Dealen met despoten in Afrika

 

3500-2

De Europese Unie dealt met despoten in Afrika om vluchtelingen en migranten tegen te houden. De verdrinking van 359 mensen bij Lampedusa in oktober 2013 vormde hiervoor de directe aanleiding. De EU wil samen met landen in de Hoorn van Afrika mensensmokkel en migratie aanpakken. Landen als Eritrea, Soedan, Ethiopië en Somalië moeten voorkomen dat vluchtelingen en migranten met bootjes de Middellandse Zee oversteken en sneller asielzoekers terugnemen. Dit programma is bekend als het Khartoum Proces.

Het Duitse tv-programma Monitor kreeg onlangs vertrouwelijke documenten over het Khartoum Proces in handen. Uit notulen blijkt dat met EU-ambassadeurs is gesproken over het sneller terugnemen van asielzoekers in ruil voor economische steun en versoepeling van de visumplicht voor diplomaten uit de regio. Veelzeggend is dat uit de notulen blijkt dat gemaakte afspraken “in geen geval naar het publiek” mogen gaan.

Dat de Europese Commissie deze samenwerking met despoten niet aan de grote klok wil hangen is begrijpelijk. De Europese diplomaten weten dat de mensenrechtensituatie in betrokken landen ronduit dramatisch is. Zij omschrijven zelf de humanitaire situatie in Ethiopië als “catastrofaal”. En zij beseffen dat de beoogde samenwerking met de veiligheidsdiensten en de uitwisseling van informatie met de politie van landen als Eritrea en Soedan netelige vragen gaan oproepen. Soedan staat nota bene op de terreurlijst terwijl tegen president Al-Bashir door het Internationaal Strafhof een arrestatiebevel is uitgevaardigd vanwege genocide en misdaden tegen de menselijkheid.

Het dealen met despoten dreigt de toch al beschadigde reputatie van Europa verder te ruïneren. Het terugsturen van vluchtelingen naar landen die evident onveilig zijn zou een flagrante schending van het internationaal vluchtelingenverdrag zijn. Het ‘tegen betaling’ laten tegenhouden van vluchtelingen door landen die zelf door repressie en geweld mensen op de vlucht jagen en volgens de VN tot op hoog niveau betrokken zijn bij mensensmokkel is ronduit cynisch.

Maar daarmee is nog niet alles gezegd. De sinistere samenwerking met despoten bij het tegenhouden en terugsturen van vluchtelingen is niet alleen moreel verwerpelijk, juridisch illegaal en politiek onverantwoord. Het Khartoum Proces is ook politiek naïef en gedoemd te falen.

Naïef omdat de EU “een belofte van verandering” voldoende acht om de samenwerking met notoire schenders van mensenrechten te hervatten en te intensiveren. Voor zover bekend bevatten de afspraken met de landen in de Hoorn van Afrika wel beloningen maar geen effectieve sancties. Het Khartoum Proces dreigt bedenkelijke regimes alleen maar sterker te maken. De EU zou de repressieve regeringen ter verantwoording moeten roepen voor hun mensenrechtenschendingen. Voor hun falende bestuur, corruptie en economisch wanbeleid dat mensen in de armen van mensensmokkelaars drijft. Maar in plaats daarvan ontvangen de despoten een beloning.

Het Khartoum Proces is tot mislukken gedoemd. Op papier bewijst het Khartoum Proces lippendienst aan het bestrijden van de oorzaken van migratie. Maar in werkelijkheid is de EU volkomen gefixeerd op snelle resultaten. Het Khartoum Proces richt zich niet op de problemen van maar op de problemen met vluchtelingen en migranten. Door alle nadruk te leggen op wie mensen op gammele bootjes zetten ontloopt men de vraag waarom mensen op deze bootjes stappen.

