebben alle voorstemmende politieke partijen de plicht er voor te zorgen dat de associatieovereenkomst daadwerkelijk gaat bijdragen aan vrede en mensenrechten. Want dat gaat niet vanzelf. Het vergt een effectieve monitoring van de hervormingen in Oekraïne. Een monitoring met tanden, die vooruitgang beloont maar stagnatie en verslechtering bestraft. Dus niet alleen meer voor meer maar ook minder voor minder. Daar kunnen wij als Nederlandse burgers onze regering ook om vragen.

Als het referendum onverhoopt uitdraait op verwerping van de samenwerking tussen de EU en Oekraïne dan krijgt Thatcher alsnog gelijk. En ook Attlee met zijn weerzin tegen fascisme en concessies aan dictators. Want een Nederlands nee komt vooral de demagogen en de dictators goed uit. De Oekraïense burgers, activisten en hervormers die proberen hun land uit het slop te trekken zijn er zeker niet mee geholpen.

Wel kunnen we elkaar vasthouden en vastberaden zijn

CeZscRSWIAA_qGQ

Gruwelijk geweld heeft in deze Stille Week voor Pasen het leven van onschuldige burgers gebroken. Het hart van Brussel is verwond. Europa is in het hart getroffen. En daarmee is ook ons hart geraakt.

Vandaag voelen we ons verbonden met het verdriet van België. Tranen in Brussel vloeien samen met tranen in Parijs, Damascus, Bagdad, Istanbul en al die andere steden die door terreur zijn getroffen. Wij zijn, zoals de Belgische premier afgewogen formuleerde, wij zijn samen aangevallen door hen die er voor hebben gekozen onze vijand te zijn.

De aanslagen in Brussel confronteren ons met de kwetsbaarheid van onze samenleving. Met de kwetsbaarheid van ons eigen leven. We weten dat geweld niet valt uit te bannen, al zullen wij aan die gedachte nooit gewend raken. Wel kunnen wij elkaar vasthouden en samen vastberaden zijn. Alleen dan zal de weerbaarheid van onze samenleving sterker zijn dan hun laffe geweld.

Mensen zijn niet alleen bang voor nieuw geweld. Zij vrezen ook wat daarop volgt. Polariserende reacties vervreemden mensen van elkaar en moedigen radicalisering aan. Daarom moeten we gemakzuchtige en generaliserende beschuldigingen aan het adres van moslims vermijden en veroordelen.

Twee kerkleiders in Nederland, Bisschop Gerard de Korte (RKK) en Karin ten Broeke (PKN), vroegen mij jullie vandaag op te roepen “om ons niet te laten meeslepen door angst of boosheid. Christenen, joden, moslims en alle andere mensen van goede wil moeten elkaar niet loslaten maar solidair zijn. Juist nu.”

Politieke leiders dragen deze dagen een zware verantwoordelijkheid. Zij moeten de dreiging van terroristisch geweld serieus nemen. Maar zij moeten ook de vrijheid en democratie versterken. Wij vragen politieke leiders niet te vergeten dat het extremisme teert op de extreme reacties die het oproept. Waar het nu vooral op aankomt is verbindend leiderschap en betrokken burgers.

Als vredesbeweging kunnen wij de aanslagen in Brussel niet los zien van de oorlog in Syrië. Terreur is een wraakmachine die (ook) wordt gevoed door oorlog en onrecht in het Midden Oosten. Brussel is een krachtige aansporing om een einde te maken aan de alles vernietigende oorlog in Syrië.

Christenen gedenken vandaag op Goede Vrijdag de kruisiging. Daarmee zien we onder ogen hoe vernietigend wij als mensen te werk kunnen gaan. En toch kunnen we met Pasen vieren dat het laatste woord niet aan het kwaad is. Die hoop is sterker dan het geweld.

