“Wenken voor de bescherming van uw gezin en uzelf”

envelopfolders

Er hangt revolutie in de lucht. Deze week zal een meerderheid van ruim 100 van de 193 staten in de VN een resolutie aannemen die leidt tot juridisch verbod op kernwapens in 2017. De VS en andere kernwapenstaten zijn in paniek en voeren agressief campagne tegen zo’n verbod. De Nederlandse regering, gevangen tussen de Amerikaanse politieke druk en de wil van een meerderheid in de Tweede Kamer en de Nederlandse samenleving, aarzelt.

In 1961 ontvangen alle huishoudens een brochure in de bus. “Wenken voor de bescherming van uw gezin en uzelf.” De brochure geeft informatie over bombardementen, atoombommen, fall-out en bescherming.

De toonzetting is ernstig maar toch vooral geruststellend. Ernstig: “Reken er echter niet te vast op dat u tijdig door luchtalarm wordt gewaarschuwd. Als het kernwapen met een raket aankomt, is dit zelfs onmogelijk, (…) het is in dit geval dus waarschijnlijk, dat de explosie op een voor u volkomen onverwacht ogenblik plaatsvindt.”

Maar ook geruststellend. Alle hoop is niet verloren. “Maar dan krijgt u (…) nog de waarschuwing van de lichtflits, want die komt één tot enkele seconden voor de luchtdruk. Dat is zeker niet veel tijd, maar nog wel voldoende om onder een tafel, in een portiek of een greppel, of achter een boom te duiken.”

Wie denkt dat de risico’s van kernwapens inmiddels even achterhaald zijn als ‘de wenken voor de bescherming van uw gezin en uzelf’ vergist zich. Er zijn steeds meer landen die over kernwapens beschikken. Het besef van de catastrofale humanitaire consequenties van een (onbedoeld) gebruik van kernwapens is toegenomen. Uit recent onderzoek blijkt dat ook een ‘kleinschalige’ regionale kernoorlog kan leiden tot wereldwijde afkoeling van de temperatuur. Dat verstoort de voedselproductie voor jaren en bedreigt wereldwijd 2 miljard mensen met uithongering.

Ook is steeds duidelijker geworden dat kernwapens ook in vredestijd gevaarlijk zijn. De lijst met bijna-ongelukken en ongelukken met kernwapens is schrikbarend groot. En het gevaar dat kernwapens in handen kunnen vallen van terroristen is niet langer denkbeeldig. De ongerustheid over de veiligheid van kernwapens in een land als Pakistan spreekt boekdelen.

Nog steeds zijn er politieke argumentaties en militaire doctrines die stellen dat kernwapens bijdragen aan onze veiligheid. Maar deze redeneringen zijn zo langzamerhand net zo ongeloofwaardig als de ‘wenk’ bijtijds onder de tafel, in een portiek, achter een boom of in een greppel te duiken. Kernwapens met hun wereldwijde, onomkeerbare en rampzalige humanitaire consequenties kunnen geen burgers laat staan de mensheid als geheel beschermen. Alleen een juridisch verbod dat leidt tot afschaffing van kernwapens kan de wereld veiliger maken.

De kernwapenstaten hebben decennia lang onderhandelingen over kernontwapening gedomineerd. Plechtige beloftes om te komen tot een kernwapenvrije wereld zijn niet waargemaakt. Nog altijd zijn er wereldwijd 16.000 kernwapens. Daarvan staan er 1.800 op scherp, zij kunnen binnen minuten gelanceerd worden op een voor ons volkomen onverwacht ogenblik.

Ronduit zorgwekkend is dat kernwapenstaten miljarden willen investeren in de ontwikkeling van een nieuwe generatie kernwapens. Zo willen de VS de komende 30 jaar 1.000 miljard (!) dollar besteden aan modernisering van hun kernwapenarsenaal. Deze modernisering zal de drempel voor daadwerkelijk gebruik van kernwapens gevaarlijk verlagen.

Deze week zal er echter binnen de VN een historische revolutie plaatsvinden. Een meerderheid van staten zal een resolutie steunen die in 2017 zal leiden tot een internationaal verdrag dat kernwapens verbiedt. Amerikaanse diplomaten voeren agressief campagne tegen zo’n verbod. Ze wijzen daarbij op de oplopende spanningen met landen als Rusland en China. Deze argumentatie is echter ongeloofwaardig. De internationale verdragen die bacteriologische en chemische wapens verbieden zijn juist midden in de Koude Oorlog tot stand gekomen. Oplopende politieke spanningen verminderen niet maar onderstrepen juist het belang van een verbod.

