Bevrijding Fallujah: groundhog day?

A still image from video released June 6, 2016 shows Iraqi families attempting to escape the besieged city of Falluja, Iraq, by crossing the Euphrates river, June 3, 2016. via REUTERS TV   - RTSG96W

Iraqi families attempting to escape the besieged city of Falluja, Iraq, by crossing the Euphrates river, June 3, 2016. via REUTERS TV

ISIS verliest terrein. Stadjes in de omgeving van Falluja zijn al bevrijd. Het Irakese leger en Sjiitische paramilitaire eenheden drijven de laatste ISIS strijders uit Fallujah. Ze kregen daarbij luchtsteun van de internationale coalitie waaronder ook Nederlandse F16’s. Is de bevrijding van Fallujah een keerpunt in de strijd tegen ISIS? Of kijken we naar een Grondhog Day scenario?

Fallujah vormt al sinds de Amerikaanse inval in Irak in 2003 een brandpunt van de oorlog in Irak. Amerikaanse mariniers vochten er intensief. Zij patrouilleerden er in de nacht en trapten er vele huisdeuren in op zoek naar extremisten. Zij betaalden daarvoor een hoge prijs, net als de stad en zijn inwoners. Fallujah is in 2004 door Al Qaida veroverd, in 2007 weer bevrijd en in 2014 weer door ISIS ingenomen.

Fallujah is een strategisch stad. Het ligt in een overwegend soennitische regio die al lange tijd gemarginaliseerd wordt. De inwoners staan wantrouwend, zo niet vijandig tegenover de Sjiitische regering van Bagdad. Onder Saddam Hoessein woonden er veel aanhangers van de door de Amerikanen verboden soennitische Baath partij. De stad ligt dichtbij Bagdad, waar ISIS de laatste maanden veel zelfmoordaanslagen pleegde, en nabij belangrijke en symbolische Siitische plaatsten als Karbala. Dat verklaart waarom de Irakese regering nu alle kaarten zet op de bevrijding van Fallujah.

Op Vice News is een documentaire te zien over de verovering van dorpen en steden in de omgeving van Fallujah. Vice News reisde embedded mee met de Irakese elitetroepen van de Gouden Divisie. Je ziet hoe de Irakese troepen zich richting Fallujah vechten en onderweg op hinderlagen en boobytraps stuiten. De grootste uitdaging vormt echter het scheiden van aanhangers van ISIS van de onschuldige burgers. Naarmate de elitetroepen dichterbij Fallujah komen stuiten ze een op groeiend wantrouwen van de bevrijde bevolking.

De Irakese commandant doet werkelijk zijn best om de harten en hoofden van de soennitische bevolking te winnen. Maar hij maakt zich zorgen over de toekomst. Want sjiitische paramilitairen gaan de orde handhaven in de door zijn elitetroepen bevrijde gebieden. Zij vechten niet voor de eenheid van Irak maar voor de macht van hun shiitische gemeenschap. En zij maken zich daarbij schuldig aan machtsmisbruik en mensenrechtenschendingen. Zij arresteren, molesteren en vermoorden onschuldige burgers.

De bevrijding van Fallujah brengt daarom grote risico’s met zich mee. Luitenant Kolonel Scott Mann vocht zelf in Irak. Hij is ervan overtuigd dat de bevrijding van Fallujah “op korte termijn verlichting van het ISIS-geweld maar op lange termijn een ramp” zal veroorzaken. Een ramp omdat het geweld van het Irakese leger en de Sjiitische paramilitairen de soennitische bevolking enkel meer in de armen van ISIS zal drijven, niet alleen in Irak maar ook in Syrië. Het verdrijven van ISIS uit Fallujah zonder vredesopbouwplan zal ISIS in de kaart spelen. “Zij hebben een plan – wij niet.”

Fallujah bevrijden vergt meer dan het verslaan van ISIS. Het is niet de eerste keer dat Fallujah bevrijd wordt. En het zal niet de eerste keer zijn dat de bevrijders er niet in slagen de stad te besturen en het vertrouwen van zijn inwoners te winnen. Daarom spreekt Michael Knights van het Washington Institute of Near East Policy van een Groundhog Day scenario. Hij verwijst daarbij naar de Amerikaanse filmkomedie waarin de hoofdpersoon elke dag exact hetzelfde opnieuw beleefd.

De inwoners van Fallujah hebben terechte grieven. Het adresseren daarvan vergt geen militaire middelen maar een post-ISIS plan. Een plan dat hen uitzicht biedt op een volwaardige plaats in de Irakese samenleving, waar plaats is voor alle Irakezen en waar sprake is van een inclusief bestuur. En dat plan ontbreekt.