Dat komt de dictatoriale regimes in de regio overigens goed uit. Met het criminaliseren van de mensensmokkelaars hebben de EU en de landen in de regio een gemeenschappelijke vijand. Dat levert de despoten in een ideale onderhandelingspositie op waarbij zij kunnen rekenen op financiering van hun veiligheidssector en politieke legitimering van hun dubieuze bewind.

Met het Khartoum Proces dreigt de Europese politieke crisis over vluchtelingen een nieuw dieptepunt te bereiken. Symptoombestrijding zal op termijn een heilloze weg blijken. Hoe lang zal het duren voordat Europese landen beseffen dat zij samen meer politieke verantwoordelijkheid moeten nemen? Toegegeven, een sluitende oplossing voor vluchtelingen en migratie is niet voor handen. Maar de oplossingsrichting is duidelijk. Investeer langdurig in de veiligheid en ontwikkeling van gemarginaliseerde en uitgesloten burgers in Noord-Afrika. En neem intussen een groter aandeel in de hervestiging van vluchtelingen in Europa.

Een relationeel perspectief op een mondiaal landschap in verwarring

Venice biennale 56 edition artists il muro del pianto labrouge FABIO MAURI

Venice biennale 56 edition artists il muro del pianto labrouge FABIO MAURI

“Honderd jaar nadat de eerste schoten van de Eerste Wereldoorlog werden afgevuurd en 75 jaar na het begin van de Tweede Wereldoorlog is het mondiale landschap wederom in verwarring.” We leven in een tijd van wanorde. En eerlijk gezegd ben ik daardoor zelf soms ook in verwarring.

Lange tijd leek het alsof er na de Tweede Wereldoorlog iets wezenlijks veranderd was. Dat de internationale gemeenschap een les geleerd had.
Dat wij samen een gemeenschappelijke droom hadden. Nooit meer Auschwitz. Nooit meer discriminatie en vervolging van minderheden. Nooit meer raciale politiek en nationalistische superioriteitswaan. En uiteidelijk ook….nooit meer oorlog.

Lange tijd leek het alsof er na de Tweede Wereldoorlog met vallen en opstaan een humanisering van de internationale rechtsorde op gang gekomen was. Dat we getuigen waren van een pijnlijk langzame maar niet te stuiten kanteling in de verhouding tussen machthebbers en burgers. Dat de primaire gerichtheid op de bescherming van de belangen van staten zou plaatsmaken voor een gerichtheid op de bescherming van burgers, aan wie staten hun bestaansrecht danken.

Maar in de verwarrende wereld van vandaag lijkt er geen plaats te zijn voor deze hoopvolle gedachten. Het lijkt wel of alles wat is opgebouwd weer wordt afgebroken. De wereld is op drift. Het mondiale landschap rondom Europa verkeert in een staat van verwarring en wanorde.

Aan de oostflank van Europa zien we een nieuwe militaire escalatie met Rusland onder leiding van Poetin. Een escalatie die herinneringen oproept aan de donkerste dagen van de Koude Oorlog. Aan een tijd van angst en afschrikking, van vijanddenken en wapenwedloop. Aan een tijd waarin ook onze vrede nog zo kwetsbaar was.

Aan de zuidflank van Europa, zien we steeds scherper die veel genoemde ‘gordel van instabiliteit’. Een aaneenschakeling van falende en repressieve staten in Afrika en het Midden Oosten. Een regio waar burgers lijden onder de gevolgen van uitzichtloos oorlogsgeweld, toenemende onderdrukking en chronische armoede. Een regio waar een giftig mengsel van politieke grieven, religieuze identiteiten en criminele hebzucht mensen en gemeenschappen tegen elkaar opzet.

En zoals altijd proberen mensen geweld en wanorde te ontvluchten. Alleen al de oorlog in Syrie heeft geleid tot de grootste humanitaire ramp in onze tijd. Nu de zomer in aantocht is maken zich 200.000 mensen op voor een overtocht naar Europa. Hoeveel van deze vluchtelingen zullen op weg naar veiligheid en vrijheid verdrinken of in de vuurlinie terecht komen van militaire acties tegen mensensmokkelaars?