Natuurlijk zal een internationaal juridisch verbod er niet onmiddellijk toe leiden dat kernwapenstaten afstand doen van hun wapens. Maar een breed ondertekend en geratificeerd verdrag zal bijdragen aan de de-legitimering en stigmatisering van kernwapens. Een juridisch verbod zal de politieke druk op onderhandelingen over kernontwapening sterk opvoeren. De publieke druk op banken en pensioenfondsen om niet te investeren en te beleggen in kernwapenproductie zal verder toenemen. Dat verklaart de agressieve tegencampagne van de VS, die zich daarmee aan dezelfde zijde schaart als kernwapenstaten als Rusland, China en Noord-Korea.

Intussen moet minister Koenders besluiten wat Nederland gaat stemmen. Het Rode Kruis, de ASN en PAX riepen de minister in een brief op in New York voor de resolutie te stemmen. Wat zal Nederland volgende week doen? Blijft de regering hangen in het achterhalen denken uit de tijd van ‘de bescherming van uw gezin en uzelf’? Daarmee blijft Nederland aan de verkeerde en achterhaalde kant van de geschiedenis staan. Of zal de regering inzien dat de tijd van afwachten voorbij is?

Gaat de overheid ons hacken?

Hack

Ironisch is het wel. Het nieuwe wetsvoorstel voor de inlichtingen- en veiligheidsdiensten is onlangs uitgelekt. Het wetsvoorstel maakt het ongericht aftappen van informatie mogelijk. Critici van het ongerichte sleepnetkarakter van de wet spreken over het ‘stalken van burgers’. Hoofdredacteuren slaan alarm over bedreiging van de persvrijheid. En NGO’s vrezen voor de veiligheid van hun partners. Of het aftappen Nederland veiliger maakt moet nog blijken. Zeker is dat de nieuwe wet tot onaanvaardbare risico’s leidt.

Voor NGO’s die zich inzetten voor vrede, mensenrechten en vrije media is de nieuwe wet voor de inlichtingen- en veiligheidsdiensten ronduit gevaarlijk. Zij onderhouden contacten met activisten en onderzoekers die in repressieve staten risico’s lopen. Zij spreken met gewapende groeperingen die verboden zijn. Zij ontmoeten oppositieleden die in eigen land te boek staan als vijanden van de staat.

Deze contacten lopen gevaar. Want de Nederlandse inlichten- en veiligheidsdiensten krijgen met de nieuwe wetgeving de bevoegdheid om in te breken in de systemen van NGO’s. Bovendien kunnen de diensten afgetapte informatie delen met buitenlandse veiligheidsdiensten.

De nieuwe wet stelt wel voorwaarden aan het hacken en delen van informatie met andere veiligheidsdiensten. Er moet toestemming voor zijn. Bovendien moeten de buitenlandse diensten een “democratische inbedding” hebben terwijl het betrokken land de mensenrechten moet eerbiedigen. Maar deze randvoorwaarden zijn boterzacht. En niemand weet of buitenlandse veiligheidsdiensten de informatie van hun Nederlandse collega’s op hun beurt weer delen met andere veiligheidsdiensten.

In een rapport stelt onderzoeksinstituut TNO dat de nieuwe wet er toe kan leiden dat onschuldige burgers “op no-fly-lijsten terechtkomen, langdurig opgehouden worden op vliegvelden, of zelfs (…) doelwit [kunnen] worden van drone-aanvallen.” Het delen van gehackte informatie over kritische journalisten en vredes- en mensenrechtenactivisten kan natuurlijk ook leiden tot hun arrestatie of veel erger.

De wetenschap dat veiligheidsdiensten computers en communicatieapparatuur kunnen aftappen zet bovendien een rem op de vrijheid van meningsuiting en andere grondrechten. Het effect dat mensen uit angst voor de consequenties niet meer vrij voor hun mening kunnen uitkomen of informatie kunnen delen staat bekend als het chilling effect.

De CTIVD is de onafhankelijke waakhond die toezicht houdt op de veiligheidsdiensten. De CTIVD vreest dat de “ongerechtvaardigde inbreuken op het recht op privacy (met als onderdeel daarvan het recht op vertrouwelijke communicatie) ”leidt tot een “chilling effect op de uitoefening van de vrijheid van meningsuiting  en andere grondrechten”. Deze kritiek wordt ondersteund met uitspraken van de speciale VN-rapporteur voor de vrijheid van meningsuiting, de Raad van Europa en het Hof van Justitie van de Europese Unie.

Reden genoeg om voortaan gebruik te maken van versleutelde berichten, zou je zeggen. Maar daar heeft de nieuwe wet ook een draconische oplossing voor. De overheid kan personen verplichten om mee te werken aan de ontsleuteling van informatie. Wie niet meewerkt kan rekenen op een straf van maximaal 2 jaar gevangenisstraf.

