Mosul: overwinningsnederlaag?

A displaced woman who is fleeing from clashes holds her baby in Qayyarah

De lang aangekondigde slag om Mosul is begonnen. Zo’n 25.000 strijders staan vrijwel voor de poorten van Mosul, de laatste Irakese stad in handen van ISIS. Afgaande op de militaire krachtsverhoudingen zal ISIS de strijd verliezen. Het kan weken, het kan maanden duren. Maar de val van Mosul lijkt onafwendbaar. Maar is daarmee de strijd tegen ISIS gewonnen en de oorlog in Irak teneinde? De vooruitzichten zijn ronduit somber.

De strijd om Mosul zal heftig en chaotisch zijn. ISIS heeft zich ingegraven en gijzelt de inwoners. Vooral in de nauwe straten van het oude stadscentrum en in het bestuurscentrum in het westen van de stad zal ISIS tot het bittere einde vechten. Daarbij kunnen veel burgerslachtoffers vallen. De bevrijding van Mosul zal triomfantelijk gevierd worden. Maar de prijs zal hoog zijn. En de ‘day-after’ ziet er rampzalig uit.

Hulporganisaties houden rekening met “de grootste humanitaire ramp in de recente geschiedenis”. Mogelijk zullen 1 miljoen mensen de stad ontvluchten. De VN deed deze zomer een noodoproep. Er is $284 miljoen dollar nodig voor de eerste humanitaire opvang. Minder dan de helft van dit bedrag is toegezegd. Als er inderdaad 1 miljoen mensen uit Mosul vluchten dan heeft de VN nog eens $1,8 miljard per jaar nodig. Dat geld is er niet.

De inwoners uit Mosul kunnen na twee jaar bezetting door ISIS dus niet rekenen op voldoende humanitaire hulp. Waar de inwoners helaas wel op kunnen rekenen is wraak. Bij de bevrijding van Fallujah maakten het Irakese leger, de Koerdische Peshmerga en de shi’itische milities zich schuldig aan geweld, arrestatie en marteling van soennitische burgers. Dat blijkt ook uit onderzoek van Amnesty. “Ze sloegen mij en anderen met alles wat zij konden vinden: metalen staven, scheppen, pijpen, kabels…Ze liepen over ons heen met hun laarzen. (…) Ik zag twee mensen voor mijn ogen sterven. Anderen werden meegenomen waarna ik geweerschoten hoorden. Later rook ik ook een brandlucht.”

Ook de bevrijding van Mosul zal leiden tot een opleving van sektarisch geweld. Koerdische troepen en shi’itische milities mogen de stad niet binnentrekken ter voorkoming van wraakoefeningen. Maar het valt te bezien of deze maatregel volstaat. Er is geen  vredesopbouwplan, ingebed in een politieke strategie die de oorzaken van sektarische geweld aanpakt. Pijnlijk, want de sektarische grieven die leidden tot de opkomst van ISIS zijn de laatste jaren niet weggenomen maar eerder vergroot.

Er zijn ook geen voorbereidingen getroffen voor ‘transitional justice’. De kans is groot dat er net als in Fallujah executies op straat plaats gaan vinden. Ontheemden zullen daardoor niet durven terugkeren. Er ontbreekt ook een visie op lokaal bestuur waarin burgers het voortouw kunnen nemen. Dat zet de deur open voor militaire machtsstrijd. Er zijn uiteenlopende belangen en betwiste gebieden, en alle partijen zijn erop uit hun invloed te vergroten. Ook Turkije verliest zijn belangen in Irak niet uit het oog, dit tot groot ongenoegen van Bagdad en Washington.

Opleving van sektarische geweld vormt een bedreiging voor de eenheid van Irak. En ISIS zal daarop inspelen. De modus operandi van ISIS is, na verlies van veel grondgebied, veranderd. ISIS pleegt steeds meer terreuraanslagen en verrassingsaanvallen. Het geweld pookt de sektarische spanningen verder op. De deels door Iran gesteunde sji-itische milities, die zo’n twijfelachtige maar onmisbare rol speelden bij de verdrijving van ISIS, vallen niet onder het commando van de centrale regering in Bagdad. De milities zullen reageren op de aanslagen van ISIS en daarmee de chaos vergroten.

