Aleppo verloren, rampspoed geboren

SYRIA-CONFLICT

Het onvoorstelbare lijkt onvermijdelijk. Aleppo is murw gebombardeerd. In een beangstigend snel tempo herovert het Syrische leger stadswijken op het verzet. Waar mogelijk ontvluchten inwoners de stad. Intussen regent het bommen op de wijken die nog standhouden.

Er dwarrelde deze dagen ook een onheilspellende boodschap uit de lucht boven oostelijk Aleppo. Pamfletten met de volgende boodschap: “Dit is je laatste hoop. Breng jezelf in veiligheid. Als je dit gebied niet snel verlaat zal je worden vernietigd. We hebben vluchtwegen open gelaten zodat je kan vertrekken. Beslis snel. Red jezelf. Je weet dat iedereen je heeft verlaten. Je zult je lot ondergaan zonder hulp van iemand.” Was getekend: ‘Het Syrische Regeringsleger’. Zonder hulp van iemand. Hoe pijnlijk waar is dat.

Terwijl de internationale gemeenschap oorverdovend zwijgt, het regime in Damascus victorie kraait en Rusland en Iran in hun ijzeren vuisten lachen dringt zich een dramatische vraag op. Wat gaat er verloren als Aleppo is verloren?

Pleitbezorgers van ‘Realpolitik’ hebben hun antwoord klaar. Zij voorzien na de val van Aleppo de val van Idlib en een militaire overwinning van Assad. Vervolgens zal Assad resterende tegenstanders laten vermoorden en met harde hand regeren over wat er van Syrië over is. Intussen zal een door Koerden gedomineerde legermacht ISIS uit Raqqa verdrijven. Zo werkt de logica van macht en geweld nu eenmaal, zullen de aanhangers van ‘Realpolitik’ uitleggen. Leuk is het niet. Maar tel je zegeningen: de stabiliteit is hersteld en de dreiging van terrorisme gekeerd. Voor zolang het duurt natuurlijk.

Maar deze kille analyse schiet te kort. Want na de val van Aleppo volgt er nieuwe rampspoed. De schade is immens groot.

Het eerste dat in het oog springt is natuurlijk de humanitaire rampspoed. De val van Aleppo zal leiden tot nog meer burgerslachtoffers. Nog meer ontheemden zullen stranden in het niemandsland voor de hermetisch afgesloten grenzen van Turkije, Libanon en Jordanië. En voor miljoenen vluchtelingen in de regio zal met de val van Aleppo ook de hoop op een spoedige terugkeer naar Syrië vervliegen.

De tweede schadepost is de stabiliteit in de regio. De diepe crisis in de relatie tussen autoritaire regeringen en hun bevolking in het Midden-Oosten blijft bestaan. Deze crisis en de verdeeldheid binnen samenlevingen zijn door het oorlogsgeweld alleen maar verder toegenomen. En verdeeldheid zal de toch al fragiele staatsinstituties verder verzwakken en de groei van gewelddadige extremistische bewegingen aanwakkeren. Het zal bovendien niet lang duren voordat er zich onder wanhopige vluchtelingengemeenschappen nieuwe extremistische bewegingen manifesteren. Met alle gevolgen voor Libanon en andere landen in de regio.

De derde rampspoed treft de geloofwaardigheid van de internationale politiek. De averij voor de Verenigde Naties is onvoorstelbaar. Verdeeld, verlamd en machteloos hebben de Verdeelde Naties naar de Syrische tragedie gekeken. Het internationale humanitair recht, met zo veel bloed en tranen tot stand gekomen, is straffeloos ondermijnd. Door de politieke verdeeldheid hebben ook de humanitaire organisaties van de VN gefaald, hun onpartijdigheid wordt in twijfel getrokken. Het herstel van de politieke geloofwaardigheid van de internationale gemeenschap zal lang duren. Vertrouwen komt nu eenmaal te voet en gaat te paard.

En dan de vierde rampspoed. Die treft Europa. De groeiende instabiliteit in het Midden Oosten vergroot de kans op terroristisch geweld in Europa. De omvang van het vluchtelingenvraagstuk zal verder groeien. De zelfgenoegzaamheid over het zogenaamde succes van vluchtelingen- en immigratiedeals met Turkije en andere landen zal wel eens van korte duur kunnen zijn. In Europese samenlevingen zullen de zorgen over vluchtelingen, de islam en het terroristisch geweld toenemen. Deels begrijpelijk maar ook aangewakkerd door populistische bewegingen die de eenheid en houdbaarheid van de Europese Unie in gevaar brengen.

De val van Aleppo lijkt de effectiviteit van de ‘Realpolitik’ van macht en geweld te bewijzen. Maar dat is echt een illusie. Uiteindelijk zal de val van Aleppo ons vooral confronteren met het falen van een immorele ‘Realpolitik’. De prijs die voor dat inzicht betaald moet worden is helaas dramatisch hoog.

