Holland against hate

image-1

[Toespraak voor Holland against hate manifestatie in Den Haag d.d. 1 feb. 2017]

Beste mensen,

Vandaag laten we zien dat de verbindende krachten sterker zijn dan de verdelende krachten. Vandaag is onze boodschap duidelijk. Het decreet dat Trump uitgerekend op de Internationale Herdenkingsdag voor de Holocaust afkondigde is discriminerend, onrechtmatig en gevaarlijk. Het sluit de deur voor vluchtelingen. Het zaait verdeeldheid tussen mensen. Het zet religies tegen elkaar op. Daarom zeggen we vandaag nee tegen discriminatie. Nee tegen het weren van vluchtelingen. Nee tegen verdeeldheid en haat.

In een tijd waarin regeringen zich steeds meer laten leiden door kortzichtig eigenbelang en nationalistische superioriteitswaan pleiten wij voor een radicaal andere politiek. Voor een politiek die beseft dat elk mens recht heeft op een menswaardig bestaan. Ook als je moslim bent. Ook als je geboren bent in Irak, Syrië, Somalië of waar dan ook. Ook als je op de vlucht bent voor oorlog en repressie. Ook als je als vluchteling in Griekenland vast zit in de kou.

In een tijd die meer onzeker, meer onveilig en onvoorspelbaar is mogen we een ding niet vergeten. Uiteindelijk ligt de macht bij mensen die zelf verantwoordelijkheid nemen voor vrijheid, vrede en recht. Dat vraagt burgerschap. Dat vraagt moed en liefde voor de waarheid. Dat vraagt een waakzaam geweten, een innerlijke vrijheid en een verantwoordelijkheid voor de publieke zaak.

In een tijd die ons confronteert met de gevolgen van oorlog, terreur en repressie kunnen we een waarheid ontdekken. Een waarheid waarvan wij ons niet altijd bewust zijn. Wij hebben altijd een keus. Ieder van ons – hoe onbekend en machteloos ook – kan de wereld veranderen en de menselijke waardigheid redden. Alleen als ik, alleen als jij en wij allen besluiten in actie te komen zal er iets veranderen in de wereld die wij mede vormen en waarvoor wij samen verantwoordelijk zijn.

We kunnen het politieke tij keren als we samen verantwoordelijkheid nemen. Daarom is mijn oproep aan jullie: laten we ook na vandaag de verbindende krachten in ons land mobiliseren. Tegen discriminatie. Tegen verdeeldheid. Tegen uitsluiting. Laten we ons ook na vandaag blijven inzetten voor onze collectieve vrijheid. Voor onze gedeelde vrede. Voor onze universele mensenrechten. Samen kunnen we de wereld in beroering brengen.

Dank voor jullie aanwezigheid vandaag. We gaan door.

Mosul: overwinningsnederlaag?

A displaced woman who is fleeing from clashes holds her baby in Qayyarah

De lang aangekondigde slag om Mosul is begonnen. Zo’n 25.000 strijders staan vrijwel voor de poorten van Mosul, de laatste Irakese stad in handen van ISIS. Afgaande op de militaire krachtsverhoudingen zal ISIS de strijd verliezen. Het kan weken, het kan maanden duren. Maar de val van Mosul lijkt onafwendbaar. Maar is daarmee de strijd tegen ISIS gewonnen en de oorlog in Irak teneinde? De vooruitzichten zijn ronduit somber.

De strijd om Mosul zal heftig en chaotisch zijn. ISIS heeft zich ingegraven en gijzelt de inwoners. Vooral in de nauwe straten van het oude stadscentrum en in het bestuurscentrum in het westen van de stad zal ISIS tot het bittere einde vechten. Daarbij kunnen veel burgerslachtoffers vallen. De bevrijding van Mosul zal triomfantelijk gevierd worden. Maar de prijs zal hoog zijn. En de ‘day-after’ ziet er rampzalig uit.

Hulporganisaties houden rekening met “de grootste humanitaire ramp in de recente geschiedenis”. Mogelijk zullen 1 miljoen mensen de stad ontvluchten. De VN deed deze zomer een noodoproep. Er is $284 miljoen dollar nodig voor de eerste humanitaire opvang. Minder dan de helft van dit bedrag is toegezegd. Als er inderdaad 1 miljoen mensen uit Mosul vluchten dan heeft de VN nog eens $1,8 miljard per jaar nodig. Dat geld is er niet.

De inwoners uit Mosul kunnen na twee jaar bezetting door ISIS dus niet rekenen op voldoende humanitaire hulp. Waar de inwoners helaas wel op kunnen rekenen is wraak. Bij de bevrijding van Fallujah maakten het Irakese leger, de Koerdische Peshmerga en de shi’itische milities zich schuldig aan geweld, arrestatie en marteling van soennitische burgers. Dat blijkt ook uit onderzoek van Amnesty. “Ze sloegen mij en anderen met alles wat zij konden vinden: metalen staven, scheppen, pijpen, kabels…Ze liepen over ons heen met hun laarzen. (…) Ik zag twee mensen voor mijn ogen sterven. Anderen werden meegenomen waarna ik geweerschoten hoorden. Later rook ik ook een brandlucht.”