In de nieuwe wetgeving is in reactie op eerdere kritiek meer aandacht voor onafhankelijk toezicht. Maar dat neemt de gevaarlijke risico’s en de zorgen over het chilling effect niet weg. NGO’s zoals PAX bevinden zich in een vrij bizarre situatie. Als strategische partner van het Ministerie van Buitenlandse Zaken werken deze organisaties samen met mensen die zich inzetten voor vrede en mensenrechten, niet zelden met gevaar voor eigen leven. Nu dreigen de inlichten- en veiligheidsdiensten van dezelfde overheid bevoegdheden te krijgen die ronduit bedreigend kunnen zijn voor deze strategische partners en hun contacten.

De Raad van State toetst momenteel het wetsvoorstel. Het valt te hopen dat deze toetsing een rem zet op de uitbreiding van bevoegdheden van inlichtingen en veiligheidsdiensten. Na het kabinetsbesluit over de nieuwe wet is de Tweede Kamer aan zet. Het parlement moet de nieuwe wet kritisch toetsen aan de grondrechten van onze samenleving. Het is niet te rechtvaardigen dat de overheid inbreekt in de computers van NGO’s en burgers als zij zelf geen veiligheidsrisico vormen. En voor het delen van inlichtingen met buitenlandse veiligheidsdiensten moeten er spijkerharde garanties komen. Garantie die voorkomen dat deze informatie bijdraagt aan de schending van mensenrechten en internationaal recht. Die harde garanties ontbreken nu.

De onderzeebootkongsi

onderzee

Deze week zet de Tweede Kamer de eerste stap in een nieuw Defensie Materieel Proces. Dit proces moet stap-voor-stap leiden tot vervanging van de vier Nederlandse onderzeeboten. Het is het begin van wat zich onvermijdelijk zal ontwikkelen tot een nieuw hoofdpijndossier. Kamerleden zullen opnieuw bedolven raken onder cijfers en argumenten. De politiek heeft het laatste woord. Maar het Nederlandse bedrijfsleven rekent al op de order. Damen Shipyards sloot begin dit jaar al een samenwerkingsovereenkomst met het Zweedse Saab om mee te dingen in deze megaorder.

De lobby draait intussen al op volle toeren. Een kongsi van marine, defensie-industrie en kennisinstituten prijst de vervanging van de huidige Walrus onderzeeërs aan als logisch en onvermijdelijk. Het verkooppraatje kinkt als een klok. De Nederlandse onderzeeërs vormen een unieke niche. Nederland moet als handelsnatie bijdragen aan de bescherming van scheepvaartroutes en de bestrijding van piraten. En dan zijn de onderzeeërs ook nog in staat om inlichtingen te vergaren.

En voor wie dan nog niet overtuigd is heeft de kongsi nog extra voordeeltjes paraat: de productie van onderzeeërs is goed voor de Nederlandse scheepvaartindustrie, kennisinstituten en werkgelegenheid.

Toch zijn er goede redenen om de twijfelen aan nut en noodzaak van de vier nieuwe onderzeeboten. Dit zijn de kwesties waarover de onderzeebootlobby liever niet praat:

  • De onderzeeboten passen in het profiel van een ‘veelzijdig inzetbare krijgsmacht’. Maar de kloof tussen deze ambitie en het budget blijkt onoverbrugbaar. De facto is de Nederlandse krijgsmacht een robuuste stabilisatiemacht. Dat is ook een logisch profiel voor een land dat steeds wil bijdragen aan militaire missies en dat een beperkt defensiebudget heeft. Eén probleem: onderzeeboten passen niet in dit profiel, zo stelt Clingendael in zijn rapport over de toekomst van de krijgsmacht.
  • De investering in nieuwe onderzeeboten is de verkeerde prioriteit. Na jarenlange bezuinigingen lijkt er meer ruimte te komen in de defensiebegroting. De eerste prioriteit is niet een peperdure nichecapaciteit maar het op peil brengen van de basale gevechtscapaciteit en het voortzettingsvermogen. Een krijgsmacht kan wel zonder nichecapaciteiten maar niet zonder basiscapaciteiten functioneren stelt de AIV.
  • Nieuwe drone en sensor technologieën zullen in de nabije toekomst oceanen transparant en kostbare stealth onderzeeboten irrelevant maken. Britse parlementariërs kregen van onderzoeksinstelling Basic te horen dat er in 2030 tientallen manieren zullen zijn om onderzeeboten op te sporen.
  • De nichecapaciteit van de Nederlandse onderzeeboten roept vragen op. Waarom hebben grote maritieme naties geen interesse in het type onderzeeboot dat Nederland zo uniek acht? Of anders geformuleerd, waarom zijn de kleinere onderzeeboten van Noorse of Duitse makelij niet goed genoeg voor Nederland, vraagt ook SIPRI zich af?
  • De Nederlandse politiek is voorstander van meer Europese defensiesamenwerking. Maar de eenzijdige Nederlandse behoeftestelling, formulering van operationele eisen en besluitvorming over aanschaf en productie van de nieuwe onderzeeboten draagt juist bij aan de versnippering en verspilling van de Europese defensie-inspanningen.
  • De onderzeeboten staan nu in de boeken voor 2,5 miljard. Nu al is duidelijk dat de vier onderzeeërs een tikkeltje meer gaan kosten. Experts houden rekening met ruim 4 miljard. De Rekenkamer zal een nieuw financieel debacle na de JSF graag willen voorkomen. De accountants stropen de mouwen op voor een harde confrontatie.

