Trump: een verdeeld huis blijft niet overeind

636142396917815177-ap-germany-2016-us-electionIn 1858 sprak de latere Amerikaanse president Abraham Lincoln de Republikeinse Conventie toe. Een sleutelzin in zijn speech was: “A house divided against itself cannot stand.” Hij verwees daarmee naar een door slavernij verdeelde samenleving. Zo’n tegen zichzelf verdeeld huis kan niet blijven staan.

De Amerikaanse verkiezingen roepen herinneringen op aan dit beeld van een samenleving als een tegen zichzelf verdeeld huis. Een huis dat door Trump in brand is gestoken. De verkiezingsuitslag maakt duidelijk hoe diep de Amerikaanse samenleving verdeeld is langs raciale en economische scheidslijnen. De verkiezing van Trump maakt ook duidelijk hoezeer de politieke elite vervreemd is geraakt van burgers die onzeker zijn over hun toekomst en zich zorgen maken over die van hun kinderen.

Het nieuws over de overwinning van de politiek onervaren Trump op de gepokt en gemazelde Clinton is ook in Europa ingeslagen als een bom. Er bestaan terechte zorgen over de buitenlandpolitiek van Trump. Zijn plannen zijn vooral onbekend en daarmee onvoorspelbaar. Maar zijn verkiezingsretoriek belooft weinig goeds. Wat zagen we allemaal voorbij komen? Trump zinspeelt op het gebruik van kernwapens. Hij ligt niet wakker van de aanschaf van kernwapens door Japan en Zuid-Korea. Trump beschouwt een aanval op één van de Europese NAVO-landen niet perse als een aanval op Amerika. Trump wil de relaties met Poetin aanhalen en best samenwerken met Assad bij de bestrijding van ISIS. Trump wil ISIS tot stof bombarderen. Trump wil af van het klimaatverdrag van Parijs en de nucleaire deal met Iran. Trump houdt van oorlog.

Natuurlijk, verkiezingsretoriek van kandidaat Trump moeten we niet verwarren met beleid van president Trump. Maar de voortekenen zijn onheilspellend. De min of meer gereserveerde felicitaties aan het adres van Trump verhullen nauwelijks de nervositeit onder Amerika’s bondgenoten. En intussen klinken er ook welwillende reacties op de verkiezing van Trump in Moskou en Damascus.

De huivering waarmee de overwinning van Trump in Europa is ontvangen heeft echter nog een andere oorzaak. Trump heeft aansluiting gevonden bij een al langer bestaande onderstroom van onvrede en onzekerheid. Dat sentiment leeft niet alleen in de Amerikaanse maar ook in de Europese samenlevingen. Er staan in 2017 verkiezingen op stapel. Niet alleen in Nederland maar ook in Frankrijk en Duitsland. Wat staat er nog meer te gebeuren? En kan Europa ook een tegen zichzelf verdeeld huis worden?

Populistische partijen zien in de overwinning van Trump een bewijs dat zij kiezers kunnen winnen met het zaaien van angst, verdeeldheid en haat. De politieke elite heeft daar nog geen adequaat antwoord op gevonden. Gevestigde politieke partijen zijn na Brexit opnieuw overrompeld door een verkiezingsuitslag. Ze reageren overwegend angstvallig.

Trump mag er ervan overtuigd zijn dat het zaaien van angst en verdeeldheid een politieke strategie is die zich heeft uitbetaald in een verkiezingsoverwinning en het pad effent naar een opnieuw groot Amerika. Maar dat is een illusie. Want Lincoln heeft natuurlijk gelijk. Een tegen zichzelf verdeeld huis blijft niet overeind. Een tegen zichzelf verdeelde samenleving gaat ten gronde.

Het is frappant dat Merkel haar felicitatie aan het adres van Trump vooraf liet gaan door een opsomming van waarden die volgens haar de basis moeten vormen voor internationale samenwerking, ook met Amerika. Zij heeft gelijk. De immense uitdagingen op het gebied van klimaat, oorlog, armoede, ongelijkheid, vluchtelingen en migranten vragen om een waardengedreven buitenlandpolitiek. Een politiek die menselijke waardigheid als uitgangspunt kiest in plaats van blind eigenbelang. Een politiek die verbindt in plaats van verdeelt. Een politiek die bruggen bouwt in plaats van muren opricht.

Het realiseren van zo’n waardengedreven buitenlandpolitiek is natuurlijk primair de taak van gekozen regeringen. Maar zonder steun vanuit de samenleving komt daar niets van terecht. Een waardengedreven politiek begint immers met een samenleving die niet langer in een verdeeld huis wil leven. Een samenleving waarbinnen burgers verbinding zoeken en een appel doen op politieke leiders. Een appel om hun angstvalligheid te laten varen, om verdeeldheid te overwinnen en zich te richten op samenwerking bij het aanpakken van de immense uitdagingen waarvoor wij in deze tijd staan. In onze eigen samenlevingen en in de wereld. En natuurlijk moeten zij daarbij ook daadwerkelijke luisteren naar en oplossingen formuleren voor al die mensen die zich bezorgd afvragen wat de toekomst voor hen in petto heeft.