Ook de bevrijding van Mosul zal leiden tot een opleving van sektarisch geweld. Koerdische troepen en shi’itische milities mogen de stad niet binnentrekken ter voorkoming van wraakoefeningen. Maar het valt te bezien of deze maatregel volstaat. Er is geen  vredesopbouwplan, ingebed in een politieke strategie die de oorzaken van sektarische geweld aanpakt. Pijnlijk, want de sektarische grieven die leidden tot de opkomst van ISIS zijn de laatste jaren niet weggenomen maar eerder vergroot.

Er zijn ook geen voorbereidingen getroffen voor ‘transitional justice’. De kans is groot dat er net als in Fallujah executies op straat plaats gaan vinden. Ontheemden zullen daardoor niet durven terugkeren. Er ontbreekt ook een visie op lokaal bestuur waarin burgers het voortouw kunnen nemen. Dat zet de deur open voor militaire machtsstrijd. Er zijn uiteenlopende belangen en betwiste gebieden, en alle partijen zijn erop uit hun invloed te vergroten. Ook Turkije verliest zijn belangen in Irak niet uit het oog, dit tot groot ongenoegen van Bagdad en Washington.

Opleving van sektarische geweld vormt een bedreiging voor de eenheid van Irak. En ISIS zal daarop inspelen. De modus operandi van ISIS is, na verlies van veel grondgebied, veranderd. ISIS pleegt steeds meer terreuraanslagen en verrassingsaanvallen. Het geweld pookt de sektarische spanningen verder op. De deels door Iran gesteunde sji-itische milities, die zo’n twijfelachtige maar onmisbare rol speelden bij de verdrijving van ISIS, vallen niet onder het commando van de centrale regering in Bagdad. De milities zullen reageren op de aanslagen van ISIS en daarmee de chaos vergroten.

De veranderde modus operandi van ISIS verhoogt ook de kans op aanslagen buiten Irak, ook in Europa. De verwachting is bovendien dat veel buitenlandse ISIS-strijders, waaronder ruim 1.700 afkomstig uit Europa, zullen proberen terug te keren. Met de val van Mosul is het gevaar van aanslagen dus zeker niet bezworen. Integendeel.

Dat ISIS de strijd om Mosul militair zal verliezen staat vast. De bevrijding van Mosul heeft echter een hoge prijs: veel burgerslachtoffers, nog meer ontheemden en nieuw sektarisch geweld. Dat zal het geschonden vertrouwen van de soennitische gemeenschappen verder ondermijnen. En dat is rampzalig voor Mosul, Irak en Europa. Want ISIS is pas definitief verslagen als de soennitische gemeenschappen weer vertrouwen in de toekomst krijgen. De val van Mosul dreigt een overwinningsnederlaag te worden.

Bevrijding Fallujah: groundhog day?

A still image from video released June 6, 2016 shows Iraqi families attempting to escape the besieged city of Falluja, Iraq, by crossing the Euphrates river, June 3, 2016. via REUTERS TV   - RTSG96W

Iraqi families attempting to escape the besieged city of Falluja, Iraq, by crossing the Euphrates river, June 3, 2016. via REUTERS TV

ISIS verliest terrein. Stadjes in de omgeving van Falluja zijn al bevrijd. Het Irakese leger en Sjiitische paramilitaire eenheden drijven de laatste ISIS strijders uit Fallujah. Ze kregen daarbij luchtsteun van de internationale coalitie waaronder ook Nederlandse F16’s. Is de bevrijding van Fallujah een keerpunt in de strijd tegen ISIS? Of kijken we naar een Grondhog Day scenario?

Fallujah vormt al sinds de Amerikaanse inval in Irak in 2003 een brandpunt van de oorlog in Irak. Amerikaanse mariniers vochten er intensief. Zij patrouilleerden er in de nacht en trapten er vele huisdeuren in op zoek naar extremisten. Zij betaalden daarvoor een hoge prijs, net als de stad en zijn inwoners. Fallujah is in 2004 door Al Qaida veroverd, in 2007 weer bevrijd en in 2014 weer door ISIS ingenomen.

Fallujah is een strategisch stad. Het ligt in een overwegend soennitische regio die al lange tijd gemarginaliseerd wordt. De inwoners staan wantrouwend, zo niet vijandig tegenover de Sjiitische regering van Bagdad. Onder Saddam Hoessein woonden er veel aanhangers van de door de Amerikanen verboden soennitische Baath partij. De stad ligt dichtbij Bagdad, waar ISIS de laatste maanden veel zelfmoordaanslagen pleegde, en nabij belangrijke en symbolische Siitische plaatsten als Karbala. Dat verklaart waarom de Irakese regering nu alle kaarten zet op de bevrijding van Fallujah.

Op Vice News is een documentaire te zien over de verovering van dorpen en steden in de omgeving van Fallujah. Vice News reisde embedded mee met de Irakese elitetroepen van de Gouden Divisie. Je ziet hoe de Irakese troepen zich richting Fallujah vechten en onderweg op hinderlagen en boobytraps stuiten. De grootste uitdaging vormt echter het scheiden van aanhangers van ISIS van de onschuldige burgers. Naarmate de elitetroepen dichterbij Fallujah komen stuiten ze een op groeiend wantrouwen van de bevrijde bevolking.

De Irakese commandant doet werkelijk zijn best om de harten en hoofden van de soennitische bevolking te winnen. Maar hij maakt zich zorgen over de toekomst. Want sjiitische paramilitairen gaan de orde handhaven in de door zijn elitetroepen bevrijde gebieden. Zij vechten niet voor de eenheid van Irak maar voor de macht van hun shiitische gemeenschap. En zij maken zich daarbij schuldig aan machtsmisbruik en mensenrechtenschendingen. Zij arresteren, molesteren en vermoorden onschuldige burgers.