De strijd over nieuwe onderzeeboten zal lang duren. Maar de besluitvorming over deze megaprojecten heeft de werking van een fuik. Eenmaal begonnen is er vaak geen ontsnappen meer aan. Dat roept de vraag op of de Tweede Kamer voldoende is toegerust om weerstand te bieden aan de belangen van marine, bedrijfsleven en kennisinstituten. Die belangen zijn natuurlijk legitiem. Maar de lobby van deze belanghebbenden mag natuurlijk niet de democratische controle torpederen. De Tweede Kamer moet wel echt het laatste woord hebben. We gaan het zien.

Voedseldroppings: een brug te ver?

airdrop

Vandaag besluiten ouders in belegerde gebieden in Syrië welk kind zij te eten kunnen geven. Vandaag sterven daar kinderen van de honger en jongeren en ouderen aan ziekten die eenvoudig zijn te genezen. Vandaag opereren dokters met de meest primitieve instrumenten in het licht van fakkels. Vandaag sneuvelen activisten die zakken met bloed naar ziekenhuizen brengen door de kogels van scherpschutters.

Dat schrijven burgeractivisten over de uithongering in de 52 belegerde steden en gebieden in Syrië. Zij vragen de internationale gemeenschap burgers te beschermen tegen deze oorlogsmisdaden. “Dwing de VN om de belegering te doorbreken. En als voedselkonvooien niet door mogen, drop dan voedsel in de stervende steden.”

Uit de Siege Watch van PAX en het Syria Institute blijkt dat meer dan 1 miljoen mensen uitgehongerd worden. Resoluties van de VN Veiligheidsraad die oproepen tot onmiddellijke, veilige en ongehinderde toegang tot humanitaire hulp hebben geen effect. Onderhandelingen over de toegang van humanitaire hulp zijn de afgelopen vier jaar mislukt. De VN maakt geen gebruik van het mandaat om hulp over de linies heen naar belegerde gebieden te brengen.

Daarom groeit de kritiek. “De VN-hulp aan slachtoffers van hongerbelegeringen loopt aan de leiband van de hoofdverantwoordelijke van de nood: Assad.” Voor Syrische hulpverleners is de VN “van een symbool van hoop verworden tot een symbool van medeplichtigheid.” VN onder-Secretaris-Generaal voor Humanitaire Hulp Stephen O’Brien stelt dat we alle opties moeten overwegen. We moeten de impasse rond de belegerde gebieden doorbreken.

Tegen deze achtergrond is er debat op gang gekomen over de mogelijkheid van voedseldroppingen. De aarzelingen binnen de humanitaire gemeenschap zijn begrijpelijk. Voedseldroppingen zijn kostbaar, minder effectief in vergelijking met distributie over land en geen duurzame oplossing. Droppingen veronderstellen veilige gemarkeerde droppingzones en lokaal personeel dat een ordelijke distributie waarborgt.

Ook regeringen reageren tot nu toe terughoudend. Zij vinden droppingen vooral gevaarlijk. Wie zou er willen vliegen? Zo valt te beluisteren. En het is waar. Er zijn risico’s verbonden aan het droppen van voedsel in een ‘contested airspace’.

Maar daarmee is niet alles gezegd. In de belegerde gebieden zijn lokale raden en medische comités aanwezig. Zij vragen de VN voedsel te droppen. Zij moeten ook in staat geacht worden om droppingzones en distributie te organiseren.

En wat betreft de veiligheid. Gelden de risico’s die zijn verbonden aan het droppen van voedsel niet ook voor het bevoorraden van gewapende oppositietroepen vanuit de lucht? Bovendien, een vlucht naar het belegerde Madaya duurt niet langer dan 40 seconden boven Syrisch gebied. Dat verklaart misschien de nuchtere reactie van de Amerikaanse Air Force Secretary: “If we’re asked to do it, we have the access, we have the people, we know how to do air drops.” Dat geldt ook voor diverse Europese luchtmachten die hiervoor regelmatig trainen. De VN heeft landen intussen toestemming gegeven voedseldroppingen uit te voeren, ook zonder instemming van Assad.

