Aleppo verloren, rampspoed geboren

SYRIA-CONFLICT

Het onvoorstelbare lijkt onvermijdelijk. Aleppo is murw gebombardeerd. In een beangstigend snel tempo herovert het Syrische leger stadswijken op het verzet. Waar mogelijk ontvluchten inwoners de stad. Intussen regent het bommen op de wijken die nog standhouden.

Er dwarrelde deze dagen ook een onheilspellende boodschap uit de lucht boven oostelijk Aleppo. Pamfletten met de volgende boodschap: “Dit is je laatste hoop. Breng jezelf in veiligheid. Als je dit gebied niet snel verlaat zal je worden vernietigd. We hebben vluchtwegen open gelaten zodat je kan vertrekken. Beslis snel. Red jezelf. Je weet dat iedereen je heeft verlaten. Je zult je lot ondergaan zonder hulp van iemand.” Was getekend: ‘Het Syrische Regeringsleger’. Zonder hulp van iemand. Hoe pijnlijk waar is dat.

Terwijl de internationale gemeenschap oorverdovend zwijgt, het regime in Damascus victorie kraait en Rusland en Iran in hun ijzeren vuisten lachen dringt zich een dramatische vraag op. Wat gaat er verloren als Aleppo is verloren?

Pleitbezorgers van ‘Realpolitik’ hebben hun antwoord klaar. Zij voorzien na de val van Aleppo de val van Idlib en een militaire overwinning van Assad. Vervolgens zal Assad resterende tegenstanders laten vermoorden en met harde hand regeren over wat er van Syrië over is. Intussen zal een door Koerden gedomineerde legermacht ISIS uit Raqqa verdrijven. Zo werkt de logica van macht en geweld nu eenmaal, zullen de aanhangers van ‘Realpolitik’ uitleggen. Leuk is het niet. Maar tel je zegeningen: de stabiliteit is hersteld en de dreiging van terrorisme gekeerd. Voor zolang het duurt natuurlijk.

Maar deze kille analyse schiet te kort. Want na de val van Aleppo volgt er nieuwe rampspoed. De schade is immens groot.

Het eerste dat in het oog springt is natuurlijk de humanitaire rampspoed. De val van Aleppo zal leiden tot nog meer burgerslachtoffers. Nog meer ontheemden zullen stranden in het niemandsland voor de hermetisch afgesloten grenzen van Turkije, Libanon en Jordanië. En voor miljoenen vluchtelingen in de regio zal met de val van Aleppo ook de hoop op een spoedige terugkeer naar Syrië vervliegen.

De tweede schadepost is de stabiliteit in de regio. De diepe crisis in de relatie tussen autoritaire regeringen en hun bevolking in het Midden-Oosten blijft bestaan. Deze crisis en de verdeeldheid binnen samenlevingen zijn door het oorlogsgeweld alleen maar verder toegenomen. En verdeeldheid zal de toch al fragiele staatsinstituties verder verzwakken en de groei van gewelddadige extremistische bewegingen aanwakkeren. Het zal bovendien niet lang duren voordat er zich onder wanhopige vluchtelingengemeenschappen nieuwe extremistische bewegingen manifesteren. Met alle gevolgen voor Libanon en andere landen in de regio.

De derde rampspoed treft de geloofwaardigheid van de internationale politiek. De averij voor de Verenigde Naties is onvoorstelbaar. Verdeeld, verlamd en machteloos hebben de Verdeelde Naties naar de Syrische tragedie gekeken. Het internationale humanitair recht, met zo veel bloed en tranen tot stand gekomen, is straffeloos ondermijnd. Door de politieke verdeeldheid hebben ook de humanitaire organisaties van de VN gefaald, hun onpartijdigheid wordt in twijfel getrokken. Het herstel van de politieke geloofwaardigheid van de internationale gemeenschap zal lang duren. Vertrouwen komt nu eenmaal te voet en gaat te paard.

En dan de vierde rampspoed. Die treft Europa. De groeiende instabiliteit in het Midden Oosten vergroot de kans op terroristisch geweld in Europa. De omvang van het vluchtelingenvraagstuk zal verder groeien. De zelfgenoegzaamheid over het zogenaamde succes van vluchtelingen- en immigratiedeals met Turkije en andere landen zal wel eens van korte duur kunnen zijn. In Europese samenlevingen zullen de zorgen over vluchtelingen, de islam en het terroristisch geweld toenemen. Deels begrijpelijk maar ook aangewakkerd door populistische bewegingen die de eenheid en houdbaarheid van de Europese Unie in gevaar brengen.

