Het verdriet van België is ook ons verdriet

 

CeJE6rkW4AAEDeT

Wat een schok, wat een verdriet. Opnieuw aanslagen, dit keer in Brussel, in het hart van Europa. Het extremistisch geweld in onze eigen samenlevingen overrompelt ons keer op keer. De ontwrichtende uitwerking van terroristisch geweld. Het verdriet over de slachtoffers. De angst voor weer nieuw geweld. We kunnen en we zullen daar nooit aan wennen.

Het geweld confronteert ons keer op keer met de fundamentele kwetsbaarheid van onze samenleving en van ons eigen leven. Daar valt moeilijk mee te leven terwijl dat tot op zekere hoogte toch onvermijdelijk lijkt. De dreiging van geweld zal, zo moeten we vrezen, voor een langere tijd onderdeel zijn van dit tijdperk en daarmee van ons leven. De weerbaarheid van samenlevingen, van onszelf wordt opnieuw op de proef gesteld. We beseffen dat geen enkele samenleving immuun is voor geweld. Wel kunnen wij elkaar vasthouden en samen vastberaden zijn.

Het recent verschenen boek Blood Year gaat over ISIS en het falen van de oorlog tegen het terrorisme. Auteur David Kilcullen is een expert op gebied van terrorisme en onconventionele oorlogsvoering.  Hij waarschuwt voor het geweld in onze eigen samenleving. Deze dreiging vergt volgens Kilcullen in democratische landen vooral politiek leiderschap, wetshandhaving en publiek engagement.

Hij waarschuwt voor politieke reacties die leiden tot verdere marginalisering en vervreemding van jonge mensen in onze eigen samenleving. Dat moedigt de radicalisering alleen maar verder aan. Het gegeven dat de gemiddelde leeftijd van de nieuwe rekruten van ISIS zoveel lager is dan de aanhangers van Al Qaida vormt een krachtige waarschuwing. We moeten gemakzuchtige en generaliserende beschuldigingen aan het adres van Moslims vermijden en veroordelen.

Politieke leiders staan voor belangrijke keuzes. Hen zal de komende dagen opnieuw voorgehouden worden dat het bijtijds opsporen van geradicaliseerde extremisten meer bevoegdheden vergt voor inlichten- en veiligheidsdiensten. Wij zullen echter goed moeten overwegen hoeveel vrijheid we willen inleveren voor de wankele belofte dat onze veiligheid daarmee is gediend.

David Kilcullen trekt in zijn boek een vergaande conclusie. Na 15 jaar oorlog tegen het terrorisme moeten we onder ogen zien dat deze oorlog tegen het terrorisme is mislukt. Het idee van president Bush was de terroristen ver weg te bestrijden zodat deze niet langer in staat zouden zijn in onze eigen samenleving geweld te gebruiken. We worden nu echter geconfronteerd met de boomerang effecten van deze oorlog tegen het terrorisme. Natuurlijk, we kunnen en mogen onze ogen niet sluiten voor de reële bedreigingen. Maar het wordt langzamerhand urgent noodzakelijk om de strijd tegen extremisme en radicalisering kritisch te doordenken. Hoe moeilijk ook, we zullen moeten komen met een nieuwe aanpak die ook de grondoorzaken in beschouwing neemt.

Maar wat nu voorrang moet krijgen is het verdriet van België. Onze gedachten zijn nu eerst en vooral bij de nabestaanden. Bij al die mensen wier leven te vroeg gebroken is door geweld. Het verdriet van België is ook ons verdriet.