Een besluit over voedseldropping als laatste redmiddel is vooral een politiek besluit. De argumenten voor zijn eerst en vooral humanitair van aard. Maar droppingen kunnen ook een ongekend krachtig politiek signaal afgeven. Een signaal dat de VN bevrijdt van zijn rol als burgemeester in oorlogstijd. Een signaal dat de Syrische bevolking niet aan hun lot overlaten wordt. Een signaal dat de Syrische oppositie Genève niet de rug moet toe keren, dat zij op steun van de internationale gemeenschap kan rekenen.

De komende dagen spreekt de Tweede Kamer over F16’s die ISIS in Syrië gaan bombarderen. Maar zou het debat niet ook moeten gaan over de humanitaire en politieke noodzaak van voedseldroppings?

Marcel Kurpershoek wees op de pijnlijke vergelijking die mensen in Syrië maken tussen collectieve falen in Syrië en in Srebrenica. Een bescheiden vergelijking gezien de omvang van het Syrische drama. Maar zou juist die vergelijking Nederland niet moeten aansporen om met gelijkgezinde landen binnen de VN een operationeel plan op te stellen voor het droppen van voedsel? Nu ook Aleppo een belegerde stad dreigt te worden is de urgentie alleen maar groter.

Kan je de politiek uit het leger halen?

cms_retina.full_cover 

In politiek Den Haag voltrekt zich een stille revolutie. Een meerderheid in de Tweede Kamer wil op initiatief van de PvdA de mogelijkheden van een meerjarige defensieovereenkomst verkennen. Dat kan alleen als partijen de politieke waan van de dag overstijgen. Het credo van de stille revolutie is daarom: ‘Haal de politiek uit het leger’. Maar is het depolitiseren van het defensiebeleid wel zo’n goed idee?

Defensie was vaak het kind van de rekening. Opeenvolgende kabinetten hebben op de krijgsmacht bezuinigd. Net als ontwikkelingshulp en buitenlandse zaken heeft defensie weinig supporters. Anders dan bij zorg of onderwijs behoeven politici niet te vrezen voor veel protesten tegen bezuinigingen op de buitenlanddriehoek. De effecten van deze bezuinigingen hebben immers nauwelijks merkbare gevolgen voor het electoraat in Nederland.

Maar die tijd lijkt voorbij. De intimidatiepolitiek van Poetin, het neerschieten van de MH17, het oorlogsgeweld aan de randen van Europa, de dreiging van extremistisch geweld, de komst van vele vluchtelingen: de traditionele scheiding tussen externe en interne veiligheid is niet meer van deze tijd. Het belang van beschermen en voorkomen groeit, en dat maakt dat bezuinigingen op de buitenlanddriehoek niet langer vanzelfsprekend zijn. Daarmee lijkt de tijd rijp voor meerjarige defensieafspraken.

In Zweden en Denemarken is hier al ervaring mee opgedaan. Daar bereiken politieke partijen achter de schermen overeenstemming over meerjarige plannen en budgetten voor de krijgsmacht. Dat komt de voorspelbaarheid van beleid en de stabiliteit van budget ten goede. Voor een krijgsmacht die langjarige investeringen in wapensystemen moet inplannen, is dat van belang.

Toch kleven er ook risico’s aan een meerjarige defensieovereenkomst.