De veranderde modus operandi van ISIS verhoogt ook de kans op aanslagen buiten Irak, ook in Europa. De verwachting is bovendien dat veel buitenlandse ISIS-strijders, waaronder ruim 1.700 afkomstig uit Europa, zullen proberen terug te keren. Met de val van Mosul is het gevaar van aanslagen dus zeker niet bezworen. Integendeel.

Dat ISIS de strijd om Mosul militair zal verliezen staat vast. De bevrijding van Mosul heeft echter een hoge prijs: veel burgerslachtoffers, nog meer ontheemden en nieuw sektarisch geweld. Dat zal het geschonden vertrouwen van de soennitische gemeenschappen verder ondermijnen. En dat is rampzalig voor Mosul, Irak en Europa. Want ISIS is pas definitief verslagen als de soennitische gemeenschappen weer vertrouwen in de toekomst krijgen. De val van Mosul dreigt een overwinningsnederlaag te worden.

Bevrijding Fallujah: groundhog day?

A still image from video released June 6, 2016 shows Iraqi families attempting to escape the besieged city of Falluja, Iraq, by crossing the Euphrates river, June 3, 2016. via REUTERS TV   - RTSG96W

Iraqi families attempting to escape the besieged city of Falluja, Iraq, by crossing the Euphrates river, June 3, 2016. via REUTERS TV

ISIS verliest terrein. Stadjes in de omgeving van Falluja zijn al bevrijd. Het Irakese leger en Sjiitische paramilitaire eenheden drijven de laatste ISIS strijders uit Fallujah. Ze kregen daarbij luchtsteun van de internationale coalitie waaronder ook Nederlandse F16’s. Is de bevrijding van Fallujah een keerpunt in de strijd tegen ISIS? Of kijken we naar een Grondhog Day scenario?

Fallujah vormt al sinds de Amerikaanse inval in Irak in 2003 een brandpunt van de oorlog in Irak. Amerikaanse mariniers vochten er intensief. Zij patrouilleerden er in de nacht en trapten er vele huisdeuren in op zoek naar extremisten. Zij betaalden daarvoor een hoge prijs, net als de stad en zijn inwoners. Fallujah is in 2004 door Al Qaida veroverd, in 2007 weer bevrijd en in 2014 weer door ISIS ingenomen.

Fallujah is een strategisch stad. Het ligt in een overwegend soennitische regio die al lange tijd gemarginaliseerd wordt. De inwoners staan wantrouwend, zo niet vijandig tegenover de Sjiitische regering van Bagdad. Onder Saddam Hoessein woonden er veel aanhangers van de door de Amerikanen verboden soennitische Baath partij. De stad ligt dichtbij Bagdad, waar ISIS de laatste maanden veel zelfmoordaanslagen pleegde, en nabij belangrijke en symbolische Siitische plaatsten als Karbala. Dat verklaart waarom de Irakese regering nu alle kaarten zet op de bevrijding van Fallujah.

Op Vice News is een documentaire te zien over de verovering van dorpen en steden in de omgeving van Fallujah. Vice News reisde embedded mee met de Irakese elitetroepen van de Gouden Divisie. Je ziet hoe de Irakese troepen zich richting Fallujah vechten en onderweg op hinderlagen en boobytraps stuiten. De grootste uitdaging vormt echter het scheiden van aanhangers van ISIS van de onschuldige burgers. Naarmate de elitetroepen dichterbij Fallujah komen stuiten ze een op groeiend wantrouwen van de bevrijde bevolking.

De Irakese commandant doet werkelijk zijn best om de harten en hoofden van de soennitische bevolking te winnen. Maar hij maakt zich zorgen over de toekomst. Want sjiitische paramilitairen gaan de orde handhaven in de door zijn elitetroepen bevrijde gebieden. Zij vechten niet voor de eenheid van Irak maar voor de macht van hun shiitische gemeenschap. En zij maken zich daarbij schuldig aan machtsmisbruik en mensenrechtenschendingen. Zij arresteren, molesteren en vermoorden onschuldige burgers.

De bevrijding van Fallujah brengt daarom grote risico’s met zich mee. Luitenant Kolonel Scott Mann vocht zelf in Irak. Hij is ervan overtuigd dat de bevrijding van Fallujah “op korte termijn verlichting van het ISIS-geweld maar op lange termijn een ramp” zal veroorzaken. Een ramp omdat het geweld van het Irakese leger en de Sjiitische paramilitairen de soennitische bevolking enkel meer in de armen van ISIS zal drijven, niet alleen in Irak maar ook in Syrië. Het verdrijven van ISIS uit Fallujah zonder vredesopbouwplan zal ISIS in de kaart spelen. “Zij hebben een plan – wij niet.”