Samenwerken met dictators: een heilloze weg

 

Tunisian girls attend a rally to mark the fifth anniversary of the Arab Spring, Thursday, Jan.14, 2016 in Tunis. Tunisian teachers, activists and political parties have joined to celebrate five years since protesters drove out their autocratic president and ushered in a democratic era. The crowd at Thursday’s rally included families of those killed in weeks of protests against President Zine el Abidine Ben Ali, who fled on Jan. 14, 2011. (AP Photo/Riadh Dridi)

Tunisian girls attend a rally to mark the fifth anniversary of the Arab Spring, (AP Photo/Riadh Dridi)

Het is alweer vijf jaar geleden dat de Arabische Lente in Tunesië zijn eerste overwinning boekte. President Ben Ali vluchtte ijlings naar Saoedi-Arabië vanwege snel in omvang groeiende demonstraties tegen zijn regime.

De opstand in Tunesië ontketende een revolutie tegen autoritaire regimes in Noord-Afrika en het Midden-Oosten. De dramatische afloop van deze Arabische Lente is intussen bekend. Alleen in Tunesië heeft de volksopstand een nieuwe grondwet gebracht. Freedom House beschouwt het land nu als vrij. Mede dankzij vier Tunesische maatschappelijke organisaties die daarvoor de Nobelprijs voor de Vrede ontvingen. Tijdens de prijsuitreiking klonk het lied dat bij de demonstraties in Tunis zo vaak was gezongen. “Ik ben de vrije mens, zonder angst. Ik ben het geheim dat nooit sterft. Ik ben de stem van hen die niet zullen buigen.”

In andere landen is de stem van hen die niet willen buigen weer gesmoord. Libië verkeert na de verdrijving van Gaddafi nog altijd in een diepe crisis. Egypte zucht onder een militair bewind dat wat betreft repressie niet onder doet voor Mubarak. In Bahrein zitten activisten achter de tralies. Jemen is het toneel van ongekende oorlogsmisdaden. En de in aanvang geweldloze opstand in Syrië is ontspoord in een alles vernietigende oorlog.

De Arabische Lente is mislukt. Weliswaar is de vanzelfsprekendheid van de dictatuur ondermijnd en de mythe van stabiliteit ontmaskerd. De dictaturen in Noord-Afrika en het Midden-Oosten blijken kwetsbaar en minder stabiel dan lang aangenomen. Een volk in opstand kan zijn dictator verdrijven. Maar het is duidelijk dat voor een vreedzame overgang van autocratie naar democratie meer nodig is dan een volksopstand.

Nu, vijf jaar na de Arabische Lente, floreert het terrorisme op de ruïnes van verloren hoop en de puinhopen van oorlogsgeweld. Dat maakt de zo noodzakelijke politieke hervormingen en economische vooruitgang zo mogelijk nog moeilijker te realiseren. Dat verklaart ook waarom vijf jaar na de vlucht van Ben Ali andere dictators de teugels nog steeds in handen hebben. Intussen blijven mensen in de Arabische en Noord-Afrikaanse straten verlangen naar een baan, een betaalbaar brood en een waardig bestaan.

Dat confronteert ons met een lastig dilemma. Hoe moeten Europese landen omgaan met de dictators in hun achtertuin? Dat dilemma klemt eens te meer nu Europese politici worstelen met de komst van vele vluchtelingen en het gevaar van terroristische aanslagen. Het is o zo verleidelijk om zaken te doen met regimes die beloven vluchtelingen tegen te houden, terroristen te bestrijden en stabiliteit te bewerkstelligen.

Toch is samenwerking met “ongemakkelijke partners” omwille van eigen nationale veiligheid een heilloze weg. Dit beleid heeft de afgelopen zestig jaar opzichtig gefaald. De samenwerking met regimes heeft noch stabiliteit noch democratie gebracht.

Het is zeker verstandig om diplomatieke contacten te onderhouden, ook met verwerpelijke regimes. Maar moeten Europese landen politiek, financieel en economisch samenwerken met regimes die zich schuldig maken aan politieke vervolging, standrechtelijke executies en martelingen? Moeten Europese landen militair samenwerken met en wapens leveren aan regimes die zich schuldig maken aan ernstige oorlogsmisdaden? Natuurlijk niet!

