Holland against hate

image-1

[Toespraak voor Holland against hate manifestatie in Den Haag d.d. 1 feb. 2017]

Beste mensen,

Vandaag laten we zien dat de verbindende krachten sterker zijn dan de verdelende krachten. Vandaag is onze boodschap duidelijk. Het decreet dat Trump uitgerekend op de Internationale Herdenkingsdag voor de Holocaust afkondigde is discriminerend, onrechtmatig en gevaarlijk. Het sluit de deur voor vluchtelingen. Het zaait verdeeldheid tussen mensen. Het zet religies tegen elkaar op. Daarom zeggen we vandaag nee tegen discriminatie. Nee tegen het weren van vluchtelingen. Nee tegen verdeeldheid en haat.

In een tijd waarin regeringen zich steeds meer laten leiden door kortzichtig eigenbelang en nationalistische superioriteitswaan pleiten wij voor een radicaal andere politiek. Voor een politiek die beseft dat elk mens recht heeft op een menswaardig bestaan. Ook als je moslim bent. Ook als je geboren bent in Irak, Syrië, Somalië of waar dan ook. Ook als je op de vlucht bent voor oorlog en repressie. Ook als je als vluchteling in Griekenland vast zit in de kou.

In een tijd die meer onzeker, meer onveilig en onvoorspelbaar is mogen we een ding niet vergeten. Uiteindelijk ligt de macht bij mensen die zelf verantwoordelijkheid nemen voor vrijheid, vrede en recht. Dat vraagt burgerschap. Dat vraagt moed en liefde voor de waarheid. Dat vraagt een waakzaam geweten, een innerlijke vrijheid en een verantwoordelijkheid voor de publieke zaak.

In een tijd die ons confronteert met de gevolgen van oorlog, terreur en repressie kunnen we een waarheid ontdekken. Een waarheid waarvan wij ons niet altijd bewust zijn. Wij hebben altijd een keus. Ieder van ons – hoe onbekend en machteloos ook – kan de wereld veranderen en de menselijke waardigheid redden. Alleen als ik, alleen als jij en wij allen besluiten in actie te komen zal er iets veranderen in de wereld die wij mede vormen en waarvoor wij samen verantwoordelijk zijn.

We kunnen het politieke tij keren als we samen verantwoordelijkheid nemen. Daarom is mijn oproep aan jullie: laten we ook na vandaag de verbindende krachten in ons land mobiliseren. Tegen discriminatie. Tegen verdeeldheid. Tegen uitsluiting. Laten we ons ook na vandaag blijven inzetten voor onze collectieve vrijheid. Voor onze gedeelde vrede. Voor onze universele mensenrechten. Samen kunnen we de wereld in beroering brengen.

Dank voor jullie aanwezigheid vandaag. We gaan door.

Een relationeel perspectief op een mondiaal landschap in verwarring

Venice biennale 56 edition artists il muro del pianto labrouge FABIO MAURI

Venice biennale 56 edition artists il muro del pianto labrouge FABIO MAURI

“Honderd jaar nadat de eerste schoten van de Eerste Wereldoorlog werden afgevuurd en 75 jaar na het begin van de Tweede Wereldoorlog is het mondiale landschap wederom in verwarring.” We leven in een tijd van wanorde. En eerlijk gezegd ben ik daardoor zelf soms ook in verwarring.

Lange tijd leek het alsof er na de Tweede Wereldoorlog iets wezenlijks veranderd was. Dat de internationale gemeenschap een les geleerd had.
Dat wij samen een gemeenschappelijke droom hadden. Nooit meer Auschwitz. Nooit meer discriminatie en vervolging van minderheden. Nooit meer raciale politiek en nationalistische superioriteitswaan. En uiteidelijk ook….nooit meer oorlog.

Lange tijd leek het alsof er na de Tweede Wereldoorlog met vallen en opstaan een humanisering van de internationale rechtsorde op gang gekomen was. Dat we getuigen waren van een pijnlijk langzame maar niet te stuiten kanteling in de verhouding tussen machthebbers en burgers. Dat de primaire gerichtheid op de bescherming van de belangen van staten zou plaatsmaken voor een gerichtheid op de bescherming van burgers, aan wie staten hun bestaansrecht danken.