Fallujah bevrijden vergt meer dan het verslaan van ISIS. Het is niet de eerste keer dat Fallujah bevrijd wordt. En het zal niet de eerste keer zijn dat de bevrijders er niet in slagen de stad te besturen en het vertrouwen van zijn inwoners te winnen. Daarom spreekt Michael Knights van het Washington Institute of Near East Policy van een Groundhog Day scenario. Hij verwijst daarbij naar de Amerikaanse filmkomedie waarin de hoofdpersoon elke dag exact hetzelfde opnieuw beleefd.

De inwoners van Fallujah hebben terechte grieven. Het adresseren daarvan vergt geen militaire middelen maar een post-ISIS plan. Een plan dat hen uitzicht biedt op een volwaardige plaats in de Irakese samenleving, waar plaats is voor alle Irakezen en waar sprake is van een inclusief bestuur. En dat plan ontbreekt.

Als de bevrijding van Fallujah het scenario van Groundhog Day volgt dan zou dat inderdaad een ramp zijn. In de eerste plaats voor de soennitische inwoners van Irak en Syrië. Maar daarmee ook voor de strijd tegen ISIS. Dat besef klinkt nog niet door in de berichtgeving over de betrokkenheid van onze F16’s bij de bevrijding van Fallujah.

Eerder gepubliceerd door One World

Het verdriet van België is ook ons verdriet

 

CeJE6rkW4AAEDeT

Wat een schok, wat een verdriet. Opnieuw aanslagen, dit keer in Brussel, in het hart van Europa. Het extremistisch geweld in onze eigen samenlevingen overrompelt ons keer op keer. De ontwrichtende uitwerking van terroristisch geweld. Het verdriet over de slachtoffers. De angst voor weer nieuw geweld. We kunnen en we zullen daar nooit aan wennen.

Het geweld confronteert ons keer op keer met de fundamentele kwetsbaarheid van onze samenleving en van ons eigen leven. Daar valt moeilijk mee te leven terwijl dat tot op zekere hoogte toch onvermijdelijk lijkt. De dreiging van geweld zal, zo moeten we vrezen, voor een langere tijd onderdeel zijn van dit tijdperk en daarmee van ons leven. De weerbaarheid van samenlevingen, van onszelf wordt opnieuw op de proef gesteld. We beseffen dat geen enkele samenleving immuun is voor geweld. Wel kunnen wij elkaar vasthouden en samen vastberaden zijn.

Het recent verschenen boek Blood Year gaat over ISIS en het falen van de oorlog tegen het terrorisme. Auteur David Kilcullen is een expert op gebied van terrorisme en onconventionele oorlogsvoering.  Hij waarschuwt voor het geweld in onze eigen samenleving. Deze dreiging vergt volgens Kilcullen in democratische landen vooral politiek leiderschap, wetshandhaving en publiek engagement.

Hij waarschuwt voor politieke reacties die leiden tot verdere marginalisering en vervreemding van jonge mensen in onze eigen samenleving. Dat moedigt de radicalisering alleen maar verder aan. Het gegeven dat de gemiddelde leeftijd van de nieuwe rekruten van ISIS zoveel lager is dan de aanhangers van Al Qaida vormt een krachtige waarschuwing. We moeten gemakzuchtige en generaliserende beschuldigingen aan het adres van Moslims vermijden en veroordelen.

Politieke leiders staan voor belangrijke keuzes. Hen zal de komende dagen opnieuw voorgehouden worden dat het bijtijds opsporen van geradicaliseerde extremisten meer bevoegdheden vergt voor inlichten- en veiligheidsdiensten. Wij zullen echter goed moeten overwegen hoeveel vrijheid we willen inleveren voor de wankele belofte dat onze veiligheid daarmee is gediend.

