Aleppo verloren, rampspoed geboren

SYRIA-CONFLICT

Het onvoorstelbare lijkt onvermijdelijk. Aleppo is murw gebombardeerd. In een beangstigend snel tempo herovert het Syrische leger stadswijken op het verzet. Waar mogelijk ontvluchten inwoners de stad. Intussen regent het bommen op de wijken die nog standhouden.

Er dwarrelde deze dagen ook een onheilspellende boodschap uit de lucht boven oostelijk Aleppo. Pamfletten met de volgende boodschap: “Dit is je laatste hoop. Breng jezelf in veiligheid. Als je dit gebied niet snel verlaat zal je worden vernietigd. We hebben vluchtwegen open gelaten zodat je kan vertrekken. Beslis snel. Red jezelf. Je weet dat iedereen je heeft verlaten. Je zult je lot ondergaan zonder hulp van iemand.” Was getekend: ‘Het Syrische Regeringsleger’. Zonder hulp van iemand. Hoe pijnlijk waar is dat.

Terwijl de internationale gemeenschap oorverdovend zwijgt, het regime in Damascus victorie kraait en Rusland en Iran in hun ijzeren vuisten lachen dringt zich een dramatische vraag op. Wat gaat er verloren als Aleppo is verloren?

Pleitbezorgers van ‘Realpolitik’ hebben hun antwoord klaar. Zij voorzien na de val van Aleppo de val van Idlib en een militaire overwinning van Assad. Vervolgens zal Assad resterende tegenstanders laten vermoorden en met harde hand regeren over wat er van Syrië over is. Intussen zal een door Koerden gedomineerde legermacht ISIS uit Raqqa verdrijven. Zo werkt de logica van macht en geweld nu eenmaal, zullen de aanhangers van ‘Realpolitik’ uitleggen. Leuk is het niet. Maar tel je zegeningen: de stabiliteit is hersteld en de dreiging van terrorisme gekeerd. Voor zolang het duurt natuurlijk.

Maar deze kille analyse schiet te kort. Want na de val van Aleppo volgt er nieuwe rampspoed. De schade is immens groot.

Het eerste dat in het oog springt is natuurlijk de humanitaire rampspoed. De val van Aleppo zal leiden tot nog meer burgerslachtoffers. Nog meer ontheemden zullen stranden in het niemandsland voor de hermetisch afgesloten grenzen van Turkije, Libanon en Jordanië. En voor miljoenen vluchtelingen in de regio zal met de val van Aleppo ook de hoop op een spoedige terugkeer naar Syrië vervliegen.

De tweede schadepost is de stabiliteit in de regio. De diepe crisis in de relatie tussen autoritaire regeringen en hun bevolking in het Midden-Oosten blijft bestaan. Deze crisis en de verdeeldheid binnen samenlevingen zijn door het oorlogsgeweld alleen maar verder toegenomen. En verdeeldheid zal de toch al fragiele staatsinstituties verder verzwakken en de groei van gewelddadige extremistische bewegingen aanwakkeren. Het zal bovendien niet lang duren voordat er zich onder wanhopige vluchtelingengemeenschappen nieuwe extremistische bewegingen manifesteren. Met alle gevolgen voor Libanon en andere landen in de regio.

De derde rampspoed treft de geloofwaardigheid van de internationale politiek. De averij voor de Verenigde Naties is onvoorstelbaar. Verdeeld, verlamd en machteloos hebben de Verdeelde Naties naar de Syrische tragedie gekeken. Het internationale humanitair recht, met zo veel bloed en tranen tot stand gekomen, is straffeloos ondermijnd. Door de politieke verdeeldheid hebben ook de humanitaire organisaties van de VN gefaald, hun onpartijdigheid wordt in twijfel getrokken. Het herstel van de politieke geloofwaardigheid van de internationale gemeenschap zal lang duren. Vertrouwen komt nu eenmaal te voet en gaat te paard.

En dan de vierde rampspoed. Die treft Europa. De groeiende instabiliteit in het Midden Oosten vergroot de kans op terroristisch geweld in Europa. De omvang van het vluchtelingenvraagstuk zal verder groeien. De zelfgenoegzaamheid over het zogenaamde succes van vluchtelingen- en immigratiedeals met Turkije en andere landen zal wel eens van korte duur kunnen zijn. In Europese samenlevingen zullen de zorgen over vluchtelingen, de islam en het terroristisch geweld toenemen. Deels begrijpelijk maar ook aangewakkerd door populistische bewegingen die de eenheid en houdbaarheid van de Europese Unie in gevaar brengen.