De val van Aleppo lijkt de effectiviteit van de ‘Realpolitik’ van macht en geweld te bewijzen. Maar dat is echt een illusie. Uiteindelijk zal de val van Aleppo ons vooral confronteren met het falen van een immorele ‘Realpolitik’. De prijs die voor dat inzicht betaald moet worden is helaas dramatisch hoog.

Maar wie weet. Wie weet zal de Veiligheidsraad zich herpakken en overeenstemming bereiken over een staakt-het-vuren. Misschien kunnen burgers in belegerde steden dan toch toegang krijgen tot humanitaire hulp. Misschien is er wanneer niemand dat meer verwacht toch nog een politieke oplossing mogelijk.

En wie weet breekt internationaal het besef door dat we de grondoorzaken van instabiliteit moeten bestrijden. Misschien begrijpen politieke leiders in het westen dat steun voor inclusief bestuur en veerkrachtige samenlevingen ook in hun belang is. Misschien wekt de dreiging van meer rampspoed een nieuw urgentie besef. Het is nog niet te laat.

Intussen kunnen we op verzoek van inwoners van Aleppo een kaars aansteken. Als bewijs dat de pamfletten van het Syrische leger niet kloppen: wij zijn Aleppo niet vergeten. En we moeten elkaar vasthouden.

De laatste tuinman van Aleppo

Het leven in Aleppo is een ‘living hell‘. Het regent bommen in de stad. De ravage is onvoorstelbaar, het lijden van mensen ondragelijk, de dood alom aanwezig. En steeds als we denken dat het niet erger kan wordt het nog erger.

Eén van de vele slachtoffers is Abu Ward. Zijn naam betekent ‘vader van de bloemen’. Hij was de laatste tuinman in het door het verzet gecontroleerde centrum van Aleppo. Omringd door oorlogsgeweld bleef hij samen met zijn zoon Ibrahim zijn tuin onderhouden.

Voor Abu Ward waren bloemen de essentie van de wereld. “Wie bloemen ziet geniet van de schoonheid van de door God geschapen wereld. Met hun geur voeden ze je hart en je ziel.” Met eenvoudige woorden leidde Abu Ward bezoekers rond door zijn tuin: “Dit is een hazelnoot. Dit een mispel. Dit een perenboom.”

De tuinman verkocht rozen aan bezoekers van het nabije hospitaal. En rozemarijn aan activisten. Rozemarijn om te planten in de vernietigde rotondes van Aleppo. “Want dat motiveert mensen. Zo zien ze niet alleen vernietiging maar ook schepping”.

Die tuin, dat plukje groen in de door bommen geruïneerde stad, vormde een eiland van menswaardigheid. Een uiting van veerkracht. Een oase van hoop. Het onderhouden van een tuin was een daad van verzet tegen de vernietiging. “Kijk”, zei Abu Ward, “deze boom is geraakt door de scherf van een vatbom. Maar hij leeft nog. God dank! Deze boom zal blijven leven. En wij zullen leven, ondanks alles.”

Kon het verhaal hier maar stoppen. Zodat we zouden weten dat er in Aleppo ondanks de oorlog nog een tuinman is. Dat er midden in het puin nog een tuin is waar rozen bloeien. Dat ergens rozemarijn ruïnes overwoekert. Maar na ruim vijf jaar heeft de oorlog ook de tuin bereikt. Abu Ward is tijdens de intensivering van de bombardementen door het Syrische regime en Rusland door een bom geraakt. Hij was op slag dood.

De tuin is verlaten. Niemand koopt er meer rozen of rozemarijn. De dertienjarige Ibrahim dwaalt verweesd rond. Op het graf van zijn vader liggen geen bloemen. Wat hij nu moet doen? Hij weet het echt niet.

Vaak blijken mensen, ondanks alles, over een onvoorstelbare veerkracht te beschikken. Zij blijven hoop koesteren, al was het maar omdat het verliezen van de hoop geen optie is. Want als de hoop verloren is, is alles verloren.