David Kilcullen trekt in zijn boek een vergaande conclusie. Na 15 jaar oorlog tegen het terrorisme moeten we onder ogen zien dat deze oorlog tegen het terrorisme is mislukt. Het idee van president Bush was de terroristen ver weg te bestrijden zodat deze niet langer in staat zouden zijn in onze eigen samenleving geweld te gebruiken. We worden nu echter geconfronteerd met de boomerang effecten van deze oorlog tegen het terrorisme. Natuurlijk, we kunnen en mogen onze ogen niet sluiten voor de reële bedreigingen. Maar het wordt langzamerhand urgent noodzakelijk om de strijd tegen extremisme en radicalisering kritisch te doordenken. Hoe moeilijk ook, we zullen moeten komen met een nieuwe aanpak die ook de grondoorzaken in beschouwing neemt.

Maar wat nu voorrang moet krijgen is het verdriet van België. Onze gedachten zijn nu eerst en vooral bij de nabestaanden. Bij al die mensen wier leven te vroeg gebroken is door geweld. Het verdriet van België is ook ons verdriet.

Voedseldroppings: een brug te ver?

airdrop

Vandaag besluiten ouders in belegerde gebieden in Syrië welk kind zij te eten kunnen geven. Vandaag sterven daar kinderen van de honger en jongeren en ouderen aan ziekten die eenvoudig zijn te genezen. Vandaag opereren dokters met de meest primitieve instrumenten in het licht van fakkels. Vandaag sneuvelen activisten die zakken met bloed naar ziekenhuizen brengen door de kogels van scherpschutters.

Dat schrijven burgeractivisten over de uithongering in de 52 belegerde steden en gebieden in Syrië. Zij vragen de internationale gemeenschap burgers te beschermen tegen deze oorlogsmisdaden. “Dwing de VN om de belegering te doorbreken. En als voedselkonvooien niet door mogen, drop dan voedsel in de stervende steden.”

Uit de Siege Watch van PAX en het Syria Institute blijkt dat meer dan 1 miljoen mensen uitgehongerd worden. Resoluties van de VN Veiligheidsraad die oproepen tot onmiddellijke, veilige en ongehinderde toegang tot humanitaire hulp hebben geen effect. Onderhandelingen over de toegang van humanitaire hulp zijn de afgelopen vier jaar mislukt. De VN maakt geen gebruik van het mandaat om hulp over de linies heen naar belegerde gebieden te brengen.

Daarom groeit de kritiek. “De VN-hulp aan slachtoffers van hongerbelegeringen loopt aan de leiband van de hoofdverantwoordelijke van de nood: Assad.” Voor Syrische hulpverleners is de VN “van een symbool van hoop verworden tot een symbool van medeplichtigheid.” VN onder-Secretaris-Generaal voor Humanitaire Hulp Stephen O’Brien stelt dat we alle opties moeten overwegen. We moeten de impasse rond de belegerde gebieden doorbreken.

Tegen deze achtergrond is er debat op gang gekomen over de mogelijkheid van voedseldroppingen. De aarzelingen binnen de humanitaire gemeenschap zijn begrijpelijk. Voedseldroppingen zijn kostbaar, minder effectief in vergelijking met distributie over land en geen duurzame oplossing. Droppingen veronderstellen veilige gemarkeerde droppingzones en lokaal personeel dat een ordelijke distributie waarborgt.

Ook regeringen reageren tot nu toe terughoudend. Zij vinden droppingen vooral gevaarlijk. Wie zou er willen vliegen? Zo valt te beluisteren. En het is waar. Er zijn risico’s verbonden aan het droppen van voedsel in een ‘contested airspace’.

Maar daarmee is niet alles gezegd. In de belegerde gebieden zijn lokale raden en medische comités aanwezig. Zij vragen de VN voedsel te droppen. Zij moeten ook in staat geacht worden om droppingzones en distributie te organiseren.

En wat betreft de veiligheid. Gelden de risico’s die zijn verbonden aan het droppen van voedsel niet ook voor het bevoorraden van gewapende oppositietroepen vanuit de lucht? Bovendien, een vlucht naar het belegerde Madaya duurt niet langer dan 40 seconden boven Syrisch gebied. Dat verklaart misschien de nuchtere reactie van de Amerikaanse Air Force Secretary: “If we’re asked to do it, we have the access, we have the people, we know how to do air drops.” Dat geldt ook voor diverse Europese luchtmachten die hiervoor regelmatig trainen. De VN heeft landen intussen toestemming gegeven voedseldroppingen uit te voeren, ook zonder instemming van Assad.

