Samenwerken met dictators: een heilloze weg

 

Tunisian girls attend a rally to mark the fifth anniversary of the Arab Spring, Thursday, Jan.14, 2016 in Tunis. Tunisian teachers, activists and political parties have joined to celebrate five years since protesters drove out their autocratic president and ushered in a democratic era. The crowd at Thursday’s rally included families of those killed in weeks of protests against President Zine el Abidine Ben Ali, who fled on Jan. 14, 2011. (AP Photo/Riadh Dridi)

Tunisian girls attend a rally to mark the fifth anniversary of the Arab Spring, (AP Photo/Riadh Dridi)

Het is alweer vijf jaar geleden dat de Arabische Lente in Tunesië zijn eerste overwinning boekte. President Ben Ali vluchtte ijlings naar Saoedi-Arabië vanwege snel in omvang groeiende demonstraties tegen zijn regime.

De opstand in Tunesië ontketende een revolutie tegen autoritaire regimes in Noord-Afrika en het Midden-Oosten. De dramatische afloop van deze Arabische Lente is intussen bekend. Alleen in Tunesië heeft de volksopstand een nieuwe grondwet gebracht. Freedom House beschouwt het land nu als vrij. Mede dankzij vier Tunesische maatschappelijke organisaties die daarvoor de Nobelprijs voor de Vrede ontvingen. Tijdens de prijsuitreiking klonk het lied dat bij de demonstraties in Tunis zo vaak was gezongen. “Ik ben de vrije mens, zonder angst. Ik ben het geheim dat nooit sterft. Ik ben de stem van hen die niet zullen buigen.”

In andere landen is de stem van hen die niet willen buigen weer gesmoord. Libië verkeert na de verdrijving van Gaddafi nog altijd in een diepe crisis. Egypte zucht onder een militair bewind dat wat betreft repressie niet onder doet voor Mubarak. In Bahrein zitten activisten achter de tralies. Jemen is het toneel van ongekende oorlogsmisdaden. En de in aanvang geweldloze opstand in Syrië is ontspoord in een alles vernietigende oorlog.

De Arabische Lente is mislukt. Weliswaar is de vanzelfsprekendheid van de dictatuur ondermijnd en de mythe van stabiliteit ontmaskerd. De dictaturen in Noord-Afrika en het Midden-Oosten blijken kwetsbaar en minder stabiel dan lang aangenomen. Een volk in opstand kan zijn dictator verdrijven. Maar het is duidelijk dat voor een vreedzame overgang van autocratie naar democratie meer nodig is dan een volksopstand.

Nu, vijf jaar na de Arabische Lente, floreert het terrorisme op de ruïnes van verloren hoop en de puinhopen van oorlogsgeweld. Dat maakt de zo noodzakelijke politieke hervormingen en economische vooruitgang zo mogelijk nog moeilijker te realiseren. Dat verklaart ook waarom vijf jaar na de vlucht van Ben Ali andere dictators de teugels nog steeds in handen hebben. Intussen blijven mensen in de Arabische en Noord-Afrikaanse straten verlangen naar een baan, een betaalbaar brood en een waardig bestaan.

Dat confronteert ons met een lastig dilemma. Hoe moeten Europese landen omgaan met de dictators in hun achtertuin? Dat dilemma klemt eens te meer nu Europese politici worstelen met de komst van vele vluchtelingen en het gevaar van terroristische aanslagen. Het is o zo verleidelijk om zaken te doen met regimes die beloven vluchtelingen tegen te houden, terroristen te bestrijden en stabiliteit te bewerkstelligen.

Toch is samenwerking met “ongemakkelijke partners” omwille van eigen nationale veiligheid een heilloze weg. Dit beleid heeft de afgelopen zestig jaar opzichtig gefaald. De samenwerking met regimes heeft noch stabiliteit noch democratie gebracht.

Het is zeker verstandig om diplomatieke contacten te onderhouden, ook met verwerpelijke regimes. Maar moeten Europese landen politiek, financieel en economisch samenwerken met regimes die zich schuldig maken aan politieke vervolging, standrechtelijke executies en martelingen? Moeten Europese landen militair samenwerken met en wapens leveren aan regimes die zich schuldig maken aan ernstige oorlogsmisdaden? Natuurlijk niet!