Maar wie weet. Wie weet zal de Veiligheidsraad zich herpakken en overeenstemming bereiken over een staakt-het-vuren. Misschien kunnen burgers in belegerde steden dan toch toegang krijgen tot humanitaire hulp. Misschien is er wanneer niemand dat meer verwacht toch nog een politieke oplossing mogelijk.

En wie weet breekt internationaal het besef door dat we de grondoorzaken van instabiliteit moeten bestrijden. Misschien begrijpen politieke leiders in het westen dat steun voor inclusief bestuur en veerkrachtige samenlevingen ook in hun belang is. Misschien wekt de dreiging van meer rampspoed een nieuw urgentie besef. Het is nog niet te laat.

Intussen kunnen we op verzoek van inwoners van Aleppo een kaars aansteken. Als bewijs dat de pamfletten van het Syrische leger niet kloppen: wij zijn Aleppo niet vergeten. En we moeten elkaar vasthouden.

De laatste tuinman van Aleppo

Het leven in Aleppo is een ‘living hell‘. Het regent bommen in de stad. De ravage is onvoorstelbaar, het lijden van mensen ondragelijk, de dood alom aanwezig. En steeds als we denken dat het niet erger kan wordt het nog erger.

Eén van de vele slachtoffers is Abu Ward. Zijn naam betekent ‘vader van de bloemen’. Hij was de laatste tuinman in het door het verzet gecontroleerde centrum van Aleppo. Omringd door oorlogsgeweld bleef hij samen met zijn zoon Ibrahim zijn tuin onderhouden.

Voor Abu Ward waren bloemen de essentie van de wereld. “Wie bloemen ziet geniet van de schoonheid van de door God geschapen wereld. Met hun geur voeden ze je hart en je ziel.” Met eenvoudige woorden leidde Abu Ward bezoekers rond door zijn tuin: “Dit is een hazelnoot. Dit een mispel. Dit een perenboom.”

De tuinman verkocht rozen aan bezoekers van het nabije hospitaal. En rozemarijn aan activisten. Rozemarijn om te planten in de vernietigde rotondes van Aleppo. “Want dat motiveert mensen. Zo zien ze niet alleen vernietiging maar ook schepping”.

Die tuin, dat plukje groen in de door bommen geruïneerde stad, vormde een eiland van menswaardigheid. Een uiting van veerkracht. Een oase van hoop. Het onderhouden van een tuin was een daad van verzet tegen de vernietiging. “Kijk”, zei Abu Ward, “deze boom is geraakt door de scherf van een vatbom. Maar hij leeft nog. God dank! Deze boom zal blijven leven. En wij zullen leven, ondanks alles.”

Kon het verhaal hier maar stoppen. Zodat we zouden weten dat er in Aleppo ondanks de oorlog nog een tuinman is. Dat er midden in het puin nog een tuin is waar rozen bloeien. Dat ergens rozemarijn ruïnes overwoekert. Maar na ruim vijf jaar heeft de oorlog ook de tuin bereikt. Abu Ward is tijdens de intensivering van de bombardementen door het Syrische regime en Rusland door een bom geraakt. Hij was op slag dood.

De tuin is verlaten. Niemand koopt er meer rozen of rozemarijn. De dertienjarige Ibrahim dwaalt verweesd rond. Op het graf van zijn vader liggen geen bloemen. Wat hij nu moet doen? Hij weet het echt niet.

Vaak blijken mensen, ondanks alles, over een onvoorstelbare veerkracht te beschikken. Zij blijven hoop koesteren, al was het maar omdat het verliezen van de hoop geen optie is. Want als de hoop verloren is, is alles verloren.

De Syrische en Russische bombardementen lijken juist uit te zijn op het verstikken van de hoop. Als Assad en Poetin daarin slagen is Aleppo verloren. Dan zal ook elders in Syrië de hoop op vrede vervliegen. Dan zullen nog meer mensen Syrië ontvluchten. Dan zal de stabiliteit in de regio, die al zoveel Syrische vluchtelingen herbergt, verder in gevaar komen. Dan zullen nog veel meer vluchtelingen een weg naar Europa zoeken. Dan zal de geloofwaardigheid van de internationale politiek, van de humanitaire hulp en het internationaal oorlogsrecht nog verder eroderen.

De dood van Abu Ward, het verval van zijn tuin en het radeloze verdriet van zijn zoon vormen een drama op zich. Maar met de dood van de laatste tuinman dreigt Aleppo ook zijn hoop te verliezen. Moeten we dat laten gebeuren?