Een besluit over voedseldropping als laatste redmiddel is vooral een politiek besluit. De argumenten voor zijn eerst en vooral humanitair van aard. Maar droppingen kunnen ook een ongekend krachtig politiek signaal afgeven. Een signaal dat de VN bevrijdt van zijn rol als burgemeester in oorlogstijd. Een signaal dat de Syrische bevolking niet aan hun lot overlaten wordt. Een signaal dat de Syrische oppositie Genève niet de rug moet toe keren, dat zij op steun van de internationale gemeenschap kan rekenen.

De komende dagen spreekt de Tweede Kamer over F16’s die ISIS in Syrië gaan bombarderen. Maar zou het debat niet ook moeten gaan over de humanitaire en politieke noodzaak van voedseldroppings?

Marcel Kurpershoek wees op de pijnlijke vergelijking die mensen in Syrië maken tussen collectieve falen in Syrië en in Srebrenica. Een bescheiden vergelijking gezien de omvang van het Syrische drama. Maar zou juist die vergelijking Nederland niet moeten aansporen om met gelijkgezinde landen binnen de VN een operationeel plan op te stellen voor het droppen van voedsel? Nu ook Aleppo een belegerde stad dreigt te worden is de urgentie alleen maar groter.

Bombarderen van bermbommen: verkeerde prioriteit

ap_madaya_06_jc_160121

“Landen die niet in staat zijn een zak brood of een blik melk te droppen voor de kinderen in Syrië die dood gaan in de belegerde gebieden, zijn niet in staat om vrede te stichten voor een volk in pijn.” Veel Syriërs herkennen zich in de bittere woorden van Mouaz al-Khateeb, de oud-voorzitter van de Syrische oppositie. Zij begrijpen ab-so-luut niet dat de internationale coalitie voorrang geeft aan het bombarderen van ISIS terwijl het massieve bombarderen en uithongeren van burgers door Assad ongehinderd doorgaat.

De Nederlandse regering wil ISIS niet in stedelijke gebieden bombarderen. Dat is maar goed ook want Raqqa wordt al meer dan genoeg gebombardeerd. Maar ook het bombarderen van de bermbom- en boobytrapfabrieken van ISIS gaat voorbij aan het sentiment dat Mouaz al-Khateeb zo wrang onder woorden brengt.

Het onbegrip over de verkeerde prioriteit van de internationale coalitie vormt voor de Syrische oppositie een enorm obstakel. Zij kunnen in Genève moeilijk deelnemen aan onderhandelingen en compromissen sluiten terwijl hun kinderen dood gaan in belegerde en gebombardeerde steden. Het onbegrip onder de Syrische bevolking ondermijnt het vertrouwen in de onderhandelingen. Dat verlamt niet alleen de Syrische oppositie. Het wakkert ook de radicalisering aan. En het versterkt de rekrutering van ISIS.

Zeker, de bombardementen doen ISIS pijn. Maar ze hebben geen doorslaggevend effect op de krachtsverhoudingen. Als we ISIS effectief willen bestrijden zullen we het vertrouwen van soennitische gemeenschappen moeten winnen. Gemeenschappen die, bij gebrek aan beter, hun toevlucht zochten bij ISIS. Dat vertrouwen is alleen te winnen met een geloofwaardig toekomstperspectief: een Syrië waar plaats is voor alle Syriërs. Daar moet het over gaan in Genève. Zodra soennitische gemeenschappen beseffen dat hun veiligheid en hun belangen beter verzekerd zijn bij een toekomstige regering zullen zij ISIS de rug toekeren. En dat zal een implosie van ISIS tot gevolg hebben.

In sommige gebieden slagen lokale gewapende groepen er met luchtsteun van de internationale coalitie in om ISIS terug te dringen. Maar de vreugde over deze bevrijding is van korte duur. Steeds blijkt dat er in de op ISIS veroverde gebieden nieuw sektarische geweld oplaait tussen Arabische bevolkingsgroepen en Koerdische strijders. Onder de bevrijde bevolking heerst er angst voor nieuw geweld en gedwongen verhuizing. De internationale coalitie beschikt over een overmacht aan militaire middelen, maar een robuust plan voor lokaal bestuur en vredesopbouw ontbreekt tot nu toe pijnlijk. En van monitoring van mensenrechten in bevrijde gebieden is ook geen sprake.