De verkiezing van Trump is een wake-up call voor iedereen die begrijpt dat een verdeeld huis niet overeind blijft. En wie begrijpt dat eigenlijk niet? Maar let op. Voor het overwinnen van verdeeldheid moet niet alleen de politiek maar ook de samenleving zijn verantwoordelijkheid nemen. Daarbij hebben maatschappelijke organisaties zoals PAX ook een bijdrage te leveren.

Lincoln pleitte voor de overwinning van de interne verdeeldheid in het Amerikaanse huis. En hij wist mensen daarvan te overtuigen: “We shall not fail — if we stand firm, we shall not fail.” Het overwinnen van verdeeldheid is nu opnieuw nodig. In Amerika. Maar ook in Europa en in Nederland. En dat is mogelijk als we dat samen willen.

Nee is cynische beloning voor woordbreuk en landroof

 

Euromaidan_01

“Referenda zijn een instrument voor dictators en demagogen.” Het citaat is onmiskenbaar van de ijzeren dame Margaret Thatcher. Zij citeerde echter op haar beurt Clement Attlee. Attlee was de eerste naoorlogse premier van Labour en een verklaard tegenstander van het fascisme en de ‘appeasement’ politiek van Chamberlain.

Thatcher’s visie op referenda is natuurlijk te kort door de bocht. Al valt niet te ontkennen dat het raadgevend referendum over de Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en Oekraïne omgeven is met bedenkelijke demagogie.

Natuurlijk moet de EU haar belofte tot samenwerking met Oekraïne nakomen. De samenwerking met Oekraïne kan immers bijdragen aan veiligheid en stabiliteit aan de oostgrens van Europa. Bovendien kan de overeenkomst als hefboom fungeren bij de strijd tegen corruptie en voor mensenrechten in Oekraïne.

Dat verklaart waarom mensenrechtenactivisten rekenen op onze steun. Zo is Alexandra Romantsova van het Center for Civil Liberties ervan overtuigd dat “steun van het Westen – met de Associatieovereenkomst als voornaamste drukmiddel – van groot belang is” bij het doorvoeren van ingrijpende en pijnlijke hervormingen. En ook Natalia Savranska, hoogleraar filosofie in Kiev, stelt dat “steun van buitenaf helpt om extra druk op de regering te zetten.” En die steun is hard nodig omdat er ook tegenkrachten zijn die democratisering en mensenrechten vooral als een risico voor hun machtspositie zien.

Activisten die zich inzetten voor politieke hervormingen en mensenrechten in Oekraïne zullen een tegenstem ervaren als verraad. En Oekraïne is al zo vaak verraden. Niet alleen door het Westen maar ook door Rusland.

Zo deed Oekraïne in 1994 als vierde kernmacht van de wereld afstand van 1.800 kernwapens. In ruil daarvoor ontving Oekraïne een soevereiniteitsgarantie door de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en Rusland. Met de annexatie van de Krim heeft Rusland zijn woord gebroken. Elke stem tegen de associatieovereenkomst vormt een cynische beloning voor de woordbreuk en landroof door Poetin.

De uitkomst van het referendum wordt niet enkel bepaald door een afweging van redelijke argumenten. Dat zou een misvatting van de politiek zijn. Politiek appelleert immers niet alleen aan rationele argumenten maar ook aan moraal en emotie. De vraag is welke emotie op 6 april de overhand zal hebben. Zal dat het diffuse wantrouwen tegen de politiek, tegen Den Haag en Europa zijn? Of het fundamentele gevoel dat we moedige mensen die vechten voor meer vrijheid en rechtvaardigheid niet in de steek mogen laten?

Mocht het referendum uitmonden in steun voor de associatieovereenkomst dan is daarmee de kous niet af. Dan hebben alle voorstemmende politieke partijen de plicht er voor te zorgen dat de associatieovereenkomst daadwerkelijk gaat bijdragen aan vrede en mensenrechten. Want dat gaat niet vanzelf. Het vergt een effectieve monitoring van de hervormingen in Oekraïne. Een monitoring met tanden, die vooruitgang beloont maar stagnatie en verslechtering bestraft. Dus niet alleen meer voor meer maar ook minder voor minder. Daar kunnen wij als Nederlandse burgers onze regering ook om vragen.

Als het referendum onverhoopt uitdraait op verwerping van de samenwerking tussen de EU en Oekraïne dan krijgt Thatcher alsnog gelijk. En ook Attlee met zijn weerzin tegen fascisme en concessies aan dictators. Want een Nederlands nee komt vooral de demagogen en de dictators goed uit. De Oekraïense burgers, activisten en hervormers die proberen hun land uit het slop te trekken zijn er zeker niet mee geholpen.

Bijkomende schade vaak rookgordijn voor oorlogsmisdaden

1028004120

In vier dagen tijd kwam het Amerikaanse leger met vier verschillende verklaringen voor het bombarderen van het ziekenhuis van Artsen zonder Grenzen in Kunduz. Het gedraai onderstreept het belang van internationaal onafhankelijk onderzoek naar de ware toedracht. In het ziekenhuis kwamen 12 mensen van de medische staf en 10 patiënten om het leven door gerichte en opeenvolgende aanvallen.