De val van Aleppo lijkt de effectiviteit van de ‘Realpolitik’ van macht en geweld te bewijzen. Maar dat is echt een illusie. Uiteindelijk zal de val van Aleppo ons vooral confronteren met het falen van een immorele ‘Realpolitik’. De prijs die voor dat inzicht betaald moet worden is helaas dramatisch hoog.

Maar wie weet. Wie weet zal de Veiligheidsraad zich herpakken en overeenstemming bereiken over een staakt-het-vuren. Misschien kunnen burgers in belegerde steden dan toch toegang krijgen tot humanitaire hulp. Misschien is er wanneer niemand dat meer verwacht toch nog een politieke oplossing mogelijk.

En wie weet breekt internationaal het besef door dat we de grondoorzaken van instabiliteit moeten bestrijden. Misschien begrijpen politieke leiders in het westen dat steun voor inclusief bestuur en veerkrachtige samenlevingen ook in hun belang is. Misschien wekt de dreiging van meer rampspoed een nieuw urgentie besef. Het is nog niet te laat.

Intussen kunnen we op verzoek van inwoners van Aleppo een kaars aansteken. Als bewijs dat de pamfletten van het Syrische leger niet kloppen: wij zijn Aleppo niet vergeten. En we moeten elkaar vasthouden.

“Wenken voor de bescherming van uw gezin en uzelf”

envelopfolders

Er hangt revolutie in de lucht. Deze week zal een meerderheid van ruim 100 van de 193 staten in de VN een resolutie aannemen die leidt tot juridisch verbod op kernwapens in 2017. De VS en andere kernwapenstaten zijn in paniek en voeren agressief campagne tegen zo’n verbod. De Nederlandse regering, gevangen tussen de Amerikaanse politieke druk en de wil van een meerderheid in de Tweede Kamer en de Nederlandse samenleving, aarzelt.

In 1961 ontvangen alle huishoudens een brochure in de bus. “Wenken voor de bescherming van uw gezin en uzelf.” De brochure geeft informatie over bombardementen, atoombommen, fall-out en bescherming.

De toonzetting is ernstig maar toch vooral geruststellend. Ernstig: “Reken er echter niet te vast op dat u tijdig door luchtalarm wordt gewaarschuwd. Als het kernwapen met een raket aankomt, is dit zelfs onmogelijk, (…) het is in dit geval dus waarschijnlijk, dat de explosie op een voor u volkomen onverwacht ogenblik plaatsvindt.”

Maar ook geruststellend. Alle hoop is niet verloren. “Maar dan krijgt u (…) nog de waarschuwing van de lichtflits, want die komt één tot enkele seconden voor de luchtdruk. Dat is zeker niet veel tijd, maar nog wel voldoende om onder een tafel, in een portiek of een greppel, of achter een boom te duiken.”

Wie denkt dat de risico’s van kernwapens inmiddels even achterhaald zijn als ‘de wenken voor de bescherming van uw gezin en uzelf’ vergist zich. Er zijn steeds meer landen die over kernwapens beschikken. Het besef van de catastrofale humanitaire consequenties van een (onbedoeld) gebruik van kernwapens is toegenomen. Uit recent onderzoek blijkt dat ook een ‘kleinschalige’ regionale kernoorlog kan leiden tot wereldwijde afkoeling van de temperatuur. Dat verstoort de voedselproductie voor jaren en bedreigt wereldwijd 2 miljard mensen met uithongering.

Ook is steeds duidelijker geworden dat kernwapens ook in vredestijd gevaarlijk zijn. De lijst met bijna-ongelukken en ongelukken met kernwapens is schrikbarend groot. En het gevaar dat kernwapens in handen kunnen vallen van terroristen is niet langer denkbeeldig. De ongerustheid over de veiligheid van kernwapens in een land als Pakistan spreekt boekdelen.