De Syrische en Russische bombardementen lijken juist uit te zijn op het verstikken van de hoop. Als Assad en Poetin daarin slagen is Aleppo verloren. Dan zal ook elders in Syrië de hoop op vrede vervliegen. Dan zullen nog meer mensen Syrië ontvluchten. Dan zal de stabiliteit in de regio, die al zoveel Syrische vluchtelingen herbergt, verder in gevaar komen. Dan zullen nog veel meer vluchtelingen een weg naar Europa zoeken. Dan zal de geloofwaardigheid van de internationale politiek, van de humanitaire hulp en het internationaal oorlogsrecht nog verder eroderen.

De dood van Abu Ward, het verval van zijn tuin en het radeloze verdriet van zijn zoon vormen een drama op zich. Maar met de dood van de laatste tuinman dreigt Aleppo ook zijn hoop te verliezen. Moeten we dat laten gebeuren?

Nee is cynische beloning voor woordbreuk en landroof

 

Euromaidan_01

“Referenda zijn een instrument voor dictators en demagogen.” Het citaat is onmiskenbaar van de ijzeren dame Margaret Thatcher. Zij citeerde echter op haar beurt Clement Attlee. Attlee was de eerste naoorlogse premier van Labour en een verklaard tegenstander van het fascisme en de ‘appeasement’ politiek van Chamberlain.

Thatcher’s visie op referenda is natuurlijk te kort door de bocht. Al valt niet te ontkennen dat het raadgevend referendum over de Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en Oekraïne omgeven is met bedenkelijke demagogie.

Natuurlijk moet de EU haar belofte tot samenwerking met Oekraïne nakomen. De samenwerking met Oekraïne kan immers bijdragen aan veiligheid en stabiliteit aan de oostgrens van Europa. Bovendien kan de overeenkomst als hefboom fungeren bij de strijd tegen corruptie en voor mensenrechten in Oekraïne.

Dat verklaart waarom mensenrechtenactivisten rekenen op onze steun. Zo is Alexandra Romantsova van het Center for Civil Liberties ervan overtuigd dat “steun van het Westen – met de Associatieovereenkomst als voornaamste drukmiddel – van groot belang is” bij het doorvoeren van ingrijpende en pijnlijke hervormingen. En ook Natalia Savranska, hoogleraar filosofie in Kiev, stelt dat “steun van buitenaf helpt om extra druk op de regering te zetten.” En die steun is hard nodig omdat er ook tegenkrachten zijn die democratisering en mensenrechten vooral als een risico voor hun machtspositie zien.

Activisten die zich inzetten voor politieke hervormingen en mensenrechten in Oekraïne zullen een tegenstem ervaren als verraad. En Oekraïne is al zo vaak verraden. Niet alleen door het Westen maar ook door Rusland.

Zo deed Oekraïne in 1994 als vierde kernmacht van de wereld afstand van 1.800 kernwapens. In ruil daarvoor ontving Oekraïne een soevereiniteitsgarantie door de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en Rusland. Met de annexatie van de Krim heeft Rusland zijn woord gebroken. Elke stem tegen de associatieovereenkomst vormt een cynische beloning voor de woordbreuk en landroof door Poetin.

De uitkomst van het referendum wordt niet enkel bepaald door een afweging van redelijke argumenten. Dat zou een misvatting van de politiek zijn. Politiek appelleert immers niet alleen aan rationele argumenten maar ook aan moraal en emotie. De vraag is welke emotie op 6 april de overhand zal hebben. Zal dat het diffuse wantrouwen tegen de politiek, tegen Den Haag en Europa zijn? Of het fundamentele gevoel dat we moedige mensen die vechten voor meer vrijheid en rechtvaardigheid niet in de steek mogen laten?

Mocht het referendum uitmonden in steun voor de associatieovereenkomst dan is daarmee de kous niet af. Dan hebben alle voorstemmende politieke partijen de plicht er voor te zorgen dat de associatieovereenkomst daadwerkelijk gaat bijdragen aan vrede en mensenrechten. Want dat gaat niet vanzelf. Het vergt een effectieve monitoring van de hervormingen in Oekraïne. Een monitoring met tanden, die vooruitgang beloont maar stagnatie en verslechtering bestraft. Dus niet alleen meer voor meer maar ook minder voor minder. Daar kunnen wij als Nederlandse burgers onze regering ook om vragen.

Als het referendum onverhoopt uitdraait op verwerping van de samenwerking tussen de EU en Oekraïne dan krijgt Thatcher alsnog gelijk. En ook Attlee met zijn weerzin tegen fascisme en concessies aan dictators. Want een Nederlands nee komt vooral de demagogen en de dictators goed uit. De Oekraïense burgers, activisten en hervormers die proberen hun land uit het slop te trekken zijn er zeker niet mee geholpen.