Toch hebben Europese landen die conclusie vijf jaar na de Arabische Lente nog altijd niet getrokken. Dat is moreel onverdraaglijk maar ook niet in ons belang. Dictators onderdrukken de vrije mens en smoren de stem van hen die niet willen buigen. En het gebrek aan toekomstperspectief in Arabische en Noord-Afrikaanse straten dat daarvan het gevolg is drijft mensen in de richting van Europa of in de armen van radicale bewegingen.

Ideologie van ISIS laat zich niet wegbombarderen

1447653716899.cached-2

Parijs ontwaakt uit een nachtmerrie? Was dat maar waar. Want na Beiroet, na Parijs zal er nieuw geweld volgen. We zijn wakker geworden in een nachtmerrie. Wat te doen?

Politieke leiders hebben hun eerste reacties op de aanslagen gegeven. Ze betuigen medeleven met nabestaanden, staan vastberaden voor de waarden die ons dierbaar zijn en tonen zich strijdvaardig. We zijn “in oorlog met ISIS”. Ons antwoord zal “genadeloos” zijn.

Het geweld in Parijs confronteert ons met drie kernvragen. En het risico om daarop het verkeerde antwoord te geven, is reëel.

De eerste vraag is hoe we de strijd tegen ISIS moeten voortzetten. De verleiding om militair te escaleren is groot, maar de ideologie van ISIS laat zich niet wegbombarderen. Zeker, de luchtoperaties hebben ISIS pijn gedaan. Maar ondanks of misschien wel juist dankzij de bombardementen is ISIS uitgegroeid tot een internationale en minder grijpbare bedreiging. Een beweging die kan rekenen op steun van 35 geaffilieerde groepen in het Midden-Oosten, Afrika en Centraal-Azië en van Syrië-gangers uit Europa. Met een militaire escalatie volgen we een script dat door ISIS zelf is geschreven en waarvan de uitkomst ongewis is. Zie Irak.

Juist nu is het belangrijk te beseffen dat ISIS niet de oorzaak van de crisis in het Midden-Oosten is maar het gevolg daarvan. Symptoombestrijding is soms nodig. Maar de echte oplossing ligt in het beëindigen van de humanitaire catastrofe in Syrië. Die oorlog kan niet op het slagveld, maar moet met een diplomatiek offensief worden beslecht. Want een vreedzame en inclusieve samenleving voor alle Syriërs is het nachtmerriescenario voor ISIS. We kunnen ISIS alleen “wegvagen” als we er in slagen het vertrouwen te herwinnen van de Soennitische gemeenschappen. Zij zijn op zoek naar veiligheidsgaranties en menen die bij gebrek aan beter nu bij ISIS gevonden te hebben.

De tweede vraag is hoe we moeten omgaan met de vluchtelingen uit Syrië. Populisten zullen het geweld in Parijs aangrijpen om angst voor vluchtelingen aan te wakkeren. Meer vreemdelingenhaat, meer anti-Islam retoriek, meer polarisatie: dat is precies wat de aanslagplegers beogen. Dat bevestigt hun wereldbeeld waarin het Westen moslims als tweederangs burgers marginaliseren.

Wij kunnen dat wereldbeeld van ISIS verpulveren door vluchtelingen humaan op te vangen. De aanslagplegers in Parijs willen een wig drijven tussen het Westen en de Islam, tussen Europa en de vluchtelingen. Parijs kan de angst tussen mensen vergroten. Maar Parijs kan ook de lotsverbondenheid tussen mensen versterken. Natuurlijk moeten we vluchtelingen screenen op veiligheidsrisico’s. Maar het sluiten van de grenzen voor vluchtelingen versterkt de propaganda van ISIS. Dat maakt ons niet veiliger. Integendeel.