Europese deal met Turkije ondermijnt recht op bescherming voor vluchtelingen

A woman is supported by two men while crossing a river as migrants attempt to reach Macedonia on a route that would bypass the border fence, Monday, March 14, 2016. Hundreds of migrants and refugees walked out of an overcrowded camp on the Greek-Macedonian border Monday, determined to use a dangerous crossing to head north.(AP Photo/Vadim Ghirda)

(AP Photo/Vadim Ghirda)

De afgelopen dagen zagen we onvoorstelbare beelden van vluchtelingen die de grens tussen Griekenland en Macedonië overstaken. Mensen die waden door het ijskoude water van de grensrivier. Gezichten strak van uitputting en wanhoop. Handen die zich vastklampen aan een touw over snelstromende water. Kinderen die van hand tot hand gaan. Om uiteindelijk weer te worden tegengehouden.

Deze mensen zijn ‘lost in transition’. Zij hebben door oorlog alles verloren. Zij kunnen niet terug en niet vooruit. Ze zijn vastgelopen in de zuigende modder van provisorische kampen. De Balkanroute zit op slot door de vluchtelingendeal tussen de Europese Unie en Turkije.

Europese politieke leiders willen Syrische vluchtelingen die Griekenland bereiken, collectief naar Turkije terugsturen. Voor elke Syriër die Turkije terugneemt, zal Europa een vluchtelingen vanuit Turkije opnemen. De politieke prijs voor deze deal: opheffing van de visumverplichting voor Turkijke, 3 miljard extra en versnelling van de onderhandelingen over toetreding van Turkije tot de Europese Unie. De wanhopige Europese politieke leiders klampen zich vast aan het touw dat Turkije hen toewerpt. Maar de vluchtelingendeal roept vele juridische, morele en praktische vragen op.

Internationale bescherming in gevaar

De deal met Turkije dreigt het recht van vluchtelingen op bescherming en asiel te ondermijnen. Het collectief terugsturen van vluchtelingen naar Turkije is in strijd met internationale en Europese verdragen. Voordat Griekenland asielzoekers terugstuurt naar hun land van herkomst of, in dit geval naar Turkije, moet op individuele basis het risico op gevaar voor lijf en leden worden beoordeeld. Griekenland is daartoe nu niet in staat.

Bovendien moet vaststaan dat Turkije voldoet aan de criteria voor een veilig land. Teruggestuurde asielzoekers moeten op effectieve bescherming kunnen rekenen en niet teruggestuurd worden naar een situatie waarin hun leven of vrijheid in gevaar is. En aan deze elementaire twee voorwaarden voor een veilig land kan Turkije (nog) niet voldoen.

Hervestiging vluchtelingen blijft noodzakelijk

Europa draagt onvoldoende bij aan de hervestiging van vluchtelingen die in de regio zijn opgevangen. De Syrische vluchtelingen die deze week het ijskoude water van de grensrivier tussen Griekenland en Macedonië overstaken, zijn (veelal) afkomstig uit de vluchtelingenkampen in Libanon, Irak en Turkije. De omstandigheden waaronder vluchtelingen in deze landen moeten leven is ronduit dramatisch. Bovendien dreigen landen als Libanon te bezwijken onder de enorme aantallen vluchtelingen.

Jaarlijkse hervestiging van substantiële aantallen vluchtelingen in landen in Europa is daarom onvermijdelijk. Maar de bereidheid van landen binnen de Europese Unie om vluchtelingen te ontvangen is tot nu toe bedroevend laag. Het ontbreekt aan politieke wil en onderlinge solidariteit. Vooral de rijkste landen binnen de Europese Unie zullen jaarlijks veel meer vluchtelingen moeten opnemen. Ook Nederland. Daarnaast zal de internationale gemeenschap veel meer humanitaire steun moeten geven voor de opvang in de regio. Van het bedrag dat dit jaar nodig is voor huisvesting, voedsel en gezondheidszorg voor de opvang van Syrische vluchtelingen in de regio is deze week nog maar 4 % opgebracht.

De deal met Turkije lijkt in te zetten op het in de regio houden van de vluchtelingen. Maar dat is niet alleen praktisch onmogelijk, maar ook moreel onverantwoord. Als de Europese landen niet substantieel meer bijdragen aan hervestiging en humanitaire hulp, zullen vluchtelingen ongecontroleerd langs andere routes Europa blijven bereiken. De Europese leiders kunnen hun verantwoordelijkheid voor de hervestiging van vluchtelingen niet afkopen en doorschuiven aan Turkije en de andere landen in de regio. De Europese landen kunnen en moeten, zeker in vergelijking met landen als Libanon veel meer vluchtelingen opvangen.

Gevaarlijke veilige haven

De deal met Turkije omvat ook het realiseren van een veilige zone in Syrië zelf. Turkije houdt vluchtelingen uit Syrië aan de grens tegen. Zij zouden in deze ‘veilige zone’ moeten blijven. Maar Turkije wil mogelijk ook Syrische vluchtelingen die nu in Turkije verblijven of uit Griekenland afkomstig zijn naar dit gebied kunnen terugsturen.