De bevrijding van Fallujah brengt daarom grote risico’s met zich mee. Luitenant Kolonel Scott Mann vocht zelf in Irak. Hij is ervan overtuigd dat de bevrijding van Fallujah “op korte termijn verlichting van het ISIS-geweld maar op lange termijn een ramp” zal veroorzaken. Een ramp omdat het geweld van het Irakese leger en de Sjiitische paramilitairen de soennitische bevolking enkel meer in de armen van ISIS zal drijven, niet alleen in Irak maar ook in Syrië. Het verdrijven van ISIS uit Fallujah zonder vredesopbouwplan zal ISIS in de kaart spelen. “Zij hebben een plan – wij niet.”

Fallujah bevrijden vergt meer dan het verslaan van ISIS. Het is niet de eerste keer dat Fallujah bevrijd wordt. En het zal niet de eerste keer zijn dat de bevrijders er niet in slagen de stad te besturen en het vertrouwen van zijn inwoners te winnen. Daarom spreekt Michael Knights van het Washington Institute of Near East Policy van een Groundhog Day scenario. Hij verwijst daarbij naar de Amerikaanse filmkomedie waarin de hoofdpersoon elke dag exact hetzelfde opnieuw beleefd.

De inwoners van Fallujah hebben terechte grieven. Het adresseren daarvan vergt geen militaire middelen maar een post-ISIS plan. Een plan dat hen uitzicht biedt op een volwaardige plaats in de Irakese samenleving, waar plaats is voor alle Irakezen en waar sprake is van een inclusief bestuur. En dat plan ontbreekt.

Als de bevrijding van Fallujah het scenario van Groundhog Day volgt dan zou dat inderdaad een ramp zijn. In de eerste plaats voor de soennitische inwoners van Irak en Syrië. Maar daarmee ook voor de strijd tegen ISIS. Dat besef klinkt nog niet door in de berichtgeving over de betrokkenheid van onze F16’s bij de bevrijding van Fallujah.

Eerder gepubliceerd door One World

Strijd tegen ISIS in catch-22

the-us-led-air-war-against-isis-is-failing

In het boek Catch-22 van Joseph Heller probeert piloot Yossarian onder een gevaarlijke gevechtsmissie uit te komen door zichzelf krankzinnig te verklaren. De behandelend arts vindt dat echter juist van verstand getuigen en verklaart de piloot daarom volledig gezond. Yossarian moet zijn gevaarlijke missies blijven vliegen. Hij zit gevangen in zijn eigen paradox. De strijd tegen ISIS lijkt zich in een soortgelijke catch-22 te bevinden.

Tweede Kamerleden debatteren binnenkort over verlenging van de militaire missie tegen ISIS. Er zijn vast en zeker mensen die onder deze missie uit zouden willen komen. Ze kunnen met recht wijzen op de, zo niet krankzinnige dan toch adsurde tegenstrijdigheden binnen de anti-ISIS coalitie en op de ongetemde chaos in de regio. Maar de Kamerleden zullen daarin vooral een reden zien om de missie voort te zetten. Ook zij zitten gevangen in een catch-22. Stoppen is geen optie en doormodderen lijkt het best haalbare alternatief.

Militaire woordvoerders wijzen er op dat ISIS door luchtaanvallen al duizenden strijders heeft verloren. Zeker, ISIS is door de luchtaanvallen verzwakt maar niet verslagen. Tegenover de nederlagen van ISIS in Kobane en Tikrit staan de veroveringen van strategische plaatsten in Irak (Ramadi) en Syrie (Palmyra). En imiddels zijn er wereldwijd 35 (!) gewapende groepen met ISIS geaffilieerd in o.a. Libië, Nigeria en Mali. Zo’n 25.000 strijders uit 100 verschillende landen hebben zich in o.a. Irak en Syrie aangesloten bij ISIS. De moeizame strijd tegen ISIS maakt vooral duidelijk dat deze strijd niet alleen vanuit de lucht, niet op korte termijn en niet enkel met militaire middelen is te winnen.

Tijdens het Kamerdebat over de Nederlandse deelname aan de bestrijding van ISIS vroeg VVD-woordvoerder Han ten Broeke nog: “Hoe kunnen we voorkomen dat onze bijdrage verzandt in een sektarisch moeras in de regio, waarbij we als sjiitische handlangers worden ingezet?” De politieke realiteit heeft deze vraag inmiddels beantwoord. Maar niet zoals Ten Broeke hoopte. De coalitie is het zuigende moeras in gelopen en dreigt onderdeel te worden van een sektarische machtstrijd. Of is dat al lang het geval?

De coalitie vecht in Irak zij aan zij met door Iran gesteunde Shiitische milities. Deze milities opereren effectief tegen ISIS maar wakkeren door hun wraakoefeningen angst aan bij Soenitische gemeenschappen. Dat verklaart waarom de Soenitische bevolking of op de vlucht is of probeert te overleven onder de heerschappij van ISIS.

De coalitie vecht zij aan zij met Saoedie-Arabië. Maar dat land voert in Jemen medogenloze bombardementen uit tegen de aan Iran gelieerde Houthi’s. Daarmee liert het land de sektarische spanningen in de regio nog verder op ten koste van onschuldige burgerslachtoffers. Want waar olifanten ruzieën wordt het gras geplet.