De luchtaanval op het ziekenhuis is één van de meer zichtbare excessen waarbij onschuldige burgerslachtoffers vallen door de inzet van explosieve wapens. Militairen maskeren deze onschuldige burgerslachtoffers vaak met een vreselijke term: bijkomende schade. Maar bij het gebruik van explosieve wapens in dichtbevolkte gebieden in Syrië, Irak, Afghanistan en Jemen is de term bijkomende schade een rookgordijn waarachter oorlogsmisdaden schuil gaan.

De afgelopen maand augustus kwamen er door de inzet van explosieve wapens bijna 4.000 mensen om het leven. Maar liefst 82% was burger. Door luchtaanvallen kwamen er 793 burgers om het leven, door artillerie 1.027 en door bomaanslagen nog eens 1.416. En de meeste doden vielen in Syrië.

Eén van die luchtaanvallen vond plaats in Douma, een voorstad van Damascus. Op zondag 16 augustus, op de eerste werkdag van de week was het druk op de markt toen vliegtuigen van de Syrische luchtmacht toesloegen. Eerst werd één raket afgevuurd. En toen er mensen waren toegesneld om gewonden te helpen volgde een tweede raket. Er vielen minstens 82 doden en 200 gewonden.

Natuurlijk zijn er grote verschillen tussen de aanval op het ziekenhuis in Kunduz en de aanval op de markt van Douma. De Amerikanen zullen, zo mag je toch hopen, geen intenties hebben gehad om patiënten en medisch personeel in het ziekenhuis aan te vallen. De luchtmacht van Assad, zo moet je toch vrezen, had weldegelijk de intentie om burgers op de markt te doden. Maar toch vormen beide excessen een oorlogsmisdaad.

Ook de Russische luchtmacht voert sinds kort aanvallen uit op dichtbevolkte gebieden in Syrië. De NAVO uitte kritiek op Moskou omdat er bij deze aanvallen burgerslachtoffers vallen. Maar deze kritiek klinkt hol en ongeloofwaardig zolang de Verenigde Staten in Afghanistan, de anti-ISIS coalitie in Syrië en Irak en onze bondgenoten in Jemen zich zelf ook schuldig maken aan burgerslachtoffers.

De Guardian wees er deze week nog eens op dat de Amerikaanse luchtmacht bij de strijd om de stad Kobani aan de Syrisch-Turkse grens ISIS met 1.800 bommen bestookte. De luchtmacht gebruikte 200 kilo zware bommen voor het uitschakelen van een motorfiets. Van de burgers die in deze vuurstorm terecht kwamen hebben we niets vernomen.

Al maanden roepen organisaties de anti-ISIS coalitie op tot het opzetten van een mechanisme dat bijdraagt aan het onafhankelijk identificeren, analyseren en verantwoorden van burgerslachtoffers. Maar de landen die deelnemen aan bombardementen houden zich doof of verschuilen zich achter tekortschietende verklaringen. De verantwoording van burgerslachtoffers is niet transparant en schiet ernstig te kort. En waar burgerslachtoffers niet langer zijn te ontkennen verschuilen militairen en verantwoordelijke politici zich achter verhullende persverklaringen en vrijblijvende excuses.

Moeten we wel zo kritisch zijn op de luchtmacht van Amerika en zijn bondgenoten? ISIS heeft immers net als Assad lak aan het oorlogsrecht. Maar deze redenering bevat een ernstige denkfout. Juist omdat ISIS en Assad zich niet aan het oorlogsrecht houden moeten wij dat wel doen.

Elke fatale fout, elke verkeerd gerichte bom of granaat, elk onschuldig burgerslachtoffer, elke leugen en al het gedraai om de waarheid ondermijnt de geloofwaardigheid en de effectiviteit van het westen. Elk onschuldig burgerslachtoffer voedt de radicalisering en vergroot de aantrekkingskracht van extremistische groepen.

Dat maakt het gedraai van de Amerikaanse woordvoerders over de ware toedracht van het bombardement van het ziekenhuis in Kunduz zo pijnlijk. Dat maakt het zo onbegrijpelijk dat ook de Nederlandse krijgsmacht onvoldoende transparant verantwoording aflegt over mogelijke burgerslachtoffers. Dat maakt het zo onbestaanbaar dat er nog steeds geen mechanisme is om burgerslachtoffers als gevolg van bombardementen door de anti-ISIS coalitie in Irak en Syrië zo goed als mogelijk te identificeren, te analyseren en te verantwoorden.

Een relationeel perspectief op een mondiaal landschap in verwarring

Venice biennale 56 edition artists il muro del pianto labrouge FABIO MAURI

Venice biennale 56 edition artists il muro del pianto labrouge FABIO MAURI

“Honderd jaar nadat de eerste schoten van de Eerste Wereldoorlog werden afgevuurd en 75 jaar na het begin van de Tweede Wereldoorlog is het mondiale landschap wederom in verwarring.” We leven in een tijd van wanorde. En eerlijk gezegd ben ik daardoor zelf soms ook in verwarring.