De derde vraag is hoe we radicalisering en extremisme effectief kunnen bestrijden. Politieke leiders staan onze zware druk om onze veiligheid te bewaken. Maar met een genadeloze jacht op mogelijke daders riskeren we bovendien de waarden te ondermijnen die we juist willen beschermen en de mensen van ons te vervreemden die we juist moeten vasthouden. Parijs dwingt ons om de modus operandi van de strijd tegen terreur kritisch tegen het licht te houden. Repressie blijft onvermijdelijk maar preventie is veel belangrijker. Er is meer aandacht voor de grondoorzaken van radicalisering nodig.,De sympathie waarop ISIS kan rekenen onder werkloze en kansarme jonge moslims in de Franse banlieus en elders dwingt ons daartoe.

De aanslagen in Parijs kunnen politieke leiders verleiden tot militaire escalatie en genadeloze repressie. Maar het zou verstandiger zijn die verleiding juist te weerstaan.

[Ook gepubliceerd in Trouw 19 november 2015]

Een relationeel perspectief op een mondiaal landschap in verwarring

Venice biennale 56 edition artists il muro del pianto labrouge FABIO MAURI

Venice biennale 56 edition artists il muro del pianto labrouge FABIO MAURI

“Honderd jaar nadat de eerste schoten van de Eerste Wereldoorlog werden afgevuurd en 75 jaar na het begin van de Tweede Wereldoorlog is het mondiale landschap wederom in verwarring.” We leven in een tijd van wanorde. En eerlijk gezegd ben ik daardoor zelf soms ook in verwarring.

Lange tijd leek het alsof er na de Tweede Wereldoorlog iets wezenlijks veranderd was. Dat de internationale gemeenschap een les geleerd had.
Dat wij samen een gemeenschappelijke droom hadden. Nooit meer Auschwitz. Nooit meer discriminatie en vervolging van minderheden. Nooit meer raciale politiek en nationalistische superioriteitswaan. En uiteidelijk ook….nooit meer oorlog.

Lange tijd leek het alsof er na de Tweede Wereldoorlog met vallen en opstaan een humanisering van de internationale rechtsorde op gang gekomen was. Dat we getuigen waren van een pijnlijk langzame maar niet te stuiten kanteling in de verhouding tussen machthebbers en burgers. Dat de primaire gerichtheid op de bescherming van de belangen van staten zou plaatsmaken voor een gerichtheid op de bescherming van burgers, aan wie staten hun bestaansrecht danken.

Maar in de verwarrende wereld van vandaag lijkt er geen plaats te zijn voor deze hoopvolle gedachten. Het lijkt wel of alles wat is opgebouwd weer wordt afgebroken. De wereld is op drift. Het mondiale landschap rondom Europa verkeert in een staat van verwarring en wanorde.

Aan de oostflank van Europa zien we een nieuwe militaire escalatie met Rusland onder leiding van Poetin. Een escalatie die herinneringen oproept aan de donkerste dagen van de Koude Oorlog. Aan een tijd van angst en afschrikking, van vijanddenken en wapenwedloop. Aan een tijd waarin ook onze vrede nog zo kwetsbaar was.

Aan de zuidflank van Europa, zien we steeds scherper die veel genoemde ‘gordel van instabiliteit’. Een aaneenschakeling van falende en repressieve staten in Afrika en het Midden Oosten. Een regio waar burgers lijden onder de gevolgen van uitzichtloos oorlogsgeweld, toenemende onderdrukking en chronische armoede. Een regio waar een giftig mengsel van politieke grieven, religieuze identiteiten en criminele hebzucht mensen en gemeenschappen tegen elkaar opzet.

En zoals altijd proberen mensen geweld en wanorde te ontvluchten. Alleen al de oorlog in Syrie heeft geleid tot de grootste humanitaire ramp in onze tijd. Nu de zomer in aantocht is maken zich 200.000 mensen op voor een overtocht naar Europa. Hoeveel van deze vluchtelingen zullen op weg naar veiligheid en vrijheid verdrinken of in de vuurlinie terecht komen van militaire acties tegen mensensmokkelaars?