Groteske oorlogsmisdaden in Syrië

4899

In een exclusief interview met Time maakte de premier Medvedev de Russische intenties in Syrië pijnlijk duidelijk. Rusland zal elke rebel “die met automatische wapens rondloopt” bombarderen. Rusland belaagt niet alleen ISIS maar ook de gewapende oppositie. “Het zijn allemaal bandieten en terroristen”, aldus Medvedev. De bombardementen gaan voorlopig gewoon door en richten zich op het vernietigen van de machtsbasis van de gewapende oppositie. Hoe meer burgerslachtoffers daarbij vallen hoe beter. Zo lijkt het. Is er iemand die Rusland ter verantwoording roept?

Aanvankelijk had de Russische luchtsteun voor Assad weinig resultaat. Tot de Russische generaals ontdekten wat daar de oorzaak van was. De gewapende oppositie maakte effectief gebruik van een geheim wapen. Het verzet kon rekenen op steun vanuit de bevolking.

Dat inzicht leidde tot een dramatische verharding van de Russische strategie. De ijzeren vuist ging uit de handschoen. De Russische luchtmacht bestookt nu burgers, ziekenhuizen en scholen met zware (cluster)bommen. De bombardementen maken geen onderscheid tussen burgers en combattanten. Het Syrische leger richt zich intussen met steun van gewapende Iraanse en Libanese Hezbollah milities op de belegering en uithongering van de bevolking.

Door de genadeloze bombardementen vluchten steeds meer burgers en leden van de gewapende oppositie richting de Turkse grens. Voor de in Syrië achtergebleven burgers resten er enkel slechte opties: de dood door honger en bommen of een overgave waarna executie ter plekke mogelijk is.

Het Syrian Network for Human Rights documenteerde alleen al in de afgelopen maand januari 679 burgerdoden door Russische luchtaanvallen. En in de maand februari zijn de bombardementen alleen maar verder geïntensiveerd.

De internationale reactie op deze Russische oorlogsmisdaden is tot op heden vooral vocaal geweest. Minister Koenders liet de Tweede Kamer weten vooralsnog geen voorstander te zijn van nieuwe sancties; maar een “glasharde” veroordeling door de EU moest er wel komen. Tijdens de veiligheidsconferentie in München kreeg de Russische delegatie de wind van voren. En President Obama telefoneerde geagiteerd met zijn ambtgenoot in Moskou. Zonder enig resultaat.

Rusland maakt zich weinig zorgen over de kritiek. Medvedev verwees in zijn interview met Times naar de klassieke Russische roman ‘De meester en Margarita’ van Michail Boelgakov. Daarin brengt de ‘duivel’ een bezoek aan Moskou. Zijn door Medvedev geciteerde advies: “Vraag nooit en niemand iets. Nooit en niemand, speciaal niet wie sterker is dan jij. Zij zullen zelf komen en je alles geven.” Medvedev maakt zich geen zorgen over westerse sancties, want het westen zal vroeg of laat zelf vragen ze op te heffen”.

Kan Rusland dan helemaal niet ter verantwoording worden geroepen voor zijn oorlogsmisdaden? Jawel. Rusland is nog altijd lid van de Raad van Europa en daarmee automatisch partij bij het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens. Daarbij doet het er niet toe of de rechten wel of niet op het grondgebied van Raad worden geschonden. Leden van de Raad van Europa kunnen een statenklacht tegen Rusland indienen bij de Raad van Europa.

Bovendien kunnen lidstaten van de Geneefse Conventie de International Humanitarian Fact-finding Commission verzoeken onderzoek te doen naar vermeende schendingen van het Internationaal Humanitair Recht in Syrië.

Rusland zal er lak aan hebben. Maar een internationale veroordeling van de groteske oorlogsmisdaden is wel het minste dat de internationale gemeenschap aan de slachtoffers is verschuldigd. Al was het maar om enig zelfrespect te behouden. Al was het maar als gebaar aan de Syrische bevolking die elk respect voor de internationale gemeenschap dreigt te verliezen. Als dat al niet gebeurd is.