Er is inmiddels geen militair meer te vinden die gelooft dat ISIS alleen met bombardementen is te verslaan. Er is geen enkel alternatief voor de nog zo broze onderhandelingen in Genève, die nog voordat ze zijn begonnen al dreigen te stagneren. De allereerste prioriteit in Syrië is daarom niet het bestrijden van ISIS maar het de-escaleren van het oorlogsgeweld en het brengen van die zak brood en dat blik melk in belegerde steden. Dat is urgent noodzakelijk om een einde te maken aan het humanitair lijden, om te voorkomen dat nog meer mensen vluchten, om de onderhandelingen te laten slagen. Maar het is ook nodig voor een effectieve bestrijding van ISIS. Alleen als er een staakt-het-vuren komt kunnen alle partijen, die elkaar nu bevechten, zich richten op de bestrijding van ISIS.

Het besluit van de Nederlandse regering zal gelardeerd zijn met goede voornemens. Het bevat een steunpakket dat ten goede moet komen van de Syrische oppositie en de Syrische bevolking. En ja, natuurlijk is het belangrijk om te voorkomen dat door bermbommen en boobytraps nieuwe burgerslachtoffers vallen. Maar toch gaat ook het besluit van de Nederlandse regering voorbij aan de grootste nood en voornaamste prioriteit binnen Syrië. Het besluit draagt daarmee niet bij aan de start en het succes van de onderhandelingen in Genève, en het laat bovendien de bredere dynamiek die ISIS versterkt ongemoeid.

Het zou zeer welkom zijn als de Nederlandse regering als Europees voorzitter alles op alles zou zetten om die zak brood en dat blik melk in de belegerde steden te krijgen. Wat zou dat een krachtig signaal zijn aan al die Syrische burgers die zich aan hun lot overgelaten voelen. Het kan een eerste begin van vertrouwen wekken dat de internationale gemeenschap in Genève vrede kan stichten voor een volk in pijn.

De kloof tussen de Haagse wenselijkheid en de Syrische realiteit

bomb-3

Gaat Nederland ISIS in Syrië bombarderen? Volgende week zullen we het weten. Minister Koenders ziet een nieuw ‘wegingsmoment’. Frankrijk deed na de aanslagen in Parijs een beroep op de Europese solidariteit. En ook Amerika deed een beroep op Nederland. De druk op Koenders neemt toe.

Commandant der strijdkrachten Middendorp draagt aan deze druk bij. Tijdens een briefing van de Tweede Kamer liet hij weten dat het “militair logisch en efficiënt is om het luchtwapen daar in te zetten waar de behoefte het grootste is, en dat is nu in Syrië.” Bovendien: “IS alleen bestrijden in Irak is toch een beetje alsof je alleen de symptomen van de ziekte bestrijdt en niet de ziekte zelf.” En ook op de vraag naar een politieke strategie had de commandant een antwoord: “Je kunt IS bestrijden en parallel daaraan werken aan een politieke oplossing.”

Het klinkt allemaal zo logisch. Zo vanzelfsprekend. Maar er tekent zich een groeiende kloof af tussen de wenselijkheid en de werkelijkheid. Tussen de Haagse realiteit en de realiteit in Syrië zelf. Laten we eens luisteren naar enkele andere geluiden.

Wat vindt bijvoorbeeld de Amerikaanse generaal Mike Flynn? Hij was tot een jaar geleden hoofd van de US Defence Intelligence Agency. Hebben we een coherent plan voor militaire actie? “Nee. Nee, we hebben helemaal geen plan. Het is totaal incoherent.” Moeten we desondanks toch bombarderen? Flynn: “Dat heeft een contra-productief effect. Wij laten een 2.000 pond bom van 10.000 voet hoogte vallen omdat dat veilig is voor ons. Zij sturen 8 gasten naar Parijs. Dat is hun tegenaanval.”

“In de afwezigheid van een algehele politieke oplossing voor Syrië zal de (…) militaire campagne voor een periode van meerdere jaren moeten worden volgehouden. In deze omstandigheden is het mogelijk, en zelfs waarschijnlijk, dat de operatie eindigt zonder doorslaggevend effect,” zegt Professor Malcom Chalmers, adjunct-directeur generaal en onderzoeksdirecteur aan het Britse militaire onderzoeksinstituut RUSI. 