Als de bevrijding van Fallujah het scenario van Groundhog Day volgt dan zou dat inderdaad een ramp zijn. In de eerste plaats voor de soennitische inwoners van Irak en Syrië. Maar daarmee ook voor de strijd tegen ISIS. Dat besef klinkt nog niet door in de berichtgeving over de betrokkenheid van onze F16’s bij de bevrijding van Fallujah.

Eerder gepubliceerd door One World

Strijd tegen ISIS: “tactische stagnatie”

CDS@ATF ME

Uit het Midden Oosten komt weinig goed nieuws. Daarom viel het artikel in de Telegraaf op. “De veelvuldige inzet van Nederlandse F-16’s in Irak dwingt ISIS in het defensief” kopte de grootste ochtendkrant. De Nederlandse Commandant der Strijdkrachten Middendorp bezocht de in Jordanië gestationeerde Nederlandse vliegers. En hij is vastberaden, strijdvaardig en tevreden teruggekeerd. ISIS in het defensief. Dat is goed nieuws. Maar is er reden voor dit optimisme?

Middendorp stelt dat de coalitie “de opmars van ISIS [heeft] weten te stoppen”. ISIS is “in de verdediging gedrongen en lijdt zware verliezen.” De bewegingsvrijheid van de ISIS is “zwaar beperkt.” En dankzij de Nederlandse instructeurs worden in Irak “lokale militairen getraind tot special forces.” ISIS heeft in Irak “30% terrein in verstedelijkte gebieden” verloren.

Het beeld dat de Commandant der Strijdkrachten schetst komt me nogal rooskleurig voor. Daar heb ik geen enkel bewijs voor. Bovendien heeft Middendorp informatie waarover ik niet beschik. Maar het valt wel op dat militairen in Washington in een andere toonzetting over de strijd tegen ISIS spreken.

Afgelopen september waarschuwde de hoogste Amerikaanse commandant Generaal Dempsey nog dat de campagne tegen ISIS “tactisch gestagneerd is (…) vooral in Irak waar de gevechten rond Ramadi en Baiji voortduren”. Een maand eerder verklaarde zijn voorganger dat de bombardementen de offensieven van ISIS hebben getemperd maar dat grondtroepen noodzakelijk zijn om de “patstelling te doorbreken”.

De gerenommeerde Britse militaire denktank RUSI stelde in een recent rapport vast dat ISIS ondanks verliezen “wendbaar blijft en in staat is strategische steden, militaire bases evenals dammen, opslagplaatsen, olie- en gasvelden aan te vallen.”

En er zijn meer berichten die somber stemmen. Begin dit jaar sprak de Amerikaanse legervoorlichting nog optimistisch over de bevrijding van het door ISIS bezette Mosul. Dat zou dit voorjaar gebeuren. Maar elke planning bleek te optimistisch. En de troepenopbouw bleef maar achterlopen. Commentatoren stellen inmiddels vast dat “niemand meer over de bevrijding van Mosul spreekt”.

Ook met de training van het Irakese leger, Nederland levert daar ook een bijdrage aan, wil het niet echt vlotten. Sinds de val van Mosul weten we wat het Irakese leger waard is: 1.500 ISIS strijders joegen het Irakese garnizoen van 22.500 militairen op de vlucht. Het kostte 25 miljard dollar en 10 jaar om het Irakese leger op te bouwen en 10 uur om het te verslaan, zo valt in Irak te beluisteren.

Geen wonder dat Amerikaanse legerspecialisten er nu vanuit gaan dat het nog 20 (!) jaar duurt om het Irakese leger op te leiden. Dat is niet omdat er te weinig instructeurs zijn maar omdat er te weinig Irakese militairen zijn die de training willen volgen. Veel militairen verlaten de training bovendien voortijdig. Waarom? De Irakese militaire commandanten zien de zin van de trainingen niet in. Het Irakese leger ontbeert volgens RUSI “cohesie, motivatie en leiderschap”. Geen wonder dat de Spaanse Minister van de Defensie weigert om meer instructeurs naar Irak te sturen.

Desondanks blijft de internationale coalitie zijn technische “train-and-equip” programma’s uitrollen. Volgens RUSI gaat deze Westerse export van technologie en militaire structuur volledig voorbij aan de ideologische en menselijke karakter van de strijd in Irak. “Het Irakese leger kan alleen overwinnen indien het zelf een coherente identiteit en een gemeenschappelijk doel heeft, ontleend aan een veilige, niet-sektarische en representatieve regering”.