Lange tijd leek het alsof er na de Tweede Wereldoorlog iets wezenlijks veranderd was. Dat de internationale gemeenschap een les geleerd had.
Dat wij samen een gemeenschappelijke droom hadden. Nooit meer Auschwitz. Nooit meer discriminatie en vervolging van minderheden. Nooit meer raciale politiek en nationalistische superioriteitswaan. En uiteidelijk ook….nooit meer oorlog.

Lange tijd leek het alsof er na de Tweede Wereldoorlog met vallen en opstaan een humanisering van de internationale rechtsorde op gang gekomen was. Dat we getuigen waren van een pijnlijk langzame maar niet te stuiten kanteling in de verhouding tussen machthebbers en burgers. Dat de primaire gerichtheid op de bescherming van de belangen van staten zou plaatsmaken voor een gerichtheid op de bescherming van burgers, aan wie staten hun bestaansrecht danken.

Maar in de verwarrende wereld van vandaag lijkt er geen plaats te zijn voor deze hoopvolle gedachten. Het lijkt wel of alles wat is opgebouwd weer wordt afgebroken. De wereld is op drift. Het mondiale landschap rondom Europa verkeert in een staat van verwarring en wanorde.

Aan de oostflank van Europa zien we een nieuwe militaire escalatie met Rusland onder leiding van Poetin. Een escalatie die herinneringen oproept aan de donkerste dagen van de Koude Oorlog. Aan een tijd van angst en afschrikking, van vijanddenken en wapenwedloop. Aan een tijd waarin ook onze vrede nog zo kwetsbaar was.

Aan de zuidflank van Europa, zien we steeds scherper die veel genoemde ‘gordel van instabiliteit’. Een aaneenschakeling van falende en repressieve staten in Afrika en het Midden Oosten. Een regio waar burgers lijden onder de gevolgen van uitzichtloos oorlogsgeweld, toenemende onderdrukking en chronische armoede. Een regio waar een giftig mengsel van politieke grieven, religieuze identiteiten en criminele hebzucht mensen en gemeenschappen tegen elkaar opzet.

En zoals altijd proberen mensen geweld en wanorde te ontvluchten. Alleen al de oorlog in Syrie heeft geleid tot de grootste humanitaire ramp in onze tijd. Nu de zomer in aantocht is maken zich 200.000 mensen op voor een overtocht naar Europa. Hoeveel van deze vluchtelingen zullen op weg naar veiligheid en vrijheid verdrinken of in de vuurlinie terecht komen van militaire acties tegen mensensmokkelaars?

Maar ook binnen het fort Europa blijkt de vrede lang niet verzekerd. De onrust in Macedonie herinnert ons er aan hoe onverwerkt het verleden is. De aanslagen in Parijs en andere steden herinneren ons er aan hoe kwetsbaar onze open samenleving is. En intussen spelen populisten handig in op onze onzekerheid over de toekomst op een wijze die herinnert aan onze nachtmerries uit het verleden.

Het valt allemaal niet te ontkennen. En er valt niet aan te ontkomen. We leven en werken in een mondiaal landschap dat – wederom – in verwarring is. En dat raakt ons. We raken er zelf van in verwarring. Wat is nu nog het nut van ons vredeswerk?

Maar…. we kunnen ook op een andere manier naar dat mondiale landschap kijken . In onze geraaktheid, in onze verwarring ligt een inzicht besloten. Onze geraaktheid wijst op een relationele betrokkenheid bij mensen die ons in staat stelt op een andere wijze naar de wereld te kijken. Op een wijze die ruimte schept en ons kan bevrijden van een wereldbeeld dat ons machteloos, onverschillig en cynisch kan maken.

Zo’n andere manier van kijken begint met een positiebepaling. Een positie die bepaald wordt door het besef, door het geloof dat elk mens ten diepste verlangt naar waardig en vreedzaam samenleven.

Dat is geen vanzelfsprekende maar een vooringenomen positiebepaling. Veel deskundigen en politici zullen het er niet mee eens zijn. Zij menen dat wij individualistische en calculerende burgers zijn die zich laten leiden door brood en spelen, door zelfzuchtige en economische belangen. Zij stellen dat de wereld enkel bepaald wordt door honger naar macht en rijkdom.

Maar dat wil er bij mij en veel andere mensen niet in. Mensen zijn sociale, relationele en met elkaar verbonden wezens die verlangen naar een menswaardig bestaan. En dat herkennen we bij elkaar. Juist daarom worden we geraakt door hen die lijden onder die wanorde in het mondiale landschap.

Met zo’n positiebepaling, die uitgaat van het verlangen en de verbondenheid van mensen, kunnen we op een andere manier, met een meer relationeel perspectief naar dat mondiale landschap kijken. Ik zeg niet dat je daarmee een volledig zicht hebt op de realiteit. Maar zo’n relationeel perspectief zorgt er wel voor dat we de dingen anders zien en dat we andere dingen zien.

Wat we anders kunnen zien is dat het mondiale landschap niet enkel bepaald wordt door de logica van het geweld, door de macht van staten en de wetmatigheid van de economie. De wanorde in de wereld is geen bewijs van de almacht van autoritaire staten en wetmatigheid van economische markten maar eerder van het tekortschieten daarvan. Steeds weer blijkt dat op beslissende momenten mensen het verschil maken door hun verlangen naar vrede en hun verbondenheid met elkaar en de wereld.