Nog steeds zijn er politieke argumentaties en militaire doctrines die stellen dat kernwapens bijdragen aan onze veiligheid. Maar deze redeneringen zijn zo langzamerhand net zo ongeloofwaardig als de ‘wenk’ bijtijds onder de tafel, in een portiek, achter een boom of in een greppel te duiken. Kernwapens met hun wereldwijde, onomkeerbare en rampzalige humanitaire consequenties kunnen geen burgers laat staan de mensheid als geheel beschermen. Alleen een juridisch verbod dat leidt tot afschaffing van kernwapens kan de wereld veiliger maken.

De kernwapenstaten hebben decennia lang onderhandelingen over kernontwapening gedomineerd. Plechtige beloftes om te komen tot een kernwapenvrije wereld zijn niet waargemaakt. Nog altijd zijn er wereldwijd 16.000 kernwapens. Daarvan staan er 1.800 op scherp, zij kunnen binnen minuten gelanceerd worden op een voor ons volkomen onverwacht ogenblik.

Ronduit zorgwekkend is dat kernwapenstaten miljarden willen investeren in de ontwikkeling van een nieuwe generatie kernwapens. Zo willen de VS de komende 30 jaar 1.000 miljard (!) dollar besteden aan modernisering van hun kernwapenarsenaal. Deze modernisering zal de drempel voor daadwerkelijk gebruik van kernwapens gevaarlijk verlagen.

Deze week zal er echter binnen de VN een historische revolutie plaatsvinden. Een meerderheid van staten zal een resolutie steunen die in 2017 zal leiden tot een internationaal verdrag dat kernwapens verbiedt. Amerikaanse diplomaten voeren agressief campagne tegen zo’n verbod. Ze wijzen daarbij op de oplopende spanningen met landen als Rusland en China. Deze argumentatie is echter ongeloofwaardig. De internationale verdragen die bacteriologische en chemische wapens verbieden zijn juist midden in de Koude Oorlog tot stand gekomen. Oplopende politieke spanningen verminderen niet maar onderstrepen juist het belang van een verbod.

Natuurlijk zal een internationaal juridisch verbod er niet onmiddellijk toe leiden dat kernwapenstaten afstand doen van hun wapens. Maar een breed ondertekend en geratificeerd verdrag zal bijdragen aan de de-legitimering en stigmatisering van kernwapens. Een juridisch verbod zal de politieke druk op onderhandelingen over kernontwapening sterk opvoeren. De publieke druk op banken en pensioenfondsen om niet te investeren en te beleggen in kernwapenproductie zal verder toenemen. Dat verklaart de agressieve tegencampagne van de VS, die zich daarmee aan dezelfde zijde schaart als kernwapenstaten als Rusland, China en Noord-Korea.

Intussen moet minister Koenders besluiten wat Nederland gaat stemmen. Het Rode Kruis, de ASN en PAX riepen de minister in een brief op in New York voor de resolutie te stemmen. Wat zal Nederland volgende week doen? Blijft de regering hangen in het achterhalen denken uit de tijd van ‘de bescherming van uw gezin en uzelf’? Daarmee blijft Nederland aan de verkeerde en achterhaalde kant van de geschiedenis staan. Of zal de regering inzien dat de tijd van afwachten voorbij is?

Mosul: overwinningsnederlaag?

A displaced woman who is fleeing from clashes holds her baby in Qayyarah

De lang aangekondigde slag om Mosul is begonnen. Zo’n 25.000 strijders staan vrijwel voor de poorten van Mosul, de laatste Irakese stad in handen van ISIS. Afgaande op de militaire krachtsverhoudingen zal ISIS de strijd verliezen. Het kan weken, het kan maanden duren. Maar de val van Mosul lijkt onafwendbaar. Maar is daarmee de strijd tegen ISIS gewonnen en de oorlog in Irak teneinde? De vooruitzichten zijn ronduit somber.

De strijd om Mosul zal heftig en chaotisch zijn. ISIS heeft zich ingegraven en gijzelt de inwoners. Vooral in de nauwe straten van het oude stadscentrum en in het bestuurscentrum in het westen van de stad zal ISIS tot het bittere einde vechten. Daarbij kunnen veel burgerslachtoffers vallen. De bevrijding van Mosul zal triomfantelijk gevierd worden. Maar de prijs zal hoog zijn. En de ‘day-after’ ziet er rampzalig uit.