Ik wil niet beweren dat Middendorp voorbij gaat aan alle problemen. Ook hij stelt dat de strijd tegen ISIS “er eentje van lange adem” is. Maar het artikel in de Telegraaf kan de lezer gemakkelijk op het verkeerde been zetten. Je zou zomaar in de verleiding kunnen komen om optimistisch te zijn over de voortgang van de strijd tegen ISIS. Maar daar is helaas nog bitter weinig aanleiding voor.

F-16’s in een militaire actie met open-einde en onduidelijke bewegende doelen

images-3Nederland zal met F-16’s bijdragen aan de ‘uitroeiing’ van ISIS. Dat zal het kabinet besluiten. Zo’n besluit kan rekenen op steun in de Tweede Kamer. Veel Kamerleden toonden zich al geschokt bij de gedachte dat Nederland niet zou deelnemen aan de bombardementsvluchten op ISIS. Het meedogenloos geweld van ISIS is afschuwwekkend. Morele verontwaardiging is op zijn plaats maar geen voldoende onderbouwing van een nieuwe militaire interventie. De wens om ISIS ‘uit te roeien’ met bombardementen en het ongefundeerde geloof dat dit kan is frappant, zo niet roekeloos.

ISIS is niet de oorzaak van de crisis in Irak en Syrië maar het resultaat daarvan. ISIS floreert op eerdere militaire mislukkingen en politieke nalatigheid. ISIS kon het machtsvacuüm in Syrië vullen mede dankzij het falen van de internationale gemeenschap. ISIS kon profiteren van het sektarische beleid van de regering in Bagdad die ondanks geweld tegenover de soennitische minderheid steeds voldoende steun kreeg van het westen. ISIS kon rekenen op financiële steun uit ondermeer Saoedi-Arabië waarmee het westen ondanks publieke onthoofdingen politiek en economisch samenwerkt.

De VS heeft sinds 11 september 2001 ruim 94.000 luchtaanvallen uitgevoerd in Afghanistan en Irak maar ook in Libië, Pakistan, Jemen en Somalië. Hebben deze luchtacties een politieke oplossing in deze landen dichterbij gebracht? Wie vandaag naar Bagdad, Kabul of Tripoli kijkt weet het antwoord. De bombardementen hebben wel duizenden burgerslachtoffers veroorzaakt en mede daardoor het geweld aangewakkerd en nieuwe rekruten opgeleverd voor extremistische groeperingen.

Wie aarzelt over de wijsheid van de door Obama aangekondigde militaire campagne die IS moet vernietigen is naïef en plaatst zich buiten de politieke realiteit, zo lijkt het. Maar dat is de omgekeerde wereld. De pleitbezorgers van ongeconditioneerde steun voor het wegbombarderen van ISIS hebben iets uit te leggen. Uit alle interventies komt een les keer op keer naar voren: militaire acties met een open-einde en onduidelijke en bewegende doelen leiden tot escalatie van geweld terwijl een overwinning een illusie blijft.

PAX vindt dat militaire interventies in Irak en Syrië alleen in uiterste omstandigheden en onder strikte voorwaarden zijn te verantwoorden om burgers te beschermen tegen een directe en acute dreiging van genocide of grootschalige schendingen tegen de menselijkheid of oorlogsmisdaden. Militair geweld kan noodzakelijk zijn om deze dreiging te stoppen en in te dammen. Toen Mosul onder voeten werd gelopen en Yazidi’s en andere minderheden door genocide bedreigd werden was militaire geweld tegen ISIS noodzakelijk en gerechtvaardigd. Maar het is een illusie te denken dat we met bombardementen een einde kunnen maken aan ISIS.

De bestrijding van ISIS vergt vooral een politieke strategie. De noodzakelijke ingrediënten daarvan zijn duidelijk: een regionale aanpak waaraan ook Iran meewerkt; een politieke oplossing voor Syrië zonder Assad; steun aan de Syrische oppositie; investeringen in de weerbaarheid van lokale gemeenschappen in Irak en Syrië; druk om te komen tot een responsieve regering in Bagdad die het vertrouwen van soennitische gemeenschappen herwint en stopt met het bombarderen van burgers; voorzorgsmaatregelen die moeten voorkomen dat geleverde wapens misbruikt of in verkeerde handen vallen. Daarover moet het politieke debat in het Tweede Kamer gaan.

Zonder een gemeenschappelijke, lang vol te houden en samenhangende politieke strategie stevenen we af op een nieuw debacle. Wie voor dat risico de ogen sluit is niet alleen naïef maar ook roekeloos.