  1. Defensie is kwetsbaar voor de politieke waan van de dag vanwege een wankel draagvlak binnen de Nederlandse samenleving. Het achter de schermen aftikken van een meerjarige defensieovereenkomst vergroot het draagvlak niet. Integendeel. Om te voorkomen dat Tweede Kamerleden de defensieovereenkomst in ‘splendid isolation’ bezegelen, moeten zij ook maatschappelijke organisaties en de samenleving bij dit proces betrekken.
  1. De besluitvorming over defensiebeleid en mega-investeringen in wapensystemen is complex. Het zijn hoofdpijndossiers waarbij het gaat om veel geld. De industriële belangen zijn groot. En ook de krijgsmachtsonderdelen hebben zo hun belangen.In Denemarken bindt de meerjarige overeenkomst de parlementariërs maar wordt deze niet in het parlement besproken en vastgesteld. De parlementariërs vergaderen op het ministerie van Defensie over voorstellen die door ambtenaren zijn voorbereid. De afhankelijkheid is groot. Parlementariërs missen eigen onderzoekscapaciteit en stafkracht. In Zweden is dit overigens niet het geval. Een defensieovereenkomst moet de controlerende macht van de Tweede Kamer niet verkleinen maar juist vergroten. Daarom moeten Kamerleden zelf de pen kunnen vasthouden, zelf onderzoek kunnen doen. En parlementariërs moeten het resultaat publiek verantwoorden in de Tweede Kamer.
  1. Een meerjarige defensieovereenkomst biedt voorspelbaarheid en stabiliteit. Maar de wereld is voorspelbaar noch stabiel. Een defensieovereenkomst legt niet enkel het budget maar ook toekomst, strategie en ambitieniveau van de krijgsmacht vast. Meerjarige afspraken mogen niet ten koste gaan van de politieke wendbaarheid die nodig is om adequaat te reageren op nieuwe bedreigingen. Dat vergt regelmatig politiek debat over de krijgsmacht en de doeltreffendheid en doelmatigheid waarmee deze opereert.
  1. De krijgsmachten in Europa kenmerken zich door gebrek aan efficiëntie. Een betere Europese afstemming en integratie zou miljarden besparen. Eén certificatiesysteem voor munitie zou jaarlijks €500 miljoen schelen. Het delen van infanterievoertuigen €600 miljoen. Een meerjarige defensieovereenkomst kan de belangen van nationale defensie-industrieën dienen. Maar de Tweede Kamer moet een eventuele defensieovereenkomst juist inzetten voor het afdwingen van een grotere Europese defensiesamenwerking.
  1. Nederland profileert zich met een integrale benadering. ‘Diplomacy, defence and development’ kunnen elkaar versterken. Het zou ongeloofwaardig zijn indien de Tweede Kamer wel de stabiliteit en groei van defensie maar niet van buitenlandse zaken en ontwikkelingssamenwerking onderkent. Zou het niet logisch zijn indien de Tweede Kamer ook buitenlandse zaken en ontwikkelingssamenwerking beschermt voor de politieke waan van de dag.

De verkenning van de mogelijkheden voor een meerjarige defensieovereenkomst is zeker de moeite waard. Maar alleen als betrokken partijen een adequaat antwoord formuleren op de risico’s die aan deze stille revolutie verbonden zijn. Je kan misschien wel de politiek uit de krijgsmacht halen maar niet de krijgsmacht uit de politiek. De krijgsmacht is juist gediend met politiek debat, parlementaire controle en betrokkenheid van de samenleving.

Ook als column gepubliceerd bij One World

De kloof tussen de Haagse wenselijkheid en de Syrische realiteit

bomb-3

Gaat Nederland ISIS in Syrië bombarderen? Volgende week zullen we het weten. Minister Koenders ziet een nieuw ‘wegingsmoment’. Frankrijk deed na de aanslagen in Parijs een beroep op de Europese solidariteit. En ook Amerika deed een beroep op Nederland. De druk op Koenders neemt toe.

Commandant der strijdkrachten Middendorp draagt aan deze druk bij. Tijdens een briefing van de Tweede Kamer liet hij weten dat het “militair logisch en efficiënt is om het luchtwapen daar in te zetten waar de behoefte het grootste is, en dat is nu in Syrië.” Bovendien: “IS alleen bestrijden in Irak is toch een beetje alsof je alleen de symptomen van de ziekte bestrijdt en niet de ziekte zelf.” En ook op de vraag naar een politieke strategie had de commandant een antwoord: “Je kunt IS bestrijden en parallel daaraan werken aan een politieke oplossing.”

Het klinkt allemaal zo logisch. Zo vanzelfsprekend. Maar er tekent zich een groeiende kloof af tussen de wenselijkheid en de werkelijkheid. Tussen de Haagse realiteit en de realiteit in Syrië zelf. Laten we eens luisteren naar enkele andere geluiden.

Wat vindt bijvoorbeeld de Amerikaanse generaal Mike Flynn? Hij was tot een jaar geleden hoofd van de US Defence Intelligence Agency. Hebben we een coherent plan voor militaire actie? “Nee. Nee, we hebben helemaal geen plan. Het is totaal incoherent.” Moeten we desondanks toch bombarderen? Flynn: “Dat heeft een contra-productief effect. Wij laten een 2.000 pond bom van 10.000 voet hoogte vallen omdat dat veilig is voor ons. Zij sturen 8 gasten naar Parijs. Dat is hun tegenaanval.”

“In de afwezigheid van een algehele politieke oplossing voor Syrië zal de (…) militaire campagne voor een periode van meerdere jaren moeten worden volgehouden. In deze omstandigheden is het mogelijk, en zelfs waarschijnlijk, dat de operatie eindigt zonder doorslaggevend effect,” zegt Professor Malcom Chalmers, adjunct-directeur generaal en onderzoeksdirecteur aan het Britse militaire onderzoeksinstituut RUSI. 

Julien Barnes-Dacey en Daniel Levy die als onderzoekers werken voor de European Council on Foreign Relations, geven een forse waarschuwing: “Een militaire ISIS-first strategie laat op een fatale wijze de bredere dynamiek, die ISIS versterkt, ongemoeid. Wat we nodig hebben is een Syria-first strategie.”