Hulporganisaties houden rekening met “de grootste humanitaire ramp in de recente geschiedenis”. Mogelijk zullen 1 miljoen mensen de stad ontvluchten. De VN deed deze zomer een noodoproep. Er is $284 miljoen dollar nodig voor de eerste humanitaire opvang. Minder dan de helft van dit bedrag is toegezegd. Als er inderdaad 1 miljoen mensen uit Mosul vluchten dan heeft de VN nog eens $1,8 miljard per jaar nodig. Dat geld is er niet.

De inwoners uit Mosul kunnen na twee jaar bezetting door ISIS dus niet rekenen op voldoende humanitaire hulp. Waar de inwoners helaas wel op kunnen rekenen is wraak. Bij de bevrijding van Fallujah maakten het Irakese leger, de Koerdische Peshmerga en de shi’itische milities zich schuldig aan geweld, arrestatie en marteling van soennitische burgers. Dat blijkt ook uit onderzoek van Amnesty. “Ze sloegen mij en anderen met alles wat zij konden vinden: metalen staven, scheppen, pijpen, kabels…Ze liepen over ons heen met hun laarzen. (…) Ik zag twee mensen voor mijn ogen sterven. Anderen werden meegenomen waarna ik geweerschoten hoorden. Later rook ik ook een brandlucht.”

Ook de bevrijding van Mosul zal leiden tot een opleving van sektarisch geweld. Koerdische troepen en shi’itische milities mogen de stad niet binnentrekken ter voorkoming van wraakoefeningen. Maar het valt te bezien of deze maatregel volstaat. Er is geen  vredesopbouwplan, ingebed in een politieke strategie die de oorzaken van sektarische geweld aanpakt. Pijnlijk, want de sektarische grieven die leidden tot de opkomst van ISIS zijn de laatste jaren niet weggenomen maar eerder vergroot.

Er zijn ook geen voorbereidingen getroffen voor ‘transitional justice’. De kans is groot dat er net als in Fallujah executies op straat plaats gaan vinden. Ontheemden zullen daardoor niet durven terugkeren. Er ontbreekt ook een visie op lokaal bestuur waarin burgers het voortouw kunnen nemen. Dat zet de deur open voor militaire machtsstrijd. Er zijn uiteenlopende belangen en betwiste gebieden, en alle partijen zijn erop uit hun invloed te vergroten. Ook Turkije verliest zijn belangen in Irak niet uit het oog, dit tot groot ongenoegen van Bagdad en Washington.

Opleving van sektarische geweld vormt een bedreiging voor de eenheid van Irak. En ISIS zal daarop inspelen. De modus operandi van ISIS is, na verlies van veel grondgebied, veranderd. ISIS pleegt steeds meer terreuraanslagen en verrassingsaanvallen. Het geweld pookt de sektarische spanningen verder op. De deels door Iran gesteunde sji-itische milities, die zo’n twijfelachtige maar onmisbare rol speelden bij de verdrijving van ISIS, vallen niet onder het commando van de centrale regering in Bagdad. De milities zullen reageren op de aanslagen van ISIS en daarmee de chaos vergroten.

De veranderde modus operandi van ISIS verhoogt ook de kans op aanslagen buiten Irak, ook in Europa. De verwachting is bovendien dat veel buitenlandse ISIS-strijders, waaronder ruim 1.700 afkomstig uit Europa, zullen proberen terug te keren. Met de val van Mosul is het gevaar van aanslagen dus zeker niet bezworen. Integendeel.

Dat ISIS de strijd om Mosul militair zal verliezen staat vast. De bevrijding van Mosul heeft echter een hoge prijs: veel burgerslachtoffers, nog meer ontheemden en nieuw sektarisch geweld. Dat zal het geschonden vertrouwen van de soennitische gemeenschappen verder ondermijnen. En dat is rampzalig voor Mosul, Irak en Europa. Want ISIS is pas definitief verslagen als de soennitische gemeenschappen weer vertrouwen in de toekomst krijgen. De val van Mosul dreigt een overwinningsnederlaag te worden.