Maar in de verwarrende wereld van vandaag lijkt er geen plaats te zijn voor deze hoopvolle gedachten. Het lijkt wel of alles wat is opgebouwd weer wordt afgebroken. De wereld is op drift. Het mondiale landschap rondom Europa verkeert in een staat van verwarring en wanorde.

Aan de oostflank van Europa zien we een nieuwe militaire escalatie met Rusland onder leiding van Poetin. Een escalatie die herinneringen oproept aan de donkerste dagen van de Koude Oorlog. Aan een tijd van angst en afschrikking, van vijanddenken en wapenwedloop. Aan een tijd waarin ook onze vrede nog zo kwetsbaar was.

Aan de zuidflank van Europa, zien we steeds scherper die veel genoemde ‘gordel van instabiliteit’. Een aaneenschakeling van falende en repressieve staten in Afrika en het Midden Oosten. Een regio waar burgers lijden onder de gevolgen van uitzichtloos oorlogsgeweld, toenemende onderdrukking en chronische armoede. Een regio waar een giftig mengsel van politieke grieven, religieuze identiteiten en criminele hebzucht mensen en gemeenschappen tegen elkaar opzet.

En zoals altijd proberen mensen geweld en wanorde te ontvluchten. Alleen al de oorlog in Syrie heeft geleid tot de grootste humanitaire ramp in onze tijd. Nu de zomer in aantocht is maken zich 200.000 mensen op voor een overtocht naar Europa. Hoeveel van deze vluchtelingen zullen op weg naar veiligheid en vrijheid verdrinken of in de vuurlinie terecht komen van militaire acties tegen mensensmokkelaars?

Maar ook binnen het fort Europa blijkt de vrede lang niet verzekerd. De onrust in Macedonie herinnert ons er aan hoe onverwerkt het verleden is. De aanslagen in Parijs en andere steden herinneren ons er aan hoe kwetsbaar onze open samenleving is. En intussen spelen populisten handig in op onze onzekerheid over de toekomst op een wijze die herinnert aan onze nachtmerries uit het verleden.

Het valt allemaal niet te ontkennen. En er valt niet aan te ontkomen. We leven en werken in een mondiaal landschap dat – wederom – in verwarring is. En dat raakt ons. We raken er zelf van in verwarring. Wat is nu nog het nut van ons vredeswerk?

Maar…. we kunnen ook op een andere manier naar dat mondiale landschap kijken . In onze geraaktheid, in onze verwarring ligt een inzicht besloten. Onze geraaktheid wijst op een relationele betrokkenheid bij mensen die ons in staat stelt op een andere wijze naar de wereld te kijken. Op een wijze die ruimte schept en ons kan bevrijden van een wereldbeeld dat ons machteloos, onverschillig en cynisch kan maken.

Zo’n andere manier van kijken begint met een positiebepaling. Een positie die bepaald wordt door het besef, door het geloof dat elk mens ten diepste verlangt naar waardig en vreedzaam samenleven.

Dat is geen vanzelfsprekende maar een vooringenomen positiebepaling. Veel deskundigen en politici zullen het er niet mee eens zijn. Zij menen dat wij individualistische en calculerende burgers zijn die zich laten leiden door brood en spelen, door zelfzuchtige en economische belangen. Zij stellen dat de wereld enkel bepaald wordt door honger naar macht en rijkdom.

Maar dat wil er bij mij en veel andere mensen niet in. Mensen zijn sociale, relationele en met elkaar verbonden wezens die verlangen naar een menswaardig bestaan. En dat herkennen we bij elkaar. Juist daarom worden we geraakt door hen die lijden onder die wanorde in het mondiale landschap.

Met zo’n positiebepaling, die uitgaat van het verlangen en de verbondenheid van mensen, kunnen we op een andere manier, met een meer relationeel perspectief naar dat mondiale landschap kijken. Ik zeg niet dat je daarmee een volledig zicht hebt op de realiteit. Maar zo’n relationeel perspectief zorgt er wel voor dat we de dingen anders zien en dat we andere dingen zien.

Wat we anders kunnen zien is dat het mondiale landschap niet enkel bepaald wordt door de logica van het geweld, door de macht van staten en de wetmatigheid van de economie. De wanorde in de wereld is geen bewijs van de almacht van autoritaire staten en wetmatigheid van economische markten maar eerder van het tekortschieten daarvan. Steeds weer blijkt dat op beslissende momenten mensen het verschil maken door hun verlangen naar vrede en hun verbondenheid met elkaar en de wereld.