Toch hebben Europese landen die conclusie vijf jaar na de Arabische Lente nog altijd niet getrokken. Dat is moreel onverdraaglijk maar ook niet in ons belang. Dictators onderdrukken de vrije mens en smoren de stem van hen die niet willen buigen. En het gebrek aan toekomstperspectief in Arabische en Noord-Afrikaanse straten dat daarvan het gevolg is drijft mensen in de richting van Europa of in de armen van radicale bewegingen.

Een relationeel perspectief op een mondiaal landschap in verwarring

Venice biennale 56 edition artists il muro del pianto labrouge FABIO MAURI

Venice biennale 56 edition artists il muro del pianto labrouge FABIO MAURI

“Honderd jaar nadat de eerste schoten van de Eerste Wereldoorlog werden afgevuurd en 75 jaar na het begin van de Tweede Wereldoorlog is het mondiale landschap wederom in verwarring.” We leven in een tijd van wanorde. En eerlijk gezegd ben ik daardoor zelf soms ook in verwarring.

Lange tijd leek het alsof er na de Tweede Wereldoorlog iets wezenlijks veranderd was. Dat de internationale gemeenschap een les geleerd had.
Dat wij samen een gemeenschappelijke droom hadden. Nooit meer Auschwitz. Nooit meer discriminatie en vervolging van minderheden. Nooit meer raciale politiek en nationalistische superioriteitswaan. En uiteidelijk ook….nooit meer oorlog.

Lange tijd leek het alsof er na de Tweede Wereldoorlog met vallen en opstaan een humanisering van de internationale rechtsorde op gang gekomen was. Dat we getuigen waren van een pijnlijk langzame maar niet te stuiten kanteling in de verhouding tussen machthebbers en burgers. Dat de primaire gerichtheid op de bescherming van de belangen van staten zou plaatsmaken voor een gerichtheid op de bescherming van burgers, aan wie staten hun bestaansrecht danken.

Maar in de verwarrende wereld van vandaag lijkt er geen plaats te zijn voor deze hoopvolle gedachten. Het lijkt wel of alles wat is opgebouwd weer wordt afgebroken. De wereld is op drift. Het mondiale landschap rondom Europa verkeert in een staat van verwarring en wanorde.

Aan de oostflank van Europa zien we een nieuwe militaire escalatie met Rusland onder leiding van Poetin. Een escalatie die herinneringen oproept aan de donkerste dagen van de Koude Oorlog. Aan een tijd van angst en afschrikking, van vijanddenken en wapenwedloop. Aan een tijd waarin ook onze vrede nog zo kwetsbaar was.

Aan de zuidflank van Europa, zien we steeds scherper die veel genoemde ‘gordel van instabiliteit’. Een aaneenschakeling van falende en repressieve staten in Afrika en het Midden Oosten. Een regio waar burgers lijden onder de gevolgen van uitzichtloos oorlogsgeweld, toenemende onderdrukking en chronische armoede. Een regio waar een giftig mengsel van politieke grieven, religieuze identiteiten en criminele hebzucht mensen en gemeenschappen tegen elkaar opzet.

En zoals altijd proberen mensen geweld en wanorde te ontvluchten. Alleen al de oorlog in Syrie heeft geleid tot de grootste humanitaire ramp in onze tijd. Nu de zomer in aantocht is maken zich 200.000 mensen op voor een overtocht naar Europa. Hoeveel van deze vluchtelingen zullen op weg naar veiligheid en vrijheid verdrinken of in de vuurlinie terecht komen van militaire acties tegen mensensmokkelaars?

Maar ook binnen het fort Europa blijkt de vrede lang niet verzekerd. De onrust in Macedonie herinnert ons er aan hoe onverwerkt het verleden is. De aanslagen in Parijs en andere steden herinneren ons er aan hoe kwetsbaar onze open samenleving is. En intussen spelen populisten handig in op onze onzekerheid over de toekomst op een wijze die herinnert aan onze nachtmerries uit het verleden.

Het valt allemaal niet te ontkennen. En er valt niet aan te ontkomen. We leven en werken in een mondiaal landschap dat – wederom – in verwarring is. En dat raakt ons. We raken er zelf van in verwarring. Wat is nu nog het nut van ons vredeswerk?