Voedseldroppings: een brug te ver?

airdrop

Vandaag besluiten ouders in belegerde gebieden in Syrië welk kind zij te eten kunnen geven. Vandaag sterven daar kinderen van de honger en jongeren en ouderen aan ziekten die eenvoudig zijn te genezen. Vandaag opereren dokters met de meest primitieve instrumenten in het licht van fakkels. Vandaag sneuvelen activisten die zakken met bloed naar ziekenhuizen brengen door de kogels van scherpschutters.

Dat schrijven burgeractivisten over de uithongering in de 52 belegerde steden en gebieden in Syrië. Zij vragen de internationale gemeenschap burgers te beschermen tegen deze oorlogsmisdaden. “Dwing de VN om de belegering te doorbreken. En als voedselkonvooien niet door mogen, drop dan voedsel in de stervende steden.”

Uit de Siege Watch van PAX en het Syria Institute blijkt dat meer dan 1 miljoen mensen uitgehongerd worden. Resoluties van de VN Veiligheidsraad die oproepen tot onmiddellijke, veilige en ongehinderde toegang tot humanitaire hulp hebben geen effect. Onderhandelingen over de toegang van humanitaire hulp zijn de afgelopen vier jaar mislukt. De VN maakt geen gebruik van het mandaat om hulp over de linies heen naar belegerde gebieden te brengen.

Daarom groeit de kritiek. “De VN-hulp aan slachtoffers van hongerbelegeringen loopt aan de leiband van de hoofdverantwoordelijke van de nood: Assad.” Voor Syrische hulpverleners is de VN “van een symbool van hoop verworden tot een symbool van medeplichtigheid.” VN onder-Secretaris-Generaal voor Humanitaire Hulp Stephen O’Brien stelt dat we alle opties moeten overwegen. We moeten de impasse rond de belegerde gebieden doorbreken.

Tegen deze achtergrond is er debat op gang gekomen over de mogelijkheid van voedseldroppingen. De aarzelingen binnen de humanitaire gemeenschap zijn begrijpelijk. Voedseldroppingen zijn kostbaar, minder effectief in vergelijking met distributie over land en geen duurzame oplossing. Droppingen veronderstellen veilige gemarkeerde droppingzones en lokaal personeel dat een ordelijke distributie waarborgt.

Ook regeringen reageren tot nu toe terughoudend. Zij vinden droppingen vooral gevaarlijk. Wie zou er willen vliegen? Zo valt te beluisteren. En het is waar. Er zijn risico’s verbonden aan het droppen van voedsel in een ‘contested airspace’.

Maar daarmee is niet alles gezegd. In de belegerde gebieden zijn lokale raden en medische comités aanwezig. Zij vragen de VN voedsel te droppen. Zij moeten ook in staat geacht worden om droppingzones en distributie te organiseren.

En wat betreft de veiligheid. Gelden de risico’s die zijn verbonden aan het droppen van voedsel niet ook voor het bevoorraden van gewapende oppositietroepen vanuit de lucht? Bovendien, een vlucht naar het belegerde Madaya duurt niet langer dan 40 seconden boven Syrisch gebied. Dat verklaart misschien de nuchtere reactie van de Amerikaanse Air Force Secretary: “If we’re asked to do it, we have the access, we have the people, we know how to do air drops.” Dat geldt ook voor diverse Europese luchtmachten die hiervoor regelmatig trainen. De VN heeft landen intussen toestemming gegeven voedseldroppingen uit te voeren, ook zonder instemming van Assad.

Een besluit over voedseldropping als laatste redmiddel is vooral een politiek besluit. De argumenten voor zijn eerst en vooral humanitair van aard. Maar droppingen kunnen ook een ongekend krachtig politiek signaal afgeven. Een signaal dat de VN bevrijdt van zijn rol als burgemeester in oorlogstijd. Een signaal dat de Syrische bevolking niet aan hun lot overlaten wordt. Een signaal dat de Syrische oppositie Genève niet de rug moet toe keren, dat zij op steun van de internationale gemeenschap kan rekenen.

De komende dagen spreekt de Tweede Kamer over F16’s die ISIS in Syrië gaan bombarderen. Maar zou het debat niet ook moeten gaan over de humanitaire en politieke noodzaak van voedseldroppings?