Wat we ook in de wanorde in de wereld kunnen zien is dat veel mensen zich niet langer willen neerleggen bij een onvrij, onveilig en onwaardig bestaan. Mensen willen hun eigen toekomst kunnen bepalen. We moeten de macht van regimes niet overschatten. En we moeten ook de veerkracht en vitaliteit van mensen en gemeenschappen niet onderschatten. Het verlangen van mensen naar een vreedzaam en menswaardig bestaan laat zich misschien wel even, maar niet voor altijd onderdrukken.

En wat we ook anders kunnen zien is dat we onvermijdelijk verbonden zijn met elkaar en met zoveel andere mensen. Wij kunnen ons niet verschansen in eigen huis of eigen groep. We kunnen ons niet terugtrekken achter Nederlandse dijken of in een Europees fort. Door de globalisering zijn we meer dan ooit met duizenden onzichtbare draden verbonden met andere plekken en andere mensen binnen het mondiale landschap. Er is geen muur, er is geen grens bestand tegen deze lotsverbondenheid en de betrokkenheid van mensen op elkaar.

Als we vanuit een menselijk en relationeel perspectief naar het mondiale landschap kijken kunnen we de dingen niet alleen anders zien maar ook andere dingen zien.

Dan zien we hoe Nawras, een jonge journaliste in een verdeeld Irak haar lot verbindt met minderheden en samen met hen strijdt voor een menswaardig bestaan voor iedereen.

Dan zien we Paride Taban die een vredesdorp start midden in het strijdgewoel in Zuid-Soedan en zo laat zien dat wat gemeenschappen met elkaar verbindt sterker is dan wat hen zo lang verdeeld heeft gehouden.

Dan zien we Olena Kaskiv die in Oekraine pro-westerse en pro-Russiche burgers, legerpriesters en politieagenten aan tafel krijgt om te praten over de waarden die zij toch blijken te delen.

Dan zien we Said Bouarrou die in Nijmegen religieuze leiders opriep om samen afstand te nemen van discriminatie en rascisme, van moslimhaat en jodenhaat.

Dan zien we Casper uit Rossum die in zijn eentje honderden handtekeningen teken kernwapens verzamelde en als een van onze ambassadeurs aanwezig zal zijn bij de herdenking van 70 jaar Hiroshima.

Het zijn allemaal bruggenbouwers die in de maalstroom van de geschiedenis durven bij te dragen aan de humanisering van de internationale rechtsorde.

Als we vanuit dat andere, meer relationele perspectief naar dat mondiale landschap kijken, dan beseffen we dat niet alleen de wereldleiders de toekomst bepalen. Ook kleine mensen, zoals wij hier vandaag, dragen bij aan die toekomst van vrede. Die vrede begint bij de goedheid van het eigen hart, omdat alleen dat ons gevoelig maakt voor hen die lijden . Die vrede begint met, en mondt uit in de verbondenheid met andere mensen, dichtbij en verweg.

Door op een andere manier naar het mondiale landschap in verwarring te kijken kunnen we, zoals Erik Borgman dat noemt: Groot denken en klein kijken . We kunnen aan de hand van de kleine verhalen van bruggenbouwers zien waartoe mensen in staat zijn. En we kunnen op nationaal en internationaal niveau laten zien waar de verbinding verbroken is en hoe vrede die verbinding weer tot stand kan brengen. Dat is lang niet eenvoudig. ‘Vrede verbindt’ is een enorme uitdaging, maar er is geen enkel ander alternatief.

Als we zo naar de wereld kijken zien we ook tekenen van hoop. Dan beseffen we hoe belangrijk het is om die kleine verhalen van hoop te verbinden met het grote verhaal over de humanisering van de internationale rechtsorde, met die oude maar nog steeds springlevende droom van vrede.

Wij zijn allemaal onderdeel van dat verhaal, van die droom. Als je actief bent als bruggenbouwer bij een lokale ambassade voor vrede. Als je samen met PAX en de Raad van Kerken meeloopt met de Walk of Peace in Den Haag. Als je werkt voor PAX. Als je je handtekening zet tegen kernwapens – we hebben er nog een paar duizend nodig. Als je bijdraagt aan het vredeswerk door een gift of nalatenschap of met een subsidie zoals we die ook dit jaar weer mochten ontvangen van het V-fonds. Mede dankzij hun generueze steun zijn wij hier vandaag bijeen.