Maar…. we kunnen ook op een andere manier naar dat mondiale landschap kijken . In onze geraaktheid, in onze verwarring ligt een inzicht besloten. Onze geraaktheid wijst op een relationele betrokkenheid bij mensen die ons in staat stelt op een andere wijze naar de wereld te kijken. Op een wijze die ruimte schept en ons kan bevrijden van een wereldbeeld dat ons machteloos, onverschillig en cynisch kan maken.

Zo’n andere manier van kijken begint met een positiebepaling. Een positie die bepaald wordt door het besef, door het geloof dat elk mens ten diepste verlangt naar waardig en vreedzaam samenleven.

Dat is geen vanzelfsprekende maar een vooringenomen positiebepaling. Veel deskundigen en politici zullen het er niet mee eens zijn. Zij menen dat wij individualistische en calculerende burgers zijn die zich laten leiden door brood en spelen, door zelfzuchtige en economische belangen. Zij stellen dat de wereld enkel bepaald wordt door honger naar macht en rijkdom.

Maar dat wil er bij mij en veel andere mensen niet in. Mensen zijn sociale, relationele en met elkaar verbonden wezens die verlangen naar een menswaardig bestaan. En dat herkennen we bij elkaar. Juist daarom worden we geraakt door hen die lijden onder die wanorde in het mondiale landschap.

Met zo’n positiebepaling, die uitgaat van het verlangen en de verbondenheid van mensen, kunnen we op een andere manier, met een meer relationeel perspectief naar dat mondiale landschap kijken. Ik zeg niet dat je daarmee een volledig zicht hebt op de realiteit. Maar zo’n relationeel perspectief zorgt er wel voor dat we de dingen anders zien en dat we andere dingen zien.

Wat we anders kunnen zien is dat het mondiale landschap niet enkel bepaald wordt door de logica van het geweld, door de macht van staten en de wetmatigheid van de economie. De wanorde in de wereld is geen bewijs van de almacht van autoritaire staten en wetmatigheid van economische markten maar eerder van het tekortschieten daarvan. Steeds weer blijkt dat op beslissende momenten mensen het verschil maken door hun verlangen naar vrede en hun verbondenheid met elkaar en de wereld.

Wat we ook in de wanorde in de wereld kunnen zien is dat veel mensen zich niet langer willen neerleggen bij een onvrij, onveilig en onwaardig bestaan. Mensen willen hun eigen toekomst kunnen bepalen. We moeten de macht van regimes niet overschatten. En we moeten ook de veerkracht en vitaliteit van mensen en gemeenschappen niet onderschatten. Het verlangen van mensen naar een vreedzaam en menswaardig bestaan laat zich misschien wel even, maar niet voor altijd onderdrukken.

En wat we ook anders kunnen zien is dat we onvermijdelijk verbonden zijn met elkaar en met zoveel andere mensen. Wij kunnen ons niet verschansen in eigen huis of eigen groep. We kunnen ons niet terugtrekken achter Nederlandse dijken of in een Europees fort. Door de globalisering zijn we meer dan ooit met duizenden onzichtbare draden verbonden met andere plekken en andere mensen binnen het mondiale landschap. Er is geen muur, er is geen grens bestand tegen deze lotsverbondenheid en de betrokkenheid van mensen op elkaar.

Als we vanuit een menselijk en relationeel perspectief naar het mondiale landschap kijken kunnen we de dingen niet alleen anders zien maar ook andere dingen zien.

Dan zien we hoe Nawras, een jonge journaliste in een verdeeld Irak haar lot verbindt met minderheden en samen met hen strijdt voor een menswaardig bestaan voor iedereen.

Dan zien we Paride Taban die een vredesdorp start midden in het strijdgewoel in Zuid-Soedan en zo laat zien dat wat gemeenschappen met elkaar verbindt sterker is dan wat hen zo lang verdeeld heeft gehouden.

Dan zien we Olena Kaskiv die in Oekraine pro-westerse en pro-Russiche burgers, legerpriesters en politieagenten aan tafel krijgt om te praten over de waarden die zij toch blijken te delen.

Dan zien we Said Bouarrou die in Nijmegen religieuze leiders opriep om samen afstand te nemen van discriminatie en rascisme, van moslimhaat en jodenhaat.

Dan zien we Casper uit Rossum die in zijn eentje honderden handtekeningen teken kernwapens verzamelde en als een van onze ambassadeurs aanwezig zal zijn bij de herdenking van 70 jaar Hiroshima.