De coalitie vecht schouder aan schouder met Koerdische Pesmerga. Maar die zijn op hun beurt betrokken bij “demographic engeneering” van de Nineve vallei waardoor een vreedzame terugkeer van ontheemde gemeenschappen in gevaar komt. Veel ontheemden van Nineve zijn diep teleurgesteld over het gebrek aan bescherming door het Iraakse leger en de Koerdische peshmerga en vrezen verdere polarisatie. Na het verdrijven van ISIS tekenen zich dezelfde sektarische spanningen af die hebben bijgedragen aan de opkomst van ISIS.

De coalitie bestrijdt ISIS ook in Syrië. Maar daarvan lijken dan weer het door Iran gesteunde leger van Assad dan weer het aan Al Qaeda gelieerde Al-Nusra front te profiteren. Van een gemeenschappelijke strategie en eensgezind front tegen Assad lijkt nog geen sprake te zijn.

Ja, de regio oogt als een sektarisch moeras en de coalitie als een incoherent samenraapsel. En ISIS exploiteert behendig de religieuze, ideologische en sektarische spanningen in de regio en maakt gebruik van het gebrek aan politieke consensus binnen de coalitie.

De Tweede Kamer zal met recht aandringen op een meer inclusieve politiek in Irak, op het voorkomen van wraakoefeningen door gewapende milities, op een vreedzame terugkeer van alle ontheemden in bevrijde en betwiste gebieden. En ook op een politieke oplossing in Syrië. Maar langzaam begint ook het besef door te dringen dat de fundamentele angsten en grieven van de Soennitische gemeenschappen niet eenvoudig zijn weg te nemen. Dat de oorlog in Syrië en Irak nog lange tijd zal voortduren. De coalitie heeft noch de politieke invloed noch de militaire mogelijkheden om de feiten op de grond doorslaggevend te beinvloeden. En intussen blijft de machtsstrijd tussen Saoedie Arabië en Iran de verhoudingen in de regio vergiftigen.

Uit deze wanorde in de regio dringen zich pijnlijke inzichten op. ISIS kan niet alleen vanuit de lucht en niet alleen met militaire middelen verslagen worden. ISIS kan niet verslagen worden zonder een politieke strategie voor collectieve veiligheid en stabiliteit in de regio. En ISIS kan niet verslagen worden als de internationale gemeenschap er niet in slaagt om Syrië en Irak te behouden als soevereine staten waar alle bevolkingsgroepen een veilig en menswaardig bestaan vinden. Als deze twee landen door oorlog en sektarisch geweld uiteenvallen dan zullen groepen als ISIS zich er als een alternatief voor de staat vestigen en zal het sektarisch geweld de regio verder ondermijnen. Elke dag dat de oorlog langer duurt wordt het meer onzeker of het Syrië, of het Irak zoals dat ooit bestond het geweld kan overleven of uiteenvalt in een lappendeken van sektarisch verdeelde gemeenschappen en minderheden.

Het is naief om te denken dat het ongebreidelde geweld van ISIS enkel met een vernuftig politiek plan is in te dammen. Maar het is even naief om te denken dat de nederlaag van ISIS nabij is en het nu enkel nog aankomt op het voortzetten van de militaire missie in de hoop dat de coalitie voldoende gedeelde belangen hebben om ISIS verder in het defensief te dringen.

Het valt daarom te hopen dat het politieke debat niet enkel en alleen zal gaan over de verlenging van het mandaat voor de F-16’s die betrokken zijn bij de militaire strijd tegen ISIS. Veel belangrijker is de vraag hoe Nederland en de EU kunnen bijdragen aan een regionale veiligheidsstrategie. Aan een inclusieve vredesopbouwstrategie voor van ISIS bevrijde gebieden en in de betwiste gebieden. Aan een politieke oplossing voor Syrië. En hoe we kunnen voorkomen dat we ongewild bijdragen aan de sektarische spanningen en het uiteenvallen van Irak. Het volstaat niet om onze beste piloten en trainers uit te zenden. Nederland moet ook zijn beste diplomaten en regiodeskundigen bijeen brengen om bij te dragen aan een langdurige politieke inspanning.

De situatie in Irak en Syrië ziet er hopeloos uit. Het aantal vluchtelingen en ontheemden blijft maar groeien. Maar we moeten niet vergeten dat deze mensen blijven verlangen naar een menswaardig bestaan. Veel mensen hebben de hoop op een inclusieve samenleving nog niet hebben verloren. Zolang zij de hoop niet verliezen mogen wij dat ook niet doen. Hoe groot de verleiding soms ook is, de internationale gemeenschap kan zichzelf niet krankzinnig verklaren om daarmee onder zijn verantwoordelijkheid uit te komen.

Als column gepubliceerd door One World

Een relationeel perspectief op een mondiaal landschap in verwarring

Venice biennale 56 edition artists il muro del pianto labrouge FABIO MAURI

Venice biennale 56 edition artists il muro del pianto labrouge FABIO MAURI

“Honderd jaar nadat de eerste schoten van de Eerste Wereldoorlog werden afgevuurd en 75 jaar na het begin van de Tweede Wereldoorlog is het mondiale landschap wederom in verwarring.” We leven in een tijd van wanorde. En eerlijk gezegd ben ik daardoor zelf soms ook in verwarring.