Nu zijn onze gedachten bij al die mensen die angstig wachten op de bevestiging van wat zij vrezen. Bij de mensen die nog vechten voor hun leven. Bij hen die onherstelbaar verwond zijn. Het verdriet van België maakt ons stil. Maar ook vastberaden en solidair.

Toespraak op De Dam tijdens de manifestatie voor solidariteit en vrijheid d.d. 25/3/2016

Het verdriet van België is ook ons verdriet

 

CeJE6rkW4AAEDeT

Wat een schok, wat een verdriet. Opnieuw aanslagen, dit keer in Brussel, in het hart van Europa. Het extremistisch geweld in onze eigen samenlevingen overrompelt ons keer op keer. De ontwrichtende uitwerking van terroristisch geweld. Het verdriet over de slachtoffers. De angst voor weer nieuw geweld. We kunnen en we zullen daar nooit aan wennen.

Het geweld confronteert ons keer op keer met de fundamentele kwetsbaarheid van onze samenleving en van ons eigen leven. Daar valt moeilijk mee te leven terwijl dat tot op zekere hoogte toch onvermijdelijk lijkt. De dreiging van geweld zal, zo moeten we vrezen, voor een langere tijd onderdeel zijn van dit tijdperk en daarmee van ons leven. De weerbaarheid van samenlevingen, van onszelf wordt opnieuw op de proef gesteld. We beseffen dat geen enkele samenleving immuun is voor geweld. Wel kunnen wij elkaar vasthouden en samen vastberaden zijn.

Het recent verschenen boek Blood Year gaat over ISIS en het falen van de oorlog tegen het terrorisme. Auteur David Kilcullen is een expert op gebied van terrorisme en onconventionele oorlogsvoering.  Hij waarschuwt voor het geweld in onze eigen samenleving. Deze dreiging vergt volgens Kilcullen in democratische landen vooral politiek leiderschap, wetshandhaving en publiek engagement.

Hij waarschuwt voor politieke reacties die leiden tot verdere marginalisering en vervreemding van jonge mensen in onze eigen samenleving. Dat moedigt de radicalisering alleen maar verder aan. Het gegeven dat de gemiddelde leeftijd van de nieuwe rekruten van ISIS zoveel lager is dan de aanhangers van Al Qaida vormt een krachtige waarschuwing. We moeten gemakzuchtige en generaliserende beschuldigingen aan het adres van Moslims vermijden en veroordelen.

Politieke leiders staan voor belangrijke keuzes. Hen zal de komende dagen opnieuw voorgehouden worden dat het bijtijds opsporen van geradicaliseerde extremisten meer bevoegdheden vergt voor inlichten- en veiligheidsdiensten. Wij zullen echter goed moeten overwegen hoeveel vrijheid we willen inleveren voor de wankele belofte dat onze veiligheid daarmee is gediend.

David Kilcullen trekt in zijn boek een vergaande conclusie. Na 15 jaar oorlog tegen het terrorisme moeten we onder ogen zien dat deze oorlog tegen het terrorisme is mislukt. Het idee van president Bush was de terroristen ver weg te bestrijden zodat deze niet langer in staat zouden zijn in onze eigen samenleving geweld te gebruiken. We worden nu echter geconfronteerd met de boomerang effecten van deze oorlog tegen het terrorisme. Natuurlijk, we kunnen en mogen onze ogen niet sluiten voor de reële bedreigingen. Maar het wordt langzamerhand urgent noodzakelijk om de strijd tegen extremisme en radicalisering kritisch te doordenken. Hoe moeilijk ook, we zullen moeten komen met een nieuwe aanpak die ook de grondoorzaken in beschouwing neemt.

Maar wat nu voorrang moet krijgen is het verdriet van België. Onze gedachten zijn nu eerst en vooral bij de nabestaanden. Bij al die mensen wier leven te vroeg gebroken is door geweld. Het verdriet van België is ook ons verdriet.

