Renew the dream of united Europe

images brexit

It happened after all. A deeply divided United Kingdom is leaving the European Union. As Rafael Behr in The Guardian so poignantly writes, “There is a difference between measuring the height of a drop and the sensation of falling; between the sight of a wave and hearing it crash on the shore; between the knowledge of what fire can do and feeling the heat as the flames catch.” The choice for Brexit is one thing. But living through the far reaching consequence will be something else entirely.

The consequences have already begun. The UK remains divided and could break up if Scotland demands a new independence referendum. The pound sterling and the British economy are in a free fall. Prime Minister David Cameron is bowing out — history will judge him harshly. In various other European countries populist parties are using Brexit to stir up anti-European sentiment.

Brexit is not only an expression of the rejection of Europe but also an expression of insecurity about the future. An insecurity experienced predominantly by people who feel marginalized, who have lost their faith in politics and in the established order. ‘No’ to the EU of Brussels is also ‘no’ to the London establishment. Those who voted to leave the EU do not know what the future will bring. But they do know that they expect something different from their political leaders.

Brexit is bad news particularly at this moment, when Europe needs to speak with one voice. Europe needs to come together to solve the refugee question, which is far from over. Europe needs to come together to find political solutions to violence, repression and instability at Europe’s borders. Europe needs to come together to breath new life into the ideal of a united Europe.

Brexit represents a formidable challenge for European politics. Political leaders are facing three tasks which they have to handle simultaneously. Firstly, they have to take seriously the discontent many people feel, not through political rhetoric but through concrete plans to tackle growing inequality. Secondly, they have to repel populist parties’ attacks on Europe, not by co-opting the populist narrative but through inspiring people with the ideal of a just society. Thirdly, they have to promote the dream of a united and peaceful Europe and make it concrete so that people start to believe in it again.

The ravage from Brexit is enormous. But today’s result masks a deeper tragedy. The very people who hoped to improve their lives by voting against Europe will be the ones to pay the highest price for Brexit.

Blaas de droom van een verenigd Europa nieuw leven in

images brexit

Het is dan toch gebeurd. Het Verenigd Koninkrijk verlaat diep verdeeld de Unie van Europa. De Guardian beschreef het gevoel treffend. “Er is een verschil tussen het peilen van de diepte en de sensatie van de val, tussen het zien van een golf en het geluid waarmee deze op de kust breekt, tussen het besef wat brand kan aanrichten en de hitte van het vuur.” De keuze voor Brexit is iets anders dan het ervaren van de verstrekkende gevolgen ervan.

En de eerste gevolgen tekenen zich al af. Het Verenigd Koninkrijk blijft verdeeld achter en kan uiteenvallen als de Schotten een nieuw referendum eisen over hun onafhankelijkheid. De Britse pond en economie bevinden zich in een vrije val. Premier Cameron verlaat het toneel, de geschiedenis zal hard over hem oordelen. En in diverse andere Europese landen grijpen populistische partijen Brexit aan voor het aanwakkeren van anti-Europese sentimenten.

Brexit is niet enkel een uitdrukking van weerzin tegen Europa maar ook een uitdrukking van onzekerheid over de toekomst. Een onzekerheid die vooral leeft onder mensen die zich niet gehoord en gemarginaliseerd voelen, die het vertrouwen in de politiek en de gevestigde orde hebben verloren. Het nee tegen het Europese Brussel is ook een nee tegen Londense establishment. Veel stemmers voor Brexit zullen niet weten wat de toekomst zal brengen. Maar wat zij wel zeker weten is dat zij iets anders verwachten van hun politieke leiders.

Brexit is slecht nieuws juist nu Europa eensgezind moet optreden. Om samen een faire bijdrage te leveren aan het oplossen van het vluchtelingenvraagstuk dat nog lang niet voorbij is. Om samen op te trekken bij het zoeken naar politieke oplossingen voor geweld, repressie en instabiliteit aan de randen van Europa. Om het ideaal van een verenigd Europa nieuw leven in te blazen.

Brexit vormt een formidabele uitdaging voor de politiek. Politieke leiders staan voor drie opdrachten die zij tegelijkertijd moeten aanpakken. In de eerste plaats zullen zij de onvrede die onder veel mensen leeft serieus moeten nemen, niet met politieke retoriek maar met concrete plannen die de groeiende ongelijkheid in samenlevingen aanpakken. In de tweede plaats moeten zij de aanval op Europa door populistische partijen afslaan, niet door hun narratief over te nemen maar door mensen te verbinden aan het politieke ideaal van een meer rechtvaardige samenleving. En in de derde plaats moeten zij de droom van een verenigd en vreedzaam Europa uitdragen en zo vorm geven dat mensen daarin opnieuw vertrouwen krijgen.