Het zijn allemaal bruggenbouwers die in de maalstroom van de geschiedenis durven bij te dragen aan de humanisering van de internationale rechtsorde.

Als we vanuit dat andere, meer relationele perspectief naar dat mondiale landschap kijken, dan beseffen we dat niet alleen de wereldleiders de toekomst bepalen. Ook kleine mensen, zoals wij hier vandaag, dragen bij aan die toekomst van vrede. Die vrede begint bij de goedheid van het eigen hart, omdat alleen dat ons gevoelig maakt voor hen die lijden . Die vrede begint met, en mondt uit in de verbondenheid met andere mensen, dichtbij en verweg.

Door op een andere manier naar het mondiale landschap in verwarring te kijken kunnen we, zoals Erik Borgman dat noemt: Groot denken en klein kijken . We kunnen aan de hand van de kleine verhalen van bruggenbouwers zien waartoe mensen in staat zijn. En we kunnen op nationaal en internationaal niveau laten zien waar de verbinding verbroken is en hoe vrede die verbinding weer tot stand kan brengen. Dat is lang niet eenvoudig. ‘Vrede verbindt’ is een enorme uitdaging, maar er is geen enkel ander alternatief.

Als we zo naar de wereld kijken zien we ook tekenen van hoop. Dan beseffen we hoe belangrijk het is om die kleine verhalen van hoop te verbinden met het grote verhaal over de humanisering van de internationale rechtsorde, met die oude maar nog steeds springlevende droom van vrede.

Wij zijn allemaal onderdeel van dat verhaal, van die droom. Als je actief bent als bruggenbouwer bij een lokale ambassade voor vrede. Als je samen met PAX en de Raad van Kerken meeloopt met de Walk of Peace in Den Haag. Als je werkt voor PAX. Als je je handtekening zet tegen kernwapens – we hebben er nog een paar duizend nodig. Als je bijdraagt aan het vredeswerk door een gift of nalatenschap of met een subsidie zoals we die ook dit jaar weer mochten ontvangen van het V-fonds. Mede dankzij hun generueze steun zijn wij hier vandaag bijeen.

Als we soms in verwarring zijn door de wanorde in het modiale landschap dan is het goed om te beseffen dat we verbonden zijn met mensen die ons verlangen naar vrede delen. Dan is het goed om te beseffen dat het simpele feit dat we samen onderweg zijn een begin van vrede is.

Opening PAX Ambassadeurs voor Vrede dag, Utrecht, 20 mei 2015

Oorlog tegen smokkelaars: een hachelijke onderneming met grote risico’s op slachtoffers

 

IZMIR, TURKEY - SEPTEMBER 6: Illegal migrants is being rescued in an operation carried out by Turkey Aegean Coast Guard in Aegean Sea on September 6, 2014. According to the coast guard, 424 illegal migrants have been saved in the search and rescue operations carried out by the Turkey Aegean Coast Guard. (Photo by The Coast Guard Aegean Sea Region Command/Handout/Anadolu Agency/Getty Images)

De EU wil met militair geweld migratie beteugelen. Europese marine en luchtmacht moeten de schepen van mensensmokkelaars identificeren, aanhouden en vernietigen. Het voornemen oogt krachtdadig. Maar is het ook haalbaar en verstandig?

De details van het Europese plan moeten nog worden uitgewerkt. De Guardian is in het bezit van een 19 pagina’s tellend strategisch plan. De strategie richt zich op een rigoureuze ontmanteling van het verdienmodel van mensensmokkelaars. De EU-lidstaten willen met een lucht- en marinecampagne de schepen en eigendommen van smokkelaars vernietigen. Niet alleen op de Middellandse Zee maar ook binnen de Libische territoriale wateren, in Libische havens en aan vaste wal.

Markant is dat de EU-buitenlandchef Mogherini blijft spreken over een maritieme operatie terwijl het plan ook verwijst naar de vernietiging van eigendommen en capaciteiten van smokkelaars op Libische bodem en de inzet van landmacht en special forces.

Zo’n militaire operatie is niet zonder risico’s. De plannenmakers wijzen op de aanwezigheid van zwaar militair geschut, van militia’s en terroristen. Zij vormen een “robuust gevaar” voor betrokken Europese vliegtuigen en schepen die in “een vijandige omgeving” moeten opereren. Dat zal extra maatregelen vergen voor de bescherming van eigen troepen.