Turkije pleit al langer voor het realiseren van zo’n veilige haven aan zijn grens met Syrië. In Nederland roept zo’n pleidooi onmiddellijk herinneringen op aan het drama in Srebrenica. Zonder effectieve bescherming van burgers kan een veilige zone uitlopen op een humanitair drama.

De bescherming van burgers in een veilige zone in het door oorlogsgeweld verscheurde Syrië vergt veiligheidsgaranties die onder de huidige omstandigheden niet zijn te realiseren. Daarbij komt dat het Turkse pleidooi voor een veilige zone ook een ander, meer politiek doel dient. Een dergelijk gebied moet een buffer vormen tussen de Syrische Koerden, die hun positie met Amerikaanse steun hebben versterkt, en Turkije. Turkije wil echter voorkomen dat de Syrische Koerden het gehele grensgebied innemen. Een veilige zone zou dit kunnen voorkomen.

De Europese leiders moeten niet alleen het terugsturen van vluchtelingen naar een onveilige veilige haven voorkomen. Het idee van een veilige haven vormt onder de huidige omstandigheden ook een gevaarlijke complicatie voor het toch al fragiele onderhandelingsproces in Genève over een politieke oplossing voor de oorlog in Syrië.

Lost in transition

De vluchtelingen die nu zijn vastgelopen in Griekenland, of op weg via de Balkanroute, vormen het meest urgente probleem voor de Europees-Turkse top. Deze mensen betalen als eerste de prijs van de Turkije-deal. Alleen al aan de Griekse kant van de grens met Macedonië verblijven 12.000 mensen, waaronder 4.000 kinderen. Zij kunnen noch terug naar Turkije noch door naar Europa. Welke Europese leider is moedig en menselijk genoeg om zijn of haar verantwoordelijkheid voor deze mensen te nemen?

Gepubliceerd door Reformatorisch Dagblad 16/3/2016

Bombarderen van bermbommen: verkeerde prioriteit

ap_madaya_06_jc_160121

“Landen die niet in staat zijn een zak brood of een blik melk te droppen voor de kinderen in Syrië die dood gaan in de belegerde gebieden, zijn niet in staat om vrede te stichten voor een volk in pijn.” Veel Syriërs herkennen zich in de bittere woorden van Mouaz al-Khateeb, de oud-voorzitter van de Syrische oppositie. Zij begrijpen ab-so-luut niet dat de internationale coalitie voorrang geeft aan het bombarderen van ISIS terwijl het massieve bombarderen en uithongeren van burgers door Assad ongehinderd doorgaat.

De Nederlandse regering wil ISIS niet in stedelijke gebieden bombarderen. Dat is maar goed ook want Raqqa wordt al meer dan genoeg gebombardeerd. Maar ook het bombarderen van de bermbom- en boobytrapfabrieken van ISIS gaat voorbij aan het sentiment dat Mouaz al-Khateeb zo wrang onder woorden brengt.

Het onbegrip over de verkeerde prioriteit van de internationale coalitie vormt voor de Syrische oppositie een enorm obstakel. Zij kunnen in Genève moeilijk deelnemen aan onderhandelingen en compromissen sluiten terwijl hun kinderen dood gaan in belegerde en gebombardeerde steden. Het onbegrip onder de Syrische bevolking ondermijnt het vertrouwen in de onderhandelingen. Dat verlamt niet alleen de Syrische oppositie. Het wakkert ook de radicalisering aan. En het versterkt de rekrutering van ISIS.

Zeker, de bombardementen doen ISIS pijn. Maar ze hebben geen doorslaggevend effect op de krachtsverhoudingen. Als we ISIS effectief willen bestrijden zullen we het vertrouwen van soennitische gemeenschappen moeten winnen. Gemeenschappen die, bij gebrek aan beter, hun toevlucht zochten bij ISIS. Dat vertrouwen is alleen te winnen met een geloofwaardig toekomstperspectief: een Syrië waar plaats is voor alle Syriërs. Daar moet het over gaan in Genève. Zodra soennitische gemeenschappen beseffen dat hun veiligheid en hun belangen beter verzekerd zijn bij een toekomstige regering zullen zij ISIS de rug toekeren. En dat zal een implosie van ISIS tot gevolg hebben.

In sommige gebieden slagen lokale gewapende groepen er met luchtsteun van de internationale coalitie in om ISIS terug te dringen. Maar de vreugde over deze bevrijding is van korte duur. Steeds blijkt dat er in de op ISIS veroverde gebieden nieuw sektarische geweld oplaait tussen Arabische bevolkingsgroepen en Koerdische strijders. Onder de bevrijde bevolking heerst er angst voor nieuw geweld en gedwongen verhuizing. De internationale coalitie beschikt over een overmacht aan militaire middelen, maar een robuust plan voor lokaal bestuur en vredesopbouw ontbreekt tot nu toe pijnlijk. En van monitoring van mensenrechten in bevrijde gebieden is ook geen sprake.