De ravage van Brexit is enorm. En de diepere tragiek van vandaag is misschien wel dat juist de mensen die met hun proteststem tegen Europa op verbetering van hun bestaanszekerheid hoopten de hoogste prijs voor Brexit zullen betalen.

Het verdriet van België is ook ons verdriet

 

CeJE6rkW4AAEDeT

Wat een schok, wat een verdriet. Opnieuw aanslagen, dit keer in Brussel, in het hart van Europa. Het extremistisch geweld in onze eigen samenlevingen overrompelt ons keer op keer. De ontwrichtende uitwerking van terroristisch geweld. Het verdriet over de slachtoffers. De angst voor weer nieuw geweld. We kunnen en we zullen daar nooit aan wennen.

Het geweld confronteert ons keer op keer met de fundamentele kwetsbaarheid van onze samenleving en van ons eigen leven. Daar valt moeilijk mee te leven terwijl dat tot op zekere hoogte toch onvermijdelijk lijkt. De dreiging van geweld zal, zo moeten we vrezen, voor een langere tijd onderdeel zijn van dit tijdperk en daarmee van ons leven. De weerbaarheid van samenlevingen, van onszelf wordt opnieuw op de proef gesteld. We beseffen dat geen enkele samenleving immuun is voor geweld. Wel kunnen wij elkaar vasthouden en samen vastberaden zijn.

Het recent verschenen boek Blood Year gaat over ISIS en het falen van de oorlog tegen het terrorisme. Auteur David Kilcullen is een expert op gebied van terrorisme en onconventionele oorlogsvoering.  Hij waarschuwt voor het geweld in onze eigen samenleving. Deze dreiging vergt volgens Kilcullen in democratische landen vooral politiek leiderschap, wetshandhaving en publiek engagement.

Hij waarschuwt voor politieke reacties die leiden tot verdere marginalisering en vervreemding van jonge mensen in onze eigen samenleving. Dat moedigt de radicalisering alleen maar verder aan. Het gegeven dat de gemiddelde leeftijd van de nieuwe rekruten van ISIS zoveel lager is dan de aanhangers van Al Qaida vormt een krachtige waarschuwing. We moeten gemakzuchtige en generaliserende beschuldigingen aan het adres van Moslims vermijden en veroordelen.

Politieke leiders staan voor belangrijke keuzes. Hen zal de komende dagen opnieuw voorgehouden worden dat het bijtijds opsporen van geradicaliseerde extremisten meer bevoegdheden vergt voor inlichten- en veiligheidsdiensten. Wij zullen echter goed moeten overwegen hoeveel vrijheid we willen inleveren voor de wankele belofte dat onze veiligheid daarmee is gediend.

David Kilcullen trekt in zijn boek een vergaande conclusie. Na 15 jaar oorlog tegen het terrorisme moeten we onder ogen zien dat deze oorlog tegen het terrorisme is mislukt. Het idee van president Bush was de terroristen ver weg te bestrijden zodat deze niet langer in staat zouden zijn in onze eigen samenleving geweld te gebruiken. We worden nu echter geconfronteerd met de boomerang effecten van deze oorlog tegen het terrorisme. Natuurlijk, we kunnen en mogen onze ogen niet sluiten voor de reële bedreigingen. Maar het wordt langzamerhand urgent noodzakelijk om de strijd tegen extremisme en radicalisering kritisch te doordenken. Hoe moeilijk ook, we zullen moeten komen met een nieuwe aanpak die ook de grondoorzaken in beschouwing neemt.

Maar wat nu voorrang moet krijgen is het verdriet van België. Onze gedachten zijn nu eerst en vooral bij de nabestaanden. Bij al die mensen wier leven te vroeg gebroken is door geweld. Het verdriet van België is ook ons verdriet.