Als we soms in verwarring zijn door de wanorde in het modiale landschap dan is het goed om te beseffen dat we verbonden zijn met mensen die ons verlangen naar vrede delen. Dan is het goed om te beseffen dat het simpele feit dat we samen onderweg zijn een begin van vrede is.

Opening PAX Ambassadeurs voor Vrede dag, Utrecht, 20 mei 2015

Ode aan de onverschilligheid?

254566561_640


‘Kiev staat in brand en het kan mij niets schelen’. Dit is de titel van een column van de filosoof Alain de Botton.  Hij provoceert. Het ‘kan mij niet schelen’ slaat ook op elke andere brandhaard in de wereld. Syrië bloedt, het doet me niks. In Zuid-Soedan huilt een kind, doe mij maar een cappuccino.

De Botton stelt dat het nieuws over gewapende conflicten en menselijk lijden ons wel bereikt maar niet raakt. Zeker, we beseffen best wel dat oorlog en andere rampspoed belangrijk zijn voor de wereld. Maar het kan ons niets schelen. Het raakt ons niet. Sterker nog, voor die onverschilligheid behoeven ons ook niet langer te schamen, zegt De Botton. Want we leven hier en niet daar. Wij zijn hier met andere dingen bezig. Minder belangrijk in het perspectief van de wereldpolitiek maar wel belangrijk voor onszelf. We moeten dus vooral niet te zwaar tillen aan onze onverschilligheid.

Deze ode aan de onverschilligheid van De Botton contrasteert met het appel tot solidariteit. Publieksfilosoof De Botton morrelt met zijn column aan ons morele plichtsbesef. Hij provoceert en relativeert dat plichtbesef.

Wij kunnen er niet omheen dat nabijheid een bepalende factor is voor morele plichten. Hoe komt het anders dat mensen zich verplicht voelen te hulp te schieten als zij zien dat een kind verdrinkt in de vijver voor hun huis en niet als zij mensen bij duizenden zien sterven in Syrië en Soedan? Het is kennelijk onvermijdelijk dat humanitaire rampen ver weg leiden tot een zekere morele distantie.

Maar nabijheid is een rekbaar begrip. De afstand valt weg zodra het noodlot ergens ver weg een bekende treft. En door de media worden wij dagelijks geconfronteerd met de beelden van humanitaire catastrofes overal vandaan. Geen wonder dat wij die beelden ervaren als een appel op onze morele plichtsbesef.

Bovendien verbindt globalisering ons door duizend onzichtbare draden met de meest afgelegen plekken. Plaatsen ver weg waar onder miserabele omstandigheden onze grondstoffen gewonnen en onze kleding geproduceerd worden. Waar machthebbers met ons geld en onze wapens huis houden. En die wetenschap doet heel terecht een appel op onze morele plicht.

Wij moeten altijd het goede doen. Natuurlijk wil dat niet altijd zeggen dat we de hele dag het goede moeten doen. Wij kunnen immers onmogelijk overal op reageren. En hoe pijnlijk dat ook is, er zijn ook tragedies waarop wij geen antwoord hebben. Maar dat legitimeert geen onverschilligheid.

Wij ontkomen er niet aan onze solidariteit te doseren. Wij kunnen ons daarbij richten op die idealen die wij belangrijk vinden: Vrede of fundamentele mensenrechten, of op die problemen waaraan wij zelf, hoe bescheiden ook, een bijdrage kunnen leveren. Door eerlijk te sparen of verantwoord energie te kopen. Door onze stem te laten horen als het er toe doet.

Door ons te verdiepen in hun lot kunnen mensen ver weg ons nabij worden. Dan kunnen wij onszelf herkennen in het gelaat van de ander. Dat vergt durf. Durf omdat we daarmee in moeten gaan tegen gevoelens van machteloosheid, tegen de onverschilligheid en de legitimering daarvan.