Lange tijd leek het alsof er na de Tweede Wereldoorlog iets wezenlijks veranderd was. Dat de internationale gemeenschap een les geleerd had.
Dat wij samen een gemeenschappelijke droom hadden. Nooit meer Auschwitz. Nooit meer discriminatie en vervolging van minderheden. Nooit meer raciale politiek en nationalistische superioriteitswaan. En uiteidelijk ook….nooit meer oorlog.

Lange tijd leek het alsof er na de Tweede Wereldoorlog met vallen en opstaan een humanisering van de internationale rechtsorde op gang gekomen was. Dat we getuigen waren van een pijnlijk langzame maar niet te stuiten kanteling in de verhouding tussen machthebbers en burgers. Dat de primaire gerichtheid op de bescherming van de belangen van staten zou plaatsmaken voor een gerichtheid op de bescherming van burgers, aan wie staten hun bestaansrecht danken.

Maar in de verwarrende wereld van vandaag lijkt er geen plaats te zijn voor deze hoopvolle gedachten. Het lijkt wel of alles wat is opgebouwd weer wordt afgebroken. De wereld is op drift. Het mondiale landschap rondom Europa verkeert in een staat van verwarring en wanorde.

Aan de oostflank van Europa zien we een nieuwe militaire escalatie met Rusland onder leiding van Poetin. Een escalatie die herinneringen oproept aan de donkerste dagen van de Koude Oorlog. Aan een tijd van angst en afschrikking, van vijanddenken en wapenwedloop. Aan een tijd waarin ook onze vrede nog zo kwetsbaar was.

Aan de zuidflank van Europa, zien we steeds scherper die veel genoemde ‘gordel van instabiliteit’. Een aaneenschakeling van falende en repressieve staten in Afrika en het Midden Oosten. Een regio waar burgers lijden onder de gevolgen van uitzichtloos oorlogsgeweld, toenemende onderdrukking en chronische armoede. Een regio waar een giftig mengsel van politieke grieven, religieuze identiteiten en criminele hebzucht mensen en gemeenschappen tegen elkaar opzet.

En zoals altijd proberen mensen geweld en wanorde te ontvluchten. Alleen al de oorlog in Syrie heeft geleid tot de grootste humanitaire ramp in onze tijd. Nu de zomer in aantocht is maken zich 200.000 mensen op voor een overtocht naar Europa. Hoeveel van deze vluchtelingen zullen op weg naar veiligheid en vrijheid verdrinken of in de vuurlinie terecht komen van militaire acties tegen mensensmokkelaars?

Maar ook binnen het fort Europa blijkt de vrede lang niet verzekerd. De onrust in Macedonie herinnert ons er aan hoe onverwerkt het verleden is. De aanslagen in Parijs en andere steden herinneren ons er aan hoe kwetsbaar onze open samenleving is. En intussen spelen populisten handig in op onze onzekerheid over de toekomst op een wijze die herinnert aan onze nachtmerries uit het verleden.

Het valt allemaal niet te ontkennen. En er valt niet aan te ontkomen. We leven en werken in een mondiaal landschap dat – wederom – in verwarring is. En dat raakt ons. We raken er zelf van in verwarring. Wat is nu nog het nut van ons vredeswerk?

Maar…. we kunnen ook op een andere manier naar dat mondiale landschap kijken . In onze geraaktheid, in onze verwarring ligt een inzicht besloten. Onze geraaktheid wijst op een relationele betrokkenheid bij mensen die ons in staat stelt op een andere wijze naar de wereld te kijken. Op een wijze die ruimte schept en ons kan bevrijden van een wereldbeeld dat ons machteloos, onverschillig en cynisch kan maken.

Zo’n andere manier van kijken begint met een positiebepaling. Een positie die bepaald wordt door het besef, door het geloof dat elk mens ten diepste verlangt naar waardig en vreedzaam samenleven.

Dat is geen vanzelfsprekende maar een vooringenomen positiebepaling. Veel deskundigen en politici zullen het er niet mee eens zijn. Zij menen dat wij individualistische en calculerende burgers zijn die zich laten leiden door brood en spelen, door zelfzuchtige en economische belangen. Zij stellen dat de wereld enkel bepaald wordt door honger naar macht en rijkdom.

Maar dat wil er bij mij en veel andere mensen niet in. Mensen zijn sociale, relationele en met elkaar verbonden wezens die verlangen naar een menswaardig bestaan. En dat herkennen we bij elkaar. Juist daarom worden we geraakt door hen die lijden onder die wanorde in het mondiale landschap.

Met zo’n positiebepaling, die uitgaat van het verlangen en de verbondenheid van mensen, kunnen we op een andere manier, met een meer relationeel perspectief naar dat mondiale landschap kijken. Ik zeg niet dat je daarmee een volledig zicht hebt op de realiteit. Maar zo’n relationeel perspectief zorgt er wel voor dat we de dingen anders zien en dat we andere dingen zien.

Wat we anders kunnen zien is dat het mondiale landschap niet enkel bepaald wordt door de logica van het geweld, door de macht van staten en de wetmatigheid van de economie. De wanorde in de wereld is geen bewijs van de almacht van autoritaire staten en wetmatigheid van economische markten maar eerder van het tekortschieten daarvan. Steeds weer blijkt dat op beslissende momenten mensen het verschil maken door hun verlangen naar vrede en hun verbondenheid met elkaar en de wereld.