Er is inmiddels geen militair meer te vinden die gelooft dat ISIS alleen met bombardementen is te verslaan. Er is geen enkel alternatief voor de nog zo broze onderhandelingen in Genève, die nog voordat ze zijn begonnen al dreigen te stagneren. De allereerste prioriteit in Syrië is daarom niet het bestrijden van ISIS maar het de-escaleren van het oorlogsgeweld en het brengen van die zak brood en dat blik melk in belegerde steden. Dat is urgent noodzakelijk om een einde te maken aan het humanitair lijden, om te voorkomen dat nog meer mensen vluchten, om de onderhandelingen te laten slagen. Maar het is ook nodig voor een effectieve bestrijding van ISIS. Alleen als er een staakt-het-vuren komt kunnen alle partijen, die elkaar nu bevechten, zich richten op de bestrijding van ISIS.

Het besluit van de Nederlandse regering zal gelardeerd zijn met goede voornemens. Het bevat een steunpakket dat ten goede moet komen van de Syrische oppositie en de Syrische bevolking. En ja, natuurlijk is het belangrijk om te voorkomen dat door bermbommen en boobytraps nieuwe burgerslachtoffers vallen. Maar toch gaat ook het besluit van de Nederlandse regering voorbij aan de grootste nood en voornaamste prioriteit binnen Syrië. Het besluit draagt daarmee niet bij aan de start en het succes van de onderhandelingen in Genève, en het laat bovendien de bredere dynamiek die ISIS versterkt ongemoeid.

Het zou zeer welkom zijn als de Nederlandse regering als Europees voorzitter alles op alles zou zetten om die zak brood en dat blik melk in de belegerde steden te krijgen. Wat zou dat een krachtig signaal zijn aan al die Syrische burgers die zich aan hun lot overgelaten voelen. Het kan een eerste begin van vertrouwen wekken dat de internationale gemeenschap in Genève vrede kan stichten voor een volk in pijn.

De kloof tussen de Haagse wenselijkheid en de Syrische realiteit

bomb-3

Gaat Nederland ISIS in Syrië bombarderen? Volgende week zullen we het weten. Minister Koenders ziet een nieuw ‘wegingsmoment’. Frankrijk deed na de aanslagen in Parijs een beroep op de Europese solidariteit. En ook Amerika deed een beroep op Nederland. De druk op Koenders neemt toe.

Commandant der strijdkrachten Middendorp draagt aan deze druk bij. Tijdens een briefing van de Tweede Kamer liet hij weten dat het “militair logisch en efficiënt is om het luchtwapen daar in te zetten waar de behoefte het grootste is, en dat is nu in Syrië.” Bovendien: “IS alleen bestrijden in Irak is toch een beetje alsof je alleen de symptomen van de ziekte bestrijdt en niet de ziekte zelf.” En ook op de vraag naar een politieke strategie had de commandant een antwoord: “Je kunt IS bestrijden en parallel daaraan werken aan een politieke oplossing.”

Het klinkt allemaal zo logisch. Zo vanzelfsprekend. Maar er tekent zich een groeiende kloof af tussen de wenselijkheid en de werkelijkheid. Tussen de Haagse realiteit en de realiteit in Syrië zelf. Laten we eens luisteren naar enkele andere geluiden.

Wat vindt bijvoorbeeld de Amerikaanse generaal Mike Flynn? Hij was tot een jaar geleden hoofd van de US Defence Intelligence Agency. Hebben we een coherent plan voor militaire actie? “Nee. Nee, we hebben helemaal geen plan. Het is totaal incoherent.” Moeten we desondanks toch bombarderen? Flynn: “Dat heeft een contra-productief effect. Wij laten een 2.000 pond bom van 10.000 voet hoogte vallen omdat dat veilig is voor ons. Zij sturen 8 gasten naar Parijs. Dat is hun tegenaanval.”

“In de afwezigheid van een algehele politieke oplossing voor Syrië zal de (…) militaire campagne voor een periode van meerdere jaren moeten worden volgehouden. In deze omstandigheden is het mogelijk, en zelfs waarschijnlijk, dat de operatie eindigt zonder doorslaggevend effect,” zegt Professor Malcom Chalmers, adjunct-directeur generaal en onderzoeksdirecteur aan het Britse militaire onderzoeksinstituut RUSI. 

Julien Barnes-Dacey en Daniel Levy die als onderzoekers werken voor de European Council on Foreign Relations, geven een forse waarschuwing: “Een militaire ISIS-first strategie laat op een fatale wijze de bredere dynamiek, die ISIS versterkt, ongemoeid. Wat we nodig hebben is een Syria-first strategie.”