Europese deal met Turkije ondermijnt recht op bescherming voor vluchtelingen

A woman is supported by two men while crossing a river as migrants attempt to reach Macedonia on a route that would bypass the border fence, Monday, March 14, 2016. Hundreds of migrants and refugees walked out of an overcrowded camp on the Greek-Macedonian border Monday, determined to use a dangerous crossing to head north.(AP Photo/Vadim Ghirda)

(AP Photo/Vadim Ghirda)

De afgelopen dagen zagen we onvoorstelbare beelden van vluchtelingen die de grens tussen Griekenland en Macedonië overstaken. Mensen die waden door het ijskoude water van de grensrivier. Gezichten strak van uitputting en wanhoop. Handen die zich vastklampen aan een touw over snelstromende water. Kinderen die van hand tot hand gaan. Om uiteindelijk weer te worden tegengehouden.

Deze mensen zijn ‘lost in transition’. Zij hebben door oorlog alles verloren. Zij kunnen niet terug en niet vooruit. Ze zijn vastgelopen in de zuigende modder van provisorische kampen. De Balkanroute zit op slot door de vluchtelingendeal tussen de Europese Unie en Turkije.

Europese politieke leiders willen Syrische vluchtelingen die Griekenland bereiken, collectief naar Turkije terugsturen. Voor elke Syriër die Turkije terugneemt, zal Europa een vluchtelingen vanuit Turkije opnemen. De politieke prijs voor deze deal: opheffing van de visumverplichting voor Turkijke, 3 miljard extra en versnelling van de onderhandelingen over toetreding van Turkije tot de Europese Unie. De wanhopige Europese politieke leiders klampen zich vast aan het touw dat Turkije hen toewerpt. Maar de vluchtelingendeal roept vele juridische, morele en praktische vragen op.

Internationale bescherming in gevaar

De deal met Turkije dreigt het recht van vluchtelingen op bescherming en asiel te ondermijnen. Het collectief terugsturen van vluchtelingen naar Turkije is in strijd met internationale en Europese verdragen. Voordat Griekenland asielzoekers terugstuurt naar hun land van herkomst of, in dit geval naar Turkije, moet op individuele basis het risico op gevaar voor lijf en leden worden beoordeeld. Griekenland is daartoe nu niet in staat.

Bovendien moet vaststaan dat Turkije voldoet aan de criteria voor een veilig land. Teruggestuurde asielzoekers moeten op effectieve bescherming kunnen rekenen en niet teruggestuurd worden naar een situatie waarin hun leven of vrijheid in gevaar is. En aan deze elementaire twee voorwaarden voor een veilig land kan Turkije (nog) niet voldoen.

Hervestiging vluchtelingen blijft noodzakelijk

Europa draagt onvoldoende bij aan de hervestiging van vluchtelingen die in de regio zijn opgevangen. De Syrische vluchtelingen die deze week het ijskoude water van de grensrivier tussen Griekenland en Macedonië overstaken, zijn (veelal) afkomstig uit de vluchtelingenkampen in Libanon, Irak en Turkije. De omstandigheden waaronder vluchtelingen in deze landen moeten leven is ronduit dramatisch. Bovendien dreigen landen als Libanon te bezwijken onder de enorme aantallen vluchtelingen.

Jaarlijkse hervestiging van substantiële aantallen vluchtelingen in landen in Europa is daarom onvermijdelijk. Maar de bereidheid van landen binnen de Europese Unie om vluchtelingen te ontvangen is tot nu toe bedroevend laag. Het ontbreekt aan politieke wil en onderlinge solidariteit. Vooral de rijkste landen binnen de Europese Unie zullen jaarlijks veel meer vluchtelingen moeten opnemen. Ook Nederland. Daarnaast zal de internationale gemeenschap veel meer humanitaire steun moeten geven voor de opvang in de regio. Van het bedrag dat dit jaar nodig is voor huisvesting, voedsel en gezondheidszorg voor de opvang van Syrische vluchtelingen in de regio is deze week nog maar 4 % opgebracht.