Wat we ook in de wanorde in de wereld kunnen zien is dat veel mensen zich niet langer willen neerleggen bij een onvrij, onveilig en onwaardig bestaan. Mensen willen hun eigen toekomst kunnen bepalen. We moeten de macht van regimes niet overschatten. En we moeten ook de veerkracht en vitaliteit van mensen en gemeenschappen niet onderschatten. Het verlangen van mensen naar een vreedzaam en menswaardig bestaan laat zich misschien wel even, maar niet voor altijd onderdrukken.

En wat we ook anders kunnen zien is dat we onvermijdelijk verbonden zijn met elkaar en met zoveel andere mensen. Wij kunnen ons niet verschansen in eigen huis of eigen groep. We kunnen ons niet terugtrekken achter Nederlandse dijken of in een Europees fort. Door de globalisering zijn we meer dan ooit met duizenden onzichtbare draden verbonden met andere plekken en andere mensen binnen het mondiale landschap. Er is geen muur, er is geen grens bestand tegen deze lotsverbondenheid en de betrokkenheid van mensen op elkaar.

Als we vanuit een menselijk en relationeel perspectief naar het mondiale landschap kijken kunnen we de dingen niet alleen anders zien maar ook andere dingen zien.

Dan zien we hoe Nawras, een jonge journaliste in een verdeeld Irak haar lot verbindt met minderheden en samen met hen strijdt voor een menswaardig bestaan voor iedereen.

Dan zien we Paride Taban die een vredesdorp start midden in het strijdgewoel in Zuid-Soedan en zo laat zien dat wat gemeenschappen met elkaar verbindt sterker is dan wat hen zo lang verdeeld heeft gehouden.

Dan zien we Olena Kaskiv die in Oekraine pro-westerse en pro-Russiche burgers, legerpriesters en politieagenten aan tafel krijgt om te praten over de waarden die zij toch blijken te delen.

Dan zien we Said Bouarrou die in Nijmegen religieuze leiders opriep om samen afstand te nemen van discriminatie en rascisme, van moslimhaat en jodenhaat.

Dan zien we Casper uit Rossum die in zijn eentje honderden handtekeningen teken kernwapens verzamelde en als een van onze ambassadeurs aanwezig zal zijn bij de herdenking van 70 jaar Hiroshima.

Het zijn allemaal bruggenbouwers die in de maalstroom van de geschiedenis durven bij te dragen aan de humanisering van de internationale rechtsorde.

Als we vanuit dat andere, meer relationele perspectief naar dat mondiale landschap kijken, dan beseffen we dat niet alleen de wereldleiders de toekomst bepalen. Ook kleine mensen, zoals wij hier vandaag, dragen bij aan die toekomst van vrede. Die vrede begint bij de goedheid van het eigen hart, omdat alleen dat ons gevoelig maakt voor hen die lijden . Die vrede begint met, en mondt uit in de verbondenheid met andere mensen, dichtbij en verweg.

Door op een andere manier naar het mondiale landschap in verwarring te kijken kunnen we, zoals Erik Borgman dat noemt: Groot denken en klein kijken . We kunnen aan de hand van de kleine verhalen van bruggenbouwers zien waartoe mensen in staat zijn. En we kunnen op nationaal en internationaal niveau laten zien waar de verbinding verbroken is en hoe vrede die verbinding weer tot stand kan brengen. Dat is lang niet eenvoudig. ‘Vrede verbindt’ is een enorme uitdaging, maar er is geen enkel ander alternatief.

Als we zo naar de wereld kijken zien we ook tekenen van hoop. Dan beseffen we hoe belangrijk het is om die kleine verhalen van hoop te verbinden met het grote verhaal over de humanisering van de internationale rechtsorde, met die oude maar nog steeds springlevende droom van vrede.

Wij zijn allemaal onderdeel van dat verhaal, van die droom. Als je actief bent als bruggenbouwer bij een lokale ambassade voor vrede. Als je samen met PAX en de Raad van Kerken meeloopt met de Walk of Peace in Den Haag. Als je werkt voor PAX. Als je je handtekening zet tegen kernwapens – we hebben er nog een paar duizend nodig. Als je bijdraagt aan het vredeswerk door een gift of nalatenschap of met een subsidie zoals we die ook dit jaar weer mochten ontvangen van het V-fonds. Mede dankzij hun generueze steun zijn wij hier vandaag bijeen.

Als we soms in verwarring zijn door de wanorde in het modiale landschap dan is het goed om te beseffen dat we verbonden zijn met mensen die ons verlangen naar vrede delen. Dan is het goed om te beseffen dat het simpele feit dat we samen onderweg zijn een begin van vrede is.

Opening PAX Ambassadeurs voor Vrede dag, Utrecht, 20 mei 2015

Er is meer nodig dan een nieuwe wapenwedloop

imrs.php

De voorbereidingen voor de begroting 2016 zijn in volle gang. En het moge duidelijk zijn: defensie wil meer geld. Een bonte verzameling van columnisten, specialisten en analisten, van oud-ministers, oud-militairen en oud-vredesbewegers pleiten in een heus manifest voor de verkommerde krijgsmacht. De ondertekenaars – 37 mannen en één (!) vrouw – komen tot een in hun ogen onontkoombare conclusie: 1,5 miljard erbij anders lopen we gevaar. En zij krijgen mooi getimed bijval van de Adviesraad voor Internationale Vraagstukken: 3,5 miljard erbij “voor acute tekortkomingen van de krijgsmacht”. Iedereen lijkt het eens met elkaar te zijn. Nu alleen het geld nog.