Het zal bovendien niet eenvoudig zo niet onmogelijk zijn om burgerslachtoffers te voorkomen. Het plan spreekt over “een hoog risico op nevenschade waaronder verlies aan mensenlevens.” De Guardian wijst er op dat smokkelaars vaak gebruik maken van gehuurde vissersschepen die voor anker liggen in civiele havens. Deze schepen vertrekken tijdens het vallen van de avond en wachten buitengaats op vluchtelingen die per rubberboot aan boord worden gebracht. “Dat biedt de Europese marineschepen maar een kort moment om smokkelaarsschepen te identificeren en te vernietigen zonder onschuldige levens in gevaar te brengen.”

Het plan wijst er op dat slachtoffers als gevolg van de Europese militaire actie kunnen leiden tot “een negatieve reactie onder de lokale bevolking en in de wijdere regio, waardoor steun en opvolging in gevaar komen.” Steve Peers, hoogleraar Europees Recht aan de Universiteit van Essex noemt dit in zijn analysean award-winning degree of understatement”.

Het risico van onschuldige slachtoffers verklaart waarom de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) waarschuwt voor “het inherente gevaar dat militaire acties de levens van migranten verder in gevaar brengen.” Amnesty International vreest dat aanvallen op smokkelaars er toe zullen leiden dat vluchtelingen zonder legale bescherming stranden op de Libische kust waar velen al slachtoffer zijn mishandeling en afpersing. Peter Sutherland, de speciale VN-vertegenwoordiger voor Migratie en Ontwikkeling, roept de Europese lidstaten op om vluchtelingen of migranten “niet in de vuurlinie te brengen en het internationaal recht te eerbiedigen”.

Dat internationaal recht vergt een VN-machtiging voor Europese militaire acties binnen de Libische territoriale wateren en op Libisch grondgebied. De Libische Regering in Tobruk heeft zich vooralsnog tegen het plan gekeerd. Instemming van de Veiligheidsraad zou betekenen dat de vluchtelingen een bedreiging moeten vormen voor de internationale vrede en veiligheid. Dat is een nogal vergezochte constructie. Bovendien is het niet onwaarschijnlijk dat Rusland of China een dergelijke resolutie met een veto zullen torpederen.

Betrokkenheid van lokale actoren is essentieel voor de effectieve bestrijding van smokkelaars. Daarom zal de EU alsnog instemming zoeken van de door Westerse landen erkende Libische regering in Tobruk. Zorgwekkend is dat diplomaten binnen de VN beducht zijn voor de negatieve impact daarvan op de toch al moeizame onderhandelingen tussen de twee rivaliserende Libische regeringen in Tripoli en Tobruk onder auspiciën van de VN.

Bij het ontbreken van een VN-machtiging zou de EU kunnen kiezen voor een maritieme blokkade. Vaak wordt er dan verwezen naar de Europese anti-piraterijmissie Atalanta voor de Somalische kust. Een dergelijke blokkade is goed mogelijk maar veronderstelt dat er voldoende drones en intelligence beschikbaar zijn om bijtijds schepen van smokkelaars te onderscheppen.

Maar het verschil tussen de bestrijding van piraten en van smokkelaars is evident. Bij een confrontatie met smokkelaars op zee staan steeds de levens van vluchtelingen op het spel. De Italiaanse premier Renzi waarschuwde dat smokkelaars de marineschepen als ‘taxi’ zullen gebruiken. Smokkelaars zullen de marineschepen dwingen over boord gezette vluchtelingen uit het water te redden. Het relatieve succes van de anti-piraten missie van de EU blijkt bovendien sterk afhankelijk van de stabiliteit binnen Somalië, die in Libië nog ver te zoeken is. Overigens heeft de piraterij zich juist als gevolg van Atalanta nu wijdverspreid over de Indische Oceaan. Dat stelt de capaciteit van de anti-piratenmissie op de proef. Ook de smokkelaars zullen hun routes spreiden.