Europese deal met Turkije ondermijnt recht op bescherming voor vluchtelingen

A woman is supported by two men while crossing a river as migrants attempt to reach Macedonia on a route that would bypass the border fence, Monday, March 14, 2016. Hundreds of migrants and refugees walked out of an overcrowded camp on the Greek-Macedonian border Monday, determined to use a dangerous crossing to head north.(AP Photo/Vadim Ghirda)

(AP Photo/Vadim Ghirda)

De afgelopen dagen zagen we onvoorstelbare beelden van vluchtelingen die de grens tussen Griekenland en Macedonië overstaken. Mensen die waden door het ijskoude water van de grensrivier. Gezichten strak van uitputting en wanhoop. Handen die zich vastklampen aan een touw over snelstromende water. Kinderen die van hand tot hand gaan. Om uiteindelijk weer te worden tegengehouden.

Deze mensen zijn ‘lost in transition’. Zij hebben door oorlog alles verloren. Zij kunnen niet terug en niet vooruit. Ze zijn vastgelopen in de zuigende modder van provisorische kampen. De Balkanroute zit op slot door de vluchtelingendeal tussen de Europese Unie en Turkije.

Europese politieke leiders willen Syrische vluchtelingen die Griekenland bereiken, collectief naar Turkije terugsturen. Voor elke Syriër die Turkije terugneemt, zal Europa een vluchtelingen vanuit Turkije opnemen. De politieke prijs voor deze deal: opheffing van de visumverplichting voor Turkijke, 3 miljard extra en versnelling van de onderhandelingen over toetreding van Turkije tot de Europese Unie. De wanhopige Europese politieke leiders klampen zich vast aan het touw dat Turkije hen toewerpt. Maar de vluchtelingendeal roept vele juridische, morele en praktische vragen op.

Internationale bescherming in gevaar

De deal met Turkije dreigt het recht van vluchtelingen op bescherming en asiel te ondermijnen. Het collectief terugsturen van vluchtelingen naar Turkije is in strijd met internationale en Europese verdragen. Voordat Griekenland asielzoekers terugstuurt naar hun land van herkomst of, in dit geval naar Turkije, moet op individuele basis het risico op gevaar voor lijf en leden worden beoordeeld. Griekenland is daartoe nu niet in staat.

Bovendien moet vaststaan dat Turkije voldoet aan de criteria voor een veilig land. Teruggestuurde asielzoekers moeten op effectieve bescherming kunnen rekenen en niet teruggestuurd worden naar een situatie waarin hun leven of vrijheid in gevaar is. En aan deze elementaire twee voorwaarden voor een veilig land kan Turkije (nog) niet voldoen.

Hervestiging vluchtelingen blijft noodzakelijk

Europa draagt onvoldoende bij aan de hervestiging van vluchtelingen die in de regio zijn opgevangen. De Syrische vluchtelingen die deze week het ijskoude water van de grensrivier tussen Griekenland en Macedonië overstaken, zijn (veelal) afkomstig uit de vluchtelingenkampen in Libanon, Irak en Turkije. De omstandigheden waaronder vluchtelingen in deze landen moeten leven is ronduit dramatisch. Bovendien dreigen landen als Libanon te bezwijken onder de enorme aantallen vluchtelingen.

Jaarlijkse hervestiging van substantiële aantallen vluchtelingen in landen in Europa is daarom onvermijdelijk. Maar de bereidheid van landen binnen de Europese Unie om vluchtelingen te ontvangen is tot nu toe bedroevend laag. Het ontbreekt aan politieke wil en onderlinge solidariteit. Vooral de rijkste landen binnen de Europese Unie zullen jaarlijks veel meer vluchtelingen moeten opnemen. Ook Nederland. Daarnaast zal de internationale gemeenschap veel meer humanitaire steun moeten geven voor de opvang in de regio. Van het bedrag dat dit jaar nodig is voor huisvesting, voedsel en gezondheidszorg voor de opvang van Syrische vluchtelingen in de regio is deze week nog maar 4 % opgebracht.

De deal met Turkije lijkt in te zetten op het in de regio houden van de vluchtelingen. Maar dat is niet alleen praktisch onmogelijk, maar ook moreel onverantwoord. Als de Europese landen niet substantieel meer bijdragen aan hervestiging en humanitaire hulp, zullen vluchtelingen ongecontroleerd langs andere routes Europa blijven bereiken. De Europese leiders kunnen hun verantwoordelijkheid voor de hervestiging van vluchtelingen niet afkopen en doorschuiven aan Turkije en de andere landen in de regio. De Europese landen kunnen en moeten, zeker in vergelijking met landen als Libanon veel meer vluchtelingen opvangen.