Wilders de-humaniseert

 

c ANP

c ANP

 

 

 

 

 

 

 

 

PAX is als vredesbeweging actief in door haat en hebzucht verscheurde samenlevingen. Hoe verschillend deze conflictgebieden ook zijn, bijna altijd spelen ongelijkheid en identiteit een hoofdrol. Ongelijkheid heeft vaak betrekking op ongelijke verdeling van bezit en inkomen, van politieke invloed en culturele status, van toegang tot basisvoorzieningen. Het begrip identiteit is meer diffuus. Het gaat vaak over etniciteit, religie, sociale klasse of regionale afkomst.

Politieke entrepreneurs in conflictgebieden werpen zich vaak op als verlossers. Zij beloven de ongelijkheid aan te pakken maar misbruiken daarbij vaak identiteit als instrument voor politieke mobilisatie en voor politieke dominantie. In zijn meest extreme vorm kan dat misbruik van identiteit voor politieke macht ontsporen in grootschalig geweld en zelfs in genocide.

De tragiek is dat de wereld zich altijd overvallen voelt door geweldsuitbarstingen terwijl de aanloop naar geweld een herkenbaar patroon volgt. De eerste stap is altijd het classificeren van gemeenschappen in ‘wij’ en ‘zij’. Mensen zijn daarvoor gevoelig want wij hebben nu eenmaal behoefte om deel uit te maken van een collectieve identiteit. Problematisch wordt het als deze groepsidentiteit zich vormt en profileert in tegenstellingen. En gevaarlijk wordt het als de groep de ander als vijand, als belichaming van het kwaad ziet. De ander wordt dan weggezet als een paria die niet thuis hoort in de gemeenschap. De ander is minder en hoe minder anderen er zijn hoe beter het is. Dan scanderen mensen: ‘minder, minder, minder’.

Abram de Swaan noemt het classificeren van gemeenschappen in zijn recente boek ‘compartimenten van vernietiging.’ Want na het indelen van de samenleving in compartimenten volgt niet zelden het  de-humaniseren van mensen. Mensen worden dan getypeerd als beesten of ziekten of vergeleken met natuurrampen zoals een tsunami, een vloedstroom die geweerd moet worden. Vervolgens kan dan de organisatiefase intreden. Er worden plannen gemaakt. Politieke entrepreneurs zeggen dan: ‘Dat gaan we regelen’. En wat het vervolg daarvan kan zijn weten wij maar al te goed.

In een geordende samenleving zijn er wetten en regels die ontsporing van dit misbruik van identiteit moeten voorkomen. Wetten die de rechten van minderheden moeten garanderen en discriminatie en de-humanisering moeten voorkomen. Maar deze wetten en regels zullen falen indien ze niet keer op keer herbevestigd worden door de samenleving, in de media en het politieke debat.

Wilders appelleert aan de gevoelens van ongelijkheid die er binnen de samenleving leven. Hij misbruikt identiteit als instrument voor politieke machtsvorming. Hij compartimentaliseert de samenleving en de-humaniseert mensen.

Dat is natuurlijk moreel verwerpelijk en in strijd met de geest van de Nederlandse grondwet. Maar het is niet voldoende dat vast te stellen. De samenleving, de media en de politiek moeten keer op keer ondubbelzinnig en collectief de norm bevestigen. En die norm is dat allen die zich in Nederland bevinden in gelijke gevallen gelijk behandeld worden. Die norm schept verplichtingen. Het dwingt tot samenwerking bij het beschermen van de vrijheid voor alle identiteiten en bij het bestrijden van de ongelijkheid in de Nederlandse samenleving.

Revolutie tegen dictatuur van grijze middelmaat

“De civiele samenleving vormt overal een verbijsterend scala van het goede, het slechte en het ronduit bizarre”.  Het citaat is van Thomas Carothers, een internationaal erkend expert op het gebied van democratisering. Zijn uitspraak is  waarschijnlijk ook van toepassing op het christelijk maatschappelijk middenveld dat zich hier vandaag heeft verzameld. Ik mag hopen met uitzondering van het slechte en het ronduit bizarre.

Lees verder

Boerkaverbod: de makkelijkste weg

Gelaatsbedekkende kleding in Nederland

Een wet voor beperking van de vrijheid van godsdienst. Heb ik het hier over een voorstel van een repressieve regering in het Midden-Oosten. Over een nieuwe uiting van christofobie in de Islamitische wereld, waarover Hirsi Ali zo gretig schrijft. Nee, het gaat over het wetsvoorstel gelaatsbedekkende kleding van onze Nederlandse regering.
Lees verder