Kan je de politiek uit het leger halen?

cms_retina.full_cover 

In politiek Den Haag voltrekt zich een stille revolutie. Een meerderheid in de Tweede Kamer wil op initiatief van de PvdA de mogelijkheden van een meerjarige defensieovereenkomst verkennen. Dat kan alleen als partijen de politieke waan van de dag overstijgen. Het credo van de stille revolutie is daarom: ‘Haal de politiek uit het leger’. Maar is het depolitiseren van het defensiebeleid wel zo’n goed idee?

Defensie was vaak het kind van de rekening. Opeenvolgende kabinetten hebben op de krijgsmacht bezuinigd. Net als ontwikkelingshulp en buitenlandse zaken heeft defensie weinig supporters. Anders dan bij zorg of onderwijs behoeven politici niet te vrezen voor veel protesten tegen bezuinigingen op de buitenlanddriehoek. De effecten van deze bezuinigingen hebben immers nauwelijks merkbare gevolgen voor het electoraat in Nederland.

Maar die tijd lijkt voorbij. De intimidatiepolitiek van Poetin, het neerschieten van de MH17, het oorlogsgeweld aan de randen van Europa, de dreiging van extremistisch geweld, de komst van vele vluchtelingen: de traditionele scheiding tussen externe en interne veiligheid is niet meer van deze tijd. Het belang van beschermen en voorkomen groeit, en dat maakt dat bezuinigingen op de buitenlanddriehoek niet langer vanzelfsprekend zijn. Daarmee lijkt de tijd rijp voor meerjarige defensieafspraken.

In Zweden en Denemarken is hier al ervaring mee opgedaan. Daar bereiken politieke partijen achter de schermen overeenstemming over meerjarige plannen en budgetten voor de krijgsmacht. Dat komt de voorspelbaarheid van beleid en de stabiliteit van budget ten goede. Voor een krijgsmacht die langjarige investeringen in wapensystemen moet inplannen, is dat van belang.

Toch kleven er ook risico’s aan een meerjarige defensieovereenkomst.

  1. Defensie is kwetsbaar voor de politieke waan van de dag vanwege een wankel draagvlak binnen de Nederlandse samenleving. Het achter de schermen aftikken van een meerjarige defensieovereenkomst vergroot het draagvlak niet. Integendeel. Om te voorkomen dat Tweede Kamerleden de defensieovereenkomst in ‘splendid isolation’ bezegelen, moeten zij ook maatschappelijke organisaties en de samenleving bij dit proces betrekken.
  1. De besluitvorming over defensiebeleid en mega-investeringen in wapensystemen is complex. Het zijn hoofdpijndossiers waarbij het gaat om veel geld. De industriële belangen zijn groot. En ook de krijgsmachtsonderdelen hebben zo hun belangen.In Denemarken bindt de meerjarige overeenkomst de parlementariërs maar wordt deze niet in het parlement besproken en vastgesteld. De parlementariërs vergaderen op het ministerie van Defensie over voorstellen die door ambtenaren zijn voorbereid. De afhankelijkheid is groot. Parlementariërs missen eigen onderzoekscapaciteit en stafkracht. In Zweden is dit overigens niet het geval. Een defensieovereenkomst moet de controlerende macht van de Tweede Kamer niet verkleinen maar juist vergroten. Daarom moeten Kamerleden zelf de pen kunnen vasthouden, zelf onderzoek kunnen doen. En parlementariërs moeten het resultaat publiek verantwoorden in de Tweede Kamer.
  1. Een meerjarige defensieovereenkomst biedt voorspelbaarheid en stabiliteit. Maar de wereld is voorspelbaar noch stabiel. Een defensieovereenkomst legt niet enkel het budget maar ook toekomst, strategie en ambitieniveau van de krijgsmacht vast. Meerjarige afspraken mogen niet ten koste gaan van de politieke wendbaarheid die nodig is om adequaat te reageren op nieuwe bedreigingen. Dat vergt regelmatig politiek debat over de krijgsmacht en de doeltreffendheid en doelmatigheid waarmee deze opereert.
  1. De krijgsmachten in Europa kenmerken zich door gebrek aan efficiëntie. Een betere Europese afstemming en integratie zou miljarden besparen. Eén certificatiesysteem voor munitie zou jaarlijks €500 miljoen schelen. Het delen van infanterievoertuigen €600 miljoen. Een meerjarige defensieovereenkomst kan de belangen van nationale defensie-industrieën dienen. Maar de Tweede Kamer moet een eventuele defensieovereenkomst juist inzetten voor het afdwingen van een grotere Europese defensiesamenwerking.
  1. Nederland profileert zich met een integrale benadering. ‘Diplomacy, defence and development’ kunnen elkaar versterken. Het zou ongeloofwaardig zijn indien de Tweede Kamer wel de stabiliteit en groei van defensie maar niet van buitenlandse zaken en ontwikkelingssamenwerking onderkent. Zou het niet logisch zijn indien de Tweede Kamer ook buitenlandse zaken en ontwikkelingssamenwerking beschermt voor de politieke waan van de dag.