Wat we ook in de wanorde in de wereld kunnen zien is dat veel mensen zich niet langer willen neerleggen bij een onvrij, onveilig en onwaardig bestaan. Mensen willen hun eigen toekomst kunnen bepalen. We moeten de macht van regimes niet overschatten. En we moeten ook de veerkracht en vitaliteit van mensen en gemeenschappen niet onderschatten. Het verlangen van mensen naar een vreedzaam en menswaardig bestaan laat zich misschien wel even, maar niet voor altijd onderdrukken.

En wat we ook anders kunnen zien is dat we onvermijdelijk verbonden zijn met elkaar en met zoveel andere mensen. Wij kunnen ons niet verschansen in eigen huis of eigen groep. We kunnen ons niet terugtrekken achter Nederlandse dijken of in een Europees fort. Door de globalisering zijn we meer dan ooit met duizenden onzichtbare draden verbonden met andere plekken en andere mensen binnen het mondiale landschap. Er is geen muur, er is geen grens bestand tegen deze lotsverbondenheid en de betrokkenheid van mensen op elkaar.

Als we vanuit een menselijk en relationeel perspectief naar het mondiale landschap kijken kunnen we de dingen niet alleen anders zien maar ook andere dingen zien.

Dan zien we hoe Nawras, een jonge journaliste in een verdeeld Irak haar lot verbindt met minderheden en samen met hen strijdt voor een menswaardig bestaan voor iedereen.

Dan zien we Paride Taban die een vredesdorp start midden in het strijdgewoel in Zuid-Soedan en zo laat zien dat wat gemeenschappen met elkaar verbindt sterker is dan wat hen zo lang verdeeld heeft gehouden.

Dan zien we Olena Kaskiv die in Oekraine pro-westerse en pro-Russiche burgers, legerpriesters en politieagenten aan tafel krijgt om te praten over de waarden die zij toch blijken te delen.

Dan zien we Said Bouarrou die in Nijmegen religieuze leiders opriep om samen afstand te nemen van discriminatie en rascisme, van moslimhaat en jodenhaat.

Dan zien we Casper uit Rossum die in zijn eentje honderden handtekeningen teken kernwapens verzamelde en als een van onze ambassadeurs aanwezig zal zijn bij de herdenking van 70 jaar Hiroshima.

Het zijn allemaal bruggenbouwers die in de maalstroom van de geschiedenis durven bij te dragen aan de humanisering van de internationale rechtsorde.

Als we vanuit dat andere, meer relationele perspectief naar dat mondiale landschap kijken, dan beseffen we dat niet alleen de wereldleiders de toekomst bepalen. Ook kleine mensen, zoals wij hier vandaag, dragen bij aan die toekomst van vrede. Die vrede begint bij de goedheid van het eigen hart, omdat alleen dat ons gevoelig maakt voor hen die lijden . Die vrede begint met, en mondt uit in de verbondenheid met andere mensen, dichtbij en verweg.

Door op een andere manier naar het mondiale landschap in verwarring te kijken kunnen we, zoals Erik Borgman dat noemt: Groot denken en klein kijken . We kunnen aan de hand van de kleine verhalen van bruggenbouwers zien waartoe mensen in staat zijn. En we kunnen op nationaal en internationaal niveau laten zien waar de verbinding verbroken is en hoe vrede die verbinding weer tot stand kan brengen. Dat is lang niet eenvoudig. ‘Vrede verbindt’ is een enorme uitdaging, maar er is geen enkel ander alternatief.

Als we zo naar de wereld kijken zien we ook tekenen van hoop. Dan beseffen we hoe belangrijk het is om die kleine verhalen van hoop te verbinden met het grote verhaal over de humanisering van de internationale rechtsorde, met die oude maar nog steeds springlevende droom van vrede.

Wij zijn allemaal onderdeel van dat verhaal, van die droom. Als je actief bent als bruggenbouwer bij een lokale ambassade voor vrede. Als je samen met PAX en de Raad van Kerken meeloopt met de Walk of Peace in Den Haag. Als je werkt voor PAX. Als je je handtekening zet tegen kernwapens – we hebben er nog een paar duizend nodig. Als je bijdraagt aan het vredeswerk door een gift of nalatenschap of met een subsidie zoals we die ook dit jaar weer mochten ontvangen van het V-fonds. Mede dankzij hun generueze steun zijn wij hier vandaag bijeen.

Als we soms in verwarring zijn door de wanorde in het modiale landschap dan is het goed om te beseffen dat we verbonden zijn met mensen die ons verlangen naar vrede delen. Dan is het goed om te beseffen dat het simpele feit dat we samen onderweg zijn een begin van vrede is.

