De vrijheid van maatschappelijke organisaties opgeofferd

Schermafbeelding 2016-06-17 om 09.00.41

De Tweede Kamer heeft deze week de principiële vrijheid van het maatschappelijk middenveld opgeofferd. De overheid mag geen maatschappelijke organisaties meer financieren die sancties bepleiten vanwege de illegale nederzettingenpolitiek van Israël. Een motie van SGP, Christen Unie en VVD behaalde een meerderheid. Niet in de laatste plaats dankzij de steun van het CDA.

Dat de SGP en de Christen Unie geen enkele kritiek op het nederzettingenbeleid van Israël dulden is natuurlijk al langer bekend. Het ook voor Israël zo desastreuze nederzettingenbeleid lijkt hen niet te deren. Maar bij een ongewijzigde politiek zal het niet lang meer duren dat Israël vanwege de Palestijnse bevolkingsgroei moet kiezen tussen zijn Joodse identiteit of zijn democratische traditie. Dat zou toch ook bij vrienden van Israël zorgen moeten baren?

Ook de steun van de VVD bevreemdt niet echt. Alleen al van de gedachte dat de PVV de VVD op dit dossier rechts zou passeren kan men bij de VVD wakker liggen. Het is natuurlijk wel ironisch dat woordvoerder Ten Broeke juist deze week als pleitbezorger van realpolitik in het nieuws kwam. Ten Broeke waarschuwt voor de opgeheven vinger en de getuigenispolitiek. Voor de “bizarre wensen en verlanglijstjes” die de Tweede Kamer aan de regering pleegt mee te geven. Maar als het om Israël gaat schroomt ook de VVD de getuigenispolitiek niet. Naar de anti-Israël clubs gaat “geen Nederlandse belastinggeld” meer twitterde Ten Broeke enthousiast. Minister Koenders had echter al lang aangegeven dat het kabinet geen Boycot Desinvestering Sanctie-activiteiten tegen Israël financiert. Met een realistische buitenlandpolitiek heeft de motie natuurlijk weinig te maken. Dat zal ook Ten Broeke wel beseffen.

Ronduit zorgelijk is de positie van het CDA. De steun voor de motie is een zoenoffer aan het adres van de gedreven Christenen voor Israël. Op verzoek van deze pro-Israël organisatie werd het CDA de afgelopen dagen met emails bestookt. Wie de mail van Christenen voor Israël leest krijgt even de indruk dat het CDA op het punt stond discriminerende maatregelen tegen de Joodse staat te ondersteunen. Daar was natuurlijk geen sprake van. Het CDA had eerder enkel steun gegeven aan een motie die mogelijk zou kunnen leiden tot opheffing van samenwerkingsovereenkomsten met alle conflictpartijen (Israël èn de Palestijnse Autoriteit) als die afzien van constructieve medewerking aan het vredesproces en ondermijnend beleid uitvoeren. Maar de paniek sloeg toch toe. Om de onrust te bezweren steunde het CDA de muilkorfmotie van SGP, Christen Unie en de VVD, die daarmee een meerderheid kreeg.

De SGP toonde zich blij dat de financiering van “dubieuze clubs” die Israël “boycotten en beschadigen” nu wordt stopgezet. De indiener van de motie wil kennelijk voorkomen dat Israël beschadigd wordt. Maar wat nou als maatschappelijke organisaties zich keren tegen het toekennen van preferentiële tarieven voor producten uit de illegale nederzettingen? Wat als maatschappelijke organisaties zich keren tegen economische relaties met bedrijven in de nederzettingen omdat je niet mag verdienen aan de illegale bezetting? Dat zijn toch sancties en oproepen tot desinvestering? Willen de partijen die de motie ondersteunen het voor maatschappelijke organisaties (financieel) onmogelijk maken zich tegen schendingen van het internationaal recht te keren? Dat zou wat zijn. Al was het maar omdat zij zich daarmee tegen het internationale recht en het staande regeringsbeleid zouden ingaan.

En hoe zit het eigenlijk met de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van beweging voor maatschappelijke organisaties? Deze vrijheden zijn verankerd in de Nederlandse Grondwet en het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Minister Koenders had vooraf aangegeven dat de regering niet kan afzien van de financiering van maatschappelijke organisaties enkel omdat zij zich kritisch inzetten tegen de illegale nederzettingenpolitiek. Daarmee zou hij immers de elementaire vrijheden van maatschappelijke organisaties schenden.

Het mocht allemaal niet baten. De Tweede Kamer offerde zonder enige reserve de principiële vrijheid van maatschappelijke organisaties op. Het wachten is nu op nieuwe vergelijkbare moties. Wat kunnen we nog meer verwachten nu de Tweede Kamer zich op het hellend vlak waagt? Geen geld meer voor maatschappelijke organisaties die de reputatie van bedrijven of het beleid van Erdogan beschadigen? Geen geld meer voor maatschappelijke organisaties die in verkiezingstijd kritiek uiten op politieke partijen?

