Trump: een verdeeld huis blijft niet overeind

636142396917815177-ap-germany-2016-us-electionIn 1858 sprak de latere Amerikaanse president Abraham Lincoln de Republikeinse Conventie toe. Een sleutelzin in zijn speech was: “A house divided against itself cannot stand.” Hij verwees daarmee naar een door slavernij verdeelde samenleving. Zo’n tegen zichzelf verdeeld huis kan niet blijven staan.

De Amerikaanse verkiezingen roepen herinneringen op aan dit beeld van een samenleving als een tegen zichzelf verdeeld huis. Een huis dat door Trump in brand is gestoken. De verkiezingsuitslag maakt duidelijk hoe diep de Amerikaanse samenleving verdeeld is langs raciale en economische scheidslijnen. De verkiezing van Trump maakt ook duidelijk hoezeer de politieke elite vervreemd is geraakt van burgers die onzeker zijn over hun toekomst en zich zorgen maken over die van hun kinderen.

Het nieuws over de overwinning van de politiek onervaren Trump op de gepokt en gemazelde Clinton is ook in Europa ingeslagen als een bom. Er bestaan terechte zorgen over de buitenlandpolitiek van Trump. Zijn plannen zijn vooral onbekend en daarmee onvoorspelbaar. Maar zijn verkiezingsretoriek belooft weinig goeds. Wat zagen we allemaal voorbij komen? Trump zinspeelt op het gebruik van kernwapens. Hij ligt niet wakker van de aanschaf van kernwapens door Japan en Zuid-Korea. Trump beschouwt een aanval op één van de Europese NAVO-landen niet perse als een aanval op Amerika. Trump wil de relaties met Poetin aanhalen en best samenwerken met Assad bij de bestrijding van ISIS. Trump wil ISIS tot stof bombarderen. Trump wil af van het klimaatverdrag van Parijs en de nucleaire deal met Iran. Trump houdt van oorlog.

Natuurlijk, verkiezingsretoriek van kandidaat Trump moeten we niet verwarren met beleid van president Trump. Maar de voortekenen zijn onheilspellend. De min of meer gereserveerde felicitaties aan het adres van Trump verhullen nauwelijks de nervositeit onder Amerika’s bondgenoten. En intussen klinken er ook welwillende reacties op de verkiezing van Trump in Moskou en Damascus.

De huivering waarmee de overwinning van Trump in Europa is ontvangen heeft echter nog een andere oorzaak. Trump heeft aansluiting gevonden bij een al langer bestaande onderstroom van onvrede en onzekerheid. Dat sentiment leeft niet alleen in de Amerikaanse maar ook in de Europese samenlevingen. Er staan in 2017 verkiezingen op stapel. Niet alleen in Nederland maar ook in Frankrijk en Duitsland. Wat staat er nog meer te gebeuren? En kan Europa ook een tegen zichzelf verdeeld huis worden?

Populistische partijen zien in de overwinning van Trump een bewijs dat zij kiezers kunnen winnen met het zaaien van angst, verdeeldheid en haat. De politieke elite heeft daar nog geen adequaat antwoord op gevonden. Gevestigde politieke partijen zijn na Brexit opnieuw overrompeld door een verkiezingsuitslag. Ze reageren overwegend angstvallig.

Trump mag er ervan overtuigd zijn dat het zaaien van angst en verdeeldheid een politieke strategie is die zich heeft uitbetaald in een verkiezingsoverwinning en het pad effent naar een opnieuw groot Amerika. Maar dat is een illusie. Want Lincoln heeft natuurlijk gelijk. Een tegen zichzelf verdeeld huis blijft niet overeind. Een tegen zichzelf verdeelde samenleving gaat ten gronde.

Het is frappant dat Merkel haar felicitatie aan het adres van Trump vooraf liet gaan door een opsomming van waarden die volgens haar de basis moeten vormen voor internationale samenwerking, ook met Amerika. Zij heeft gelijk. De immense uitdagingen op het gebied van klimaat, oorlog, armoede, ongelijkheid, vluchtelingen en migranten vragen om een waardengedreven buitenlandpolitiek. Een politiek die menselijke waardigheid als uitgangspunt kiest in plaats van blind eigenbelang. Een politiek die verbindt in plaats van verdeelt. Een politiek die bruggen bouwt in plaats van muren opricht.