Maar ook binnen het fort Europa blijkt de vrede lang niet verzekerd. De onrust in Macedonie herinnert ons er aan hoe onverwerkt het verleden is. De aanslagen in Parijs en andere steden herinneren ons er aan hoe kwetsbaar onze open samenleving is. En intussen spelen populisten handig in op onze onzekerheid over de toekomst op een wijze die herinnert aan onze nachtmerries uit het verleden.

Het valt allemaal niet te ontkennen. En er valt niet aan te ontkomen. We leven en werken in een mondiaal landschap dat – wederom – in verwarring is. En dat raakt ons. We raken er zelf van in verwarring. Wat is nu nog het nut van ons vredeswerk?

Maar…. we kunnen ook op een andere manier naar dat mondiale landschap kijken . In onze geraaktheid, in onze verwarring ligt een inzicht besloten. Onze geraaktheid wijst op een relationele betrokkenheid bij mensen die ons in staat stelt op een andere wijze naar de wereld te kijken. Op een wijze die ruimte schept en ons kan bevrijden van een wereldbeeld dat ons machteloos, onverschillig en cynisch kan maken.

Zo’n andere manier van kijken begint met een positiebepaling. Een positie die bepaald wordt door het besef, door het geloof dat elk mens ten diepste verlangt naar waardig en vreedzaam samenleven.

Dat is geen vanzelfsprekende maar een vooringenomen positiebepaling. Veel deskundigen en politici zullen het er niet mee eens zijn. Zij menen dat wij individualistische en calculerende burgers zijn die zich laten leiden door brood en spelen, door zelfzuchtige en economische belangen. Zij stellen dat de wereld enkel bepaald wordt door honger naar macht en rijkdom.

Maar dat wil er bij mij en veel andere mensen niet in. Mensen zijn sociale, relationele en met elkaar verbonden wezens die verlangen naar een menswaardig bestaan. En dat herkennen we bij elkaar. Juist daarom worden we geraakt door hen die lijden onder die wanorde in het mondiale landschap.

Met zo’n positiebepaling, die uitgaat van het verlangen en de verbondenheid van mensen, kunnen we op een andere manier, met een meer relationeel perspectief naar dat mondiale landschap kijken. Ik zeg niet dat je daarmee een volledig zicht hebt op de realiteit. Maar zo’n relationeel perspectief zorgt er wel voor dat we de dingen anders zien en dat we andere dingen zien.

Wat we anders kunnen zien is dat het mondiale landschap niet enkel bepaald wordt door de logica van het geweld, door de macht van staten en de wetmatigheid van de economie. De wanorde in de wereld is geen bewijs van de almacht van autoritaire staten en wetmatigheid van economische markten maar eerder van het tekortschieten daarvan. Steeds weer blijkt dat op beslissende momenten mensen het verschil maken door hun verlangen naar vrede en hun verbondenheid met elkaar en de wereld.

Wat we ook in de wanorde in de wereld kunnen zien is dat veel mensen zich niet langer willen neerleggen bij een onvrij, onveilig en onwaardig bestaan. Mensen willen hun eigen toekomst kunnen bepalen. We moeten de macht van regimes niet overschatten. En we moeten ook de veerkracht en vitaliteit van mensen en gemeenschappen niet onderschatten. Het verlangen van mensen naar een vreedzaam en menswaardig bestaan laat zich misschien wel even, maar niet voor altijd onderdrukken.

En wat we ook anders kunnen zien is dat we onvermijdelijk verbonden zijn met elkaar en met zoveel andere mensen. Wij kunnen ons niet verschansen in eigen huis of eigen groep. We kunnen ons niet terugtrekken achter Nederlandse dijken of in een Europees fort. Door de globalisering zijn we meer dan ooit met duizenden onzichtbare draden verbonden met andere plekken en andere mensen binnen het mondiale landschap. Er is geen muur, er is geen grens bestand tegen deze lotsverbondenheid en de betrokkenheid van mensen op elkaar.

