Voedseldroppings: een brug te ver?

airdrop

Vandaag besluiten ouders in belegerde gebieden in Syrië welk kind zij te eten kunnen geven. Vandaag sterven daar kinderen van de honger en jongeren en ouderen aan ziekten die eenvoudig zijn te genezen. Vandaag opereren dokters met de meest primitieve instrumenten in het licht van fakkels. Vandaag sneuvelen activisten die zakken met bloed naar ziekenhuizen brengen door de kogels van scherpschutters.

Dat schrijven burgeractivisten over de uithongering in de 52 belegerde steden en gebieden in Syrië. Zij vragen de internationale gemeenschap burgers te beschermen tegen deze oorlogsmisdaden. “Dwing de VN om de belegering te doorbreken. En als voedselkonvooien niet door mogen, drop dan voedsel in de stervende steden.”

Uit de Siege Watch van PAX en het Syria Institute blijkt dat meer dan 1 miljoen mensen uitgehongerd worden. Resoluties van de VN Veiligheidsraad die oproepen tot onmiddellijke, veilige en ongehinderde toegang tot humanitaire hulp hebben geen effect. Onderhandelingen over de toegang van humanitaire hulp zijn de afgelopen vier jaar mislukt. De VN maakt geen gebruik van het mandaat om hulp over de linies heen naar belegerde gebieden te brengen.

Daarom groeit de kritiek. “De VN-hulp aan slachtoffers van hongerbelegeringen loopt aan de leiband van de hoofdverantwoordelijke van de nood: Assad.” Voor Syrische hulpverleners is de VN “van een symbool van hoop verworden tot een symbool van medeplichtigheid.” VN onder-Secretaris-Generaal voor Humanitaire Hulp Stephen O’Brien stelt dat we alle opties moeten overwegen. We moeten de impasse rond de belegerde gebieden doorbreken.

Tegen deze achtergrond is er debat op gang gekomen over de mogelijkheid van voedseldroppingen. De aarzelingen binnen de humanitaire gemeenschap zijn begrijpelijk. Voedseldroppingen zijn kostbaar, minder effectief in vergelijking met distributie over land en geen duurzame oplossing. Droppingen veronderstellen veilige gemarkeerde droppingzones en lokaal personeel dat een ordelijke distributie waarborgt.

Ook regeringen reageren tot nu toe terughoudend. Zij vinden droppingen vooral gevaarlijk. Wie zou er willen vliegen? Zo valt te beluisteren. En het is waar. Er zijn risico’s verbonden aan het droppen van voedsel in een ‘contested airspace’.

Maar daarmee is niet alles gezegd. In de belegerde gebieden zijn lokale raden en medische comités aanwezig. Zij vragen de VN voedsel te droppen. Zij moeten ook in staat geacht worden om droppingzones en distributie te organiseren.

En wat betreft de veiligheid. Gelden de risico’s die zijn verbonden aan het droppen van voedsel niet ook voor het bevoorraden van gewapende oppositietroepen vanuit de lucht? Bovendien, een vlucht naar het belegerde Madaya duurt niet langer dan 40 seconden boven Syrisch gebied. Dat verklaart misschien de nuchtere reactie van de Amerikaanse Air Force Secretary: “If we’re asked to do it, we have the access, we have the people, we know how to do air drops.” Dat geldt ook voor diverse Europese luchtmachten die hiervoor regelmatig trainen. De VN heeft landen intussen toestemming gegeven voedseldroppingen uit te voeren, ook zonder instemming van Assad.

Een besluit over voedseldropping als laatste redmiddel is vooral een politiek besluit. De argumenten voor zijn eerst en vooral humanitair van aard. Maar droppingen kunnen ook een ongekend krachtig politiek signaal afgeven. Een signaal dat de VN bevrijdt van zijn rol als burgemeester in oorlogstijd. Een signaal dat de Syrische bevolking niet aan hun lot overlaten wordt. Een signaal dat de Syrische oppositie Genève niet de rug moet toe keren, dat zij op steun van de internationale gemeenschap kan rekenen.

De komende dagen spreekt de Tweede Kamer over F16’s die ISIS in Syrië gaan bombarderen. Maar zou het debat niet ook moeten gaan over de humanitaire en politieke noodzaak van voedseldroppings?