Marcel Kurpershoek wees op de pijnlijke vergelijking die mensen in Syrië maken tussen collectieve falen in Syrië en in Srebrenica. Een bescheiden vergelijking gezien de omvang van het Syrische drama. Maar zou juist die vergelijking Nederland niet moeten aansporen om met gelijkgezinde landen binnen de VN een operationeel plan op te stellen voor het droppen van voedsel? Nu ook Aleppo een belegerde stad dreigt te worden is de urgentie alleen maar groter.

Srebrenica: herdenking en vermaning

 

IMG_0578.JPG-2

Wat als? Wat als er wel luchtsteun was gekomen om de omsingelde bevolking van Srebrenica en hun beschermers te ontzetten? Die vraag dringt zich opnieuw op in aanloop naar de 20-jarige herdenking van die nog altijd onverwerkte genocide op Europese bodem.

Uit in Washington vrijgegeven documenten blijkt dat de VS, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk al voor de val van de moslimenclave Srebrenica heimelijk besloten geen luchtsteun te geven aan de Nederlandse Dutchbatters. Londen en Parijs waren beducht voor de gevolgen voor gegijzelde Franse en Britse blauwhelmen. Maar de ‘bondgenoten’ van Nederland vonden ook dat de enclaves opgegeven moesten worden. Ondanks robuuste aanwijzingen dat dit dramatische gevolgen zou hebben voor de bevolking.

Washington, Londen en Parijs braken daarmee een belofte van de VN. Een belofte aan Nederland om luchtsteun te geven. En een belofte aan de bevolking in de drie enclaves dat zij beschermd zouden worden. Minister Hennis gaat opheldering vragen. Dat is onbegrijpelijk laat maar noodzakelijk en goed. Laten we hopen dat de minister ook inzage eist in al die geheime documenten die nog niet zijn vrijgegeven. Daaruit zal blijken dat de CIA de gebeurtenissen op de killing fields van Srebrenica via satellietbeelden bijna live kon volgen.

De geheime documenten werpen een nieuw licht op de genocide in Srebrenica. Ze onthullen pijnlijk de schuldige nalatigheid van de internationale gemeenschap, meer in het bijzonder van onze eigen bondgenoten en van de VN. Deze nalatigheid, waarvan ook de Dutchbatters slachtoffer zijn geworden, verlost Nederland echter niet van zijn eigen nalatigheid. Het schrijnende besef blijft bestaan: Nederland heeft nagelaten te doen wat het potentieel had kunnen en moreel had behoren te doen.

Op 11 juli herdenken we de val van Srebrenica en de daarop volgende deportatie en genocide, inmiddels 20 jaar geleden. De genocide heeft diepe sporen getrokken in de geschiedenis van Europa en de levens van de nabestaanden. Zo zoekt Ramiz Nukic nog elke dag in de bossen rond Srebrenica naar de overblijfselen van zijn vader en jongste broer. Dankzij Ramiz zijn bijna 300 vermoorde mannen geïdentificeerd. Maar zijn vader en broer blijven vermist. En Ramiz blijft zoeken. Ook veel Dutchbatters dragen nog dagelijks de last van Srebrenica met zich mee. Ook zij zijn op zoek. Naar erkenning van hun leed.

Op 11 juli zullen velen weer aanwezig zijn bij het SrebrenicaPotočari monument en de begraafplaats voor de slachtoffers van de genocide van 1995. Dit ‘monument’ – van het Latijnse ‘monere’, dat zowel ‘gedenken’ als ‘vermanen’ betekent, is niet alleen een aangrijpende herinnering maar ook een klemmende oproep.

Indien we ons niet schuldig willen maken aan medeverantwoordelijkheid voor structureel geweld, zullen we ons tot het uiterste moeten inspannen richting huidige en toekomstige slachtoffers. Dat brengt morele en politieke verplichtingen met zich mee. Niet enkel richting de slachtoffers van Srebrenica – zij hebben recht op excuses. Niet enkel richting de uitgezonden militairen – zij hebben recht op erkenning. Maar ook richting al die burgers in Syrië, in Jemen, in Irak – zij hebben recht op bescherming. De internationale gemeenschap is niet verplicht het onmogelijke te doen. Maar als we de kloof tussen wat er kunnen doen en wat we werkelijk doen laten bestaan, maken we ons opnieuw schuldig aan nalatigheid.