Dan zijn er nog mensen die ISIS van binnenuit kennen. De Franse journalist Nicolas Hénin was maandenlang gegijzeld door ISIS. “De luchtaanvallen op ISIS zijn een valstrik. De winnaar van deze oorlog zal niet de partij zijn met de nieuwste, meest dure en moderne wapens maar de partij die er in slaagt de bevolking aan zijn zijde te krijgen. Op dit moment is het meer waarschijnlijk dat we door de bombardementen de mensen in de armen van ISIS drijven. Wat we moeten doen, en dat is echt essentieel, is het engageren van lokale mensen. Zodra mensen hoop gaan krijgen op een politieke oplossing zal ISIS imploderen.”

De voormalige ISIS-strijder Abu Omar heeft een zelfde boodschap: “Ik verbleef binnen hun muren. Ik begrijp hun mentaliteit. Als je ISIS wilt vernietigen moet je de zorgen van de bevolking wegnemen. Laat de sjeiks met de jeugd praten en maak geen fouten. ISIS overleeft als gevolg van de ernstige fouten door regeringen in de regio.”

Dan maar eens luisteren naar de lokale mensen die volgens Hénin c.s. zo’n vitale rol zouden moeten spelen. Wat vinden zij van het bombarderen van ISIS? Issam al-Reis, woordvoerder van het Southern Front, een coalitie van gewapende oppositietroepen, gebruikt net als Middendorp een ziektemetafoor. Maar de boodschap is totaal anders. “Het regime van Assad is de kanker waarop ISIS groeide. Een operatie die zich richt op de symptomen maar voorbij gaat aan de kanker zelf, heeft geen zin.”

Activisten in Raqqa hebben er genoeg van: “Wij zijn tegen de luchtaanvallen op Raqqa. De wereld wil steeds maar Raqqa bombarderen maar zij vergeten dat er 500.000 onschuldige mensen in de stad verblijven.” Tim Ramadan, een activist uit Raqqa, zegt niet zonder cynisme: “De coalitie wil raketten afvuren op gebouwen, zelfs als deze verlaten zijn.” Een andere activist: “Het bombarderen van ISIS in Raqqa zal ISIS niet verslaan maar het zal de mensen meer doen lijden. ISIS zal de aanvallen gebruiken om mensen in het westen en nieuwe strijders te rekruteren.”

Een zelfde mening valt te beluisteren bij Planet Syria, een netwerk van 100 civiele groepen in Syrië: “Eén van de voornaamste factoren in de rekrutering van ISIS is het gegeven dat de wereld niets doet om de Syrische burgers te beschermen tegen de aanvallen van de [Syrische] regering.”

Wat Middendorp militair logisch vindt is voor Koenders een immens dilemma. Hij zal beseffen dat de militaire ISIS-first strategie een ernstige bedreiging vormt voor de embryonale diplomatieke onderhandelingen in Wenen. Hij zal weten dat door de bombardementen op ISIS de compromisbereidheid van Assad en het vertrouwen van de Syrische oppositie verder zullen afnemen. Zijn ambtenaren zullen hem er op wijzen dat het aantal burgerslachtoffers verder zal stijgen. Dat de Soennitische gemeenschappen verder in de armen van ISIS gedreven worden. Dat de rekrutering van ISIS aan aantrekkingskracht zal winnen. En dat de kans op aanslagen echt niet zal afnemen.

Het maakt misschien betrekkelijk weinig verschil of Nederland nu wel of niet meedoet aan de bombardementen in Syrië. Het zal als geste gewaardeerd worden in Washington en Parijs. Maar het bombarderen van ISIS zal op zijn best een symbolische bijdrage aan symptoombestrijding zijn en op zijn slechtst een verdere escalatie van het geweld en een extra obstakel voor het bereiken van een politieke oplossing. Als Koenders zich niet door militaire maar door zijn eigen politieke logica laat leiden, dan kiest hij voor een diplomatiek offensief in Wenen in plaats van voor militaire escalatie in Syrië.

De exodus, ons geweten en ons handelen

An_Aerial_View_of_the_Za'atri_Refugee_Camp

Paul Scheffer leverde in de NRC een waardevolle bijdrage aan het debat over vluchtelingen onder de titel ‘De exodus en ons geweten’. Maar hij zet met zijn bijdrage de lezer ook een beetje op het verkeerd been door valse tegenstellingen te poneren.

Scheffer stelt dat we weer terug moeten naar het door Weber gemaakte onderscheid tussen getuigenisethiek en verantwoordingsethiek. En hij kiest uitdrukkelijk niet voor de getuigenisethiek die leidt tot “handelen dat zich niet bekommert om de gevolgen.” Maar daarmee gaat Scheffer er aan voorbij dat Weber in zijn beroemde toespraak Politik als Beruf juist beklemtoont dat beide vormen van ethiek in het politiek handelen noodzakelijk zijn.

De vluchtelingen doen een beroep op de Europese waardegemeenschap, op de menselijke waardigheid en de daarvan afgeleide solidariteit. Een getuigenis die deze morele waarden herbevestigt wordt in het debat juist zeer gemist. Maar, en daar heeft Scheffer wel een punt, wat evenzeer gemist wordt is het doordenken van praktische consequenties.

