Bijkomende schade vaak rookgordijn voor oorlogsmisdaden

1028004120

In vier dagen tijd kwam het Amerikaanse leger met vier verschillende verklaringen voor het bombarderen van het ziekenhuis van Artsen zonder Grenzen in Kunduz. Het gedraai onderstreept het belang van internationaal onafhankelijk onderzoek naar de ware toedracht. In het ziekenhuis kwamen 12 mensen van de medische staf en 10 patiënten om het leven door gerichte en opeenvolgende aanvallen.

De luchtaanval op het ziekenhuis is één van de meer zichtbare excessen waarbij onschuldige burgerslachtoffers vallen door de inzet van explosieve wapens. Militairen maskeren deze onschuldige burgerslachtoffers vaak met een vreselijke term: bijkomende schade. Maar bij het gebruik van explosieve wapens in dichtbevolkte gebieden in Syrië, Irak, Afghanistan en Jemen is de term bijkomende schade een rookgordijn waarachter oorlogsmisdaden schuil gaan.

De afgelopen maand augustus kwamen er door de inzet van explosieve wapens bijna 4.000 mensen om het leven. Maar liefst 82% was burger. Door luchtaanvallen kwamen er 793 burgers om het leven, door artillerie 1.027 en door bomaanslagen nog eens 1.416. En de meeste doden vielen in Syrië.

Eén van die luchtaanvallen vond plaats in Douma, een voorstad van Damascus. Op zondag 16 augustus, op de eerste werkdag van de week was het druk op de markt toen vliegtuigen van de Syrische luchtmacht toesloegen. Eerst werd één raket afgevuurd. En toen er mensen waren toegesneld om gewonden te helpen volgde een tweede raket. Er vielen minstens 82 doden en 200 gewonden.

Natuurlijk zijn er grote verschillen tussen de aanval op het ziekenhuis in Kunduz en de aanval op de markt van Douma. De Amerikanen zullen, zo mag je toch hopen, geen intenties hebben gehad om patiënten en medisch personeel in het ziekenhuis aan te vallen. De luchtmacht van Assad, zo moet je toch vrezen, had weldegelijk de intentie om burgers op de markt te doden. Maar toch vormen beide excessen een oorlogsmisdaad.

Ook de Russische luchtmacht voert sinds kort aanvallen uit op dichtbevolkte gebieden in Syrië. De NAVO uitte kritiek op Moskou omdat er bij deze aanvallen burgerslachtoffers vallen. Maar deze kritiek klinkt hol en ongeloofwaardig zolang de Verenigde Staten in Afghanistan, de anti-ISIS coalitie in Syrië en Irak en onze bondgenoten in Jemen zich zelf ook schuldig maken aan burgerslachtoffers.

De Guardian wees er deze week nog eens op dat de Amerikaanse luchtmacht bij de strijd om de stad Kobani aan de Syrisch-Turkse grens ISIS met 1.800 bommen bestookte. De luchtmacht gebruikte 200 kilo zware bommen voor het uitschakelen van een motorfiets. Van de burgers die in deze vuurstorm terecht kwamen hebben we niets vernomen.

Al maanden roepen organisaties de anti-ISIS coalitie op tot het opzetten van een mechanisme dat bijdraagt aan het onafhankelijk identificeren, analyseren en verantwoorden van burgerslachtoffers. Maar de landen die deelnemen aan bombardementen houden zich doof of verschuilen zich achter tekortschietende verklaringen. De verantwoording van burgerslachtoffers is niet transparant en schiet ernstig te kort. En waar burgerslachtoffers niet langer zijn te ontkennen verschuilen militairen en verantwoordelijke politici zich achter verhullende persverklaringen en vrijblijvende excuses.

Moeten we wel zo kritisch zijn op de luchtmacht van Amerika en zijn bondgenoten? ISIS heeft immers net als Assad lak aan het oorlogsrecht. Maar deze redenering bevat een ernstige denkfout. Juist omdat ISIS en Assad zich niet aan het oorlogsrecht houden moeten wij dat wel doen.