Julien Barnes-Dacey en Daniel Levy die als onderzoekers werken voor de European Council on Foreign Relations, geven een forse waarschuwing: “Een militaire ISIS-first strategie laat op een fatale wijze de bredere dynamiek, die ISIS versterkt, ongemoeid. Wat we nodig hebben is een Syria-first strategie.”

Dan zijn er nog mensen die ISIS van binnenuit kennen. De Franse journalist Nicolas Hénin was maandenlang gegijzeld door ISIS. “De luchtaanvallen op ISIS zijn een valstrik. De winnaar van deze oorlog zal niet de partij zijn met de nieuwste, meest dure en moderne wapens maar de partij die er in slaagt de bevolking aan zijn zijde te krijgen. Op dit moment is het meer waarschijnlijk dat we door de bombardementen de mensen in de armen van ISIS drijven. Wat we moeten doen, en dat is echt essentieel, is het engageren van lokale mensen. Zodra mensen hoop gaan krijgen op een politieke oplossing zal ISIS imploderen.”

De voormalige ISIS-strijder Abu Omar heeft een zelfde boodschap: “Ik verbleef binnen hun muren. Ik begrijp hun mentaliteit. Als je ISIS wilt vernietigen moet je de zorgen van de bevolking wegnemen. Laat de sjeiks met de jeugd praten en maak geen fouten. ISIS overleeft als gevolg van de ernstige fouten door regeringen in de regio.”

Dan maar eens luisteren naar de lokale mensen die volgens Hénin c.s. zo’n vitale rol zouden moeten spelen. Wat vinden zij van het bombarderen van ISIS? Issam al-Reis, woordvoerder van het Southern Front, een coalitie van gewapende oppositietroepen, gebruikt net als Middendorp een ziektemetafoor. Maar de boodschap is totaal anders. “Het regime van Assad is de kanker waarop ISIS groeide. Een operatie die zich richt op de symptomen maar voorbij gaat aan de kanker zelf, heeft geen zin.”

Activisten in Raqqa hebben er genoeg van: “Wij zijn tegen de luchtaanvallen op Raqqa. De wereld wil steeds maar Raqqa bombarderen maar zij vergeten dat er 500.000 onschuldige mensen in de stad verblijven.” Tim Ramadan, een activist uit Raqqa, zegt niet zonder cynisme: “De coalitie wil raketten afvuren op gebouwen, zelfs als deze verlaten zijn.” Een andere activist: “Het bombarderen van ISIS in Raqqa zal ISIS niet verslaan maar het zal de mensen meer doen lijden. ISIS zal de aanvallen gebruiken om mensen in het westen en nieuwe strijders te rekruteren.”

Een zelfde mening valt te beluisteren bij Planet Syria, een netwerk van 100 civiele groepen in Syrië: “Eén van de voornaamste factoren in de rekrutering van ISIS is het gegeven dat de wereld niets doet om de Syrische burgers te beschermen tegen de aanvallen van de [Syrische] regering.”

Wat Middendorp militair logisch vindt is voor Koenders een immens dilemma. Hij zal beseffen dat de militaire ISIS-first strategie een ernstige bedreiging vormt voor de embryonale diplomatieke onderhandelingen in Wenen. Hij zal weten dat door de bombardementen op ISIS de compromisbereidheid van Assad en het vertrouwen van de Syrische oppositie verder zullen afnemen. Zijn ambtenaren zullen hem er op wijzen dat het aantal burgerslachtoffers verder zal stijgen. Dat de Soennitische gemeenschappen verder in de armen van ISIS gedreven worden. Dat de rekrutering van ISIS aan aantrekkingskracht zal winnen. En dat de kans op aanslagen echt niet zal afnemen.

Het maakt misschien betrekkelijk weinig verschil of Nederland nu wel of niet meedoet aan de bombardementen in Syrië. Het zal als geste gewaardeerd worden in Washington en Parijs. Maar het bombarderen van ISIS zal op zijn best een symbolische bijdrage aan symptoombestrijding zijn en op zijn slechtst een verdere escalatie van het geweld en een extra obstakel voor het bereiken van een politieke oplossing. Als Koenders zich niet door militaire maar door zijn eigen politieke logica laat leiden, dan kiest hij voor een diplomatiek offensief in Wenen in plaats van voor militaire escalatie in Syrië.