Gaat de Tweede Kamer niet te slordig om met rechtstatelijke principes? Als de vrijheid van maatschappelijke organisaties niet meer veilig is hoe zit het dan straks met de vrijheid van onderwijs? Of met de vrijheid van godsdienst? Van die vragen zou vooral het CDA wakker moeten liggen.

En Han ten Broeke had nog zo gewaarschuwd. “Voor realisme heb je ruggegraat nodig. Je moet de waan van de dag durven weerstaan.” Tja….

De kosten van oorlog

Flanders-Fields-100-Years-012

Regeringsleiders stonden deze week stil bij het begin van de Eerste Wereldoorlog op 4 augustus 1914. De vijanden van toen kwamen een eeuw later in vrede bijeen om de kosten van oorlog te herdenken. Er was niet enkel aandacht voor de moed en waardigheid van de soldaten maar ook voor de gruwelijkheid en barbarij van de oorlog.

In Londen wees de vredesbeweging er tijdens een herdenking op dat “de route naar oorlog vooraf niet vastlag, steeds waren er keuzes en verschillende mogelijke opties om de oorlog te beëindigen.”

Een eeuw na het begin van de Eerste Wereldoorlog kwam er eindelijk een (tijdelijk) einde aan het gruwelijke en barbaarse geweld in Gaza. Er is echter nog geen enkel uitzicht dat de vijanden ooit bijeenkomen zullen komen om de kosten van de oorlog te herdenken. Vooralsnog prijzen politieke leiders in Israël en Gaza hun soldaten en strijders. Maar de kosten van de oorlog zijn onverdraaglijk hoog. Ruim 1.800 slachtoffers, waarvan het merendeel burgers. En verder: 9.000 gewonden, 10.000 huizen verwoest, één op de vier Gazanen ontheemd. Internationaal onderzoek naar oorlogsmisdaden door Hamas en door het Israëlisch leger is nu onvermijdelijk. De daders mogen niet ongestraft blijven en de slachtoffers hebben recht op genoegdoening.

Ook deze oorlog was niet onvermijdelijk, de route naar geweld in Gaza lag niet vast. Er zijn verkeerde keuzes gemaakt. En opties om deze oorlog te voorkomen en te beëindigen zijn gesaboteerd.

De Israëlisch regering is deze oorlog gestart en heeft daarmee opnieuw zijn politieke kortzichtigheid bewezen. Want Israël heeft deze oorlog op alle fronten verloren. Israël heeft zich de woede van de Secretaris-Generaal van de VN op de hals gehaald door flagrante en onaanvaardbare schendingen van het internationaal humanitair recht. Israël heeft zich politiek verder geïsoleerd, zoals bleek uit de ongekend felle kritiek door de Amerikaanse president en zijn door Israel afgeluisterde minister van Buitenlandse Zaken. De kritiek op de Israëlische regering manifesteert zich helaas ook in uitingen van verwerpelijk anti-semitisme.

Het is lang geleden dat zoveel Israëlische militairen zijn omgekomen. Dat wijst op een pijnlijke onderschatting. De Israëlische geheime dienst heeft bovendien opzichtig gefaald door miskenning van het gevaar van de tunnels. En de oorlog heeft Hamas een unieke kans gegeven zijn blazoen weer wat op te poetsen.

Natuurlijk heeft de Israëlische regering het recht en de plicht zijn burgers te beschermen. Maar het beroep op zelfverdediging overtuigt niet zolang dezelfde Israëlische regering elke politieke oplossing die Israël duurzame veiligheid biedt, doelbewust saboteert. Israël wilde met deze oorlog de raketten en tunnels uit Gaza stoppen. Maar het wilde vooral de Palestijnse eenheidsregering ondermijnen en een politieke oplossing van het conflict blokkeren. Het geweld is niet bedoeld om het conflict op te lossen maar om het in stand te houden.

En precies daar zit de kapitale denkfout in Jeruzalem. Voortzetting van het conflict zal op den duur het voortbestaan van Israël als joodse democratische staat ondermijnen. De morele grondslagen van deze staat zullen door de voortdurende bezetting en het disproportionele en non-discriminatoire geweld worden aangetast. Extremistische tendensen zullen meer en meer invloed krijgen en de weg naar vrede definitief afsluiten.

De kans dat politieke leiders in 2048, een eeuw na de start van het Israëlisch-Palestijnse conflict, bijeen komen om de kosten van de oorlog te herdenken wordt kleiner en kleiner. De kosten van de oorlog zijn hoog. De humanitaire kosten zijn nu vooral zichtbaar in Gaza. Maar de politieke kosten voor Israël lopen gestaag op en zullen op den duur even ondraaglijk als onhoudbaar zijn.

De volgende oorlog in Gaza lijkt onvermijdelijk maar de route naar die oorlog ligt niet vast. Er zijn keuzes mogelijk en een oplossing is beschikbaar.