Als column gepubliceerd door One World

 

 

 

De gotspe van Guantánamo

_67333562_67333556

De VS hebben Nederland gevraagd twee gevangenen uit Guantánamo Bay op te nemen. Een ruime Kamermeerderheid (VVD, PvdA, CDA, SP en Christen-Unie) voelt hier echter niets voor. Hun argumentatie is simpel. “Het is een Amerikaans probleem dat zij moeten oplossen”. Zo formuleerde Han ten Broeke het namens de VVD.

Eerst enkele feiten. Begin van dit jaar verbleven er nog 122 gevangenen in Amerikaans gevangenschap op Guantánamo Bay. Daarvan zijn 56 gevangenen “cleared for release”. Zij vormen geen bedreiging. Zij zijn vrij om te gaan maar blijven in gevangenschap omdat het Congres hen niet in Amerika wil opnemen en uitwijzing naar hun geboorteland onmogelijk is.

Natuurlijk is Guantánamo Bay een Amerikaans probleem. Sterker nog, Guantánamo Bay is hèt symbool voor foltering door de Amerikaanse overheid. De meeste gevangene zitten zonder aanklacht, zonder toegang tot een advocaat en zonder uitzicht op een eerlijk proces vast op verdenking van terrorisme. En dat vaak ten onrechte.

Een goed voorbeeld is Obaidullah. Coalitietroepen in Afghanistan arresteren de jonge man in 2002 na een tip van een betaalde informant. Met geweld en onder dreiging van een mes op de keel verklaart Obdaibullah dat de landmijnen, die tijdens de bezetting door de Sovjet-Unie in de buurt van zijn huis zijn gelegd, van hem zijn. Door deze ‘bekentenis’ belandt Obaidullah in Guantánamo. Hij zit inmiddels 12 jaar gevangen, zonder beschuldiging en zonder hoop ooit te kunnen terugkeren naar zijn vrouw en inmiddels ruim 12 jarige dochter.

Er kan geen enkel misverstand over bestaan. De praktijken in de strafkolonie Guantánamo Bay zijn illegaal volgens het internationaal humanitair recht. Zij vormen volgens James D. Wright, een voormalige officier in het Amerikaanse leger die als advocaat werd toegewezen aan Obaidullah, “een erfzonde van foltering.”

President Obama wilde de gevangenis op Guantánamo Bay sluiten. Hij heeft er inmiddels spijt van dat hij dat niet op de eerste dag van zijn presidentschap heeft gedaan. Natuurlijk zou Washington zijn eigen erfzonde onder ogen moeten zien en alle gevangenen moeten vrijlaten of berechten in een eerlijk proces. Maar is daarmee alles gezegd? Zijn er toch geen overwegingen die pleiten voor opname van enkele van de gevangenen die vrij zijn om te gaan en tegen wie geen enkele verdenking meer bestaat?

Het is moreel onacceptabel dat mensen onschuldig in de gevangenis verblijven, zelfs nadat hun onschuld is vastgesteld. Het opnemen van twee van deze mensen vormt geen legitimatie van Amerikaans beleid, zoals sommige Kamerleden vrezen. Met het opnemen van onschuldige slachtoffers van ‘de oorlog tegen het terrorisme’ draagt Nederland juist bij aan de noodzakelijke sluiting van Guantánamo. En niets weerhoudt Nederland ervan om tegelijkertijd en met nog meer klem president Obama op te roepen om Juan Méndez toe te laten tot Guantánamo en in staat te stellen gevangenen daar te spreken. Deze VN-rapporteur voor foltering wacht al twee jaar op toestemming.

Maar een meerderheid van de Kamer lijkt hier niets voor te voelen. Zelfs de VVD lijkt niet bereid de Amerikaanse bondgenoten een handje te helpen. Best bijzonder voor een partij die trans-Atlantische solidariteit hoog in het vaandel heeft. Misschien schrikt een meerderheid in de Tweede Kamer terug voor de angstige sentimenten die vrijlating en vestiging van twee gevangenen in Nederland kan veroorzaken. Dat zijn precies dezelfde sentimenten die een Republikeinse meerderheid in het Congres er van weerhouden om Guantánamo te sluiten. Het lijkt er op dat huiver voor politieke retoriek en electorale gevolgen daarvan ook de Tweede Kamer in de greep houden. Misschien verklaart dat waarom de VVD, bij monde van Hans van Baalen, in 2007 nog van mening was dat NAVO-partners bereid moeten zijn om gevangenen op te nemen die niet meer als terroristen zijn gekwalificeerd. Dat werd toen gezien als realistisch buitenlandbeleid. Nu ligt dat kennelijk anders.