Als we vanuit een menselijk en relationeel perspectief naar het mondiale landschap kijken kunnen we de dingen niet alleen anders zien maar ook andere dingen zien.

Dan zien we hoe Nawras, een jonge journaliste in een verdeeld Irak haar lot verbindt met minderheden en samen met hen strijdt voor een menswaardig bestaan voor iedereen.

Dan zien we Paride Taban die een vredesdorp start midden in het strijdgewoel in Zuid-Soedan en zo laat zien dat wat gemeenschappen met elkaar verbindt sterker is dan wat hen zo lang verdeeld heeft gehouden.

Dan zien we Olena Kaskiv die in Oekraine pro-westerse en pro-Russiche burgers, legerpriesters en politieagenten aan tafel krijgt om te praten over de waarden die zij toch blijken te delen.

Dan zien we Said Bouarrou die in Nijmegen religieuze leiders opriep om samen afstand te nemen van discriminatie en rascisme, van moslimhaat en jodenhaat.

Dan zien we Casper uit Rossum die in zijn eentje honderden handtekeningen teken kernwapens verzamelde en als een van onze ambassadeurs aanwezig zal zijn bij de herdenking van 70 jaar Hiroshima.

Het zijn allemaal bruggenbouwers die in de maalstroom van de geschiedenis durven bij te dragen aan de humanisering van de internationale rechtsorde.

Als we vanuit dat andere, meer relationele perspectief naar dat mondiale landschap kijken, dan beseffen we dat niet alleen de wereldleiders de toekomst bepalen. Ook kleine mensen, zoals wij hier vandaag, dragen bij aan die toekomst van vrede. Die vrede begint bij de goedheid van het eigen hart, omdat alleen dat ons gevoelig maakt voor hen die lijden . Die vrede begint met, en mondt uit in de verbondenheid met andere mensen, dichtbij en verweg.

Door op een andere manier naar het mondiale landschap in verwarring te kijken kunnen we, zoals Erik Borgman dat noemt: Groot denken en klein kijken . We kunnen aan de hand van de kleine verhalen van bruggenbouwers zien waartoe mensen in staat zijn. En we kunnen op nationaal en internationaal niveau laten zien waar de verbinding verbroken is en hoe vrede die verbinding weer tot stand kan brengen. Dat is lang niet eenvoudig. ‘Vrede verbindt’ is een enorme uitdaging, maar er is geen enkel ander alternatief.

Als we zo naar de wereld kijken zien we ook tekenen van hoop. Dan beseffen we hoe belangrijk het is om die kleine verhalen van hoop te verbinden met het grote verhaal over de humanisering van de internationale rechtsorde, met die oude maar nog steeds springlevende droom van vrede.

Wij zijn allemaal onderdeel van dat verhaal, van die droom. Als je actief bent als bruggenbouwer bij een lokale ambassade voor vrede. Als je samen met PAX en de Raad van Kerken meeloopt met de Walk of Peace in Den Haag. Als je werkt voor PAX. Als je je handtekening zet tegen kernwapens – we hebben er nog een paar duizend nodig. Als je bijdraagt aan het vredeswerk door een gift of nalatenschap of met een subsidie zoals we die ook dit jaar weer mochten ontvangen van het V-fonds. Mede dankzij hun generueze steun zijn wij hier vandaag bijeen.

Als we soms in verwarring zijn door de wanorde in het modiale landschap dan is het goed om te beseffen dat we verbonden zijn met mensen die ons verlangen naar vrede delen. Dan is het goed om te beseffen dat het simpele feit dat we samen onderweg zijn een begin van vrede is.

Opening PAX Ambassadeurs voor Vrede dag, Utrecht, 20 mei 2015

De mythe van Zijlstra: stabiliteit ten koste van democratie

opening_remarks05__01__630x420

Halbe Zijlstra pleit in de Volkskrant en het Liberaal Reveil voor een realistisch buitenlandbeleid. Eindelijk, denk je dan onwillekeurig. Want ook de VVD verwacht vaak veel te veel van militaire interventies. Maar wat blijkt? Halbe Zijlstra omarmt een achterhaalde mythe: stabiliteit ten koste van democratie. De partij voor vrijheid en democratie wil strategisch samenwerken met ‘ongemakkelijke partners’ die vrijheid en democratie onderdrukken. Om onze belangen te borgen.