Dan zijn er nog mensen die ISIS van binnenuit kennen. De Franse journalist Nicolas Hénin was maandenlang gegijzeld door ISIS. “De luchtaanvallen op ISIS zijn een valstrik. De winnaar van deze oorlog zal niet de partij zijn met de nieuwste, meest dure en moderne wapens maar de partij die er in slaagt de bevolking aan zijn zijde te krijgen. Op dit moment is het meer waarschijnlijk dat we door de bombardementen de mensen in de armen van ISIS drijven. Wat we moeten doen, en dat is echt essentieel, is het engageren van lokale mensen. Zodra mensen hoop gaan krijgen op een politieke oplossing zal ISIS imploderen.”

De voormalige ISIS-strijder Abu Omar heeft een zelfde boodschap: “Ik verbleef binnen hun muren. Ik begrijp hun mentaliteit. Als je ISIS wilt vernietigen moet je de zorgen van de bevolking wegnemen. Laat de sjeiks met de jeugd praten en maak geen fouten. ISIS overleeft als gevolg van de ernstige fouten door regeringen in de regio.”

Dan maar eens luisteren naar de lokale mensen die volgens Hénin c.s. zo’n vitale rol zouden moeten spelen. Wat vinden zij van het bombarderen van ISIS? Issam al-Reis, woordvoerder van het Southern Front, een coalitie van gewapende oppositietroepen, gebruikt net als Middendorp een ziektemetafoor. Maar de boodschap is totaal anders. “Het regime van Assad is de kanker waarop ISIS groeide. Een operatie die zich richt op de symptomen maar voorbij gaat aan de kanker zelf, heeft geen zin.”

Activisten in Raqqa hebben er genoeg van: “Wij zijn tegen de luchtaanvallen op Raqqa. De wereld wil steeds maar Raqqa bombarderen maar zij vergeten dat er 500.000 onschuldige mensen in de stad verblijven.” Tim Ramadan, een activist uit Raqqa, zegt niet zonder cynisme: “De coalitie wil raketten afvuren op gebouwen, zelfs als deze verlaten zijn.” Een andere activist: “Het bombarderen van ISIS in Raqqa zal ISIS niet verslaan maar het zal de mensen meer doen lijden. ISIS zal de aanvallen gebruiken om mensen in het westen en nieuwe strijders te rekruteren.”

Een zelfde mening valt te beluisteren bij Planet Syria, een netwerk van 100 civiele groepen in Syrië: “Eén van de voornaamste factoren in de rekrutering van ISIS is het gegeven dat de wereld niets doet om de Syrische burgers te beschermen tegen de aanvallen van de [Syrische] regering.”

Wat Middendorp militair logisch vindt is voor Koenders een immens dilemma. Hij zal beseffen dat de militaire ISIS-first strategie een ernstige bedreiging vormt voor de embryonale diplomatieke onderhandelingen in Wenen. Hij zal weten dat door de bombardementen op ISIS de compromisbereidheid van Assad en het vertrouwen van de Syrische oppositie verder zullen afnemen. Zijn ambtenaren zullen hem er op wijzen dat het aantal burgerslachtoffers verder zal stijgen. Dat de Soennitische gemeenschappen verder in de armen van ISIS gedreven worden. Dat de rekrutering van ISIS aan aantrekkingskracht zal winnen. En dat de kans op aanslagen echt niet zal afnemen.

Het maakt misschien betrekkelijk weinig verschil of Nederland nu wel of niet meedoet aan de bombardementen in Syrië. Het zal als geste gewaardeerd worden in Washington en Parijs. Maar het bombarderen van ISIS zal op zijn best een symbolische bijdrage aan symptoombestrijding zijn en op zijn slechtst een verdere escalatie van het geweld en een extra obstakel voor het bereiken van een politieke oplossing. Als Koenders zich niet door militaire maar door zijn eigen politieke logica laat leiden, dan kiest hij voor een diplomatiek offensief in Wenen in plaats van voor militaire escalatie in Syrië.

Killer robots: derde revolutie na uitvinding van buskruit en kernwapen

1845

Killer Robots, ze zijn er nog niet maar ze komen er aan. Killer robots identificeren doelen en schakelen die uit zonder betekenisvolle tussenkomst van mensen. Dat is geen kwestie van decennia maar van jaren. Daarvoor waarschuwen 3.000 gezaghebbende wetenschappers op gebied van kunstmatige intelligentie, robotica en technologie in een open brief.

Killer robots vormen volgens deze wetenschappers de derde revolutie op gebied van wapentechnologie, na de uitvinding van het buskruit en het kernwapen. Er dreigt een nieuwe wapenrace waarbij killer robots zich zullen verspreiden als “de kalasjnikovs van morgen.”