Het besef dat er geinvesteerd moet worden in de krijgsmacht is nieuw noch revolutionair. Zo stelde ook PAX al in 2010 dat Nederland moet investeren in het voortzettingsvermogen van de krijgsmacht. In wapens en onderdelen die voor de bescherming van burgers essentieel zijn zoals gendarmerie die politietaken uitvoert, special forces, tactische transportcapaciteit en intelligence.

Toch overtuigt het manifest niet. En dat komt niet enkel doordat een aantal van de ondertekenaars politiek verantwoordelijk is geweest voor de bezuinigingen die zij nu vanuit hun leunstoel bekritiseren. In de kern komt het manifest hierop neer: “Het vermogen [om] met politieke middelen internationale veiligheid tot stand te brengen kan niet zonder een geloofwaardige militaire component.” In deze zin liggen echter enkele kwestieuze aannames besloten.

De eerste is dat er internationale consensus zou bestaan over een politieke strategie die essentieel is voor een effectieve inzet van de krijgsmacht. Maar die consensus ontbreekt. Er bestaan diepgaande meningsverschillen binnen de NAVO, EU en VN over de politieke benadering van zo’n beetje alle crises die in het manifest worden opgevoerd als argumenten voor verhoging van het defensiebudget.

De tweede aanname is dat er politieke bereidheid zou bestaan om de krijgsmacht daadwerkelijk in te zetten. Maar voor veel landen binnen de NAVO en de EU is militaire confrontatie nog altijd de slechts denkbare optie voor landen die economisch sterk met elkaar verweven zijn. Binnen NAVO zijn landen tot op het bot verdeeld over een militaire escalatie in reactie op Poetin. En ook de politieke bereidheid om de krijgsmacht in te zetten voor crisisbeheersing en de bescherming van burgers is tanende.

De derde aanname is dat de krijgsmacht effectief kan bijdragen aan het bezweren van conflicten die vrijwel altijd een complexe politieke oorzaak hebben. Er valt veel te zeggen over de militaire interventies in Irak, Afghanistan en Libie, maar niet dat deze een doorslaand succes waren. Door het ontbreken van politieke strategie hebben deze militaire interventies juist bijgedragen aan de huidige instabiliteit. Is meer geld voor defensie een effectief antwoord op de ideologie van ISIS, op de ‘groene mannetjes’ in Oekraine?

Het manifest gaat opzichtig enkele cruciale onderwerpen uit de weg. Geen woord over de politieke visie op veiligheid en defensie en over het profiel van de krijgsmacht. Het manifest spreekt over de vele bedreigingen die ons omringen maar zwijgt over de waarden en belangen die in het geding zijn en de basis moeten vormen voor buitenlandbeleid. Het blijft onduidelijk welke invulling het manifest geeft aan het Nederlandse belang dat moet worden verdedigd. Gaat het enkel om onze veiligheid en die van onze bondgenoten? Moeten onze economische belangen en onze welvaart verdedigd worden? Staat de collectieve en duurzame internationale veiligheid centraal? Willen wij bijdragen aan de internationale rechtsorde en de bescherming van mensenrechten?

Veelzeggend is verder dat het manifest vaag blijft over het profiel dat de krijgsmacht moet hebben. Willen de opstellers vasthouden aan een veelzijdig inzetbare krijgsmacht of is, mede gelet op de beperkte financiele ruimte, taakspecialisatie onvermijdelijk? PAX pleitte de afgelopen jaren voor de krijgsmacht als robuuste ‘beschermingsmacht’. Het manifest hint op een snelle inzetbaarheid en het expedionaire karakter van de krijgsmacht. Maar er wordt geen uitdrukkelijke keuze gemaakt voor een realistisch profiel voor de krijgsmacht.

Het manifest maakt evenmin duidelijk waar de krijgsmacht nu eigenlijk ingezet zou kunnen worden. Het manifest spreekt over een “reeks van risico’s voor de stabiliteit die alert en doelgericht moeten worden aangepakt.” Genoemd worden Rusland, Afrika, het Verre Oosten en de periferie van Europa. Maar vooral Rusland wordt opgevoerd als een acute dreiging.

Maar de opstellers willen toch niet suggereren dat Rusland een militair overwicht heeft tegenover een in alle opzichten superieure NAVO? De AIV stelt onomwonden dat “er geen directe bedreiging bestaat van (…) Europa als geheel”. Het manifest laat na om, in aansluiting op de Amerikaanse VN-ambassadeur Samantha Power, een lans te breken voor een grotere deelname van Nederland aan VN-missies. Misschien menen de opstellers net als de AIV dat “de oplossing van conflicten in de MENA (Midden-Oosten en Noort-Afrika)-regio vooral de verantwoordelijkheid is van de landen zelf.”

Het manifest wil meer geld maar het blijft onduidelijk welke politieke visie hieraan ten grondslag ligt, welk krijgsmachtprofiel de ondertekenaars voor ogen hebben, waar die krijgsmacht zou kunnen worden ingezet, waarvoor het extra geld gebruikt wordt. Het debat over de krijgsmacht wordt al lang te zeer bepaald door breed uitgemeten dreigingen en onsamenhangende besluiten over middelen en materieel. Het is jammer dat het manifest daaraan niet geheel weet te ontsnappen.