Dat de VVD voorstander is van opvang van vluchtelingen in de regio wisten we al. Maar nu pleit de VVD dus ook voor onderdrukking in de regio. “Autoritaire of ondemocratische regimes” beschouwt Zijlstra als “ongemakkelijke partners die strategisch gezien nodig zijn om onze belangen te borgen.” De belangen die Zijlstra voor ogen staan zijn (onze) veiligheid en migratie. Al kan je ook gemakkelijk zaken doen met ongemakkelijke partners.

Zijlstra geeft aan dat het niet mogelijk is om deze dictaturen van de één op de andere dag zijn om te vormen tot democratieën. En daarin heeft hij natuurlijk gelijk. De transitie van autocratie naar democratie is kwetsbaar voor gewelddadige ontsporing en niet zelden is er sprake van terugval. Hij gaat eraan voorbij dat de bijdrage van het westen aan democratische transities in het Midden-Oosten en Noord-Afrika vrijwel altijd te laat kwam, te kort schoot of ronduit contraproductief was.

Zijlstra constateert ook dat de democratie misbruikt kan worden om de democratie de nek om te draaien. Dat is inderdaad een dilemma waarop geen makkelijk antwoord beschikbaar is. Al lijkt Zijlstra, onder verwijzing naar Egypte, te impliceren dat democratische gekozen regeringen terzijde geschoven mogen worden als onze strategische belangen in het geding zijn. Een democratie is kennelijk wel van de één op de andere dag om te vormen in een autocratie.

De fractieleider van de VVD zoekt de oplossing voor extremisme en geweld in de schijnstabiliteit van een dictatuur. Condoleeza Rice was ook zo’n aanhangster van een realistische buitenlandpolitiek. In 2005 zei Rice echter, nota bene in Cairo: “For sixty years, my country, the United States, pursued stability at the expense of democracy in this region here in the Middle East – and we achieved neither.” Dat inzicht weerhoudt Zijlstra er niet van om terug te grijpen op de mythe van stabiliteit. Zijlstra wil partneren met dictaturen die onze belangen dienen. Die dictators wil Zijlstra dan met diplomatieke en economische druk verleiden hun macht geleidelijk op te geven. Is dat realistisch of ronduit politiek naïef?

Zijlstra pleit voor een politiek die zestig jaar niet gewerkt heeft. De steun aan autoritaire regimes heeft vooral bijgedragen aan de opkomst van gewelddadig extremisme. Met zijn steun aan ‘ongemakkelijke partners’ ondermijnt Zijlstra de belangen die hij zegt te beschermen. Hoe meer wij de regimes in het Midden Oosten steunen hoe groter de kans is dat wij ons vervreemden van de bevolkingen en leiders die later aan de macht zullen komen. Zo dreigt Zijlstra aan de verkeerde kant van de geschiedenis uit te komen.

Een realistisch buitenland beleid moet om te beginnen de beperkingen van militair geweld als instrument voor conflictoplossing onder ogen zien. Buitenlandbeleid moet het deze dagen veel meer hebben van soft power, waarmee niet gezegd is dat hard power overbodig is. Een realistische buitenland politiek ondersteunt geweldloze civiele veranderkrachten in repressieve samenlevingen. En een realistische buitenland politiek investeert voluit in de diplomatieke capaciteit die nodig is voor het oplossen van politieke conflicten.

Zijlstra’s wereldvreemde pleidooi voor schijnstabiliteit ten koste van democratie is een mythe die niet werkt. Niet voor burgers die blijven verlangen naar een menswaardig bestaan. En ook niet voor onze veiligheid.