De deal met Turkije lijkt in te zetten op het in de regio houden van de vluchtelingen. Maar dat is niet alleen praktisch onmogelijk, maar ook moreel onverantwoord. Als de Europese landen niet substantieel meer bijdragen aan hervestiging en humanitaire hulp, zullen vluchtelingen ongecontroleerd langs andere routes Europa blijven bereiken. De Europese leiders kunnen hun verantwoordelijkheid voor de hervestiging van vluchtelingen niet afkopen en doorschuiven aan Turkije en de andere landen in de regio. De Europese landen kunnen en moeten, zeker in vergelijking met landen als Libanon veel meer vluchtelingen opvangen.

Gevaarlijke veilige haven

De deal met Turkije omvat ook het realiseren van een veilige zone in Syrië zelf. Turkije houdt vluchtelingen uit Syrië aan de grens tegen. Zij zouden in deze ‘veilige zone’ moeten blijven. Maar Turkije wil mogelijk ook Syrische vluchtelingen die nu in Turkije verblijven of uit Griekenland afkomstig zijn naar dit gebied kunnen terugsturen.

Turkije pleit al langer voor het realiseren van zo’n veilige haven aan zijn grens met Syrië. In Nederland roept zo’n pleidooi onmiddellijk herinneringen op aan het drama in Srebrenica. Zonder effectieve bescherming van burgers kan een veilige zone uitlopen op een humanitair drama.

De bescherming van burgers in een veilige zone in het door oorlogsgeweld verscheurde Syrië vergt veiligheidsgaranties die onder de huidige omstandigheden niet zijn te realiseren. Daarbij komt dat het Turkse pleidooi voor een veilige zone ook een ander, meer politiek doel dient. Een dergelijk gebied moet een buffer vormen tussen de Syrische Koerden, die hun positie met Amerikaanse steun hebben versterkt, en Turkije. Turkije wil echter voorkomen dat de Syrische Koerden het gehele grensgebied innemen. Een veilige zone zou dit kunnen voorkomen.

De Europese leiders moeten niet alleen het terugsturen van vluchtelingen naar een onveilige veilige haven voorkomen. Het idee van een veilige haven vormt onder de huidige omstandigheden ook een gevaarlijke complicatie voor het toch al fragiele onderhandelingsproces in Genève over een politieke oplossing voor de oorlog in Syrië.

Lost in transition

De vluchtelingen die nu zijn vastgelopen in Griekenland, of op weg via de Balkanroute, vormen het meest urgente probleem voor de Europees-Turkse top. Deze mensen betalen als eerste de prijs van de Turkije-deal. Alleen al aan de Griekse kant van de grens met Macedonië verblijven 12.000 mensen, waaronder 4.000 kinderen. Zij kunnen noch terug naar Turkije noch door naar Europa. Welke Europese leider is moedig en menselijk genoeg om zijn of haar verantwoordelijkheid voor deze mensen te nemen?

Gepubliceerd door Reformatorisch Dagblad 16/3/2016

De onderzeebootkongsi

onderzee

Deze week zet de Tweede Kamer de eerste stap in een nieuw Defensie Materieel Proces. Dit proces moet stap-voor-stap leiden tot vervanging van de vier Nederlandse onderzeeboten. Het is het begin van wat zich onvermijdelijk zal ontwikkelen tot een nieuw hoofdpijndossier. Kamerleden zullen opnieuw bedolven raken onder cijfers en argumenten. De politiek heeft het laatste woord. Maar het Nederlandse bedrijfsleven rekent al op de order. Damen Shipyards sloot begin dit jaar al een samenwerkingsovereenkomst met het Zweedse Saab om mee te dingen in deze megaorder.