Opening PAX Ambassadeurs voor Vrede dag, Utrecht, 20 mei 2015

Er is meer nodig dan een nieuwe wapenwedloop

imrs.php

De voorbereidingen voor de begroting 2016 zijn in volle gang. En het moge duidelijk zijn: defensie wil meer geld. Een bonte verzameling van columnisten, specialisten en analisten, van oud-ministers, oud-militairen en oud-vredesbewegers pleiten in een heus manifest voor de verkommerde krijgsmacht. De ondertekenaars – 37 mannen en één (!) vrouw – komen tot een in hun ogen onontkoombare conclusie: 1,5 miljard erbij anders lopen we gevaar. En zij krijgen mooi getimed bijval van de Adviesraad voor Internationale Vraagstukken: 3,5 miljard erbij “voor acute tekortkomingen van de krijgsmacht”. Iedereen lijkt het eens met elkaar te zijn. Nu alleen het geld nog.

Het besef dat er geinvesteerd moet worden in de krijgsmacht is nieuw noch revolutionair. Zo stelde ook PAX al in 2010 dat Nederland moet investeren in het voortzettingsvermogen van de krijgsmacht. In wapens en onderdelen die voor de bescherming van burgers essentieel zijn zoals gendarmerie die politietaken uitvoert, special forces, tactische transportcapaciteit en intelligence.

Toch overtuigt het manifest niet. En dat komt niet enkel doordat een aantal van de ondertekenaars politiek verantwoordelijk is geweest voor de bezuinigingen die zij nu vanuit hun leunstoel bekritiseren. In de kern komt het manifest hierop neer: “Het vermogen [om] met politieke middelen internationale veiligheid tot stand te brengen kan niet zonder een geloofwaardige militaire component.” In deze zin liggen echter enkele kwestieuze aannames besloten.

De eerste is dat er internationale consensus zou bestaan over een politieke strategie die essentieel is voor een effectieve inzet van de krijgsmacht. Maar die consensus ontbreekt. Er bestaan diepgaande meningsverschillen binnen de NAVO, EU en VN over de politieke benadering van zo’n beetje alle crises die in het manifest worden opgevoerd als argumenten voor verhoging van het defensiebudget.

De tweede aanname is dat er politieke bereidheid zou bestaan om de krijgsmacht daadwerkelijk in te zetten. Maar voor veel landen binnen de NAVO en de EU is militaire confrontatie nog altijd de slechts denkbare optie voor landen die economisch sterk met elkaar verweven zijn. Binnen NAVO zijn landen tot op het bot verdeeld over een militaire escalatie in reactie op Poetin. En ook de politieke bereidheid om de krijgsmacht in te zetten voor crisisbeheersing en de bescherming van burgers is tanende.

De derde aanname is dat de krijgsmacht effectief kan bijdragen aan het bezweren van conflicten die vrijwel altijd een complexe politieke oorzaak hebben. Er valt veel te zeggen over de militaire interventies in Irak, Afghanistan en Libie, maar niet dat deze een doorslaand succes waren. Door het ontbreken van politieke strategie hebben deze militaire interventies juist bijgedragen aan de huidige instabiliteit. Is meer geld voor defensie een effectief antwoord op de ideologie van ISIS, op de ‘groene mannetjes’ in Oekraine?

Het manifest gaat opzichtig enkele cruciale onderwerpen uit de weg. Geen woord over de politieke visie op veiligheid en defensie en over het profiel van de krijgsmacht. Het manifest spreekt over de vele bedreigingen die ons omringen maar zwijgt over de waarden en belangen die in het geding zijn en de basis moeten vormen voor buitenlandbeleid. Het blijft onduidelijk welke invulling het manifest geeft aan het Nederlandse belang dat moet worden verdedigd. Gaat het enkel om onze veiligheid en die van onze bondgenoten? Moeten onze economische belangen en onze welvaart verdedigd worden? Staat de collectieve en duurzame internationale veiligheid centraal? Willen wij bijdragen aan de internationale rechtsorde en de bescherming van mensenrechten?

Veelzeggend is verder dat het manifest vaag blijft over het profiel dat de krijgsmacht moet hebben. Willen de opstellers vasthouden aan een veelzijdig inzetbare krijgsmacht of is, mede gelet op de beperkte financiele ruimte, taakspecialisatie onvermijdelijk? PAX pleitte de afgelopen jaren voor de krijgsmacht als robuuste ‘beschermingsmacht’. Het manifest hint op een snelle inzetbaarheid en het expedionaire karakter van de krijgsmacht. Maar er wordt geen uitdrukkelijke keuze gemaakt voor een realistisch profiel voor de krijgsmacht.

Het manifest maakt evenmin duidelijk waar de krijgsmacht nu eigenlijk ingezet zou kunnen worden. Het manifest spreekt over een “reeks van risico’s voor de stabiliteit die alert en doelgericht moeten worden aangepakt.” Genoemd worden Rusland, Afrika, het Verre Oosten en de periferie van Europa. Maar vooral Rusland wordt opgevoerd als een acute dreiging.

Maar de opstellers willen toch niet suggereren dat Rusland een militair overwicht heeft tegenover een in alle opzichten superieure NAVO? De AIV stelt onomwonden dat “er geen directe bedreiging bestaat van (…) Europa als geheel”. Het manifest laat na om, in aansluiting op de Amerikaanse VN-ambassadeur Samantha Power, een lans te breken voor een grotere deelname van Nederland aan VN-missies. Misschien menen de opstellers net als de AIV dat “de oplossing van conflicten in de MENA (Midden-Oosten en Noort-Afrika)-regio vooral de verantwoordelijkheid is van de landen zelf.”