Als we de morele verantwoordelijkheid voor het opvangen van vluchtelingen op ons nemen dan moeten we ook bereid zijn problemen onder ogen te zien en compromissen te sluiten. Na het morele leiderschap moet dus het politiek leiderschap volgen. Politiek leiderschap dat taaie problemen van huisvesting, onderwijs en werk onder ogen ziet en daar praktische oplossingen voor vindt.

Een tweede valse tegenstelling die Scheffer presenteert is die tussen open of gesloten grenzen. Die twee stellingen zijn vooral populair in het Haagse debat dat zich laat gijzelen door electorale angsten. Ik kom maar weinig mensen tegen die pleiten voor een onbegrensde opvang van iedereen die naar Europa trekt. De werkelijke vraag is niet of maar hoe we aan de Europese buitengrenzen snel en fair onderscheid kunnen maken tussen mensen die recht hebben op asiel en mensen die daarop geen aanspraak op kunnen maken. De uitdaging is verder hoe we in Europa kunnen komen tot een eenduidig en rechtvaardig asielbeleid en de hervestiging van vluchtelingen die daar volgens de UNHCR recht op hebben.

Het ontbreken van moreel leiderschap in de politiek frustreert het debat over vluchtelingen. We hebben geen premier die de morele uitgangspunten benoemt en herbevestigt. Het vacuüm dat hierdoor ontstaat wordt vooral in beslag genomen door de meest vocale tegenstanders. Hun weerstand krijgt in de media onevenredig veel weerklank. Dat wakkert de angstvalligheid in de politiek verder aan. Het debat blijft daardoor vaak beperkt tot de uitwisseling van elkaar beconcurrerende getuigenissen, het gaat te weinig over verantwoord handelen. De tragiek is dat hierdoor de taaie oorzaken en reële problemen van de vluchtelingenstroom onbenoemd blijven en het noodzakelijke maatschappelijk draagvlak voor opvang ondermijnd wordt.

Tegen deze achtergrond zijn er meen ik drie problemen die (ook) urgente aandacht vragen.

In de eerste plaats moeten we de oorzaken van de vluchtelingenstroom onderkennen. Het westen heeft veel te weinig oog gehad voor onrecht, onderdrukking en oorlogsgeweld in Afrika en het Midden Oosten. De gevestigde politiek heeft decennia lang naar stabiliteit gestreefd ten koste van democratie, en geen van beide gerealiseerd. De bijdrage aan democratische transities kwam vrijwel altijd te laat, schoot vaak te kort of bleek ronduit contraproductief. De effecten daarvan tekenen zich nu pijnlijk af. Het opnieuw doordenken van een waardegedreven buitenlandpolitiek is urgent noodzakelijk. Zeker omdat politici in weerwil van de geschiedenis opnieuw menen dat we door samenwerking met autoritaire en ondemocratische regimes onze belangen kunnen waarborgen. En het zal duidelijk zijn dat het beschermen van burgers en het opgang brengen van een politiek proces in Syrië nu topprioriteit moeten krijgen.

In de tweede plaats moeten we ons ook en veel sterker richten op de vluchtelingen die hun heil zochten in Libanon, Turkije en Jordanië. Hun situatie is op termijn onhoudbaar. Hervestiging is geen regionale, geen Europese maar een mondiale opdracht. De honderdduizenden bootvluchtelingen die na 1975 Vietnam ontvluchtten leidden tot een samenhangende en integrale benadering onder auspiciën van de VN. Waarom gebeurt dat nu niet? Er zijn nog altijd te veel landen die hun verantwoordelijkheid niet nemen. En het budget voor regionale opvang van vluchtelingen is nog steeds maar voor 45% gefinancierd!

In de derde plaats moeten we het maatschappelijk draagvlak voor de opvang van vluchtelingen versterken en zichtbaar maken. Dat dwingt ons ook om reële problemen onder ogen te zien. De grootschaligheid en de onevenwichtige geografische spreiding van de opvang. De lange duur van de procedures. Tekortschietende huisvesting, onderwijsvoorzieningen en werkgelegenheid. Zeker, dat zijn primair taken voor de overheid. Maar kerken en maatschappelijke organisaties zullen actief moeten bijdragen door hun achterban te engageren. Media en journalisten zullen zich moeten beraden op hun eigen  verantwoordelijkheid. Dat geldt ook voor vakbonden en werkgevers, ook hun zichtbare engagement is gewenst.

De exodus waarover Scheffer spreekt doet niet alleen een beroep op ons geweten. Het komt ook aan op ons handelen. We moeten daarbij niet alleen de politiek aanspreken maar ook nagaan hoe wij in onze eigen omgeving een bijdrage kunnen leveren aan het bezweren van deze crisis.