Gevaarlijke veilige haven

De deal met Turkije omvat ook het realiseren van een veilige zone in Syrië zelf. Turkije houdt vluchtelingen uit Syrië aan de grens tegen. Zij zouden in deze ‘veilige zone’ moeten blijven. Maar Turkije wil mogelijk ook Syrische vluchtelingen die nu in Turkije verblijven of uit Griekenland afkomstig zijn naar dit gebied kunnen terugsturen.

Turkije pleit al langer voor het realiseren van zo’n veilige haven aan zijn grens met Syrië. In Nederland roept zo’n pleidooi onmiddellijk herinneringen op aan het drama in Srebrenica. Zonder effectieve bescherming van burgers kan een veilige zone uitlopen op een humanitair drama.

De bescherming van burgers in een veilige zone in het door oorlogsgeweld verscheurde Syrië vergt veiligheidsgaranties die onder de huidige omstandigheden niet zijn te realiseren. Daarbij komt dat het Turkse pleidooi voor een veilige zone ook een ander, meer politiek doel dient. Een dergelijk gebied moet een buffer vormen tussen de Syrische Koerden, die hun positie met Amerikaanse steun hebben versterkt, en Turkije. Turkije wil echter voorkomen dat de Syrische Koerden het gehele grensgebied innemen. Een veilige zone zou dit kunnen voorkomen.

De Europese leiders moeten niet alleen het terugsturen van vluchtelingen naar een onveilige veilige haven voorkomen. Het idee van een veilige haven vormt onder de huidige omstandigheden ook een gevaarlijke complicatie voor het toch al fragiele onderhandelingsproces in Genève over een politieke oplossing voor de oorlog in Syrië.

Lost in transition

De vluchtelingen die nu zijn vastgelopen in Griekenland, of op weg via de Balkanroute, vormen het meest urgente probleem voor de Europees-Turkse top. Deze mensen betalen als eerste de prijs van de Turkije-deal. Alleen al aan de Griekse kant van de grens met Macedonië verblijven 12.000 mensen, waaronder 4.000 kinderen. Zij kunnen noch terug naar Turkije noch door naar Europa. Welke Europese leider is moedig en menselijk genoeg om zijn of haar verantwoordelijkheid voor deze mensen te nemen?

Gepubliceerd door Reformatorisch Dagblad 16/3/2016

De exodus, ons geweten en ons handelen

An_Aerial_View_of_the_Za'atri_Refugee_Camp

Paul Scheffer leverde in de NRC een waardevolle bijdrage aan het debat over vluchtelingen onder de titel ‘De exodus en ons geweten’. Maar hij zet met zijn bijdrage de lezer ook een beetje op het verkeerd been door valse tegenstellingen te poneren.

Scheffer stelt dat we weer terug moeten naar het door Weber gemaakte onderscheid tussen getuigenisethiek en verantwoordingsethiek. En hij kiest uitdrukkelijk niet voor de getuigenisethiek die leidt tot “handelen dat zich niet bekommert om de gevolgen.” Maar daarmee gaat Scheffer er aan voorbij dat Weber in zijn beroemde toespraak Politik als Beruf juist beklemtoont dat beide vormen van ethiek in het politiek handelen noodzakelijk zijn.

De vluchtelingen doen een beroep op de Europese waardegemeenschap, op de menselijke waardigheid en de daarvan afgeleide solidariteit. Een getuigenis die deze morele waarden herbevestigt wordt in het debat juist zeer gemist. Maar, en daar heeft Scheffer wel een punt, wat evenzeer gemist wordt is het doordenken van praktische consequenties.

Als we de morele verantwoordelijkheid voor het opvangen van vluchtelingen op ons nemen dan moeten we ook bereid zijn problemen onder ogen te zien en compromissen te sluiten. Na het morele leiderschap moet dus het politiek leiderschap volgen. Politiek leiderschap dat taaie problemen van huisvesting, onderwijs en werk onder ogen ziet en daar praktische oplossingen voor vindt.

Een tweede valse tegenstelling die Scheffer presenteert is die tussen open of gesloten grenzen. Die twee stellingen zijn vooral populair in het Haagse debat dat zich laat gijzelen door electorale angsten. Ik kom maar weinig mensen tegen die pleiten voor een onbegrensde opvang van iedereen die naar Europa trekt. De werkelijke vraag is niet of maar hoe we aan de Europese buitengrenzen snel en fair onderscheid kunnen maken tussen mensen die recht hebben op asiel en mensen die daarop geen aanspraak op kunnen maken. De uitdaging is verder hoe we in Europa kunnen komen tot een eenduidig en rechtvaardig asielbeleid en de hervestiging van vluchtelingen die daar volgens de UNHCR recht op hebben.