Het manifest wil meer geld maar het blijft onduidelijk welke politieke visie hieraan ten grondslag ligt, welk krijgsmachtprofiel de ondertekenaars voor ogen hebben, waar die krijgsmacht zou kunnen worden ingezet, waarvoor het extra geld gebruikt wordt. Het debat over de krijgsmacht wordt al lang te zeer bepaald door breed uitgemeten dreigingen en onsamenhangende besluiten over middelen en materieel. Het is jammer dat het manifest daaraan niet geheel weet te ontsnappen.

Een krijgsmacht die gespecialiseerd is als robuuste beschermingsmacht kan èn bijdragen aan de internationale rechtsorde èn aan de verdediging van eigen en bondgenootschappelijk grondgebied. Een krijgsmacht met dit profiel kan veel meer in VN-verband in Afrika worden ingezet voor de bescherming van burgers. Maar dan moeten er ook keuzes gemaakt worden. Materieel dat niet past bij een beschermingsmacht moet worden afgestoten. En ja, Nederland moet waar nodig ook investeren in het voortzettingsvermogen en materieel dat essentieel is voor de bescherming van burgers.

Maar vooral nodig is het vergroten van de inspanningen voor conflictpreventie en conflictoplossing. Nederland moet veel meer investeren in het versterken van diplomatie en bevorderen van politieke oplossingen. In de opbouw van responsieve overheden en de veerkracht van civiele samenlevingen. Want in een wereld vol hybride bedreigingen kan een nieuwe wapenwedloop niet ons eigenlijke en enige antwoord zijn – of we dat nu leuk vinden of niet.

[Ook gepubliceerd op oneworld.nl]

NAVO tussen retoriek en realiteit

images-2De eindverklaring van de NAVO-top in Wales zal eensgezindheid en daadkracht uitstralen. In reactie op het gevaar aan de oostelijke flank van het NAVO-grondgebied komt er een snelle reactiemacht. Ter geruststelling van de Oost-Europese en Baltische bondgenoten opent de NAVO vijf nieuwe militaire bases. In 2015 komt er een nieuwe NAVO-trainingsmissie in Afghanistan. En er zal opnieuw een hartstochtelijk pleidooi klinken om de defensie-uitgaven in Europa op te krikken.

Deze voornemens moeten vooral de eensgezindheid, capaciteit en wil van het militaire bondgenootschap onderstrepen. Maar achter de retoriek gaat een andere realiteit schuil. De NAVO worstelt met zijn toekomstige rol.

Het zal niemand ontgaan zijn. De NAVO speelt geen enkele rol van betekenis bij het bezweren van de oorlog in het Midden-Oosten. De reactie van de NAVO op de annexatie van de Krim en het escalerende conflict tussen Oekraïne en Rusland beperkte zich tot verbaal geweld en symbolische acties. De missie in Afghanistan kan nauwelijks als een onomkeerbaar succes gekwalificeerd worden. De verkiezingsfraude en voortdurende ruzie tussen de presidentskandidaten over een eenheidsregering in Kabul beloven weinig goeds voor de nieuwe missie. En binnen de Europese landen bestaat er vooralsnog een beperkt animo om conform afspraak 2% van de onder druk staande overheidsbudgetten te besteden aan defensie.

Maar dit zijn niet de voornaamste problemen voor de NAVO. De ervaringen in Irak, Afghanistan en Libië illustreren dat militair geweldgebruik geen “silver bullet” is voor problemen die in de kern politiek van aard zijn. Binnen het bondgenootschap tekent zich een diepe kloof af. Er zijn bondgenoten, vooral in Oost- Europa, die menen dat zonder militaire slagkracht en bereidheid deze in te zetten, politieke en diplomatieke instrumenten geen kans van slagen hebben. Het gebrek aan hard power verraadt zwakte en zwakte ondergraaft de invloed van soft power, meent dit kamp. Het andere kamp meent dat de inzet van soft power voldoende is. Dit kamp benadrukt vooral het belang van crisis-management en wil veiligheid door samenwerking realiseren in het besef dat militaire confrontatie de slechtst denkbare optie is voor economisch met elkaar verweven landen. Landen als VS en Duitsland hebben een structureel uiteenlopende strategische visie.

Deze politieke kloof binnen de NAVO maakt het moeilijk, om niet te zeggen onmogelijk, overeenstemming te bereiken over de strategische rol van het bondgenootschap in de zo onzekere toekomst. Zonder politieke consensus over een strategische toekomstvisie is het onmogelijk overeenstemming te bereiken over de benodigde militaire middelen, de toetreding van nieuwe leden, de houding tegenover Rusland. Naast dit gebrek aan gemeenschappelijke toekomstvisie tekenen zich bovendien twee, voor de NAVO zorgelijke trends af. De Amerikaanse interesse in de NAVO is gedaald en de onder de Europese publieke opinie is er weinig steun voor NAVO-operaties buiten het bondgenootschappelijk grondgebied en verhoging van de defensie-uitgaven.