Maar ook binnen het fort Europa blijkt de vrede lang niet verzekerd. De onrust in Macedonie herinnert ons er aan hoe onverwerkt het verleden is. De aanslagen in Parijs en andere steden herinneren ons er aan hoe kwetsbaar onze open samenleving is. En intussen spelen populisten handig in op onze onzekerheid over de toekomst op een wijze die herinnert aan onze nachtmerries uit het verleden.

Het valt allemaal niet te ontkennen. En er valt niet aan te ontkomen. We leven en werken in een mondiaal landschap dat – wederom – in verwarring is. En dat raakt ons. We raken er zelf van in verwarring. Wat is nu nog het nut van ons vredeswerk?

Maar…. we kunnen ook op een andere manier naar dat mondiale landschap kijken . In onze geraaktheid, in onze verwarring ligt een inzicht besloten. Onze geraaktheid wijst op een relationele betrokkenheid bij mensen die ons in staat stelt op een andere wijze naar de wereld te kijken. Op een wijze die ruimte schept en ons kan bevrijden van een wereldbeeld dat ons machteloos, onverschillig en cynisch kan maken.

Zo’n andere manier van kijken begint met een positiebepaling. Een positie die bepaald wordt door het besef, door het geloof dat elk mens ten diepste verlangt naar waardig en vreedzaam samenleven.

Dat is geen vanzelfsprekende maar een vooringenomen positiebepaling. Veel deskundigen en politici zullen het er niet mee eens zijn. Zij menen dat wij individualistische en calculerende burgers zijn die zich laten leiden door brood en spelen, door zelfzuchtige en economische belangen. Zij stellen dat de wereld enkel bepaald wordt door honger naar macht en rijkdom.

Maar dat wil er bij mij en veel andere mensen niet in. Mensen zijn sociale, relationele en met elkaar verbonden wezens die verlangen naar een menswaardig bestaan. En dat herkennen we bij elkaar. Juist daarom worden we geraakt door hen die lijden onder die wanorde in het mondiale landschap.

Met zo’n positiebepaling, die uitgaat van het verlangen en de verbondenheid van mensen, kunnen we op een andere manier, met een meer relationeel perspectief naar dat mondiale landschap kijken. Ik zeg niet dat je daarmee een volledig zicht hebt op de realiteit. Maar zo’n relationeel perspectief zorgt er wel voor dat we de dingen anders zien en dat we andere dingen zien.

Wat we anders kunnen zien is dat het mondiale landschap niet enkel bepaald wordt door de logica van het geweld, door de macht van staten en de wetmatigheid van de economie. De wanorde in de wereld is geen bewijs van de almacht van autoritaire staten en wetmatigheid van economische markten maar eerder van het tekortschieten daarvan. Steeds weer blijkt dat op beslissende momenten mensen het verschil maken door hun verlangen naar vrede en hun verbondenheid met elkaar en de wereld.

Wat we ook in de wanorde in de wereld kunnen zien is dat veel mensen zich niet langer willen neerleggen bij een onvrij, onveilig en onwaardig bestaan. Mensen willen hun eigen toekomst kunnen bepalen. We moeten de macht van regimes niet overschatten. En we moeten ook de veerkracht en vitaliteit van mensen en gemeenschappen niet onderschatten. Het verlangen van mensen naar een vreedzaam en menswaardig bestaan laat zich misschien wel even, maar niet voor altijd onderdrukken.

En wat we ook anders kunnen zien is dat we onvermijdelijk verbonden zijn met elkaar en met zoveel andere mensen. Wij kunnen ons niet verschansen in eigen huis of eigen groep. We kunnen ons niet terugtrekken achter Nederlandse dijken of in een Europees fort. Door de globalisering zijn we meer dan ooit met duizenden onzichtbare draden verbonden met andere plekken en andere mensen binnen het mondiale landschap. Er is geen muur, er is geen grens bestand tegen deze lotsverbondenheid en de betrokkenheid van mensen op elkaar.