Marcel Kurpershoek wees op de pijnlijke vergelijking die mensen in Syrië maken tussen collectieve falen in Syrië en in Srebrenica. Een bescheiden vergelijking gezien de omvang van het Syrische drama. Maar zou juist die vergelijking Nederland niet moeten aansporen om met gelijkgezinde landen binnen de VN een operationeel plan op te stellen voor het droppen van voedsel? Nu ook Aleppo een belegerde stad dreigt te worden is de urgentie alleen maar groter.

Bombarderen van bermbommen: verkeerde prioriteit

ap_madaya_06_jc_160121

“Landen die niet in staat zijn een zak brood of een blik melk te droppen voor de kinderen in Syrië die dood gaan in de belegerde gebieden, zijn niet in staat om vrede te stichten voor een volk in pijn.” Veel Syriërs herkennen zich in de bittere woorden van Mouaz al-Khateeb, de oud-voorzitter van de Syrische oppositie. Zij begrijpen ab-so-luut niet dat de internationale coalitie voorrang geeft aan het bombarderen van ISIS terwijl het massieve bombarderen en uithongeren van burgers door Assad ongehinderd doorgaat.

De Nederlandse regering wil ISIS niet in stedelijke gebieden bombarderen. Dat is maar goed ook want Raqqa wordt al meer dan genoeg gebombardeerd. Maar ook het bombarderen van de bermbom- en boobytrapfabrieken van ISIS gaat voorbij aan het sentiment dat Mouaz al-Khateeb zo wrang onder woorden brengt.

Het onbegrip over de verkeerde prioriteit van de internationale coalitie vormt voor de Syrische oppositie een enorm obstakel. Zij kunnen in Genève moeilijk deelnemen aan onderhandelingen en compromissen sluiten terwijl hun kinderen dood gaan in belegerde en gebombardeerde steden. Het onbegrip onder de Syrische bevolking ondermijnt het vertrouwen in de onderhandelingen. Dat verlamt niet alleen de Syrische oppositie. Het wakkert ook de radicalisering aan. En het versterkt de rekrutering van ISIS.

Zeker, de bombardementen doen ISIS pijn. Maar ze hebben geen doorslaggevend effect op de krachtsverhoudingen. Als we ISIS effectief willen bestrijden zullen we het vertrouwen van soennitische gemeenschappen moeten winnen. Gemeenschappen die, bij gebrek aan beter, hun toevlucht zochten bij ISIS. Dat vertrouwen is alleen te winnen met een geloofwaardig toekomstperspectief: een Syrië waar plaats is voor alle Syriërs. Daar moet het over gaan in Genève. Zodra soennitische gemeenschappen beseffen dat hun veiligheid en hun belangen beter verzekerd zijn bij een toekomstige regering zullen zij ISIS de rug toekeren. En dat zal een implosie van ISIS tot gevolg hebben.

In sommige gebieden slagen lokale gewapende groepen er met luchtsteun van de internationale coalitie in om ISIS terug te dringen. Maar de vreugde over deze bevrijding is van korte duur. Steeds blijkt dat er in de op ISIS veroverde gebieden nieuw sektarische geweld oplaait tussen Arabische bevolkingsgroepen en Koerdische strijders. Onder de bevrijde bevolking heerst er angst voor nieuw geweld en gedwongen verhuizing. De internationale coalitie beschikt over een overmacht aan militaire middelen, maar een robuust plan voor lokaal bestuur en vredesopbouw ontbreekt tot nu toe pijnlijk. En van monitoring van mensenrechten in bevrijde gebieden is ook geen sprake.

Er is inmiddels geen militair meer te vinden die gelooft dat ISIS alleen met bombardementen is te verslaan. Er is geen enkel alternatief voor de nog zo broze onderhandelingen in Genève, die nog voordat ze zijn begonnen al dreigen te stagneren. De allereerste prioriteit in Syrië is daarom niet het bestrijden van ISIS maar het de-escaleren van het oorlogsgeweld en het brengen van die zak brood en dat blik melk in belegerde steden. Dat is urgent noodzakelijk om een einde te maken aan het humanitair lijden, om te voorkomen dat nog meer mensen vluchten, om de onderhandelingen te laten slagen. Maar het is ook nodig voor een effectieve bestrijding van ISIS. Alleen als er een staakt-het-vuren komt kunnen alle partijen, die elkaar nu bevechten, zich richten op de bestrijding van ISIS.