Het EU heeft ingestemd met militaire actie. De angst dat volgens verwachting deze zomer 200.000 vluchtelingen de oversteek naar Europa zullen wagen speelt daarbij een rol. De nu getoonde daadkracht moet eerdere mislukkingen verhullen. Maar met de militaire actie gaat de EU een hachelijk avontuur aan met grote risico’s voor vluchtelingen en andere onschuldige slachtoffers. Het internationaal recht dreigt te worden opgerekt. En de kans op succes is beperkt en het effect tijdelijk. De militaire actie kan bovendien een politieke oplossing in Libië en daarmee een voorwaarde voor succes in gevaar brengen. Een ding lijkt op voorhand vast te staan. De transactiekosten voor smokkelaars nemen toe maar hun verdienmodel komt niet in gevaar. Zodra de missie voor de Libische kust succesvol is zullen de smokkelaars hun routes veranderen en hun prijzen verhogen.

De EU zou veel meer politieke prioriteit moeten geven aan het bestrijden van de oorzaken die mensen op de vlucht drijven. En er is maar een manier om het verdienmodel van smokkelaars werkelijk te ontmantelen. Door de overtocht van vluchtelingen legaal en veilig en de opvang meer solidair en ruimhartig te organiseren. Of zoals de redactioneel commentaar van de New York Times het stelde: “een militaire missie is niet nodig, enkel compassie en gezond verstand”.

[Ook als column gepubliceerd op One World]

Er is meer nodig dan een nieuwe wapenwedloop

imrs.php

De voorbereidingen voor de begroting 2016 zijn in volle gang. En het moge duidelijk zijn: defensie wil meer geld. Een bonte verzameling van columnisten, specialisten en analisten, van oud-ministers, oud-militairen en oud-vredesbewegers pleiten in een heus manifest voor de verkommerde krijgsmacht. De ondertekenaars – 37 mannen en één (!) vrouw – komen tot een in hun ogen onontkoombare conclusie: 1,5 miljard erbij anders lopen we gevaar. En zij krijgen mooi getimed bijval van de Adviesraad voor Internationale Vraagstukken: 3,5 miljard erbij “voor acute tekortkomingen van de krijgsmacht”. Iedereen lijkt het eens met elkaar te zijn. Nu alleen het geld nog.

Het besef dat er geinvesteerd moet worden in de krijgsmacht is nieuw noch revolutionair. Zo stelde ook PAX al in 2010 dat Nederland moet investeren in het voortzettingsvermogen van de krijgsmacht. In wapens en onderdelen die voor de bescherming van burgers essentieel zijn zoals gendarmerie die politietaken uitvoert, special forces, tactische transportcapaciteit en intelligence.

Toch overtuigt het manifest niet. En dat komt niet enkel doordat een aantal van de ondertekenaars politiek verantwoordelijk is geweest voor de bezuinigingen die zij nu vanuit hun leunstoel bekritiseren. In de kern komt het manifest hierop neer: “Het vermogen [om] met politieke middelen internationale veiligheid tot stand te brengen kan niet zonder een geloofwaardige militaire component.” In deze zin liggen echter enkele kwestieuze aannames besloten.

De eerste is dat er internationale consensus zou bestaan over een politieke strategie die essentieel is voor een effectieve inzet van de krijgsmacht. Maar die consensus ontbreekt. Er bestaan diepgaande meningsverschillen binnen de NAVO, EU en VN over de politieke benadering van zo’n beetje alle crises die in het manifest worden opgevoerd als argumenten voor verhoging van het defensiebudget.

De tweede aanname is dat er politieke bereidheid zou bestaan om de krijgsmacht daadwerkelijk in te zetten. Maar voor veel landen binnen de NAVO en de EU is militaire confrontatie nog altijd de slechts denkbare optie voor landen die economisch sterk met elkaar verweven zijn. Binnen NAVO zijn landen tot op het bot verdeeld over een militaire escalatie in reactie op Poetin. En ook de politieke bereidheid om de krijgsmacht in te zetten voor crisisbeheersing en de bescherming van burgers is tanende.

De derde aanname is dat de krijgsmacht effectief kan bijdragen aan het bezweren van conflicten die vrijwel altijd een complexe politieke oorzaak hebben. Er valt veel te zeggen over de militaire interventies in Irak, Afghanistan en Libie, maar niet dat deze een doorslaand succes waren. Door het ontbreken van politieke strategie hebben deze militaire interventies juist bijgedragen aan de huidige instabiliteit. Is meer geld voor defensie een effectief antwoord op de ideologie van ISIS, op de ‘groene mannetjes’ in Oekraine?