Als we vanuit een menselijk en relationeel perspectief naar het mondiale landschap kijken kunnen we de dingen niet alleen anders zien maar ook andere dingen zien.

Dan zien we hoe Nawras, een jonge journaliste in een verdeeld Irak haar lot verbindt met minderheden en samen met hen strijdt voor een menswaardig bestaan voor iedereen.

Dan zien we Paride Taban die een vredesdorp start midden in het strijdgewoel in Zuid-Soedan en zo laat zien dat wat gemeenschappen met elkaar verbindt sterker is dan wat hen zo lang verdeeld heeft gehouden.

Dan zien we Olena Kaskiv die in Oekraine pro-westerse en pro-Russiche burgers, legerpriesters en politieagenten aan tafel krijgt om te praten over de waarden die zij toch blijken te delen.

Dan zien we Said Bouarrou die in Nijmegen religieuze leiders opriep om samen afstand te nemen van discriminatie en rascisme, van moslimhaat en jodenhaat.

Dan zien we Casper uit Rossum die in zijn eentje honderden handtekeningen teken kernwapens verzamelde en als een van onze ambassadeurs aanwezig zal zijn bij de herdenking van 70 jaar Hiroshima.

Het zijn allemaal bruggenbouwers die in de maalstroom van de geschiedenis durven bij te dragen aan de humanisering van de internationale rechtsorde.

Als we vanuit dat andere, meer relationele perspectief naar dat mondiale landschap kijken, dan beseffen we dat niet alleen de wereldleiders de toekomst bepalen. Ook kleine mensen, zoals wij hier vandaag, dragen bij aan die toekomst van vrede. Die vrede begint bij de goedheid van het eigen hart, omdat alleen dat ons gevoelig maakt voor hen die lijden . Die vrede begint met, en mondt uit in de verbondenheid met andere mensen, dichtbij en verweg.

Door op een andere manier naar het mondiale landschap in verwarring te kijken kunnen we, zoals Erik Borgman dat noemt: Groot denken en klein kijken . We kunnen aan de hand van de kleine verhalen van bruggenbouwers zien waartoe mensen in staat zijn. En we kunnen op nationaal en internationaal niveau laten zien waar de verbinding verbroken is en hoe vrede die verbinding weer tot stand kan brengen. Dat is lang niet eenvoudig. ‘Vrede verbindt’ is een enorme uitdaging, maar er is geen enkel ander alternatief.

Als we zo naar de wereld kijken zien we ook tekenen van hoop. Dan beseffen we hoe belangrijk het is om die kleine verhalen van hoop te verbinden met het grote verhaal over de humanisering van de internationale rechtsorde, met die oude maar nog steeds springlevende droom van vrede.

Wij zijn allemaal onderdeel van dat verhaal, van die droom. Als je actief bent als bruggenbouwer bij een lokale ambassade voor vrede. Als je samen met PAX en de Raad van Kerken meeloopt met de Walk of Peace in Den Haag. Als je werkt voor PAX. Als je je handtekening zet tegen kernwapens – we hebben er nog een paar duizend nodig. Als je bijdraagt aan het vredeswerk door een gift of nalatenschap of met een subsidie zoals we die ook dit jaar weer mochten ontvangen van het V-fonds. Mede dankzij hun generueze steun zijn wij hier vandaag bijeen.

Als we soms in verwarring zijn door de wanorde in het modiale landschap dan is het goed om te beseffen dat we verbonden zijn met mensen die ons verlangen naar vrede delen. Dan is het goed om te beseffen dat het simpele feit dat we samen onderweg zijn een begin van vrede is.

Opening PAX Ambassadeurs voor Vrede dag, Utrecht, 20 mei 2015

De Witte Mier en het Internationaal Strafhof

untitled ‘Witte mieren’, zo noemt men termieten in Afrika. Ze vervullen een dubbelzinnige rol in de natuur. Door het afbreken van plantenmateriaal dragen ze bij aan het  ecosysteem. Maar ‘witte mieren’ zijn ook berucht vanwege de vernietigende kracht waarmee ze huizen aantasten en grote schade veroorzaken.