Hoogtijd voor een verbod, nu het nog kan. Want, zo besefte ook de voormalige minister van Buitenlandse Zaken Timmermans, “het is altijd zo, in de hele militaire geschiedenis, dat de regelgeving achter de feiten aanloopt.” Verstandig dus dat de ministers Koenders en Hennis bijtijds advies vroegen aan de AIV en de CAVV.

Maar het deze week verschenen adviesrapport over autonome wapensystemen komt tot een opmerkelijke conclusie. Er is helemaal geen extra regelgeving nodig. En de Nederlandse krijgsmacht kan, nee moet zelfs, wil ze hoogwaardig blijven, killer robots aanschaffen. Waar gerenommeerde wetenschappers de alarmklok luiden, sust het adviesrapport de gemoederen. Zo’n vaart loopt het allemaal niet. Gelukkig komt het adviesrapport wel tot de conclusie dat inzet van autonome wapens altijd een betekenisvolle menselijke controle vereist.

De adviseurs schreven een doorwrocht rapport. Daarover kan geen twijfel bestaan. Maar zij volgden een logica die onvermijdelijk tot de conclusie leidt dat we ons over killer robots vooral niet druk hoeven te maken. Hoe werkt die logica? De adviseurs hanteren een definitie waarmee ze killer robots gemakkelijk naar het fantasierijk van de science fiction kunnen verbannen. Het lijkt wel of de adviseurs de problemen wegdefiniëren. Ze stellen daarna simpelweg vast dat een verbod onnodig en bovendien onmogelijk is. En het sluitstuk van de logica is de aanname dat autonome wapens altijd zullen worden ingezet op basis van weloverwogen besluiten die rekening houden met de context en het internationaal humanitair recht. Deze logica illustreert nou precies waarom de regelgeving in de hele militaire geschiedenis achter de feiten aanloopt.

Waar wringt het rapport? Het mist urgentiebesef. De adviseurs menen dat autonome wapens gewoonweg passen in dit tijdperk van verandering. De wetenschappers die zelf betrokken zijn bij de ontwikkeling van robots zien dat anders. De killer robots passen niet in het tijdperk van verandering maar zullen leiden tot een verandering van het tijdperk. Met killer robots openen we een nieuwe doos van Pandora. En eenmaal geopend zullen de autonome wapens zich razend snel verspreiden. Het risico dat niet-statelijke partijen deze wapens in handen krijgen is helaas niet denkbeeldig. Geen woord daarover in het adviesrapport.

Maar het rapport wringt misschien wel het meest door de toch wat gemankeerde ethische afweging. De adviseurs stellen dat een discussie “over de ethische aspecten van autonomie” hoogst noodzakelijk is maar dat de ontwikkeling van killer robots geen ethische vragen oproept omdat altijd nog sprake is van betekenisvolle menselijke controle.

Maar daarmee gaan de adviseurs wel heel snel voorbij aan de ethische implicaties van een vergaande delegatie van het besluit om te doden aan een machine. Terecht wijzen de diplomaten van de Heilige Stoel in het debat over autonome wapens naar de filosoof Levinas. Die spreekt over de fundamentele ervaring van de ontmoeting met het gelaat van de ander. Een ervaring die moreel bewustzijn en verantwoordelijkheid oproept. En die ervaring blijft ook in een oorlog essentieel.

De inzet van killer robots leidt onvermijdelijk tot een verdere de-personificatie en dehumanisering van oorlogsvoering. Ja, die weg zijn we al heel lang geleden ingeslagen, maar de ontwikkeling van killer robots tilt de oorlogsvoering naar een ander en onomkeerbaar level.

De inzet van dodelijk militair geweld moet voldoen aan ethische normen en principes. De toepassing daarvan in specifieke contexten veronderstelt een vermogen tot interpretatie en appreciatie dat niet in algoritmes is te programmeren. Het veronderstelt prudentie, een deugd die eigen is aan mensen en niet aan machines.

Het gebrek aan urgentiebesef en ethische doordenking verzwakt de zeggingskracht van het rapport. De adviseurs stellen dat het noodzakelijk is om na vijf jaar hun advies opnieuw tegen het licht te houden. Ze onderkennen daarmee dat snelle technologische ontwikkelingen nieuwe en waarschijnlijk verstrekkende juridische, ethische en beleidsmatige vragen zullen oproepen. Juist dat inzicht zou meer bepalend hebben moeten zijn voor de inhoud van het nu uitgebrachte advies.

Nu bestaat er een reëel risico dat het advies er aan bijdraagt dat de regelgeving achter de feiten blijft aanlopen. Daarom valt te hopen dat Minister Koenders zich laat leiden door het inzicht van zijn voorganger.