Het manifest gaat opzichtig enkele cruciale onderwerpen uit de weg. Geen woord over de politieke visie op veiligheid en defensie en over het profiel van de krijgsmacht. Het manifest spreekt over de vele bedreigingen die ons omringen maar zwijgt over de waarden en belangen die in het geding zijn en de basis moeten vormen voor buitenlandbeleid. Het blijft onduidelijk welke invulling het manifest geeft aan het Nederlandse belang dat moet worden verdedigd. Gaat het enkel om onze veiligheid en die van onze bondgenoten? Moeten onze economische belangen en onze welvaart verdedigd worden? Staat de collectieve en duurzame internationale veiligheid centraal? Willen wij bijdragen aan de internationale rechtsorde en de bescherming van mensenrechten?

Veelzeggend is verder dat het manifest vaag blijft over het profiel dat de krijgsmacht moet hebben. Willen de opstellers vasthouden aan een veelzijdig inzetbare krijgsmacht of is, mede gelet op de beperkte financiele ruimte, taakspecialisatie onvermijdelijk? PAX pleitte de afgelopen jaren voor de krijgsmacht als robuuste ‘beschermingsmacht’. Het manifest hint op een snelle inzetbaarheid en het expedionaire karakter van de krijgsmacht. Maar er wordt geen uitdrukkelijke keuze gemaakt voor een realistisch profiel voor de krijgsmacht.

Het manifest maakt evenmin duidelijk waar de krijgsmacht nu eigenlijk ingezet zou kunnen worden. Het manifest spreekt over een “reeks van risico’s voor de stabiliteit die alert en doelgericht moeten worden aangepakt.” Genoemd worden Rusland, Afrika, het Verre Oosten en de periferie van Europa. Maar vooral Rusland wordt opgevoerd als een acute dreiging.

Maar de opstellers willen toch niet suggereren dat Rusland een militair overwicht heeft tegenover een in alle opzichten superieure NAVO? De AIV stelt onomwonden dat “er geen directe bedreiging bestaat van (…) Europa als geheel”. Het manifest laat na om, in aansluiting op de Amerikaanse VN-ambassadeur Samantha Power, een lans te breken voor een grotere deelname van Nederland aan VN-missies. Misschien menen de opstellers net als de AIV dat “de oplossing van conflicten in de MENA (Midden-Oosten en Noort-Afrika)-regio vooral de verantwoordelijkheid is van de landen zelf.”

Het manifest wil meer geld maar het blijft onduidelijk welke politieke visie hieraan ten grondslag ligt, welk krijgsmachtprofiel de ondertekenaars voor ogen hebben, waar die krijgsmacht zou kunnen worden ingezet, waarvoor het extra geld gebruikt wordt. Het debat over de krijgsmacht wordt al lang te zeer bepaald door breed uitgemeten dreigingen en onsamenhangende besluiten over middelen en materieel. Het is jammer dat het manifest daaraan niet geheel weet te ontsnappen.

Een krijgsmacht die gespecialiseerd is als robuuste beschermingsmacht kan èn bijdragen aan de internationale rechtsorde èn aan de verdediging van eigen en bondgenootschappelijk grondgebied. Een krijgsmacht met dit profiel kan veel meer in VN-verband in Afrika worden ingezet voor de bescherming van burgers. Maar dan moeten er ook keuzes gemaakt worden. Materieel dat niet past bij een beschermingsmacht moet worden afgestoten. En ja, Nederland moet waar nodig ook investeren in het voortzettingsvermogen en materieel dat essentieel is voor de bescherming van burgers.

Maar vooral nodig is het vergroten van de inspanningen voor conflictpreventie en conflictoplossing. Nederland moet veel meer investeren in het versterken van diplomatie en bevorderen van politieke oplossingen. In de opbouw van responsieve overheden en de veerkracht van civiele samenlevingen. Want in een wereld vol hybride bedreigingen kan een nieuwe wapenwedloop niet ons eigenlijke en enige antwoord zijn – of we dat nu leuk vinden of niet.