Deze week is  Dominic Ongwen, bijgenaamd de ‘Witte Mier’, voorgeleid voor het Internationale Strafhof in Den Haag. En net als bij de echte ‘witte mier’ is er hier sprake van een dubbelzinnig karakter. Enerzijds wordt Dominic Ongwen ervan beschuldigd een oorlogsmisdadiger te zijn en misdaden te hebben gepleegd tegen de menselijkheid. Het gaat ondermeer over meervoudige moord, ontvoering en tot slaaf maken van kinderen, het veroorzaken van onmenselijk lijden door het aanvallen en mishandelen van burgers.

Anderzijds is Dominic Ongwen ook slachtoffer. De Lord’s Resistance Army ontvoerde Dominic als tienjarige jongen toen hij op weg was naar school en zette hem in als kindsoldaat. Dit geeft hem een unieke status, want hij is de eerste persoon die door het Internationale Strafhof beschuldigd wordt van hetzelfde soort oorlogsmisdaden als waar hijzelf het slachtoffer van is.

We weten van ontsnapte kindsoldaten hoe wreed de methoden van de LRA zijn om ontvoerde kinderen ‘op te leiden’ tot strijder. De kinderen krijgen langdurige pakken slaag. Ze moeten zware arbeid en lange marsen verrichten. Ze worden bewust uitgehongerd en slaap wordt hun onthouden. De kinderen zijn psychisch geïndoctrineerd: ze moeten toekijken hoe kinderen die proberen te ontsnappen, worden gemarteld of gedood. Ze worden onderworpen aan urenlange reinigingrituelen die hen zouden moeten zuiveren van hun eigen identiteit. En ze leven iedere minuut in doodsangst: De leider van de LRA Joseph Kony, zo wordt hen wijsgemaakt, heeft toverkrachten. Hij kan gedachten lezen, de toekomst voorspellen en je afluisteren in de vorm van een dier. Alleen al de gedachte aan ontsnappen kan je dood betekenen. Als ze zo genoeg gebroken zijn, leren de kindsoldaten vechten en schieten. Als initiatie moeten ze hun eerst ‘kill’ plegen. Daarna is er voor hen geen weg meer terug.

Het Strafhof beschikt over tientallen mensen die kunnen getuigen dat Dominic Ongwen een zeer goede leerling was. Ze hebben hem zien verkrachten, mishandelen en moorden. Er is dan ook geen enkele reden om aan de zware beschuldigingen tegen hem te twijfelen.

Maar het is wel de vraag of en, zo ja, in hoeverre hij ten volle verantwoordelijk kan worden gehouden voor deze gruwelijke daden. Enerzijds ontslaat het feit dat hij zelf een LRA-slachtoffer is hem niet van de verantwoordelijkheid voor de misdaden die hij heeft gepleegd. Anderzijds is hij wreed beroofd van zijn jeugd en heeft hij zware fysieke en psychologische schade geleden. Welke motieven en drijfveren hij ook voor zijn gruwelijke daden had, deze zijn gevormd binnen omstandigheden waarin hijzelf slachtoffer was.

Dominic Ongwen moet zich nu verantwoorden voor het Strafhof. Om zijn slachtoffers genoegdoening te geven zal de dader Dominic Ongwen zijn gerechte straf ondergaan. Maar hoe krijgt het slachtoffer Dominic Ongwen gerechtigheid en genoegdoening voor de misdaden die tegen hem zijn begaan? Schiet een zuiver strafrechtelijke benadering voor dit soort daders die ook slachtoffers zijn niet tekort? Het is aan de rechters van het Strafhof om over de dubbelzinnigheid van deze ‘Witte Mier’ hun oordeel te vellen.