De NAVO-top in Wales zal voor deze dieperliggende problemen geen oplossing vinden. De retoriek in Wales kan politiek van belang zijn, vooral als herbevestiging van veiligheidsgaranties voor de NAVO-leden die het meest vrezen voor Russische ambities. Maar retoriek vormt geen antwoord op de existentiële vraag naar de toekomstige rol van de NAVO. In 2010 stelde de NAVO een ‘strategisch concept’ vast voor de komende tien jaar. Het lijkt onontkoombaar dit strategisch concept voortijdig te vernieuwen. Een politiek en maatschappelijk debat over de toekomstige missie, rol, capaciteiten en samenstelling van de NAVO is hoogst noodzakelijk.

 

Meer geld voor defensie: Pavlov-reactie?

Armed men in military fatigues stood guard Monday outside a regional administration building they seized in the eastern Ukrainian city of Slovyansk.

Armed men in military fatigues stood guard Monday outside a regional administration building they seized in the eastern Ukrainian city of Slovyansk. Genya Savilov /AFP/Getty Images

 

“De explosieve situatie in Oekraïne maakt duidelijk dat aan de tijd van bezuinigingen een einde gaat komen.” De commandant der strijdkrachten Tom Middendorp nam in Trouw alvast een voorschot op het debat over de begroting 2015.

Hij krijgt vuursteun uit onverwachte hoek. Christen Unie en SGP pleiten voor verhoging van het defensiebudget. Van der Staaij kwam tijdens de SGP-jongerendag met een messcherpe analyse: “Poetin hou je echt niet tegen met een spoedvergadering in Brussel of met een bajonet in een roeiboot.” Met een verhoging van het defensiebudget kan de krijgsmacht volgens SGP en CU tanks terugkopen en extra geld steken in luchttransport en patrouilleschepen. De drie krijgsmachtonderdelen moeten blijkbaar evenredig profiteren van een budgetverruiming.

Het roept herinneringen op aan de inval van de Sovjet-Unie in Tsjechoslowakije in 1968. Toen sprak premier De Jong in extra zendtijd de natie toe om een verhoging van het Defensiebudget met 225 miljoen in reactie op de inval toe te lichten. Achteraf bleek dat binnen de NAVO overeenstemming bestond over het handhaven van de status quo en dat de inval in Praag daarvoor geen bedreiging vormde.

De crisis in Oekraïne is ernstig en brisant. Daarover kan geen misverstand bestaan. Toch lijkt Oekraïne een gezocht motief voor een al langer levende wens: meer geld voor defensie. De komende NAVO-top in september zal ongetwijfeld in het teken staan van Oekraïne. De VS en het Verenigd Koninkrijk zullen met steun van de Oost-Europese landen pleiten voor verhoging van de Europese defensie-uitgaven. Maar niemand lijkt bereid te vechten voor Oekraïne.

Is een hernieuwde militarisering van de buitenland politiek de eerste en meest logische conclusie die uit de crisis in Oekraïne getrokken moet worden? Moeten Europese politieke leiders niet eerst een veel pijnlijker conclusie trekken? Het idee dat Rusland financieel afhankelijk is van de Westerse energieconsumptie en dus nooit tegen zijn eigen belang zal ingaan blijkt een enorme misrekening. De gedachte dat Poetin zijn strategie zal aanpassen aan een Westerse economische logica is ronduit naïef gebleken.

Intussen lobbyen in vele Europese landen multinationale ondernemingen tegen een verdere aanscherping van sancties tegen Poetin. Zij vrezen hun winsten te verliezen. Intussen beseffen vele Europese regeringen dat hun energieafhankelijkheid van Rusland pijnlijk groot is. Zij vrezen een koude winter. Economisch belangen en energieafhankelijkheid zorgen er voor dat de Europese politiek meer gericht is op de bescherming van financiële voordelen op de korte termijn dan op de bescherming van vrijheid, mensenrechten en democratie op de lange termijn.

Tegen deze achtergrond klinkt de opleving van Koude Oorlog retoriek als ketelmuziek en lijkt het pleidooi voor meer defensiegeld op een Pavlov-reactie. De militaire taal die nu in de NAVO-burelen klinkt lijkt vooral bedoeld als geruststelling voor Oost-Europese landen. Poetin zal er niet wakker van liggen. De oproep tot meer geld voor Defensie is tot op zekere hoogte begrijpelijk maar enkel indien deze oproep gebaseerd is op een realistische toekomstvisie op de krijgsmacht die wil bijdragen aan de bescherming van burgers. Maar de verwijzing naar Oekraïne als motief voor extra defensiegeld is nogal doorzichtig. Iedereen weet immers dat de NAVO Oekraïne militair nooit te hulp zal schieten als het er echt op aankomt.

De crisis in Oekraïne dwingt Europese politici tot een andere keuze. Als zij werkelijk bereid zijn Europese waarden te verdedigen dan zullen zij daarvoor een economische prijs moeten betalen. Gerichte sancties tegen Poetin kunnen op termijn zijn machtsbasis aantasten. Maar aanscherping van sancties vergt een andere energiepolitiek en zullen de prille economische groei in Europa dempen. De ironie is dat daardoor minder geld beschikbaar zal zijn voor de krijgsmacht.