Elke fatale fout, elke verkeerd gerichte bom of granaat, elk onschuldig burgerslachtoffer, elke leugen en al het gedraai om de waarheid ondermijnt de geloofwaardigheid en de effectiviteit van het westen. Elk onschuldig burgerslachtoffer voedt de radicalisering en vergroot de aantrekkingskracht van extremistische groepen.

Dat maakt het gedraai van de Amerikaanse woordvoerders over de ware toedracht van het bombardement van het ziekenhuis in Kunduz zo pijnlijk. Dat maakt het zo onbegrijpelijk dat ook de Nederlandse krijgsmacht onvoldoende transparant verantwoording aflegt over mogelijke burgerslachtoffers. Dat maakt het zo onbestaanbaar dat er nog steeds geen mechanisme is om burgerslachtoffers als gevolg van bombardementen door de anti-ISIS coalitie in Irak en Syrië zo goed als mogelijk te identificeren, te analyseren en te verantwoorden.

“Een opperbeste stemming” over Syrië?

0,,17036006_303,00“Beurzen juichend over plan diplomatieke oplossing in Syrië”. De hoop op een oplossing voor “de situatie” in Syrië zorgt voor “een opperbeste stemming” onder beleggers. Hoe zouden de Syrische burgers zich voelen als zij deze woorden lezen op de economiepagina van de Volkskrant?

Eén ding is zeker. Het idee om Syrische chemische wapens onder internationaal toezicht te stellen en te vernietigen heeft onder de Syrische bevolking nog geen opperbeste stemming gewekt. Want terwijl de beurzen juichen liggen in Syrië de burgers nog steeds onder vuur.

De inzet van chemische wapens is, zoals president Obama het stelde, een morele zaak. En daarin heeft hij natuurlijk gelijk. De beelden van in witte doeken gewikkelde lichamen van de kinderen na een aanval met chemische wapens in Ghouta roepen moreel afschuw op. Zoals de beelden van onschuldige burgerslachtoffers van artilleriebeschietingen en bombardementen evenzeer verbijstering oproepen.

De bittere werkelijkheid in Syrië is dat het betrekkelijk weinig uitmaakt of burgers sterven door chemische wapens of door granaten en bommen. Er zijn volgens de VN al ruim 100.000 slachtoffers gevallen. Daaronder zijn vele burgers die slachtoffer zijn van oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid, misdaden die nog altijd voortduren. Onder hen dus ook honderden slachtoffers door chemische wapens. Al deze oorlogsmisdaden vormen de “rode lijn” die de internationale gemeenschap ooit heeft getrokken en nu moet bewaken.

Het mogelijk onder internationaal toezicht stellen van chemische wapens in Syrië kan een diplomatieke doorbraak worden. Maar dan moet er meer gebeuren dan het verwijderen van chemische wapens terwijl de barbarij van de oorlog gewoon voortduurt. Er kan alleen sprake zijn van een diplomatieke doorbraak indien onschuldige burgers beschermd worden tegen oorlogsmisdaden, indien een politieke oplossing voor dit conflict werkelijk dichterbij komt.

De verwijdering van chemische wapens vereist een stopzetting van de vijandelijkheden door alle partijen. Alleen als de wapens zwijgen kunnen de burgers in Syrië opgelucht adem halen en kunnen internationale inspectieteams in Syrië de chemische wapens onder VN-toezicht plaatsen. En dan ontstaat er wellicht ook ruimte voor een politieke oplossing voor de bloedige oorlog in Syrië.

Zolang de burgers in Syrië niet beschermd zijn voor de meest ernstige internationale misdaden is er geen enkele reden voor een opperbeste stemming, laat staan voor gejuich. Niet op de beursvloer. Niet in de politieke lobby’s. Niet op de voorpagina’s. En al helemaal niet in Syrië.

Niet de politieke belangen van landen, niet de reputaties van presidenten maar de schreeuw om vrede van burgers in Syrië moet nu de doorslag geven in het politieke debat en het uitwerken van diplomatieke voorstellen. Chemische ontwapening moet daarom gepaard gaan met stopzetting van vijandelijkheden door alle partijen. Ik hoop dat Minister Timmermans daarvoor wil pleiten in Brussel, Washington en Moskou.