Het ontbreken van moreel leiderschap in de politiek frustreert het debat over vluchtelingen. We hebben geen premier die de morele uitgangspunten benoemt en herbevestigt. Het vacuüm dat hierdoor ontstaat wordt vooral in beslag genomen door de meest vocale tegenstanders. Hun weerstand krijgt in de media onevenredig veel weerklank. Dat wakkert de angstvalligheid in de politiek verder aan. Het debat blijft daardoor vaak beperkt tot de uitwisseling van elkaar beconcurrerende getuigenissen, het gaat te weinig over verantwoord handelen. De tragiek is dat hierdoor de taaie oorzaken en reële problemen van de vluchtelingenstroom onbenoemd blijven en het noodzakelijke maatschappelijk draagvlak voor opvang ondermijnd wordt.

Tegen deze achtergrond zijn er meen ik drie problemen die (ook) urgente aandacht vragen.

In de eerste plaats moeten we de oorzaken van de vluchtelingenstroom onderkennen. Het westen heeft veel te weinig oog gehad voor onrecht, onderdrukking en oorlogsgeweld in Afrika en het Midden Oosten. De gevestigde politiek heeft decennia lang naar stabiliteit gestreefd ten koste van democratie, en geen van beide gerealiseerd. De bijdrage aan democratische transities kwam vrijwel altijd te laat, schoot vaak te kort of bleek ronduit contraproductief. De effecten daarvan tekenen zich nu pijnlijk af. Het opnieuw doordenken van een waardegedreven buitenlandpolitiek is urgent noodzakelijk. Zeker omdat politici in weerwil van de geschiedenis opnieuw menen dat we door samenwerking met autoritaire en ondemocratische regimes onze belangen kunnen waarborgen. En het zal duidelijk zijn dat het beschermen van burgers en het opgang brengen van een politiek proces in Syrië nu topprioriteit moeten krijgen.

In de tweede plaats moeten we ons ook en veel sterker richten op de vluchtelingen die hun heil zochten in Libanon, Turkije en Jordanië. Hun situatie is op termijn onhoudbaar. Hervestiging is geen regionale, geen Europese maar een mondiale opdracht. De honderdduizenden bootvluchtelingen die na 1975 Vietnam ontvluchtten leidden tot een samenhangende en integrale benadering onder auspiciën van de VN. Waarom gebeurt dat nu niet? Er zijn nog altijd te veel landen die hun verantwoordelijkheid niet nemen. En het budget voor regionale opvang van vluchtelingen is nog steeds maar voor 45% gefinancierd!

In de derde plaats moeten we het maatschappelijk draagvlak voor de opvang van vluchtelingen versterken en zichtbaar maken. Dat dwingt ons ook om reële problemen onder ogen te zien. De grootschaligheid en de onevenwichtige geografische spreiding van de opvang. De lange duur van de procedures. Tekortschietende huisvesting, onderwijsvoorzieningen en werkgelegenheid. Zeker, dat zijn primair taken voor de overheid. Maar kerken en maatschappelijke organisaties zullen actief moeten bijdragen door hun achterban te engageren. Media en journalisten zullen zich moeten beraden op hun eigen  verantwoordelijkheid. Dat geldt ook voor vakbonden en werkgevers, ook hun zichtbare engagement is gewenst.

De exodus waarover Scheffer spreekt doet niet alleen een beroep op ons geweten. Het komt ook aan op ons handelen. We moeten daarbij niet alleen de politiek aanspreken maar ook nagaan hoe wij in onze eigen omgeving een bijdrage kunnen leveren aan het bezweren van deze crisis.

Strijd tegen ISIS: “tactische stagnatie”

CDS@ATF ME

Uit het Midden Oosten komt weinig goed nieuws. Daarom viel het artikel in de Telegraaf op. “De veelvuldige inzet van Nederlandse F-16’s in Irak dwingt ISIS in het defensief” kopte de grootste ochtendkrant. De Nederlandse Commandant der Strijdkrachten Middendorp bezocht de in Jordanië gestationeerde Nederlandse vliegers. En hij is vastberaden, strijdvaardig en tevreden teruggekeerd. ISIS in het defensief. Dat is goed nieuws. Maar is er reden voor dit optimisme?