Zeven artsen, zeven diagnoses, één recept

aivd

Maar liefst zeven oppositiepartijen pleiten voor meer geld naar de AIVD. Best opmerkelijk dat de zeven oppositiepartijen zo eensgezind optreden. De zeven hebben sterk uiteenlopende visies op de oorzaken van radicalisering. Maar als het om de bestrijding ervan gaat vallen ze elkaar in de armen. Zoals zeven artsen die aan het bed van de patiënt zeven totaal verschillende diagnoses hebben maar samen toch één recept uitschrijven. Als patiënt ga je je dan toch echt bezorgd maken.

Deze vergelijking gaat natuurlijk niet op. Want artsen hebben geen last van verkiezingskoorts. En de oppositieleiders wel. Natuurlijk maken zij zich ook oprecht zorgen over onze veiligheid. Maar de grens tussen oprechte zorg en stemmingmakerij is dun. Zeker in verkiezingstijd. CDA-leider Buma overschrijdt als voorman van de zeven deze grens regelmatig. Opmerkingen als ‘de radicale islam is de grootste bedreiging van onze veiligheid’ en ‘radicale moslims zijn wandelende tijdbommen’ nemen de PVV wind uit de zeilen. Ze doen het electoraal goed. Maar is deze retoriek ook goed voor onze veiligheid?

Stemmingmakerij hoort bij de verkiezingen zoals lucht bij het schuimgebak. Maar stemmingmakerij over veiligheid is niet zonder risico’s. Natuurlijk willen de zeven onder leiding van Buma niet bijdragen aan het rijk van de angst. Maar ze moeten voorzichtiger zijn met retoriek die de veiligheid zegt te willen beschermen maar juist angst oproept die het belangrijkste wapen van terroristen vormt. Ze moeten beducht zijn voor politieke daadkracht die de rechtsstaat die het wil beschermen juist ondermijnt en die de radicalisering die het wil bestrijden juist aanwakkert.

Politici kunnen in het debat over radicalisering aan geloofwaardigheid en effectiviteit winnen. Zeven suggesties voor de zeven partijen:

  1. Spreek keer op keer met even veel afschuw over de islamitische slachtoffers van terrorisme en maak een einde aan het meten met twee maten.
  2. Reflecteer eens zelfkritisch op de wijze waarop jarenlang consistente steun is gegeven aan dictators die de vrijheid van meningsuiting onderdrukken.
  3. Stel eens kritische vragen bij de wijsheid om verdachten van gewelddadig jihadisme samen op te sluiten en te onderwerpen aan een inhumaan regime.
  4. Evalueer scherp of het afnemen van paspoorten enige bijdrage heeft geleverd aan de de-radicalisering van jongeren in Europa.
  5. Stel de effectiviteit aan de orde van repressieve maatregelen die argwaan wekken bij familieleden die als meest nabije sociale eenheid van radicale jongeren het perfecte contra-narratief tegen de radicale islam zijn.
  6. Stel eens hardop de vraag of dreigingen van politici en wetshandhavers de denkbeelden van jonge mensen die overwegen zich aan te sluiten bij ISIS kunnen veranderen.
  7. Ga eens een meer fundamenteel en zelfkritisch debat aan over de oorzaken en triggers van gewelddadig extremisme in onze eigen samenleving.

Zolang deze zelfkritische noties in het debat ontbreken lopen politici het risico dat hun retoriek enkel de radicale ideologie bevestigt die het westen kritiseert voor zijn discriminatie van alle moslims. En dat is niet goed voor onze veiligheid.

Het is prima dat de AIVD meer geld en meer toezicht krijgt als dat nodig blijkt. Stemmingmakerij in verkiezingstijd hoort er bij. Dat is onvermijdelijk en niet erg. Zolang en voor zover daarmee essentiële vragen naar de fundamentele oorzaken van en kritische vragen bij de effectiviteit van maatregelen tegen radicalisering maar niet ontweken worden.