De verkenning van de mogelijkheden voor een meerjarige defensieovereenkomst is zeker de moeite waard. Maar alleen als betrokken partijen een adequaat antwoord formuleren op de risico’s die aan deze stille revolutie verbonden zijn. Je kan misschien wel de politiek uit de krijgsmacht halen maar niet de krijgsmacht uit de politiek. De krijgsmacht is juist gediend met politiek debat, parlementaire controle en betrokkenheid van de samenleving.

Ook als column gepubliceerd bij One World

MH17 en Oekraïne: de lange en steile weg naar recht en vrede

864x486

Premier Rutte zou persoonlijk niet rusten. De onderste steen moest bovenkomen. De verantwoordelijken voor de crash van MH17 moesten opgespoord en bestraft worden. En Rusland moest door handelen aan Nederland bewijzen dat zij een onafhankelijk onderzoek ondersteunen. De premier sprak duidelijke taal tijdens de persconferentie naar aanleiding van de ramp met MH17. Daar zat geen woord Spaans bij.

Het rapport van de Onderzoeksraad voor Veiligheid bevestigt en onderbouwt wat eigenlijk al lang bekend was. MH17 is neergeschoten met een Buk-raket vanuit het oorlogsgebied in oosterlijk Oekraïne.

Het onderzoeksrapport is niet meer dan de eerste horde op de lange en steile weg die moet leiden naar berechting van de daders. Het Openbaar Ministerie moet nu eerst het wettige en overtuigende bewijs van daderschap rond krijgen. Wie gaf opdracht tot het neerhalen van MH17 en wie voerden deze opdracht uit?

Het leveren van een sluitende bewijsvoering zal een enorme uitdaging zijn. De kans is groot dat bewijsmateriaal dat naar de opdrachtgever wijst afwezig of vernietigd is. Getuigen zullen schaars en bang zijn. En daders mogelijk onvindbaar of dood.

Maar zelfs als het bewijs van daderschap geleverd kan worden, is er nog een derde horde te nemen: de berechting. Poetin heeft, ondanks een herhaald en klemmend beroep van premier Rutte, berechting van de daders door een VN-tribunaal met een veto geblokkeerd.

Dat maakt dat de kans op berechting van de daders pijnlijk klein is. Berechting door het Internationaal Strafhof is niet waarschijnlijk want het hof is noch door Rusland noch door Oekraïne en Maleisië erkend. Medewerking aan een gemengd tribunaal – op te richten door de meest betrokken landen– is een optie, maar Rusland zal daaraan echt geen medewerking verlenen.

En berechting in Nederland is minder makkelijk dan gedacht. Er bestaat weliswaar een uitleveringsverdrag tussen Nederland en Rusland maar daarin is een belangrijke uitzonderingsbepaling opgenomen. Moskou hoeft geen landgenoten uit te leveren. En juristen waarschuwen dat een berechting in afwezigheid van de daders de legitimiteit van het vonnis ondermijnt.

Wat te doen als de waarheid rond MH17 nooit geheel en onomstreden boven water komt? Als de daders nooit hun straf krijgen? Als Rusland onafhankelijk onderzoek en berechting doelbewust blijft frustreren? Zullen de nabestaanden ooit gerechtigheid krijgen? Natuurlijk hebben de nabestaanden daar recht op. En het is goed dat de premier zich hiervoor persoonlijk blijft inspannen. Maar er bestaat reële kans dat zijn persoonlijke belofte onhaalbaar blijkt. Dat zou bijzonder pijnlijk zijn voor de nabestaanden. En het zal mogelijk consequenties (moeten?) hebben voor onze handelsrelatie met Rusland.

Is daarmee alles gezegd en alles gedaan? Ik denk het niet. Robbert van Heijningen verloor zijn broer, schoonzus en neefje bij de MH17-ramp. In een actualiteitenrubriek zei hij recentelijk: “Eigenlijk maken we ons in Nederland voornamelijk druk over het al dan niet vervolgen van de daders van MH17. We hebben het totaal niet meer over wat er daar daadwerkelijk gebeurt. Mensen die sterven daar elke dag.”