[Ook gepubliceerd op oneworld.nl]

F-16’s in een militaire actie met open-einde en onduidelijke bewegende doelen

images-3Nederland zal met F-16’s bijdragen aan de ‘uitroeiing’ van ISIS. Dat zal het kabinet besluiten. Zo’n besluit kan rekenen op steun in de Tweede Kamer. Veel Kamerleden toonden zich al geschokt bij de gedachte dat Nederland niet zou deelnemen aan de bombardementsvluchten op ISIS. Het meedogenloos geweld van ISIS is afschuwwekkend. Morele verontwaardiging is op zijn plaats maar geen voldoende onderbouwing van een nieuwe militaire interventie. De wens om ISIS ‘uit te roeien’ met bombardementen en het ongefundeerde geloof dat dit kan is frappant, zo niet roekeloos.

ISIS is niet de oorzaak van de crisis in Irak en Syrië maar het resultaat daarvan. ISIS floreert op eerdere militaire mislukkingen en politieke nalatigheid. ISIS kon het machtsvacuüm in Syrië vullen mede dankzij het falen van de internationale gemeenschap. ISIS kon profiteren van het sektarische beleid van de regering in Bagdad die ondanks geweld tegenover de soennitische minderheid steeds voldoende steun kreeg van het westen. ISIS kon rekenen op financiële steun uit ondermeer Saoedi-Arabië waarmee het westen ondanks publieke onthoofdingen politiek en economisch samenwerkt.

De VS heeft sinds 11 september 2001 ruim 94.000 luchtaanvallen uitgevoerd in Afghanistan en Irak maar ook in Libië, Pakistan, Jemen en Somalië. Hebben deze luchtacties een politieke oplossing in deze landen dichterbij gebracht? Wie vandaag naar Bagdad, Kabul of Tripoli kijkt weet het antwoord. De bombardementen hebben wel duizenden burgerslachtoffers veroorzaakt en mede daardoor het geweld aangewakkerd en nieuwe rekruten opgeleverd voor extremistische groeperingen.

Wie aarzelt over de wijsheid van de door Obama aangekondigde militaire campagne die IS moet vernietigen is naïef en plaatst zich buiten de politieke realiteit, zo lijkt het. Maar dat is de omgekeerde wereld. De pleitbezorgers van ongeconditioneerde steun voor het wegbombarderen van ISIS hebben iets uit te leggen. Uit alle interventies komt een les keer op keer naar voren: militaire acties met een open-einde en onduidelijke en bewegende doelen leiden tot escalatie van geweld terwijl een overwinning een illusie blijft.

PAX vindt dat militaire interventies in Irak en Syrië alleen in uiterste omstandigheden en onder strikte voorwaarden zijn te verantwoorden om burgers te beschermen tegen een directe en acute dreiging van genocide of grootschalige schendingen tegen de menselijkheid of oorlogsmisdaden. Militair geweld kan noodzakelijk zijn om deze dreiging te stoppen en in te dammen. Toen Mosul onder voeten werd gelopen en Yazidi’s en andere minderheden door genocide bedreigd werden was militaire geweld tegen ISIS noodzakelijk en gerechtvaardigd. Maar het is een illusie te denken dat we met bombardementen een einde kunnen maken aan ISIS.

De bestrijding van ISIS vergt vooral een politieke strategie. De noodzakelijke ingrediënten daarvan zijn duidelijk: een regionale aanpak waaraan ook Iran meewerkt; een politieke oplossing voor Syrië zonder Assad; steun aan de Syrische oppositie; investeringen in de weerbaarheid van lokale gemeenschappen in Irak en Syrië; druk om te komen tot een responsieve regering in Bagdad die het vertrouwen van soennitische gemeenschappen herwint en stopt met het bombarderen van burgers; voorzorgsmaatregelen die moeten voorkomen dat geleverde wapens misbruikt of in verkeerde handen vallen. Daarover moet het politieke debat in het Tweede Kamer gaan.

Zonder een gemeenschappelijke, lang vol te houden en samenhangende politieke strategie stevenen we af op een nieuw debacle. Wie voor dat risico de ogen sluit is niet alleen naïef maar ook roekeloos.

 

 

Mythe van een schone oorlog doorgeprikt

Mahmoud Zarog Massoud met een foto van zijn omgekomen vrouw

Wat was de NAVO na beëindiging van de luchtcampagne boven Libië enthousiast. Dit was een bijna vlekkeloze missie. Een model luchtoorlog. Een voorbeeld voor toekomstige operaties. “Wij hebben deze operatie zeer zorgvuldig uitgevoerd, zonder bevestigde burgerslachtoffers” meldde NAVO-chef Rasmussen trots. Lees verder