Ideologie van ISIS laat zich niet wegbombarderen

1447653716899.cached-2

Parijs ontwaakt uit een nachtmerrie? Was dat maar waar. Want na Beiroet, na Parijs zal er nieuw geweld volgen. We zijn wakker geworden in een nachtmerrie. Wat te doen?

Politieke leiders hebben hun eerste reacties op de aanslagen gegeven. Ze betuigen medeleven met nabestaanden, staan vastberaden voor de waarden die ons dierbaar zijn en tonen zich strijdvaardig. We zijn “in oorlog met ISIS”. Ons antwoord zal “genadeloos” zijn.

Het geweld in Parijs confronteert ons met drie kernvragen. En het risico om daarop het verkeerde antwoord te geven, is reëel.

De eerste vraag is hoe we de strijd tegen ISIS moeten voortzetten. De verleiding om militair te escaleren is groot, maar de ideologie van ISIS laat zich niet wegbombarderen. Zeker, de luchtoperaties hebben ISIS pijn gedaan. Maar ondanks of misschien wel juist dankzij de bombardementen is ISIS uitgegroeid tot een internationale en minder grijpbare bedreiging. Een beweging die kan rekenen op steun van 35 geaffilieerde groepen in het Midden-Oosten, Afrika en Centraal-Azië en van Syrië-gangers uit Europa. Met een militaire escalatie volgen we een script dat door ISIS zelf is geschreven en waarvan de uitkomst ongewis is. Zie Irak.

Juist nu is het belangrijk te beseffen dat ISIS niet de oorzaak van de crisis in het Midden-Oosten is maar het gevolg daarvan. Symptoombestrijding is soms nodig. Maar de echte oplossing ligt in het beëindigen van de humanitaire catastrofe in Syrië. Die oorlog kan niet op het slagveld, maar moet met een diplomatiek offensief worden beslecht. Want een vreedzame en inclusieve samenleving voor alle Syriërs is het nachtmerriescenario voor ISIS. We kunnen ISIS alleen “wegvagen” als we er in slagen het vertrouwen te herwinnen van de Soennitische gemeenschappen. Zij zijn op zoek naar veiligheidsgaranties en menen die bij gebrek aan beter nu bij ISIS gevonden te hebben.

De tweede vraag is hoe we moeten omgaan met de vluchtelingen uit Syrië. Populisten zullen het geweld in Parijs aangrijpen om angst voor vluchtelingen aan te wakkeren. Meer vreemdelingenhaat, meer anti-Islam retoriek, meer polarisatie: dat is precies wat de aanslagplegers beogen. Dat bevestigt hun wereldbeeld waarin het Westen moslims als tweederangs burgers marginaliseren.

Wij kunnen dat wereldbeeld van ISIS verpulveren door vluchtelingen humaan op te vangen. De aanslagplegers in Parijs willen een wig drijven tussen het Westen en de Islam, tussen Europa en de vluchtelingen. Parijs kan de angst tussen mensen vergroten. Maar Parijs kan ook de lotsverbondenheid tussen mensen versterken. Natuurlijk moeten we vluchtelingen screenen op veiligheidsrisico’s. Maar het sluiten van de grenzen voor vluchtelingen versterkt de propaganda van ISIS. Dat maakt ons niet veiliger. Integendeel.

De derde vraag is hoe we radicalisering en extremisme effectief kunnen bestrijden. Politieke leiders staan onze zware druk om onze veiligheid te bewaken. Maar met een genadeloze jacht op mogelijke daders riskeren we bovendien de waarden te ondermijnen die we juist willen beschermen en de mensen van ons te vervreemden die we juist moeten vasthouden. Parijs dwingt ons om de modus operandi van de strijd tegen terreur kritisch tegen het licht te houden. Repressie blijft onvermijdelijk maar preventie is veel belangrijker. Er is meer aandacht voor de grondoorzaken van radicalisering nodig.,De sympathie waarop ISIS kan rekenen onder werkloze en kansarme jonge moslims in de Franse banlieus en elders dwingt ons daartoe.

De aanslagen in Parijs kunnen politieke leiders verleiden tot militaire escalatie en genadeloze repressie. Maar het zou verstandiger zijn die verleiding juist te weerstaan.

[Ook gepubliceerd in Trouw 19 november 2015]