Het realiseren van zo’n waardengedreven buitenlandpolitiek is natuurlijk primair de taak van gekozen regeringen. Maar zonder steun vanuit de samenleving komt daar niets van terecht. Een waardengedreven politiek begint immers met een samenleving die niet langer in een verdeeld huis wil leven. Een samenleving waarbinnen burgers verbinding zoeken en een appel doen op politieke leiders. Een appel om hun angstvalligheid te laten varen, om verdeeldheid te overwinnen en zich te richten op samenwerking bij het aanpakken van de immense uitdagingen waarvoor wij in deze tijd staan. In onze eigen samenlevingen en in de wereld. En natuurlijk moeten zij daarbij ook daadwerkelijke luisteren naar en oplossingen formuleren voor al die mensen die zich bezorgd afvragen wat de toekomst voor hen in petto heeft.

De verkiezing van Trump is een wake-up call voor iedereen die begrijpt dat een verdeeld huis niet overeind blijft. En wie begrijpt dat eigenlijk niet? Maar let op. Voor het overwinnen van verdeeldheid moet niet alleen de politiek maar ook de samenleving zijn verantwoordelijkheid nemen. Daarbij hebben maatschappelijke organisaties zoals PAX ook een bijdrage te leveren.

Lincoln pleitte voor de overwinning van de interne verdeeldheid in het Amerikaanse huis. En hij wist mensen daarvan te overtuigen: “We shall not fail — if we stand firm, we shall not fail.” Het overwinnen van verdeeldheid is nu opnieuw nodig. In Amerika. Maar ook in Europa en in Nederland. En dat is mogelijk als we dat samen willen.

Er is meer nodig dan een nieuwe wapenwedloop

imrs.php

De voorbereidingen voor de begroting 2016 zijn in volle gang. En het moge duidelijk zijn: defensie wil meer geld. Een bonte verzameling van columnisten, specialisten en analisten, van oud-ministers, oud-militairen en oud-vredesbewegers pleiten in een heus manifest voor de verkommerde krijgsmacht. De ondertekenaars – 37 mannen en één (!) vrouw – komen tot een in hun ogen onontkoombare conclusie: 1,5 miljard erbij anders lopen we gevaar. En zij krijgen mooi getimed bijval van de Adviesraad voor Internationale Vraagstukken: 3,5 miljard erbij “voor acute tekortkomingen van de krijgsmacht”. Iedereen lijkt het eens met elkaar te zijn. Nu alleen het geld nog.

Het besef dat er geinvesteerd moet worden in de krijgsmacht is nieuw noch revolutionair. Zo stelde ook PAX al in 2010 dat Nederland moet investeren in het voortzettingsvermogen van de krijgsmacht. In wapens en onderdelen die voor de bescherming van burgers essentieel zijn zoals gendarmerie die politietaken uitvoert, special forces, tactische transportcapaciteit en intelligence.

Toch overtuigt het manifest niet. En dat komt niet enkel doordat een aantal van de ondertekenaars politiek verantwoordelijk is geweest voor de bezuinigingen die zij nu vanuit hun leunstoel bekritiseren. In de kern komt het manifest hierop neer: “Het vermogen [om] met politieke middelen internationale veiligheid tot stand te brengen kan niet zonder een geloofwaardige militaire component.” In deze zin liggen echter enkele kwestieuze aannames besloten.

De eerste is dat er internationale consensus zou bestaan over een politieke strategie die essentieel is voor een effectieve inzet van de krijgsmacht. Maar die consensus ontbreekt. Er bestaan diepgaande meningsverschillen binnen de NAVO, EU en VN over de politieke benadering van zo’n beetje alle crises die in het manifest worden opgevoerd als argumenten voor verhoging van het defensiebudget.

De tweede aanname is dat er politieke bereidheid zou bestaan om de krijgsmacht daadwerkelijk in te zetten. Maar voor veel landen binnen de NAVO en de EU is militaire confrontatie nog altijd de slechts denkbare optie voor landen die economisch sterk met elkaar verweven zijn. Binnen NAVO zijn landen tot op het bot verdeeld over een militaire escalatie in reactie op Poetin. En ook de politieke bereidheid om de krijgsmacht in te zetten voor crisisbeheersing en de bescherming van burgers is tanende.