Het is ronduit indrukwekkend dat Robbert van Heijningen over zijn eigen verdriet heen ook aandacht vraagt voor de grondoorzaak van de ramp met MH17: de oorlog in Oekraïne. Passagiers van MH17 en burgerdoden in Oekraïne, ze zijn samen slachtoffer van het oorlogsgeweld. Het verdriet van de nabestaanden van MH17 over de dood van hun geliefden is daarmee nauw verbonden met het verdriet van de nabestaanden van de even onschuldige burgers in Oekraïne. Het beëindigen van de oorlog in Oekraïne is van grote betekenis: niet alleen voor de nabestaanden van de 8.000 doden die inmiddels in Oekraïne zijn gevallen maar, misschien meer dan we beseffen, ook voor de nabestaanden van MH17.

“We hebben het totaal niet meer over wat er daar daadwerkelijk gebeurt”. Misschien moet premier Rutte persoonlijk ook niet rusten voordat het oorlogsgeweld in Oekraïne is beëindigd. Misschien moet Nederland, juist tegen deze tragische achtergrond, actief bijdragen aan vrede en veiligheid in Oekraïne.

Bommen op ISIS in Syrië? Tien klemmende vragen aan ministers Hennis en Koenders

the-us-led-air-war-against-isis-is-failing

Langzaam maar zeker lijkt de Nederlandse deelname aan de bombardementen tegen ISIS in Syrië dichterbij te komen. Defensie is er klaar voor. Een meerderheid in de Tweede Kamer kan niet wachten. Alleen Buitenlandse Zaken aarzelt nog.

De Artikel-100 brief, waarmee de regering de Kamer informeert over de Nederlandse deelnamen aan het bombarderen van ISIS in Syrië, lijkt een kwestie van dagen. Maar bombarderen is nu typisch iets waarmee een regering niet over één nacht ijs moet gaan. Daarom heeft PAX tien klemmende vragen geformuleerd voor de ministers Hennis en Koenders. Vragen waarin complicaties en voorwaarden besloten liggen die onvermijdelijk moeten meewegen in de afweging en besluitvorming over eventuele deelname. Een besluit dat hieraan voorbij gaat, is ronduit roekeloos.

Wat is het realistische en concrete doel dat Nederland met het bombarderen van ISIS nastreeft? Evaluaties van missies zoals naar Uruzgan en ook de AIV wijzen er op aan dat de doelstellingen van militaire missies vaak veel te weinig concreet en veel te pretentieus zijn omschreven. Dat staat het succes, de monitoring en de evaluatie van een militaire missie in de weg. Helaas kenmerkte ook de Nederlandse deelname aan het bombarderen van ISIS in Irak zich door een gebrek aan concrete en realitische doelstellingen.                                            

Van welke internationaal breed gesteunde eenduidige, consistente en lange termijn strategie zijn de bombardementen van ISIS in Syrië onderdeel? Zonder politieke strategie zal een militaire missie in Syrië niet leiden tot een duurzame oplossing van de oorlog in Syrië, en daardoor onherroepelijk tekort schieten of ronduit mislukken. Geheel terecht gaven de ministers eerder aan dat de strijd tegen ISIS alleen succesvol kan zijn indien ook gewerkt wordt aan de structurele oplossing van de problemen in Irak en de Syrische burgeroorlog. Dit is alleen te bereiken met een gezamenlijke visie vanuit de internationale gemeenschap. Die gemeenschappelijke visie ontbreekt echter. Sleutellanden als de VS, Rusland, Turkije, Iran, Saoedi-Arabië en ook de conflictpartijen in Syrië laten zich tot nu toe echter leiden door elkaar uitsluitende belangen.

Hoe gaan de bombardementen bijdragen aan de bescherming van burgers tegen oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid? Dit is nu de meest dringende vraag. Burgers vluchten voor het oorlogsgeweld en door het gebrek aan toekomstperspectief in Syrië. Bombardementen van alleen ISIS nemen de grondoorzaken van de vluchtelingencrisis niet weg. Het effectief beschermen van burgers tegen oorlogsmisdaden en een structurele politieke oplossing voor de oorlog in Syrië moeten prioriteit krijgen.