Middendorp stelt dat de coalitie “de opmars van ISIS [heeft] weten te stoppen”. ISIS is “in de verdediging gedrongen en lijdt zware verliezen.” De bewegingsvrijheid van de ISIS is “zwaar beperkt.” En dankzij de Nederlandse instructeurs worden in Irak “lokale militairen getraind tot special forces.” ISIS heeft in Irak “30% terrein in verstedelijkte gebieden” verloren.

Het beeld dat de Commandant der Strijdkrachten schetst komt me nogal rooskleurig voor. Daar heb ik geen enkel bewijs voor. Bovendien heeft Middendorp informatie waarover ik niet beschik. Maar het valt wel op dat militairen in Washington in een andere toonzetting over de strijd tegen ISIS spreken.

Afgelopen september waarschuwde de hoogste Amerikaanse commandant Generaal Dempsey nog dat de campagne tegen ISIS “tactisch gestagneerd is (…) vooral in Irak waar de gevechten rond Ramadi en Baiji voortduren”. Een maand eerder verklaarde zijn voorganger dat de bombardementen de offensieven van ISIS hebben getemperd maar dat grondtroepen noodzakelijk zijn om de “patstelling te doorbreken”.

De gerenommeerde Britse militaire denktank RUSI stelde in een recent rapport vast dat ISIS ondanks verliezen “wendbaar blijft en in staat is strategische steden, militaire bases evenals dammen, opslagplaatsen, olie- en gasvelden aan te vallen.”

En er zijn meer berichten die somber stemmen. Begin dit jaar sprak de Amerikaanse legervoorlichting nog optimistisch over de bevrijding van het door ISIS bezette Mosul. Dat zou dit voorjaar gebeuren. Maar elke planning bleek te optimistisch. En de troepenopbouw bleef maar achterlopen. Commentatoren stellen inmiddels vast dat “niemand meer over de bevrijding van Mosul spreekt”.

Ook met de training van het Irakese leger, Nederland levert daar ook een bijdrage aan, wil het niet echt vlotten. Sinds de val van Mosul weten we wat het Irakese leger waard is: 1.500 ISIS strijders joegen het Irakese garnizoen van 22.500 militairen op de vlucht. Het kostte 25 miljard dollar en 10 jaar om het Irakese leger op te bouwen en 10 uur om het te verslaan, zo valt in Irak te beluisteren.

Geen wonder dat Amerikaanse legerspecialisten er nu vanuit gaan dat het nog 20 (!) jaar duurt om het Irakese leger op te leiden. Dat is niet omdat er te weinig instructeurs zijn maar omdat er te weinig Irakese militairen zijn die de training willen volgen. Veel militairen verlaten de training bovendien voortijdig. Waarom? De Irakese militaire commandanten zien de zin van de trainingen niet in. Het Irakese leger ontbeert volgens RUSI “cohesie, motivatie en leiderschap”. Geen wonder dat de Spaanse Minister van de Defensie weigert om meer instructeurs naar Irak te sturen.

Desondanks blijft de internationale coalitie zijn technische “train-and-equip” programma’s uitrollen. Volgens RUSI gaat deze Westerse export van technologie en militaire structuur volledig voorbij aan de ideologische en menselijke karakter van de strijd in Irak. “Het Irakese leger kan alleen overwinnen indien het zelf een coherente identiteit en een gemeenschappelijk doel heeft, ontleend aan een veilige, niet-sektarische en representatieve regering”.

Ik wil niet beweren dat Middendorp voorbij gaat aan alle problemen. Ook hij stelt dat de strijd tegen ISIS “er eentje van lange adem” is. Maar het artikel in de Telegraaf kan de lezer gemakkelijk op het verkeerde been zetten. Je zou zomaar in de verleiding kunnen komen om optimistisch te zijn over de voortgang van de strijd tegen ISIS. Maar daar is helaas nog bitter weinig aanleiding voor.

MH17 en Oekraïne: de lange en steile weg naar recht en vrede

864x486

Premier Rutte zou persoonlijk niet rusten. De onderste steen moest bovenkomen. De verantwoordelijken voor de crash van MH17 moesten opgespoord en bestraft worden. En Rusland moest door handelen aan Nederland bewijzen dat zij een onafhankelijk onderzoek ondersteunen. De premier sprak duidelijke taal tijdens de persconferentie naar aanleiding van de ramp met MH17. Daar zat geen woord Spaans bij.