Een krijgsmacht die gespecialiseerd is als robuuste beschermingsmacht kan èn bijdragen aan de internationale rechtsorde èn aan de verdediging van eigen en bondgenootschappelijk grondgebied. Een krijgsmacht met dit profiel kan veel meer in VN-verband in Afrika worden ingezet voor de bescherming van burgers. Maar dan moeten er ook keuzes gemaakt worden. Materieel dat niet past bij een beschermingsmacht moet worden afgestoten. En ja, Nederland moet waar nodig ook investeren in het voortzettingsvermogen en materieel dat essentieel is voor de bescherming van burgers.

Maar vooral nodig is het vergroten van de inspanningen voor conflictpreventie en conflictoplossing. Nederland moet veel meer investeren in het versterken van diplomatie en bevorderen van politieke oplossingen. In de opbouw van responsieve overheden en de veerkracht van civiele samenlevingen. Want in een wereld vol hybride bedreigingen kan een nieuwe wapenwedloop niet ons eigenlijke en enige antwoord zijn – of we dat nu leuk vinden of niet.

[Ook gepubliceerd op oneworld.nl]

De mythe van Zijlstra: stabiliteit ten koste van democratie

opening_remarks05__01__630x420

Halbe Zijlstra pleit in de Volkskrant en het Liberaal Reveil voor een realistisch buitenlandbeleid. Eindelijk, denk je dan onwillekeurig. Want ook de VVD verwacht vaak veel te veel van militaire interventies. Maar wat blijkt? Halbe Zijlstra omarmt een achterhaalde mythe: stabiliteit ten koste van democratie. De partij voor vrijheid en democratie wil strategisch samenwerken met ‘ongemakkelijke partners’ die vrijheid en democratie onderdrukken. Om onze belangen te borgen.

Dat de VVD voorstander is van opvang van vluchtelingen in de regio wisten we al. Maar nu pleit de VVD dus ook voor onderdrukking in de regio. “Autoritaire of ondemocratische regimes” beschouwt Zijlstra als “ongemakkelijke partners die strategisch gezien nodig zijn om onze belangen te borgen.” De belangen die Zijlstra voor ogen staan zijn (onze) veiligheid en migratie. Al kan je ook gemakkelijk zaken doen met ongemakkelijke partners.

Zijlstra geeft aan dat het niet mogelijk is om deze dictaturen van de één op de andere dag zijn om te vormen tot democratieën. En daarin heeft hij natuurlijk gelijk. De transitie van autocratie naar democratie is kwetsbaar voor gewelddadige ontsporing en niet zelden is er sprake van terugval. Hij gaat eraan voorbij dat de bijdrage van het westen aan democratische transities in het Midden-Oosten en Noord-Afrika vrijwel altijd te laat kwam, te kort schoot of ronduit contraproductief was.

Zijlstra constateert ook dat de democratie misbruikt kan worden om de democratie de nek om te draaien. Dat is inderdaad een dilemma waarop geen makkelijk antwoord beschikbaar is. Al lijkt Zijlstra, onder verwijzing naar Egypte, te impliceren dat democratische gekozen regeringen terzijde geschoven mogen worden als onze strategische belangen in het geding zijn. Een democratie is kennelijk wel van de één op de andere dag om te vormen in een autocratie.

De fractieleider van de VVD zoekt de oplossing voor extremisme en geweld in de schijnstabiliteit van een dictatuur. Condoleeza Rice was ook zo’n aanhangster van een realistische buitenlandpolitiek. In 2005 zei Rice echter, nota bene in Cairo: “For sixty years, my country, the United States, pursued stability at the expense of democracy in this region here in the Middle East – and we achieved neither.” Dat inzicht weerhoudt Zijlstra er niet van om terug te grijpen op de mythe van stabiliteit. Zijlstra wil partneren met dictaturen die onze belangen dienen. Die dictators wil Zijlstra dan met diplomatieke en economische druk verleiden hun macht geleidelijk op te geven. Is dat realistisch of ronduit politiek naïef?

Zijlstra pleit voor een politiek die zestig jaar niet gewerkt heeft. De steun aan autoritaire regimes heeft vooral bijgedragen aan de opkomst van gewelddadig extremisme. Met zijn steun aan ‘ongemakkelijke partners’ ondermijnt Zijlstra de belangen die hij zegt te beschermen. Hoe meer wij de regimes in het Midden Oosten steunen hoe groter de kans is dat wij ons vervreemden van de bevolkingen en leiders die later aan de macht zullen komen. Zo dreigt Zijlstra aan de verkeerde kant van de geschiedenis uit te komen.

Een realistisch buitenland beleid moet om te beginnen de beperkingen van militair geweld als instrument voor conflictoplossing onder ogen zien. Buitenlandbeleid moet het deze dagen veel meer hebben van soft power, waarmee niet gezegd is dat hard power overbodig is. Een realistische buitenland politiek ondersteunt geweldloze civiele veranderkrachten in repressieve samenlevingen. En een realistische buitenland politiek investeert voluit in de diplomatieke capaciteit die nodig is voor het oplossen van politieke conflicten.

Zijlstra’s wereldvreemde pleidooi voor schijnstabiliteit ten koste van democratie is een mythe die niet werkt. Niet voor burgers die blijven verlangen naar een menswaardig bestaan. En ook niet voor onze veiligheid.