De derde aanname is dat de krijgsmacht effectief kan bijdragen aan het bezweren van conflicten die vrijwel altijd een complexe politieke oorzaak hebben. Er valt veel te zeggen over de militaire interventies in Irak, Afghanistan en Libie, maar niet dat deze een doorslaand succes waren. Door het ontbreken van politieke strategie hebben deze militaire interventies juist bijgedragen aan de huidige instabiliteit. Is meer geld voor defensie een effectief antwoord op de ideologie van ISIS, op de ‘groene mannetjes’ in Oekraine?

Het manifest gaat opzichtig enkele cruciale onderwerpen uit de weg. Geen woord over de politieke visie op veiligheid en defensie en over het profiel van de krijgsmacht. Het manifest spreekt over de vele bedreigingen die ons omringen maar zwijgt over de waarden en belangen die in het geding zijn en de basis moeten vormen voor buitenlandbeleid. Het blijft onduidelijk welke invulling het manifest geeft aan het Nederlandse belang dat moet worden verdedigd. Gaat het enkel om onze veiligheid en die van onze bondgenoten? Moeten onze economische belangen en onze welvaart verdedigd worden? Staat de collectieve en duurzame internationale veiligheid centraal? Willen wij bijdragen aan de internationale rechtsorde en de bescherming van mensenrechten?

Veelzeggend is verder dat het manifest vaag blijft over het profiel dat de krijgsmacht moet hebben. Willen de opstellers vasthouden aan een veelzijdig inzetbare krijgsmacht of is, mede gelet op de beperkte financiele ruimte, taakspecialisatie onvermijdelijk? PAX pleitte de afgelopen jaren voor de krijgsmacht als robuuste ‘beschermingsmacht’. Het manifest hint op een snelle inzetbaarheid en het expedionaire karakter van de krijgsmacht. Maar er wordt geen uitdrukkelijke keuze gemaakt voor een realistisch profiel voor de krijgsmacht.

Het manifest maakt evenmin duidelijk waar de krijgsmacht nu eigenlijk ingezet zou kunnen worden. Het manifest spreekt over een “reeks van risico’s voor de stabiliteit die alert en doelgericht moeten worden aangepakt.” Genoemd worden Rusland, Afrika, het Verre Oosten en de periferie van Europa. Maar vooral Rusland wordt opgevoerd als een acute dreiging.

Maar de opstellers willen toch niet suggereren dat Rusland een militair overwicht heeft tegenover een in alle opzichten superieure NAVO? De AIV stelt onomwonden dat “er geen directe bedreiging bestaat van (…) Europa als geheel”. Het manifest laat na om, in aansluiting op de Amerikaanse VN-ambassadeur Samantha Power, een lans te breken voor een grotere deelname van Nederland aan VN-missies. Misschien menen de opstellers net als de AIV dat “de oplossing van conflicten in de MENA (Midden-Oosten en Noort-Afrika)-regio vooral de verantwoordelijkheid is van de landen zelf.”

Het manifest wil meer geld maar het blijft onduidelijk welke politieke visie hieraan ten grondslag ligt, welk krijgsmachtprofiel de ondertekenaars voor ogen hebben, waar die krijgsmacht zou kunnen worden ingezet, waarvoor het extra geld gebruikt wordt. Het debat over de krijgsmacht wordt al lang te zeer bepaald door breed uitgemeten dreigingen en onsamenhangende besluiten over middelen en materieel. Het is jammer dat het manifest daaraan niet geheel weet te ontsnappen.

Een krijgsmacht die gespecialiseerd is als robuuste beschermingsmacht kan èn bijdragen aan de internationale rechtsorde èn aan de verdediging van eigen en bondgenootschappelijk grondgebied. Een krijgsmacht met dit profiel kan veel meer in VN-verband in Afrika worden ingezet voor de bescherming van burgers. Maar dan moeten er ook keuzes gemaakt worden. Materieel dat niet past bij een beschermingsmacht moet worden afgestoten. En ja, Nederland moet waar nodig ook investeren in het voortzettingsvermogen en materieel dat essentieel is voor de bescherming van burgers.

Maar vooral nodig is het vergroten van de inspanningen voor conflictpreventie en conflictoplossing. Nederland moet veel meer investeren in het versterken van diplomatie en bevorderen van politieke oplossingen. In de opbouw van responsieve overheden en de veerkracht van civiele samenlevingen. Want in een wereld vol hybride bedreigingen kan een nieuwe wapenwedloop niet ons eigenlijke en enige antwoord zijn – of we dat nu leuk vinden of niet.

[Ook gepubliceerd op oneworld.nl]