Bijkomende schade vaak rookgordijn voor oorlogsmisdaden

1028004120

In vier dagen tijd kwam het Amerikaanse leger met vier verschillende verklaringen voor het bombarderen van het ziekenhuis van Artsen zonder Grenzen in Kunduz. Het gedraai onderstreept het belang van internationaal onafhankelijk onderzoek naar de ware toedracht. In het ziekenhuis kwamen 12 mensen van de medische staf en 10 patiënten om het leven door gerichte en opeenvolgende aanvallen.

De luchtaanval op het ziekenhuis is één van de meer zichtbare excessen waarbij onschuldige burgerslachtoffers vallen door de inzet van explosieve wapens. Militairen maskeren deze onschuldige burgerslachtoffers vaak met een vreselijke term: bijkomende schade. Maar bij het gebruik van explosieve wapens in dichtbevolkte gebieden in Syrië, Irak, Afghanistan en Jemen is de term bijkomende schade een rookgordijn waarachter oorlogsmisdaden schuil gaan.

De afgelopen maand augustus kwamen er door de inzet van explosieve wapens bijna 4.000 mensen om het leven. Maar liefst 82% was burger. Door luchtaanvallen kwamen er 793 burgers om het leven, door artillerie 1.027 en door bomaanslagen nog eens 1.416. En de meeste doden vielen in Syrië.

Eén van die luchtaanvallen vond plaats in Douma, een voorstad van Damascus. Op zondag 16 augustus, op de eerste werkdag van de week was het druk op de markt toen vliegtuigen van de Syrische luchtmacht toesloegen. Eerst werd één raket afgevuurd. En toen er mensen waren toegesneld om gewonden te helpen volgde een tweede raket. Er vielen minstens 82 doden en 200 gewonden.

Natuurlijk zijn er grote verschillen tussen de aanval op het ziekenhuis in Kunduz en de aanval op de markt van Douma. De Amerikanen zullen, zo mag je toch hopen, geen intenties hebben gehad om patiënten en medisch personeel in het ziekenhuis aan te vallen. De luchtmacht van Assad, zo moet je toch vrezen, had weldegelijk de intentie om burgers op de markt te doden. Maar toch vormen beide excessen een oorlogsmisdaad.

Ook de Russische luchtmacht voert sinds kort aanvallen uit op dichtbevolkte gebieden in Syrië. De NAVO uitte kritiek op Moskou omdat er bij deze aanvallen burgerslachtoffers vallen. Maar deze kritiek klinkt hol en ongeloofwaardig zolang de Verenigde Staten in Afghanistan, de anti-ISIS coalitie in Syrië en Irak en onze bondgenoten in Jemen zich zelf ook schuldig maken aan burgerslachtoffers.

De Guardian wees er deze week nog eens op dat de Amerikaanse luchtmacht bij de strijd om de stad Kobani aan de Syrisch-Turkse grens ISIS met 1.800 bommen bestookte. De luchtmacht gebruikte 200 kilo zware bommen voor het uitschakelen van een motorfiets. Van de burgers die in deze vuurstorm terecht kwamen hebben we niets vernomen.

Al maanden roepen organisaties de anti-ISIS coalitie op tot het opzetten van een mechanisme dat bijdraagt aan het onafhankelijk identificeren, analyseren en verantwoorden van burgerslachtoffers. Maar de landen die deelnemen aan bombardementen houden zich doof of verschuilen zich achter tekortschietende verklaringen. De verantwoording van burgerslachtoffers is niet transparant en schiet ernstig te kort. En waar burgerslachtoffers niet langer zijn te ontkennen verschuilen militairen en verantwoordelijke politici zich achter verhullende persverklaringen en vrijblijvende excuses.

Moeten we wel zo kritisch zijn op de luchtmacht van Amerika en zijn bondgenoten? ISIS heeft immers net als Assad lak aan het oorlogsrecht. Maar deze redenering bevat een ernstige denkfout. Juist omdat ISIS en Assad zich niet aan het oorlogsrecht houden moeten wij dat wel doen.

Elke fatale fout, elke verkeerd gerichte bom of granaat, elk onschuldig burgerslachtoffer, elke leugen en al het gedraai om de waarheid ondermijnt de geloofwaardigheid en de effectiviteit van het westen. Elk onschuldig burgerslachtoffer voedt de radicalisering en vergroot de aantrekkingskracht van extremistische groepen.

Dat maakt het gedraai van de Amerikaanse woordvoerders over de ware toedracht van het bombardement van het ziekenhuis in Kunduz zo pijnlijk. Dat maakt het zo onbegrijpelijk dat ook de Nederlandse krijgsmacht onvoldoende transparant verantwoording aflegt over mogelijke burgerslachtoffers. Dat maakt het zo onbestaanbaar dat er nog steeds geen mechanisme is om burgerslachtoffers als gevolg van bombardementen door de anti-ISIS coalitie in Irak en Syrië zo goed als mogelijk te identificeren, te analyseren en te verantwoorden.