Kan ISIS in Syrië met bombardementen worden verslagen? Tot nu toe hebben de luchtaanvallen op ISIS in Irak en Syrië weinig opgeleverd, al is de uitbreiding van de invloedssfeer van ISIS in Irak en Syrië beperkt gebleven. Toch slaagt ISIS er nog steeds in gebieden te controleren en zelfs uit te breiden. De weinige successen van de coalitie tegen ISIS zijn te danken aan de combinatie van luchtaanvallen en de aanwezigheid van grondtroepen. ISIS is met alleen bombardementen niet te verslaan. De training van Syrische rebellen is uitgelopen op den fiasco, de Koerdische troepen zijn maar in een beperkt gebied actief.

Wat zijn de gevolgen van de Russische militaire aanwezigheid? Satellietbeelden hebben de aankomst van Russische tanks, pantservoertuigen, helikopters, drones en ander militair materieel in Latakia (Syrië) bevestigd. De Russische aanwezigheid verandert de situatie fundamenteel. Moskou lijkt aan te sturen op een alternatieve anti-ISIS coalitie die de positie van Assad en de belangen van Poetin versterkt, en de mogelijkheden voor het Westen om de Syrische oppositie te steunen eerder kleiner dan groter maakt. Een heroverweging van de strategie in Syrië en tegen ISIS lijkt daarmee onvermijdelijk.

Zijn we voldoende voorbereid op oorlogsvoering met meerdere fronten in andere landen? ISIS hanteert een internationale strategie om zijn positie in Syrie en Irak te versterken. ISIS heeft inmiddels steunverklaringen ontvangen van 35 verwante groepen in het Midden-Oosten, Noord-en West-Afrika en Centraal-Azië. Dit roept de vraag op of de internationale coalitie tegen ISIS voldoende voorbereid is op de gevolgen van zogeheten asymmetrische oorlogsvoering: strijd op meerdere fronten in verschillende landen.

Hoe krijgen het parlement en de samenleving een goed beeld van de strijd tegen ISIS? Militaire analisten in de VS stellen dat hun rapporten over ISIS stelselmatig zijn gemanipuleerd waardoor een te positief beeld geschetst wordt van de strijd tegen ISIS en Al Nusra, de Al Qaeda tak in Syrië. De analisten hebben een veel pessimistischer beeld van de militaire strijd tegen en de kracht van ISIS. Dit roept ernstige vragen op die ook relevant zijn voor de Nederlandse besluitvorming.

Hoe wordt voorkomen dat onschuldige burgers slachtoffer worden van de bombardementen tegen ISIS? De bombardementen van de coalitie tegen ISIS eist een onrustbarend groeiend aantal burgerslachtoffers. ISIS heeft zich in reactie op de bombardementen meer teruggetrokken in steden. Het bombarderen van ISIS in dichtbevolkte gebieden is in strijd met het Internationaal Humanitair Recht. De internationale coalitie, inclusief Nederland, is onvoldoende transparant en legt onvoldoende publieke verantwoording af over mogelijke burgerslachtoffers. Een methodiek voor het identificeren van burgerslachtoffers zoals werd gehanteerd bij de ISAF-missie, ontbreekt.

Wat zijn de onbedoelde bijeffecten van de bombardementen van ISIS en hoe zijn deze te verminderen? De bombardementen van de coalitie richten zich ook op het vernietigen van de financiële inkomstenbronnen van ISIS. Dit blijft echter niet zonder bijeffecten. In door ISIS gecontroleerde gebieden kon de lokale bevolking nog gebruik maken van olie en brandstof. De bombardementen hebben hier een einde aan gemaakt. Om in hun levensonderhoud te voorzien zien families in door ISIS gecontroleerde gebieden zich meer en meer gedwongen hun kinderen te laten vechten aan de zijde van ISIS: de terreurgroep betaalt een maandelijkse soldij van $ 400,-

Wat doet de internationale coalitie voor Syrië en Irak wanneer ISIS verdreven is? Deelname aan de bombardementen tegen ISIS betekent ook: meewerken aan stabiliteit en wederopbouw in de periode na de oorlog, aan de opbouw van lokaal bestuur, aan vrede en verzoening. In Libië heeft de internationale coalitie die verantwoordelijkheid destijds niet genomen. Hierdoor ontstond een politiek vacuüm dat tot de dag van vandaag voortduurt, met alle gevolgen van dien.