Het besluit van de Nederlandse regering zal gelardeerd zijn met goede voornemens. Het bevat een steunpakket dat ten goede moet komen van de Syrische oppositie en de Syrische bevolking. En ja, natuurlijk is het belangrijk om te voorkomen dat door bermbommen en boobytraps nieuwe burgerslachtoffers vallen. Maar toch gaat ook het besluit van de Nederlandse regering voorbij aan de grootste nood en voornaamste prioriteit binnen Syrië. Het besluit draagt daarmee niet bij aan de start en het succes van de onderhandelingen in Genève, en het laat bovendien de bredere dynamiek die ISIS versterkt ongemoeid.

Het zou zeer welkom zijn als de Nederlandse regering als Europees voorzitter alles op alles zou zetten om die zak brood en dat blik melk in de belegerde steden te krijgen. Wat zou dat een krachtig signaal zijn aan al die Syrische burgers die zich aan hun lot overgelaten voelen. Het kan een eerste begin van vertrouwen wekken dat de internationale gemeenschap in Genève vrede kan stichten voor een volk in pijn.

Richard Holbrooke in Genève

Chappatte

Chappatte

Richard Holbrooke beschrijft in To end a war hoe moeizaam de onderhandelingen over beëindiging van de oorlog in Bosnië op gang komen. Het begint met de napkin shuttle, diplomatie op servet. Zes keer pendelt Holbrooke op en neer tussen de Servische en Bosnische president. Ze zitten aan aparte tafels in hetzelfde restaurant. Dat is al heel wat. Uiteindelijke komen ze een op een servet getekende corridor overeen tussen Sarajevo en het belegerde Gorazde.

In Genève zijn de onderhandelingen tussen de regering van Assad en de Syrische oppositie gestart. De vooruitzichten zijn weinig hoopgevend. Op een spotprent over de onderhandelingen in Genève meldt een vredesduif zich bij de vredesconferentie. Bij de ingang zien we de ruziënde  deelnemers, een radeloze John Kerry en een woedende Iraanse diplomaat. “Ik zie u niet op de gastenlijst staan” krijgt de vredesduif te horen.

Na de Koude Oorlog eindigen steeds meer oorlogen niet op het slagveld maar aan de onderhandelingstafel. Door het wegvallen van de steun van de twee supermachten blijken conflictpartijen te zwak voor het behalen van een overwinning op het slagveld. Tijdens de Koude Oorlog eindigden nog 75-100% van de oorlogen door een militaire overwinning. Na de Koude Oorlog eindigt 41% van de gewapende conflicten door onderhandelingen en 20% door een staakt het vuren.

Hoe zal dat met Syrië gaan? In Syrië bestrijden Assad en een verdeelde oppositie elkaar met steun van Amerika en Rusland en vele andere landen, zoals ten tijde van de Koude Oorlog. Maar alle conflictpartijen lijken te zwak voor een militaire overwinning, te sterk voor een militaire nederlaag en te verdeeld voor een onderhandelingsresultaat.

De internationale gemeenschap heeft drie mogelijkheden. Onderhandelen totdat er een vrede bereikt wordt die niet rechtvaardig is maar meer gerechtvaardigd dan voortzetting van de oorlog. Interveniëren met het doel burgers enigszins te beschermen tegen de meest ernstige internationale misdrijven. Of met een mengeling van onmacht en onverschilligheid handenwringend afwachten hoe de strijd verder zal verlopen.

Jammer dat Holbrooke inmiddels is overleden. Misschien had deze bulldozer iets kunnen bereiken. Een humanitaire corridor zou een hoopgevend eerste resultaat zijn. Holbrooke zou met zijn vuist op tafel slaan. “Waarom is er wel een corridor voor de afvoer van chemische wapens en geen corridor voor de aanvoer van humanitaire hulp!”