Het rapport van de Onderzoeksraad voor Veiligheid bevestigt en onderbouwt wat eigenlijk al lang bekend was. MH17 is neergeschoten met een Buk-raket vanuit het oorlogsgebied in oosterlijk Oekraïne.

Het onderzoeksrapport is niet meer dan de eerste horde op de lange en steile weg die moet leiden naar berechting van de daders. Het Openbaar Ministerie moet nu eerst het wettige en overtuigende bewijs van daderschap rond krijgen. Wie gaf opdracht tot het neerhalen van MH17 en wie voerden deze opdracht uit?

Het leveren van een sluitende bewijsvoering zal een enorme uitdaging zijn. De kans is groot dat bewijsmateriaal dat naar de opdrachtgever wijst afwezig of vernietigd is. Getuigen zullen schaars en bang zijn. En daders mogelijk onvindbaar of dood.

Maar zelfs als het bewijs van daderschap geleverd kan worden, is er nog een derde horde te nemen: de berechting. Poetin heeft, ondanks een herhaald en klemmend beroep van premier Rutte, berechting van de daders door een VN-tribunaal met een veto geblokkeerd.

Dat maakt dat de kans op berechting van de daders pijnlijk klein is. Berechting door het Internationaal Strafhof is niet waarschijnlijk want het hof is noch door Rusland noch door Oekraïne en Maleisië erkend. Medewerking aan een gemengd tribunaal – op te richten door de meest betrokken landen– is een optie, maar Rusland zal daaraan echt geen medewerking verlenen.

En berechting in Nederland is minder makkelijk dan gedacht. Er bestaat weliswaar een uitleveringsverdrag tussen Nederland en Rusland maar daarin is een belangrijke uitzonderingsbepaling opgenomen. Moskou hoeft geen landgenoten uit te leveren. En juristen waarschuwen dat een berechting in afwezigheid van de daders de legitimiteit van het vonnis ondermijnt.

Wat te doen als de waarheid rond MH17 nooit geheel en onomstreden boven water komt? Als de daders nooit hun straf krijgen? Als Rusland onafhankelijk onderzoek en berechting doelbewust blijft frustreren? Zullen de nabestaanden ooit gerechtigheid krijgen? Natuurlijk hebben de nabestaanden daar recht op. En het is goed dat de premier zich hiervoor persoonlijk blijft inspannen. Maar er bestaat reële kans dat zijn persoonlijke belofte onhaalbaar blijkt. Dat zou bijzonder pijnlijk zijn voor de nabestaanden. En het zal mogelijk consequenties (moeten?) hebben voor onze handelsrelatie met Rusland.

Is daarmee alles gezegd en alles gedaan? Ik denk het niet. Robbert van Heijningen verloor zijn broer, schoonzus en neefje bij de MH17-ramp. In een actualiteitenrubriek zei hij recentelijk: “Eigenlijk maken we ons in Nederland voornamelijk druk over het al dan niet vervolgen van de daders van MH17. We hebben het totaal niet meer over wat er daar daadwerkelijk gebeurt. Mensen die sterven daar elke dag.”

Het is ronduit indrukwekkend dat Robbert van Heijningen over zijn eigen verdriet heen ook aandacht vraagt voor de grondoorzaak van de ramp met MH17: de oorlog in Oekraïne. Passagiers van MH17 en burgerdoden in Oekraïne, ze zijn samen slachtoffer van het oorlogsgeweld. Het verdriet van de nabestaanden van MH17 over de dood van hun geliefden is daarmee nauw verbonden met het verdriet van de nabestaanden van de even onschuldige burgers in Oekraïne. Het beëindigen van de oorlog in Oekraïne is van grote betekenis: niet alleen voor de nabestaanden van de 8.000 doden die inmiddels in Oekraïne zijn gevallen maar, misschien meer dan we beseffen, ook voor de nabestaanden van MH17.

“We hebben het totaal niet meer over wat er daar daadwerkelijk gebeurt”. Misschien moet premier Rutte persoonlijk ook niet rusten voordat het oorlogsgeweld in Oekraïne is beëindigd. Misschien moet Nederland, juist tegen deze tragische achtergrond, actief bijdragen aan vrede en veiligheid in Oekraïne.