De lobby draait intussen al op volle toeren. Een kongsi van marine, defensie-industrie en kennisinstituten prijst de vervanging van de huidige Walrus onderzeeërs aan als logisch en onvermijdelijk. Het verkooppraatje kinkt als een klok. De Nederlandse onderzeeërs vormen een unieke niche. Nederland moet als handelsnatie bijdragen aan de bescherming van scheepvaartroutes en de bestrijding van piraten. En dan zijn de onderzeeërs ook nog in staat om inlichtingen te vergaren.

En voor wie dan nog niet overtuigd is heeft de kongsi nog extra voordeeltjes paraat: de productie van onderzeeërs is goed voor de Nederlandse scheepvaartindustrie, kennisinstituten en werkgelegenheid.

Toch zijn er goede redenen om de twijfelen aan nut en noodzaak van de vier nieuwe onderzeeboten. Dit zijn de kwesties waarover de onderzeebootlobby liever niet praat:

  • De onderzeeboten passen in het profiel van een ‘veelzijdig inzetbare krijgsmacht’. Maar de kloof tussen deze ambitie en het budget blijkt onoverbrugbaar. De facto is de Nederlandse krijgsmacht een robuuste stabilisatiemacht. Dat is ook een logisch profiel voor een land dat steeds wil bijdragen aan militaire missies en dat een beperkt defensiebudget heeft. Eén probleem: onderzeeboten passen niet in dit profiel, zo stelt Clingendael in zijn rapport over de toekomst van de krijgsmacht.
  • De investering in nieuwe onderzeeboten is de verkeerde prioriteit. Na jarenlange bezuinigingen lijkt er meer ruimte te komen in de defensiebegroting. De eerste prioriteit is niet een peperdure nichecapaciteit maar het op peil brengen van de basale gevechtscapaciteit en het voortzettingsvermogen. Een krijgsmacht kan wel zonder nichecapaciteiten maar niet zonder basiscapaciteiten functioneren stelt de AIV.
  • Nieuwe drone en sensor technologieën zullen in de nabije toekomst oceanen transparant en kostbare stealth onderzeeboten irrelevant maken. Britse parlementariërs kregen van onderzoeksinstelling Basic te horen dat er in 2030 tientallen manieren zullen zijn om onderzeeboten op te sporen.
  • De nichecapaciteit van de Nederlandse onderzeeboten roept vragen op. Waarom hebben grote maritieme naties geen interesse in het type onderzeeboot dat Nederland zo uniek acht? Of anders geformuleerd, waarom zijn de kleinere onderzeeboten van Noorse of Duitse makelij niet goed genoeg voor Nederland, vraagt ook SIPRI zich af?
  • De Nederlandse politiek is voorstander van meer Europese defensiesamenwerking. Maar de eenzijdige Nederlandse behoeftestelling, formulering van operationele eisen en besluitvorming over aanschaf en productie van de nieuwe onderzeeboten draagt juist bij aan de versnippering en verspilling van de Europese defensie-inspanningen.
  • De onderzeeboten staan nu in de boeken voor 2,5 miljard. Nu al is duidelijk dat de vier onderzeeërs een tikkeltje meer gaan kosten. Experts houden rekening met ruim 4 miljard. De Rekenkamer zal een nieuw financieel debacle na de JSF graag willen voorkomen. De accountants stropen de mouwen op voor een harde confrontatie.

De strijd over nieuwe onderzeeboten zal lang duren. Maar de besluitvorming over deze megaprojecten heeft de werking van een fuik. Eenmaal begonnen is er vaak geen ontsnappen meer aan. Dat roept de vraag op of de Tweede Kamer voldoende is toegerust om weerstand te bieden aan de belangen van marine, bedrijfsleven en kennisinstituten. Die belangen zijn natuurlijk legitiem. Maar de lobby van deze belanghebbenden mag natuurlijk niet de democratische controle torpederen. De Tweede Kamer moet wel echt het laatste woord hebben. We gaan het zien.