De sluiting van Guantánamo is urgent noodzakelijk. Daarover bestaat binnen de Tweede Kamer een brede consensus. De opname van twee gevangenen biedt geen garantie op sluiting maar brengt deze sluiting wel dichterbij. Nederland kan, samen met de andere landen die inmiddels gevangenen hebben opgenomen, bijdragen aan de politieke druk die Obama nodig heeft om een definitieve sluiting te forceren voor het einde van zijn presidentschap. En één ding is duidelijk. Het vinden van “een adequate humanitaire oplossing” voor de gevangenen in Guantánamo is niet alleen moreel noodzakelijk maar uiteindelijk ook in het belang van onze veiligheid.

“Een opperbeste stemming” over Syrië?

0,,17036006_303,00“Beurzen juichend over plan diplomatieke oplossing in Syrië”. De hoop op een oplossing voor “de situatie” in Syrië zorgt voor “een opperbeste stemming” onder beleggers. Hoe zouden de Syrische burgers zich voelen als zij deze woorden lezen op de economiepagina van de Volkskrant?

Eén ding is zeker. Het idee om Syrische chemische wapens onder internationaal toezicht te stellen en te vernietigen heeft onder de Syrische bevolking nog geen opperbeste stemming gewekt. Want terwijl de beurzen juichen liggen in Syrië de burgers nog steeds onder vuur.

De inzet van chemische wapens is, zoals president Obama het stelde, een morele zaak. En daarin heeft hij natuurlijk gelijk. De beelden van in witte doeken gewikkelde lichamen van de kinderen na een aanval met chemische wapens in Ghouta roepen moreel afschuw op. Zoals de beelden van onschuldige burgerslachtoffers van artilleriebeschietingen en bombardementen evenzeer verbijstering oproepen.

De bittere werkelijkheid in Syrië is dat het betrekkelijk weinig uitmaakt of burgers sterven door chemische wapens of door granaten en bommen. Er zijn volgens de VN al ruim 100.000 slachtoffers gevallen. Daaronder zijn vele burgers die slachtoffer zijn van oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid, misdaden die nog altijd voortduren. Onder hen dus ook honderden slachtoffers door chemische wapens. Al deze oorlogsmisdaden vormen de “rode lijn” die de internationale gemeenschap ooit heeft getrokken en nu moet bewaken.

Het mogelijk onder internationaal toezicht stellen van chemische wapens in Syrië kan een diplomatieke doorbraak worden. Maar dan moet er meer gebeuren dan het verwijderen van chemische wapens terwijl de barbarij van de oorlog gewoon voortduurt. Er kan alleen sprake zijn van een diplomatieke doorbraak indien onschuldige burgers beschermd worden tegen oorlogsmisdaden, indien een politieke oplossing voor dit conflict werkelijk dichterbij komt.

De verwijdering van chemische wapens vereist een stopzetting van de vijandelijkheden door alle partijen. Alleen als de wapens zwijgen kunnen de burgers in Syrië opgelucht adem halen en kunnen internationale inspectieteams in Syrië de chemische wapens onder VN-toezicht plaatsen. En dan ontstaat er wellicht ook ruimte voor een politieke oplossing voor de bloedige oorlog in Syrië.

Zolang de burgers in Syrië niet beschermd zijn voor de meest ernstige internationale misdaden is er geen enkele reden voor een opperbeste stemming, laat staan voor gejuich. Niet op de beursvloer. Niet in de politieke lobby’s. Niet op de voorpagina’s. En al helemaal niet in Syrië.

Niet de politieke belangen van landen, niet de reputaties van presidenten maar de schreeuw om vrede van burgers in Syrië moet nu de doorslag geven in het politieke debat en het uitwerken van diplomatieke voorstellen. Chemische ontwapening moet daarom gepaard gaan met stopzetting van vijandelijkheden door alle partijen. Ik hoop dat Minister Timmermans daarvoor wil pleiten in Brussel, Washington en Moskou.